Zoek op de website

Leegkerk

Gemeente Leegkerk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myn woonplaats is Leegkerk.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Gehuchten of buurtschappen zyn in dezelve niet.
Des naamsoorsprong van Leegkerk kan men opmaken om dat het land laag liggende is, als ook omdat de oude schatregisters zulks aanduiden, welk laag land ½ minder belasting aan het Ryk gaven dan het hooge land.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Geen dufsteen aan de kerk. Dan het opschrift van onze torenklok luidt aldus KATALINA BEN IC GHEGOTEN , VAN JAAP VACHEVENS TE MECHELEN BINEN INT IAAR ONS HEEREN MCCCCCIIII.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Geen Rivier of Kolken, doch een maar neemt van het Noorden begin, daar het land hooger wordt loopende Zuidwaarts, met een bogt westwaarts tot in het aduarderdiep, daar nu een watermolen staat. Welk diep by lang Leegkerk gaat hebbende zyn afstrooming tot aduarderzyl in de zee.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geen meeren in den omtrek van ons dorp.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Onze kerk staat op een hoogte van plm: 5 voeten boven het vlakke land, waarin een bord staat boven den ingang van het choor waarop met vergulden letters staat de wet des Heeren of de 10 geboden, het jaartal 1653. Een wier ten Zuiden het kerkhof groot ½ bunder, nog eene hoogte groot 5 roeden in den omloop, ten noorden plm: 30 roeden van de kerk, 3 hoogten groot ¼ bunder, waarvan de een nog een vruchtdragend Peerboom staat, met een gragt, doch nu droog, welk blyken geeft een huis gestaan te hebben doch van geen geheugenis meer.
By laatstgemelde hoogte ten westen de Heereweg staat een groote boerenplaats, van oudsher het groote leger genoemd, waarby aan den Eigenaar wel 200 gr: land behoorende zoodat krielde van levendige have, zoo als van paarden, runderen, schapen, varkens, edoch nu in twee plaatsen. By het gemelde had den Eigenaar een afgelegen stuk land, waarop toenmaals eene hutte was gebouwd, waarin by onweder zyn Enters schuil namen, welke nog heden den naam draagt van Enter hok.
Ook ten noorden van gemelde leger, plm. 50 roeden van daar staat een boerenplaats genaamd de Slaperstil, oorsprong daarvan is denkelyk deze, dewyl daar na art 4 het gemelde maar zyn begin neemt, en by dezelve eene weg langs loopt, welke weg in vroeger dagen eene til was, om daar door na de tyden des jaars van droogte of natte hun water uit en in te laten loopen, doch nu gedempt, misschien is dit derzelver oorsprong van Slaperstil, als nu slapende zonder gebruik.
Van deze Slaperstil ten noordwesten, ongeveer 10 roeden staan nog wat huizen genaamd Gaikemadyk, welke ook onder Leegkerk behooren, oorsprong derzelver is, dewyl van oudsher aldaar 3 gebroeders waren woonachtig die dezelfde naam droegen. Van daar een weinig Zuidwest, een plaatske genaamd Korrelshoogte, welke eerste bewoner Karel had geheeten, nu met verandering nog die naam draagt, om ook dat daar wat hoogten liggen, als wel voornamentlyk een streek, dat naar een dyk gelykt, dat misschien tot zeeweering verstrekt heeft.
Nu ben wy nog een weinig hooger Zuidwest tot by het Aduarderdiep alwaar een grooter en kleiner Boeren plaatsen staan, genaamd het groote en kleine waschhuis.
Des naamsoorsprong is. Dat in de vroegere Roomsche tyden te Aduard eene Papenklooster zou hebben gestaan, welke kloosterlieden al hun vuil goederen maar die beide plaatsen zenden, tot wassching, en naar schooning wederom te brengen, misschien zullen die plaatsen wel in eigendom aan dat klooster hebben toebehoort, en ook om gelegenheid des waters.
Ook hebben wy nog een dyk by langs Leegkerk, nemende zyn begin van de 4 verlaten strekkende tot afwering des waters van onze polder, waarin een watermolen staat, gebouwd 1791.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geen Bosschen dan alleen by ieders woning van vrucht en onvruchtbare boomen, de eene minder de ander meer.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengsels der 3 natuurryken, zyn, voornamelyk, Paarden, Runderen, schapen, varkens alsmede plantgewassen en onderscheidene soorten, als Rogge, garst, haver, boonen, doch geen boekweit en onderscheiden peulvruchten, geen Delfstoffen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid is in ’t gemeen kleigrond, dat vruchtdragend is van plm: ½ voet als ook van minder, ook slechts van 2 a 3 duim, dan daaronder onvruchtbaar van plm: 1 voet genaamd rooddoorn, ten deele met zwartachtige pikkige stoffe vermengd. En dan nog dieper is gemengde zanderige klei, hetwelk dikwyls, inzonderheid op de hoogste streken, door de landman worden eenige sloden door een stuk lands doorgegraven, om de onder aarde boven te krygen, en dempen hetzelve weder toe met de zoo evengenoemde onvruchtbare aarde, dat wordt by de landmand woelen genaamd, dat over het land gebragt, maakt het land vruchtbaar. Ook hebben wy in ons dorp nog eenige soort land, dat in het lage ligt, het bovenste is ligte losse kleigrond, dat ook vruchten geeft, inzonderheid als ‘t wat messe krygt, en daaronder dat naar darg lykt, doch onbruikbaar tot Delfstof.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten of Wetenschappen is geen blykbare oefening van.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Geen Fabryken of trafyken, dan Handdwerkslieden, een weinig Kleermakers. twee kasteleins, met wat winkelwaren daarby, namelyk een ten Westen van de kerk de nieuwe brug genaamd, welke brug over het Aduarder diep schiet, welk brug of Klapbrug voor de 2de maal in 1826 geheel is vernieuwd, en dus ook met regt zynen oorspronkelyken naam draagt. Het 2de Kasteleinshuis is ten Oosten de kerk, voor weinige jaren 1819 nieuws getimmerd, op nieuwe grond daar nooit geen huis gestaan heeft.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtsgesteldheid of klimaat van ons dorp is evenredig met die van onze Hoofdstad Groningen; dewyl hetzelve pas een uur van daar ligt.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk, eene school, leesgezelschappen en zanggezelfschappen worden meest geoefend, door de schoolonderwyzers onder elkander, als ook wel ieder onderwyzer van zyn dorp, dat de jongelingen ’s avonds komen om onderwys, in de zangkunst geoefent te worden.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan, is voornamentlyk landbouw en Veeteelt, als ook in kleinere soort, die by den landbouwer hun dagloon verdienen, waarmede zy hun huisgezinnen, moeten maintineeren.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal die hier gebruikelijk is. Het meest zweemt eenigzins na die van de Hollandsche, als b.v. Een Holl: die zegt in zyn manier van spreken zoo wel tegen ouden als tegen jongelieden, in ’t vragen, wat belieft U, als ook gy, jy, enz. maar hier onder de gemeene Boerenstand, is het altyd in ’t navragen, he, wadde, wat zegts doe, en meer andere.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Wat het karakter en levenswyze aangaat, ik zal daarvan de beste en zoo als pryslykste landman zyne stipte orde houdt. Hy roept ’s morgens zyne Boden te 3 of 4 uur op. Terstond begeeft zich ieder naar zyn werk, wat by het vee of anders staat verrigten te 5 uur komt ieder in de achterkeuken, dan staat de koffy klaar, die in eene kleine poos gedronken zynde. Geeft de Boer orders wat elk zyn werk zal zyn tot 8 uur toe, dan het morgenmaal ieder weet zyn plaats, het brood en boter en kaas legt gereed, na voor eerst gebeden te hebben, neemt elk zyn genoegen van ontbyt, daarna wordt de Bry opgezet en dra dat elk verzadigd is, wordt er gedankt, doch ieder voor zich zelfs in stilte. En van 9 tot 12 gaat ieder naar zijn bestemd werk, te 12 uur staat het eten gereed, de wyze als gemeld is wordt niet verzuimt. Dan is er een uur schoft. Willen zy een weinig rusten of slapen, het staat hun vry, dan een kwartier voor 2 uur staat de thee gereed, het volk haar genoegen gedronken te hebben, om 2 uur moet ieder by zyn werk wezen, is hun werk in het veld, het staat hun vry, om een kruik met bier mede te nemen; want een oxhoofd legd op de stal gereed dan te 6 uur ’s avonds is voor die dag hun werk afgedaan, dan staat de Tavel gereed, gebeden en gegeten en gedankt houdt ieder zyn gemak tot 8 uur dan na bed, om ’s morgens zoo als gezegd is, op de wenk van de Boer ’s morgens gereed te staan en zoo de geheele week tot ’s Zaturdags avonds ingesloten. Dan rustdag, ’s morgens neemt de boden, wel iets langer slaap, dan staat er niets te verrigten als vee werk.
Wyze van bezoeking is geen stipte orde van, want somtyds komt een of ander Buurman van zelfs, een Buurvriend bezoeken op een kopje thee of koffy zoo als het voorkomt. Doch een of meermalen des jaars wordt een Buurman met zyn Echtgenoot genoodigd, den geheelen dag. En dan wel opgedist met spys en drank, tot des avonds laat. En zoo wordt dat den Gastheer met zyn echt of vrouw en kinderen weder vergolden. Het trouwen, waar naar ook de vraag is, wordt in onderscheidenheid gedaan, want, de gemeene man, gaat na dat hun papieren zyn ingediend en aangeslagen, naar de Burgemeester met wat vrienden en worden in het Gemeentehuis getrouwt, en dat gaat zoo een paar naar hun woning, zonder omslag meer.
Maar de meerder soort, gaat met meerder omslag, daar wordt winkop gehouden en daar wel een statelyke dag toegenomen. En dan met een wagen vol vrienden, naar den Vrederegter, om huwelyks contracten te maken. Dan zoo dat getroffen is geschied den aanslag en wordt naar weinig weken een bestemde dag, gaat het vrolyk trouwen aan, door een dienaar worden vrienden genoodigd van de Bruidegom en Bruitszyde, als ook wel bekende of Buuren en dan naar het Gemeente huis, hetwelk nu de wet uitmaakt, om daar te trouwen. Doch veeltyds, wordt een Predikant verzogt om het jonge paar in huis naar het oude formulier ten 2de maal te trouwen. En wordt die dag ja tot laat in den nacht, met vele vrolykheid door gebragt.
De begravenisplegtigheden, zyn onderscheiden, als ook naar staat en rang. Maar eenerlei is by hoog en laag hetzelfde namentlyk dit, dat zoo haast eene overleden is, inzonderheid van bejaarde personen, worden de buren die naast zyn, geroepen om den overleden af te leggen. Dan wie de kist moet bestellen en wie luiden moet de volgende dag wordt er van 9 tot ½ twaalf uur in 3 pozen geluid, des avonds wordt door dezelfde buren het gestorven lyk in de kist gelegd. En dan naar 5 a 6 dagen, naar dat door twee of 3 dagen, een dienaar is bylangs geweest, om vrienden aan te kondigen, naar voor afspraak van den nablyvende wy komen moeten ter begravenis. Is het, dat de nablyvende zuinig bestaan heeft, komen er slechts wat vrienden ter nagedachtenis om te eten en drinken. Op het komende, als men nog lang niet by het kerkhof is, wordt er geluid, tot zoo lang dat het lyk begraven is, en dan naar het sterfhuis, gelyk gezegd is. Maar die van meerdere soort gebeurt het wel, dat wel 100 personen het lyk volgen en ook eten en drinken in het sterfhuis, dan de manier is hetzelfde gelyk gezegd is. En de Predikant wordt meest by alle gelegenheden verzogt, om voor het eten en na een goed woord te spreken, na dat zyn begaafdheid is.
Het is hier ook de gewoonte Leegkerk inzonderheid van het vrouwengeslacht dat de naaste bloedverwanten van den overledene, als ook wel eenige Buurvrouwen het lyk volgen, loopende naast de manspersonen van het sterfhuis af, tot op het kerkhof daar ’t graf gegraven open ligt met zoogenaamde Regenskleed; geheel over het hoofd hebben heen gehangen, hetwelk van oudsher al lang in gebruikt is geweest, misschien om daardoor de droefheid mede te kennen te geven, het zy, hoe men het ook aanmerken zal, als ook om te toonen men de naasten van den overledenen zyn.
Dan nog iets van inborst, het is ligtelyk nu te speuren als b.v. wanneer iemand door sterken aanwinst, of door eenig erfenis ryker wordt, is terstond onder de gemeene man de inborst grooter, dewyl zy zich dan kunnen laten dienen, daar zy voor dezen een ander moeten dienen.
Als ook nog de denkwyze waarvan de Commissie meld, het zy men daardoor versta, wat soort van Religie men hier in ons dorp heeft dan geef het antwoord, naauwlyks 3 a 4 zielen, die de mennoniten geloof omhelzen. Dan misschien is de bedoeling nog iets anders, waar van ik niets naauwkeurig kan melden en zal deswegens maar staken.
Als ook van spoken, misschien zyn er wel menschen, die wat hoort of zien hebben, doch het heeft niet willen treffen om met dezulken in gesprek te geraken, daarom zal voor ditmaal myn pen maar neerleggen.
Ik heb my zeer verpligt gerekend om aan UWE verzoek te voldoen, zoo veel my mogelyk was eenige uren toebesteed.

Leegkerk Blyve met alles achting
den 24 Sept. UWE dienaar
1828. (get) Jannes Visser
Schoolonderw.