Groninger Historie
Grote Markt Historisch
|
|
Grote Markt noordzijde
In het centrum van de stad Groningen, rond de Grote Markt woonden zeker al mensen vanaf het jaar 500. De stad is ontstaan als een Drents brinkdorp. De kern van zo'n dorp bestaat uit twee paar elkaar min of meer kruisende wegen. Deze kruisende wegen vormden een ruimte waarbinnen in de loop der tijden boerderijen werden gebouwd. Zo'n structuur heeft het oudste deel van de stad Groningen ook. Die wordt gevormd door de Herestraat, de Waagstraat en de Oude Boteringestraat, de Oosterstraat en de Oude Ebbingestraat.
De erven kwamen met de woonhuizen langs de Herestraat en de Oosterstraat te liggen en de Gelkingestraat vormde waarschijnlijk het pad tussen de achterven van de boerderijen. Zo heeft deze structuur zich oostwaarts en westwaarts voortgezet. Dit verklaart het rechte stratenpatroon ten zuiden van de Grote Markt en de Vismarkt. De Grote Markt was de brink, die evenals in de Drentse dorpen aan de rand van de bebouwing lag. Aan de noord-oostzijde lag de begraafplaats voor de bewoners van dit dorp. Op dit grafveld verrees vermoedelijk omstreeks 800 de houten voorganger van de Martinikerk. Aan de noordzijde van de Grote Markt lagen ook boerenerven. De bebouwing was hier kennelijk minder intensief.
De kaart van Jacob van Deventer uit 1565 laat de Grote Markt zien: de brink van het voormalige dorp Groningen. Op deze kaart ziet u de zuid-noord lijnen van de Oosterstraat-Oude Ebbingestraat en de Herestraat-Waagstraat-Oude Boteringestraat. Midden op het marktplein staat het raad- en wijnhuis.
In de dertiende eeuw groeide Groningen uit tot een handelsstad van betekenis. De grootste bloei maakte de stad door in de vijftiende eeuw. Toen had ze geld om de Martini- en de A-kerk te vergroten en om de Martinitoren te bouwen. Ook verrezen er in de stad grote huizen met fraaie gevels. Vooral aan de oost- en de noordzijde van de Grote Markt werden zulke mooie huizen gebouwd.
Naar de situatie van 1634 maakte de kaarttekenaar Egbert Haubois een plattegrond van de stad Groningen in ‘vogelvlucht’. Op deze kaart ziet u de stad binnen de nieuwe wallen en grachten. Op de Grote Markt ziet u het Collectehuis (nu het Goudkantoor), dat in 1635 gebouwd werd.
De gevels langs de noordwand van de Grote Markt zijn niet duidelijk te onderscheiden maar aan de daken is te zien dat hier grote huizen staan. In de noord-oosthoek van de markt staat vlak voor de Martinitoren de Hoofdwacht. Voor de Hoofdwacht staat de kaak. Aan de kaak werden mensen te kijk gezet die een misdrijf hadden begaan.
De aquarel van J. Bulthuis uit 1782 laat de noordkant van de Grote Markt zien. Op de voorgrond staat het Waaggebouw tussen Waagstraat en Guldenstraat. Coenraed Roeleffs was de bouwmeester van dit gebouw (1662) dat rijk versierd was met beeldhouwwerk in natuursteen. Dit gebouw werd in 1873 zonder enige reden gesloopt. Op de voorgrond, tegenover de Waag staat op de hoek van de Guldenstraat het pand ‘Het Gouden Hooft’. Indertijd één van de bekendste herbergen van de stad.
Een fraaie gevelpunt steekt links boven het dak van de Waag uit en voorbij dit gebouw krijgt u een schilderachtig beeld van huizen aan de noordzijde van de Grote Markt. Aan de voet van de Martinitoren staat de Hoofdwacht.
Rond 1900 was het karakter van de bebouwing aan de noordzijde van de Grote Markt al sterk gewijzigd. De statige woningen waren voor het grootste deel veranderd in winkels- en zakenpanden. Ook kregen enkele panden een horecafunctie. Boven de gemoderniseerde winkelpuien aan de Grote Markt verhief zich echter nog een mooie aaneengesloten gevelwand.
Ook daarna vonden veranderingen plaats. In 1923 werd naar een ontwerp van A.R. Wittop Koning een gebouw voor de Amsterdamsche Bank neergezet. Later vernieuwde Burmann haar vestiging met een pand waarin de bovenverdiepingen werden ingenomen door Hotel Victoria.
Toen Groningen op 17 april 1945 was bevrijd, had de binnenstad zware schade opgelopen. Bij de gevechten tussen het Canadese leger en de Duitse bezetter waren onder meer de noord- en de oostzijde van de Grote Markt, de Waagstraat en de Guldenstraat bijna geheel verwoest. Van de prachtige gevelwanden rond de markt resteerden nog slechts rokende puinhopen. De Martinikerk met de toren en het Goudkantoor bleven onbeschadigd.
Direct na de bevrijding kreeg architect prof.ir.M.J. Granpré Molière uit Wassenaar de opdracht voor een wederopbouwplan voor de binnenstad. De keuze voor deze architect betekende een breuk met het verleden. Hij kwam uit de Delftse School. Met zijn benoeming werd doelbewust gekozen voor een traditionele architectuur, met veel baksteen en beton, horizontale lijnen en glad gepolijste muren. Toen de eerste ontwerpen gereed waren, konden de gemeenteraad en het college van B. & W. het niet eens worden over de plannen. Alle politieke partijen hadden verschillende opvattingen over de bestemming van de nieuwe bebouwing. B. & W. wilden het stadhuis uitbreiden. De PvdA was voorstander van een cultuurcentrum aan de Grote Markt. Daar hadden de liberalen weer bezwaar tegen wegens het ruimteverlies voor de detailhandel. De KVP en de CPN waren zelfs bereid het stadhuis te slopen. De ARP wilde de Waagstraat in ere herstellen. Bovendien bleek de gemeente met handen en voeten aan ‘Den Haag’ gebonden te zijn, omdat de wederopbouw als een nationale zaak werd beschouwd. Na zeven jaar van onderzoek en discussie, ook met Den Haag en Monumentenzorg, was in 1952 een goedgekeurd plan gereed en kon met de wederopbouw worden begonnen.
De Grote Markt onderging een schaalvergroting en veranderde in een ruim plein door de rooilijn in oostelijke richting met 6 tot 8 meter te verbreden. Nieuwe gebouwen mochten hoger en breder worden ook aan de noorzijde van de Grote Markt. De toegang tot de Ebbingestraat werd met 7 meter verbreed. De Waagstraat keerde niet terug in de plannen.
|
|
|
|
| |
|
|
|
|
|
|