Zoek op de website

Grote Markt Oostzijde

nrs 25 - 33


Grote Markt Oostzijde in 1906 [1986-01609] Grote Markt Oostzijde in 1906 [1986-01609]

Grote Markt 25

Apotheek Van Schaik tijdens de lichtweek van 1930 Apotheek Van Schaik tijdens de lichtweek van 1930

In het eerste pand—op de hoek van het Martinikerkhof en de Grote Markt—is tegenwoordig de VVV gevestigd.

Bij de herbouw van de oostwand na de Tweede Wereldoorlog is de rooilijn maar liefst 17 meter in oostelijke richting verlegd.

Daarom kunnen we niet zeggen dat het huidige hoekpand, dat in 1953 gebouwd is, op de plaats staat van zijn vooroorlogse voorganger.

In de zeventiende eeuw woonde hier burgemeester Johan de Drews. De meeste Groningers herinneren zich de voorganger van de VVV: apotheek Sissing.

Reeds sinds 1814 was in het hoekpand een apotheek gevestigd. Toen opende apotheker Blaauw hier zijn zaak. Later werd het apotheek Van Schaik en daarna Sissing.

Grote Markt 26

Grote Markt 26 ca. 1895 Grote Markt 26 ca. 1895

De Olde Daniël

Ook in het tweede huis vanaf het Martinikerkhof woonde in de zestiende eeuw een burgemeester: Mello Coenders.

Steeds is het huis in gebruik geweest van aanzienlijke burgers.

Tot ver in de negentiende eeuw woonde er de familie Wychgel.

In de eerste helft van de twintigste eeuw diende het als kantoor van verzekeringsmaatschappij ‘Olveh van 1879’.

Ook na de oorlog kwam in het tweede huis weer een verzekeringskantoor: ‘Nationale Levensverzekeringsbank NV’, later ‘Nationale Nederlanden’.

Grote Markt 27

Grote Markt 27 - Het huis Panser Grote Markt 27 - Het huis Panser

Het huis Panser

Reeds op de tekening van Haubois viel het derde pand vanaf de hoek met het Martinikerkhof op door zijn afwijkende uiterlijk.

Het was tot april 1945 het mooiste pand van de hele rij. Hier was sinds 1774 de ‘Grote of Heerensociëteit’ gevestigd.

De naam ‘Huis Panser’ verwijst naar de vooraanstaande familie Panser die landerijen bezat tussen Zoutkamp en Vierhuizen en dit huis als pied à terre te Groningen had.

In de zeventiende eeuw woonde hier de theoloog Abraham Trommius.

Na de brand in april 1945 resteerde van dit fraaie huis slechts de gevel. De restanten ervan zijn hergebruikt in de zuidgevel van het Goudkantoor.

Grote Markt 28 - 29

Alberdahuis en Scholtenhuis

Het vierde pand vanaf het Martinikerkhof stond in de zestiende eeuw bekend als het Alberda-huis. De Alberda’s behoorden tot de belangrijkste families van het Groninger patriciaat.

Tijdens de opstand tegen de koning van Spanje nam de eigenaar, Egbert Alberda, de wijk.
Zijn huis werd toen gebruikt als residentie van de gouverneur en andere hoge militaire en civiele ambtenaren.

In de jaren 80 van de 16e eeuw lag er een grote voorraad buskruit opgeslagen. Toen de Groningers in juni 1583 groot feest vierden vanwege de gunsten die koning Philips II de stad had verleend werden vreugdeschoten gelost en vreugdevuren gesticht.

Een paar kinderen wilden hun steentje bijdragen aan de feestvreugde en staken een lont aan. Het gevolg was een geweldige explosie die enkele dodelijke slachtoffers kostte en het huis gedeeltelijk verwoestte.

Later zou de geschiedenis zich herhalen: in 1945, toen het Scholtenhuis dienst deed als hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst, lag hier ook munitie opgeslagen en ook toen was het een ontploffing die het lot van het pand bezegelde.
 

Grote Markt 28 - 29, ca. 1895 Grote Markt 28 - 29, ca. 1895

In de achttiende eeuw werd het huis ingrijpend verbouwd. De topgevel verdween en er kwam een rijk versierde lijst voor in de plaats. Sindsdien sprak met over ‘het Platte Huis’.

In 1869 is het Alberdahuis gekocht door Willem Albert Scholten.
Deze uit Gelderland afkomstige ondernemer had veel succes met zijn aardappelmeel- en suikerfabrieken en werd de grondlegger van de eerste Groningse ‘multinational’.

Hij liet zijn huis in Groningen vervangen door een residentie die paste bij zijn status als grootindustrieel.

In 1881 kocht hij de beide ten zuiden van het Alberdahuis staande percelen op, sloopte ze en liet op de plaats van de drie huizen door architect J. Maris een protserig paleis neerzetten dat een waardige tegenhanger tegenover het classicistische stadhuis moest zijn.

In de jaren van de Duitse bezetting kreeg de naam ‘Scholtenshuis’ een sinistere betekenis. Hij stond voor onderdrukking en terreur en menig verzetsstrijder is hier gefolterd.

Na de oorlog is op deze hoogte de studentensociëteit ‘Mutua Fides’ verrezen.
 

Grote Markt 30

Grote Markt 30, ca. 1895 Grote Markt 30, ca. 1895

– De stad Wesel – Het Grote Huis

Ook in het vierde huis vanaf de Poelestraat woonden aanzienlijke burgers. In de achttiende eeuw woonde hier J.H. Quintus, een hoge ambtenaar van de provincie Stad Groningen en Ommelanden en rechter in de provinciale rechtbank.

In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het pand ingericht als koffiehuis. Later kwam er een café.

Als ‘Café Poelman’ is het in april 1945 in vlammen opgegaan. Op de plaats van dit café heeft tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw een houten barak gestaan die dienst deed als VVV-kantoor.

Het was het ‘laatste gat’ van de oostwand, dat 1974 gedicht werd door de bouw van de Naberpassage.

Dit gebouw is genoemd naar de verzetsstrijder C.A.J. Naber die zich vanuit een raam van het Scholtenshuis liet doodvallen om te voorkomen dat hij tijdens een verhoor zijn vrienden zou verraden.

Grote Markt 31 en 32

Grote Markt 31 en 32 ca. 1925 Grote Markt 31 en 32 ca. 1925

Het derde huis vanaf de Poelestraat werd in de zestiende-achttiende eeuw bewoond door leden van de patricische familie Gruys.

Later woonden er andere heren van stand zoals Harco Hillarius Siccama en Hendrik Jan Trip.

Later werd de begrane grond als bedrijfsruimte in gebruik genomen.

Het diende achtereenvolgens als banketbakkerij, kunsthandel en parapluwinkel.

De Sevensteern

In dit huis woonde in de zeventiende eeuw de familie Sevensteern. Misschien heeft dit geslacht zijn naam aan het huis gegeven, maar het kan ook andersom zijn.

Ook dit huis ging in de negentiende eeuw als winkelpand dienst doen. Er werden naaimachines en later huishoudelijke artikelen verkocht.

In de twintigste eeuw zijn er achtereenvolgens verschillende winkels gevestigd geweest. De laatste was die van juwelier Oving, die een dagboek van de bevrijding van Groningen en de ondergang van zijn eigen winkel heeft nagelaten.
 

Grote Markt 33

Grote Markt 33 in 1922 Grote Markt 33 in 1922

Het pand op de hoek van de Grote Markt en de Poelestraat werd in de zeventiende eeuw bewoond door de familie Busch.

In de negentiende eeuw waren er achtereenvolgens verschillende winkelbedrijven gevestigd: een boekwinkel, een ‘mantelmagazijn’ en een zaak in heren- en damesmode.

De laatste winkel was eigendom van J. Boterweg, die in de jaren voor de oorlog in het bijzonder reclame maakte voor zijn ‘Indische uitrustingen’.

Dit winkelpand overleefde wel—als enige—de grote brand van 1945, maar niet de wederopbouwplannen van de gemeente Groningen.

Omdat de gemeenteraad afwilde van de knusheid van de oude Grote Markt en een weids open plein meer bij de moderne tijd vond passen, werd de oostwand van de Grote Markt zeventien meter naar het oosten verlegd.

Hierdoor werd het mogelijk om vanuit de Oosterstraat de Martinitoren in zijn volle lengte te zien.

Ondergang

In de avonduren van zondag 15 april 1945 ging de oude oostwand van de Grote Markt in vlammen op.

Eerst raakte apotheek Sissing (nr. 25) in brand, later ontstond ook brand in het Scholtenshuis, hoofdkwartier van de SD.

De hier opgeslagen munitie ontplofte en de brand breidde zich in korte tijd over de hele huizenrij uit. Slechts nr 33, het pand van J. Boterweg, bleef gespaard.

Grote Markt Oostzijde 1945 Grote Markt Oostzijde 1945