Zoek op de website

Het Stadhuis

Op de plaats van het huidige stadhuis stond tot 1775 het middeleeuwse raad- en wijnhuis.

Deze voorganger van het stadhuis was in de veertiende eeuw gebouwd in de vorm van een steenhuis en in 1443 uitgebreid met een aanbouw in de noordelijke richting.

Omstreeks 1450 werd het stadswijnhuis aan de oostzijde naast het raadhuis gebouwd. Beide gebouwen kregen fraaie gotische gevels.

In 1625 werd het raadhuis verfraaid met een bordes en een mooie ingangspartij en tussen raad- en wijnhuis werd een galerij gebouwd waarop de stadsmuzikanten hun spel lieten horen. Het wijnhuis had een gelagkamer waar iedereen welkom was. Verder was het een plaats voor het overleg van de burgemeesters en vonden er executoriale verkopingen plaats.

Het raad- en wijnhuis [1536-3138] Het raad- en wijnhuis [1536-3138]

Aan het eind van de 18e eeuw was het raad- en wijnhuis te bouwvallig geworden. Het complex werd in 1775 gesloopt. Vervolgens werd er een prijsvraag uitgeschreven voor de bouw van een nieuw raadhuis. Prijswinnaar werd Jacob Otten Husly, directeur van de tekenacademie in Amsterdam. Het werk werd in 1792 wegens geldgebrek stilgelegd.

Tot overmaat van ramp overleed ook nog de grootste promotor van het nieuwe stadhuis, burgemeester Van Iddekinge. Diens opvolgers voerden allerlei wijzigingen en bezuinigingen door en aan het begin van de 19e eeuw kon opnieuw met de bouw worden begonnen.

Pas in 1810, Husley was intussen overleden, kwam het nieuwe stadhuis gereed. Dit classicistische gebouw fungeerde tot het midden van de 20e eeuw als zetel van het gemeentebestuur en de ondersteundende diensten, de secretarie.

Het Stadhuis, ca.1895 [1785-4862] Het Stadhuis, ca.1895 [1785-4862]

Door de groei van de gemeentelijke organisatie was het stadhuis al ver voor de Tweede Wereldoorlog te klein geworden om de gehele secretarie te huisvesten. Bij de wederopbouw na 1945 deed zich de mogelijkheid voor om in de onmiddellijke nabijheid van het stadhuis uitbreiding te realiseren.

Doordat de gemeenteraad geen overeenstemming kon bereiken over de te kiezen oplossing (een vrijstaand gebouw, of een gebouw door een luchtbrug verbonden aan het stadhuis), en de gemeente te kampen had met financieringsproblemen, duurde het nog tot 1957 voordat men het eens was.

Uiteindelijk koos het gemeentebestuur voor een door ir. J.J. Vegter ontworpen gebouw dat met een luchtbrug met het stadhuis werd verbonden. Een monumentale trap gaf vanuit de Herestraat toegang tot die luchtbrug. Op de begane grond werden winkels en een café-restaurant gevestigd. Het ‘nieuwe stadhuis’ - zoals het gebouw al gauw werd genoemd - werd in 1962 in gebruik genomen. Maar het gebouw voldeed niet.

In 1990 besloot de gemeenteraad het af te breken en aan het vrijkomende gebied een nieuwe stedenbouwkundige invulling te geven. De vooroorlogse Waagstraat zou in ere worden hersteld, met functies als wonen, winkels en kantoren. De Italiaanse architect Adolfo Natalini kreeg de opdracht om het ontwerp te maken.

Zijn plan was in 1993 gereed en een jaar later kon met het slopen van het ‘nieuwe stadhuis’ worden begonnen. De realisering van het Waagstraat-plan duurde nog tot 28 september 1996. Toen kreeg Groningen een nieuw stadshart.

Luchtfoto van Grote Markt, Martinitoren en stadhuis. ca. 1970 [1986-06743] Luchtfoto van Grote Markt, Martinitoren en stadhuis. ca. 1970 [1986-06743]