Zoek op de website

Niemeyer

Opkomst en ondergang van de Groninger tabaksindustrie

Nieuweweg, stoom-tabaksfabriek Gruno, 1921 [1785-11279] Nieuweweg, stoom-tabaksfabriek Gruno, 1921 [1785-11279]

door Beno Hofman

Ooit telde Groningen vele grote en kleine fabrieken, die pruimtabak of rookwaren produceerden.

Een aantal werd in de loop der jaren door Theodorus Niemeyer opgeslokt, maar de meeste bedrijven hielden het na kortere of langere tijd zelf voor gezien.

Ooit bekende namen als Lieftinck, Gruno, Kranenburg en Koning leven nog slechts in de herinnering of op gevelstenen.

Opkomst

Winkeliers en grossiers zijn de eersten die tabak produceren, dat wil zeggen tabak kerven, raspen en snijden. De eerste Nederlandse sigarenmakerij bevindt zich vanaf 1826 in Kampen.

'Het wapen van Rotterdam' [1785-13617] 'Het wapen van Rotterdam' [1785-13617]

Groningen telt in 1854 volgens het dan verschijnende adresboek vijf sigarenmakers. Eén van hen – J.H. Warren in de Heerestraat – staat tevens als ‘tabaksfabrijkant’ te boek.

Onder de 28 genoemde tabaksfabrikanten bevinden zich ook F. Lieftinck en Th. Niemeijer.
Beide zijn dan nog niet zo lang als zodanig actief.

Theodorus Niemeijer begint in 1848, nadat hij in de Nieuwe Ebbingestraat de winkel en grossierderij ‘Het wapen van Rotterdam’ van zijn vader heeft overgenomen.

Franciscus Lieftinck – van ‘Het wapen van Drenthe’ bij de Heerepoort - laat in 1849 zijn zonen Franciscus jr. en Jan Harmannus in de Raamstraat de eerste steen leggen voor een tabaksfabriek.

Franciscus jr. en Ipoje Kranenburg huwen twee zusters De Witt. Zij zijn niet de enige tabaksfabrikanten, die onderling verwant raken. Zo is de dochter van fabrikant F.F. Pfeiffer getrouwd met collega T.B. Kolk. Ook Th. Niemeijer haalt zijn (tweede) vrouw uit het tabaksmilieu. Zijn huwelijk met Tettje Heckman biedt hem de mogelijkheid in 1874 de firma van haar overleden neef Hayo Willem Heckman over te nemen.

Groei

De tabaksindustrie groeit en de fabrikanten laten nieuwe bedrijfsgebouwen neerzetten. Zo laat E.F. Rost in 1879 een ‘sigarenmakerij en droogkamer’ bouwen op de hoek van de Eeldersingel en Paterswoldseweg. Niemeijer breidt uit door in 1887 het bedrijf van J. Swaagman over te nemen en vier jaar later op de hoek van het Rotterdammerstraatje en het Nieuwe Kerkhof een groot pakhuis te bouwen.

Winschoterkade 12, NV tabaksfabriek J. Gruno ca. 1926.Foto:  P.B. Kramer [1785-2529] Winschoterkade 12, NV tabaksfabriek J. Gruno ca. 1926.Foto: P.B. Kramer [1785-2529]

In 1898 doet tabaksfabrikant Jan Gruno aan de Winschoterkade hetzelfde.

Gruno is net als Lieftinck en Niemeijer een bedrijf dat van vader op zoon gaat.

Vader Jan Gruno begint ‘In de blaauwe haan’ aan het Damsterdiep als koopman en tabakskerver.

Zoon Jan verhuist het bedrijf naar de Winschoterkade en diens zonen John Henry en Julius leiden vanaf 1921.

Nadat Loot in 1907 ook het bedrijf van Kranenburg heeft overgenomen, gebruikt hij voor zijn tabaksfabriek zowel Konings naam als die van Kranenburg. En het nieuwe bedrijfspand ‘De Tabaksplant’ aan de W.A. Scholtenstraat krijgt in 1922 een tegeltableau met de naam P. Koning.

Namen

Bedrijven die niet in de familie blijven, behouden soms wel de bedrijfs- of produktnaam.

Oude Ebbingestraat 46, Tabakswinkel 'De rookende Moor', 1908 [1785-13714] Oude Ebbingestraat 46, Tabakswinkel 'De rookende Moor', 1908 [1785-13714]

Zo blijven de namen van de tabaksfabrikanten Pieter Koning en Ipoje Kranenburg voortleven na overname door R.A.J. Loot.

Deze begint in 1887 in de Oosterstraat in een pand, waar eerst T.B. Kolk en daarna P. Koning tabak heeft gemaakt.

Nadat Loot in 1907 ook het bedrijf van Kranenburg heeft overgenomen, gebruikt hij voor zijn tabaksfabriek zowel Konings naam als die van Kranenburg.

En het nieuwe bedrijfspand ‘De Tabaksplant’ aan de W.A. Scholtenstraat krijgt in 1922 een tegeltableau met de naam P. Koning.

Niemeijer is in 1909 een van de eersten die sigaretten maakt. Aanvankelijk in het in 1904 in gebruik genomen nieuwe fabrieksgebouw aan de Paterswoldseweg, maar vanaf 1918 in de oude vleesfabriek van Noack aan de Emmasingel. Hoewel deze fabriek in 1929 weer sluit, gaat Niemeijers groei aan de Paterswoldseweg gewoon door. Hiertoe draagt onder andere de overname van Lieftinck in 1932 bij.

Ondergang

In de jaren dertig en in de oorlog houden verschillende tabaksbedrijven er mee op. Voor Gruno betekent de bevrijding van de stad in Groningen het einde.

Paterswoldseweg 43, Theodorus Niemeyer NV, 1966. Fotobedrijf Piet Boonstra  [1785-29505] Paterswoldseweg 43, Theodorus Niemeyer NV, 1966. Fotobedrijf Piet Boonstra [1785-29505]

Doordat de Duitsers zich in het hoge gebouw verschansen, wordt het door de Canadezen kapot en in brand geschoten.

Bij de wederopbouw verrijst op deze plek het gebouw van de GG en GD en Gruno verkast naar Nijkerk.

Niemeyer – zoals het tegenwoordig wordt gespeld – blijft uiteindelijk als enige Groninger tabaksfabrikant over.

Een familiebedrijf is het echter al lang niet meer.

Nadat eerst het Britse Gallahar eigenaar wordt, is het vanaf 1990 van Rothmans – dat dan ook al eigenaar is van Gruno - en sinds ’99 van British American Tobacco.

Niemeyer Tabaksmuseum

Niemeyer Tabaksmuseum

Weggestopt in het Noordelijk Scheepvaartmuseum bevindt zich Niemeyers Tabaksmuseum. Naast een beeld van de algemene geschiedenis van de tabak en alles dat daarmee samenhangt, geeft het museum ook enige informatie over de Groninger tabaksindustrie. Het meeste is er uiteraard te vinden over de eigenaar van de collectie, de Koninklijke Theodorus Niemeyer BV. Op de tentoongestelde oude zakjes en pakjes zijn de namen te lezen van oude Groninger tabaksfabrikanten en merken, als Krultabak en Baaitabak. Ook de naam Samson blijkt al een heel oude. Door bezuinigingen van tabaksfabrikant Niemeijer is er onvoldoende geld om het museum open te houden en sluit deze haar deuren op 1 januari 2011.