Onder uw voorouders is misschien een militair, een soldaat of een officier.
Deze handleiding wil u op gang helpen bij uw zoektocht naar militairen in de, vaak fragmentarische, bronnen. Dit overzicht is niet volledig.
Aandacht is vooral besteed aan die bronnen, waarin naamlijsten staan of op namen kan worden gezocht. Verder gaat het in deze tekst alleen om militairen die behoorden tot de Nederlandse landmacht.
Het begin- en eindjaar van de Franse tijd, 1795 en 1813, vormen daarbij belangrijke cesuren. Per periode is aangegeven, welke bronnen bij de Groninger Archieven aanwezig zijn en welke in het Nationaal Archief te Den Haag.
Daarna volgen nog aanwijzingen voor verder onderzoek in de Groninger Archieven, bij andere instellingen en korte overzichten van belangrijke literatuur en websites.
Uitwierde : achttien gemobiliseerde militairen, gelegerd in de kazerne in het dorp, poseren in de open lucht [818-15530]
Het Staatse leger ontstond in 1576 na de Pacificatie van Gent en het werd opgeheven met de komst van de Fransen in 1795. Dit leger bestond uit 40.000 tot 52.000 man, maar in tijden van oorlog werd de sterkte meer dan verdubbeld.
Het leger was in vredestijd vooral bedoeld ter beveiliging van de Republiek. Het was in staat een stad of een vesting die werd aangevallen te ontzetten, maar veldslagen leverde dit leger niet omdat zo’n militaire actie te veel geld en te veel mensen kostte.
Het Staatse leger lag in vredestijd in de vestingen en in de versterkte steden van de Republiek. De vestingplaatsen, die op versterkte linies lagen, staan hieronder genoemd.
Op de linies:
Sluis, Sas van Gent, Hulst, Hulsterambacht, Steenbergen, Bergen op Zoom, Breda, Geertruidenberg, Heusden, ‘s Hertogenbosch, Grave, Nijmegen, Arnhem, Doesburg, Zutphen, Deventer, Zwolle, Coevorden, Bourtange, Nieuweschans en Delfzijl.
Aan de zuidgrens:
Maastricht, Venlo en Stevensweert.
Buiten de grens in het Duitse gebied, de ‘Kleefse barrière’ met de plaatsen:
Rees, Wezel, Rijnbeek, Orsoy en Meurs. Tot 1672.
Verder over de oostgrens:
Emmelkamp (Emlicheim bij Coevorden) Leeroord (Lierort bij Leer) en Emden.
Barrièresteden in België:
Veurne, Knocke, Ieper, Waasten, Meenen, Doornik, Namen en Dendermonde (tussen Gent en Antwerpen).
Het lijkt een lange opsomming van plaatsen maar bij genealogisch onderzoek kunt u met deze kennis eerder iemand als militair herkennen die uit één van deze plaatsen afkomstig is. Zo staat in de lidmatenboeken en in de ondertrouwboeken van de stad Groningen vaak: ‘van de Emmelkamp’. Dan bestaat de mogelijkheid, dat u te doen hebt met een militair uit het huidige Emlichheim.
Het leger was opgebouwd uit compagnieën, bataljons en regimenten. Een compagnie bestond uit ongeveer 55 man, een bataljon uit 7-12 compagnieën en een regiment uit 2 bataljons. Het voetvolk bestond uit soldaten en grenadiers. Aan het einde van elke winterperiode ging de officier van de compagnie op stap om nieuwe soldaten te werven. De aanstaande soldaten moesten minstens 20 jaar oud zijn.
Later werd de minimumleeftijd verlaagd tot 18 en er werden zelfs jongens van zestien gewonnen maar dan wel met een stevig postuur. Traden die toe dan waren ze eerst twee jaar cadet. De medische keuring werd uitgevoerd door de chirurgijnmajoor.
De redenen om in het leger te gaan dienen waren verschillend. Dit kon zijn een zucht naar avontuur, een uiting van vaderlandsliefde, een poging om elders passend werk te vinden, financiële omstandigheden, of een vlucht uit een crimineel verleden. Het leger was een beroepsleger. De soldij voor het voetvolk was laag. Een soldaat kreeg zes tot acht stuivers per dag.
Ter vergelijk, een dagloner kreeg in die tijd 12 stuivers per dag. Soldaten hadden in de winterperiode geen inkomsten. Verschillende militairen hadden in hun plaats van herkomst wel een vak geleerd; vaak blijkt dit als zij het militair zijn opgaven en zich vestigden.
De meeste gegevens komen voor in de doop-, trouw- en begraafboeken (toegang 124). Hiervoor kunt u de website www.allegroningers.nl raadplegen. Uitleg over de zoekmogelijkheden staan op de website en in onze informatiebladen ‘beginnen met familieonderzoek’ en ‘Groningers vinden via het internet’.
Nadere toegangen zijn te vinden onder de indexnummers 44 en 317 in de kasten 13 en 14 op onze studiezaal. Het gaat hier om klappers op de namen van getrouwde of ondertrouwde militairen in de provincie Groningen, 1648-1811 en in de stad Groningen, 1648-1811 voorkomende in de verschillende (onder)trouwboeken. In de lidmatenregisters worden personen vermeld, die afkomstig zijn uit andere garnizoensplaatsen.
Er kwamen militairen naar de stad Groningen, die afkomstig waren uit de andere 3 versterkte steden en versterkingen in en rond de Republiek. Een database van lidmaten uit Groningen staat op http://www.lidmatengroningen.nl/.
In de toegang op het archief van Hervormde gemeente Groningen (toegang 1517) staan onder inv. nrs. 329– 332 registers van nieuwe, aangenomen en van elders gekomen lidmaten.
Nadere toegangen op stad-Groninger lidmaten uit de jaren 1594-1800 zijn te vinden onder de indexnummers 132-135 en 512 (met apart namenregister) in kast 13 en 14 op onze studiezaal. In deze laatste index zijn waarschijnlijk de meeste gegevens over de trek van militairen te vinden.
Ook in de doop- trouw- en begraafboeken en eventueel lidmatenboeken van de overige garnizoensplaatsen in onze provincie kunt u militairen aantreffen en ook hiervoor kunt u op beide van de bovengenoemde internetadressen terecht.
Het gaat om de Bellingwolderschans (Oude Schans), Langakkerschans (Nieuwe Schans; zie ook index 1018), Bourtange, Delfzijl; zie ook index 1004-1006) en Lieroord (bij Leer; garnizoensplaats tot 1744). Ongeveer de helft van de militairen kwam uit Nederland of Duitsland.
De herkomst van de andere militairen is echter onduidelijk. Van de militairen genoemd in de boeken van Delfzijl is van 85% van deze militairen de herkomst niet genoemd. Vaak werden in de garnizoensplaatsen de proclamaties afgekondigd en trouwde het paar elders.
In de ondertrouwregisters van de stad Groningen wordt de herkomst van de militair vaak niet vermeld. In Lieroord komen de meeste militairen uit Duitsland, met name uit Oost-Friesland. De Staten van Stad en Lande stelden gelden ter beschikking voor het Staatse leger, maar bemoeiden zich alleen met de benoemingen in hogere rangen, niet met de aanstelling van soldaten.
Deze benoemingsbesluiten staan tussen de resoluties van Gedeputeerde Staten. Van de overige personen in het leger zijn dus verder in Groningen nauwelijks gegevens te vinden. Incidenteel zijn (al dan niet fragmentarische) lijsten bewaard gebleven. Een opsomming volgt hieronder:
- archief van de Staten van Stad en Lande (toegang 1, inv. nrs. 739-740 - ’Commissieboek van militaire ampten’, 1625–1745), 749-803 - verbalen van visitatiereizen van gecommiteerden uit de Gedeputeerden langs de schansen van Westerwolde, 1738–1742, inv. nr. 807 - monsterrol van de ritmeester Philips S. van der Wengé, 1665. Met een lijstje van namen en plaatsen van herkomst, inv. nrs. 1542- 1543 - resoluties van de Staten Generaal. Met naamlijst op militairen, 1711).
- archieven van de Staten van de Ommelanden (toegang 2, inv. nr. 588 - lijst van ontvangst van militaire en politieke equivalenten, 1760– 1796, inv. nr. 1284 - register van betalingsordonnanties van militairen, 1677–1678).
- archief van het stadsbestuur van Groningen, 1594–1815 (toegang 1605, inv. nr. 683 - bemanning van oorlogsschepen, 1639–1642).
- archief van de diaconie van de Hervormde gemeente Groningen (toegang 1329, inv. nr. 314 - bedeelde soldatenvrouwen, 1705-1745).
- archief van het Borgerregiment Groningen, 1597-1795 (toegang 1367, inv. nr. 11 - breukenboek van de hopmannen, 1670-1795 en inv. nr. 12 - gedrukte lijst van officieren in Groningen, 1749).
Het aantal bronnen over deze periode is vrij beperkt en onvolledig. Vooral over militairen met de rang van onderofficier of lager zijn slechts weinig of geen gegevens terug te vinden. Er is alleen een beperkt aantal stamboeken (met staten van dienst) uit de 18e eeuw bewaard gebleven.
De commissies (benoemingen) van officieren staan in de commissieboeken van de Raad van State; daarop is een klapper aanwezig. (De benoemingen van lagere officieren staan in de resoluties van het gewest, waarbij zij in betaling stonden).
Geschiedenis en rekrutering
Toen Nederland als Bataafse Republiek onder Frans gezag kwam, werd het Staatse leger opgeheven. De Bataafse republiek kreeg een leger van ongeveer 34000 man. Dit leger bestond voor een deel uit oud-militairen van het Staatse leger. Mensen die niet wilden dienen onder Frans gezag, verlieten de dienst of gingen met pensioen.
Daarnaast kreeg Nederland nog de lasten te dragen van 25000 Franse militairen die in Nederland werden gestationeerd. Hoewel deze troepensterkte korte tijd daarna tot 8000 man verminderde bleef de Bataafse Republiek de volle lasten dragen. Het Bataafse leger nam aan verschillende militaire acties van de Fransen deel.
In 1805 verminderde het Nederlands bestuur het Nederlands leger tot 22000 man en het formeerde een elitekorps van 1350 man. Dit elitekorps werd door Lodewijk Napoleon, binnen het koninkrijk Holland (1806-1810) uitgebreid tot 7000 man, maar het totale leger bleef 22000 man tellen.
Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk ging het Nederlandse leger op in het Franse. Daarnaast werd voor de Nederlanders de militaire dienstplicht ingevoerd. Wie niet wilde dienen kon een remplaçant benoemen, maar arme lieden die geen vervanger konden bekostigen, moesten zelf het leger in. Zo vervulden ongeveer 28000 Nederlanders in de periode 1811 - 1813 hun dienstplicht in het Franse leger.
De helft hiervan behoorde tot de Grande Armée, waarmee Napoleon in 1812 Rusland binnenviel. Voor de terugtocht uit Rusland riep Napoleon mannen op uit de gegoede stand: ruiters die paard en uitrusting zelf moesten bekostigen.
Dit waren de ‘Gardes d’ honneur’. Vervanging was bij deze oproep niet mogelijk.
De verplichte militaire dienst werd in Nederland dus voor het eerst in de Franse tijd in 1811 ingevoerd en heette conscriptie. Vanaf die tijd bestond het leger uit beroepsmilitairen en dienstplichtigen.
Alle mannen die de leeftijd van twintig jaar bereikt hadden, waren dienstplichtig. Degenen die ingeloot werden, konden dus een plaatsvervanger aanstellen.
Conscriptielijsten
Per lichting werden twee lijsten van conscrits (lotelingen) opgesteld. Een ‘liste du tirage’ (trekkingslijst) en een ‘liste alphabetiques’ (alfabetische lijst van ‘conscrits’). De alfabetische lijst bevat per kanton, per plaats, de naam van de lotelingen. Van hen wordt onder meer vermeld:
- nummer
- naam en voornaam
- plaats en datum van geboorte
- lengte
- woonplaats
- de namen en voornamen van de ouders
- beroep van de dienstplichtige
- beroep van vader en moeder
- trekkingsnummer
De conscriptielijsten bevinden zich in de rijksarchieven in de provincie in de archieven uit de Franse tijd, voor zover ze tenminste bewaard gebleven zijn.
Onderstaand een opgave van archiefstukken met lijsten met namen van militairen en genomineerde militairen.
- archief van de Staten van Stad en Lande (toegang 1, inv. nr. 1278 -naamlijst militaire officieren in dienst van de Bataafse Republiek, 1797).
- archieven van de Gewestelijke Besturen (toegang 3, inv. nrs. 506-507 - lijsten van verleende paspoorten (een index hierop staat onder nr. 12 in kast 13 op onze studiezaal. In deze lijsten komen niet uitsluitend militairen voor), inv. nr. 905 - lijsten van gepensioneerde officieren en manschappen woonachtig te Groningen, opgemaakt in 1810 (met index onder nr. 17 in kast 13 op onze studiezaal), inv. nrs. 1664–1666 - stukken betreffende de conscriptie, 1810–1813, inv. nr. 1810 - lijsten voor de formatie van de garde d’ honneur, 1813 (met index onder nr. 14 in kast 13), inv. nrs. 1898-1902 - ‘Garde nationale’ - lijsten van alle mannen van 20-40 jaar met opgave van hun burgerlijke staat uit het kanton Winschoten, Veendam, Pekela, Weener en Jemgum (nu: Oost-Friesland, Duitsland), 1813 (met index onder nr. 13 in kast 13) en inv. nrs. 1903–1906 - trekkinglijst van de tweede cohorte der nationale garde, 1813 (met index onder nr. 15 in kast 13 op onze studiezaal).
-
archief van het gemeentebestuur van Groningen, 1594–1815 (toegang 1605, inv. nr. 1277 - ‘stamboek’, 1807-1811 (staten bevattende gegevens over de leden van het bataillon gewapende burgermacht), inv. nrs. 27, 1278/1 en 1278/2 - ‘registratielijst’, [1799] en [1804]
(staten bevattende gegevens van de mannelijke inwoners van 18 jaar en ouder ter voorbereiding van de gewapende burgerwacht), inv. nr. 1262 - ‘liste alphabétique des conscrits’, 1808 (staten bevattende gegevens over de dienstplichtigen van de gemeente Groningen. Met aantekeningen tot 1811). - Archief van de Commissie (later hoofddirectie) militaire inkwartiering (toegang 1354, inv. nr. 19 - lijsten van uitgetrokken en vrijwillige militairen naar Delfzijl en Coevorden, 1813, z.j.).
De serie stamboeken militairen (1795-1810) in het Nationaal Archief is helaas incompleet. De aanwezige indexen zijn in de studiezaal van het Nationaal Archief te raadplegen. Ook in het Nationaal Archief zijn te vinden de pensioenregisters en lijsten van Nederlanders in de jaren 1792- 1815 in Franse krijgsdienst en in militaire hospitalen overleden.
De indexen hierop bevinden zich in de studiezaal van zowel het Nationaal Archief als in die van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG). De gedrukte officiersboekjes maken deel uit van een serie, die in 1725 begon en doorloopt tot 1989. Ook deze serie kent een groot aantal hiaten omdat niet in elk jaar een uitgave verscheen.
Ze is te vinden in enkele grote bibliotheken, waaronder natuurlijk die van het Nationaal Archief zelf. Onderzoek naar militairen uit de periode 1810- 1813 is erg lastig. Dit omdat de staten van dienst uit die tijd staan opgetekend in stamboeken van Franse onderdelen. Deze berusten bij de ‘Service Historique de l’ Armée de Terre’ in de buurt van Parijs.
Om daar te kunnen zoeken, moet u weten in welk onderdeel de gezochte persoon diende. Vooral voor dienstplichtigen is dat slechts maar in enkele gevallen mogelijk.
Woordenlijst
Artillerie = zwaar geschut ter ondersteuning van infanterie en cavalerie
Certificaat = verklaring
Conscrit = dienstplichtige
Genie = bouwtechnische afdeling (bruggen en wegen)
Index = alfabetische lijst (van namen), met verwijzing naar plaats vermelding
Artillerie = zwaar geschut ter ondersteuning van infanterie en cavalerie
Remplaçant = plaatsvervanger
Certificaat = verklaring
Geschiedenis en rekrutering
In 1813 werd de gehate conscriptie (dienstplicht) afgeschaft. Maar in 1814 bepaalde de Grondwet dat er een Nationale Militie moest komen ter verdediging van het land. Deze Nationale Militie zou bestaan uit een beroepsleger en uit de Marine. De Nationale Militie zou naast beroepskrachten bestaan uit vrijwilligers.
In geval zich niet voldoende krachten zouden aanmelden, moest het tekort door dienstplichtigen worden aangevuld. Hoewel vrijwilligheid voorop stond, werd het grootste deel der ‘miliciens’ door loting ingelijfd bij de Nationale Militie.
Iedere mannelijke ingezetene die de leeftijd van achttien jaar bereikte moest zich melden bij de burgemeester die hem inschreef in het ‘inschrijvingsregister’. Van deze registers, die zich in het gemeentehuis bevonden, werden alfabetische naamlijsten gemaakt.
Een tweede exemplaar van het inschrijvingsregister werd naar de militiecommissaris gestuurd die zorgde voor de loting van de ingeschrevenen. Hierna gingen de lotingregisters naar de militieraad, die de verzoeken tot vrijstelling, in verband met lichamelijke gebreken of broederdienst, beoordeelde.
Was iemand ingeloot dan kon hij een plaatsvervanger (remplaçant) zoeken die de dienstplicht voor hem vervulde. De militieraad moest wel akkoord gaan met de plaatsvervanger die hij voordroeg.
Na beëindiging van de werkzaamheden leverde de militieraad alle registers in bij de Commissaris van de Koning(in). Een tweede exemplaar van de lotingregisters stuurde de raad naar de gemeenten.
In de Groninger Archieven kunt u op verschillende plaatsen inschrijvings- en lotingsregisters - ook wel militieregisters genoemd - raadplegen.
- archieven van de Commissaris van de Koning(in) (toegang 800, inv. nrs. 5626-5966 - lotingsregisters. Met alfabetische indexen over de periode 1863-1928 (indexen op militairen tot 1939).
- archief van het stadsbestuur van Groningen, 1594-1816 (toegang 1605, inv. nrs. 1319-1321 - inschrijvings- en lotingsregisters. Met de indexen over de jaren 1813-1815).
- archief van het gemeentebestuur van Groningen, 1816-1916 (toegang 1399), inv. nrs. 10664-10985 (inschrijvings-/lotingsregisters. Met indexen over de jaren 1816-1916).
- archief van de voormalige gemeente Noorddijk (toegang 1491, inv. nrs. 757-829 - inschrijvings-/ lotingsregisters. Met indexen).
De certificaten van militie bevinden zich tot het jaar 1912 in de bijlagen bij de huwelijksakten. Elke man die in het huwelijk wilde treden, diende een verklaring te vragen aan de Commissaris van de Koning(in), waaruit bleek dat hij ingeschreven stond in de registers van de Nationale Militie.
Vaak bevat het stuk ook een beschrijving van het uiterlijk van de loteling, zoals haarkleur, kleur van de ogen, de vorm van het gezicht en lichaamlengte. Deze bijlagen zijn openbaar en staan voor het grootste deel op microfilms en –fiches, die in onze studiezaal geraadpleegd kunnen worden.
Voor de periode 1814-ca. 1925 beschikt het Nationaal Archief te Den Haag over de stamboeken van de Landmacht en van het Indisch leger. In deze registers staan de staten van dienst opgetekend. Naast personalia vinden we signalement, data van indiensttreding, bevordering, overplaatsing, persoonsgegevens, eventuele krijgsverrichtingen, verwondingen en uitgereikte onderscheidingen. Er zijn twee series:
- stamboeken van officieren. Met naamindex, beschikbaar in de studiezaal van het Nationaal Archief.
- stamboeken van onderofficieren en minderen. Om hierin een naam te kunnen vinden moet u weten in welk onderdeel iemand gediend heeft. Dit gegeven kan vermeld zijn in de bijlagen bij de huwelijksakten of in de lotelingsregisters. Ook in het Nationaal Archief aanwezig zijn een collectie pensioensregisters van militairen en burgerpersoneel van de Landmacht over de periode 1813-1927 en verschillende stamboeken en pensioenregisters van marinepersoneel.
De inschrijvingsregisters van de ‘Landstorm’ en de ‘Landweer’ bevinden zich in het archief van het gemeentebestuur van Groningen, 1816-1916 (toegang 1399, inv. nrs. 11001-11084) en in het
archief van de Commissaris van de Koning(in) (toegang 800, inv. nrs. 5978-5984). Deze beide groepen vormden de reserves voor de landverdediging.
De Landweer kwam in de plaats van de opgeheven schutterijen en bestond uit militairen die onder de wapenen waren geweest. Voor de Landstorm werden de mannen ingeschreven die om één of andere reden vrijgesteld waren van de militaire dienst en ontslagenen uit de Landweer.
De ‘Vereniging Het metalen kruis’ werd opgericht in 1853. De leden waren allen onderscheiden met het metalen kruis. Het archief van de afdeling Groningen van de vereniging is beschreven in toegang 485. Onder inv. nr. 5 vindt u de namen van de leden.
In de jaargang 1960 van het tijdschrift ‘Gens Nostra’ (studiezaal, kast 48), pag. 45-48 staan in alfabetische volgorde de leden vermeld, zodat voor raadpleging van het verenigingsarchief in deze lijst gekeken kan worden of de gezochte persoon onder de leden voorkomt. Andere archieven die mogelijk relevant materiaal bevatten zijn:
- archief van de Vrijwillige Flankeurscompagnie in de provincie Groningen, 1830-1831 (toegang 60).
- archief van de Krijgsraad in de provincie Groningen, 1814–1899 (toegang 147).
- archief van de inspecteur-generaal van de geneeskundige dienst der Koninklijke Landmacht, 1912-1921 (toegang 962), waarin: keuringsregisters van de provincie Groningen).
- archief van de Winschoter burgerwacht, 1919- 1939 (toegang 1051).
- archief van de Militieraad van de provincie Groningen, 1821-1916 (toegang 1145).
Daarnaast zijn nog aanwezig de schutterijarchieven. De ‘Provisorische Municipaliteit’ van de stad Groningen besloot tot reorganisatie van alle bestaande korpsen zoals de burgerregimenten door deze op te heffen en alleen de Gewapende Burgermacht of Schutterij verplicht te stellen voor mannen van 18-55 jaar.
Het bataljon bestond uit 600 man en kende 1 compagnie grenadiers, 4 compagnieën fuseliers en een staf. Vanaf 1815 wordt de Gewapende Burgermacht de Schutterij genoemd. De archieven van Schutterijen in de provincie Groningen zijn beschreven in toegang 58.
In plaatsen van 2500 of meer inwoners kwamen als vanouds Schutterijen. Vanaf 1827 moesten mannen tussen de 25 en de 34 jaar daarin verplicht dienst doen, soms zelfs naast hun verplichting voor de Nationale Militie.
In kleinere plaatsen werden ‘rustende Schutterijen’ ingesteld. In 1902 maakte de Landweerwet een eind aan het bestaan van deze militaire instelling. De Schutterij van de stad Groningen werd pas in 1907 opgeheven. De stad Groningen heeft een goed bewaard archief van de dienstdoende Schutterij (toegang 1376).
Hierin zijn ook gegevens te vinden van personen die dienst hebben gedaan. Ook in het archief van het gemeentebestuur, 1816-1916 (toegang 1399) zitten stukken over de Schutterij (inv. nrs. 10986-10998).
Het Nationaal Archief in Den Haag (www.nationaalarchief.nl)
Uit het bovenstaande blijkt dat hier veel gegevens over militairen aanwezig zijn. Het overzicht betrof echter alleen de belangrijkste en meest algemene bronnen. In de studiezaal van het Nationaal Archief echter staan meerdere inventarissen en klappers, die voor u waardevol materiaal kunnen bevatten. Ook zijn in de studiezaal meerdere onderzoeksgidsen en zoekwijzers over dit onderwerp beschikbaar. Wij raden u aan zich bij een bezoek aan deze studiezaal tot de medewerkers daar te richten om advies en hulp.
Het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag (www.cbg.nl)
Het Centraal Bureau beschikt over vele naslagwerken, microfiches van klappers en een paar particuliere collecties specifiek over militairen. Tegen betaling kunt u onderzoek doen in de studiezaal van het CBG. Het CBG heeft verschillende onderzoeksgidsen gepubliceerd, ook voor onderzoek op dit terrein.
Gemeenten in de provincie Groningen
In de gemeenten in de provincie worden ook de militieregisters bewaard. Omdat de lotingsregisters uit het archief van de Commissaris van de Koning(in) (Gr. Archieven, tg. 800) pas vanaf 1863 bewaard zijn gebleven, kunt u voor dergelijke gegevens uit de voorgaande periode uw geluk beproeven bij de archieven van de gemeentebesturen. In sommige van die archieven zijn ook stukken van de dienstdoende schutterij bewaard gebleven. Een kleine vergelijking van de gepubliceerde inventarissen van de gemeentearchieven maakte duidelijk dat het beeld van de aanwezige stukken betreffende militairen heel wisselend is. In de bibliotheek van de Groninger Archieven staan de inventarissen van veel Groninger gemeenten. Ook zijn ze via de website www.groningerarchiefnet.nl te bekijken. Om de stukken zelf te raadplegen, kunt u contact opnemen met de beheerder van het archief in de betreffende gemeente. Namen, adressen en telefoonnummers vindt u in de folder ‘Archieven in Groningen’. Raadpleging is slechts mogelijk op afspraak.
Instituut voor Militaire Historie in Den Haag (www.nimh.nl)
Gevestigd in de voormalige Alexanderkazerne, vormt dit instituut een kennis- en onderzoekscentrum voor de Nederlandse militaire geschiedenis. Onder ‘genealogie’ vindt u op de website bronverwijzingen en enkele nadere toegangen op personen in dienst van land- en luchtmacht, marine en marechaussee. Alle belangrijke archieven echter berusten in het Nationaal Archief. Het instituut beschikt over een uitgebreide bibliotheek en documentatiecollectie.
www.soldaten-genealogie.nl > militaire databases per eeuw en thema
www.milwiki.nl > hulp bij onderzoek naar militaire voorouders
www.marsethistoria.nl > Nederlandse militaire geschiedenis, met links
Verschenen in de serie Mededelingen van de Sectie Krijgsgeschiedenis Koninklijke Landmacht:
- Ringoir, H., ‘Afstammingen en voortzettingen der infanterie’, Den Haag, 1977
- Ringoir, H., ‘Afstammingen en voortzettingen der infanterie’, Den Haag, 1979
- Ringoir, H., ‘Hoofdofficieren der infanterie van 1568 tot 1813’, Den Haag, 1981
- Ringoir, H., ‘Nederlandse generaals van 1568 tot 1940’, Den Haag, 1981
- Ringoir, H., ‘Vredesgarnizoenen van 1715 tot 1795 en 1815 tot 1940’, Den Haag 1980. Dit zeer nuttige overzicht help u onder meer, als u weet waar en wanneer betrokkene gelegerd was, maar niet in welk onderdeel. U vindt dan ook de volgende garnizoensplaatsen van dat onderdeel.
- Ringoir, H., ‘Afstammingen en voortzettingen der cavalerie en wielrijders’, Den Haag, 1978.
- Ringoir, H., ‘Afstammingen en voortzettingen der genie en trein’, Den Haag 1979.
- Ringoir, H., ‘Gegevens over vaandels en standaarden’, Den Haag, 1966.
- Aalderink, H., ‘Inlichtingen omtrent de opheffing der schutterij, de nationale militie, de landweer, het voorbereidend militair onderricht of de vrijwillige oefeningen, het reserve kader’, Groningen, 1902.
- Drie, R. van, ‘Opkomen voor je nummer. Nationale militie in de negentiende eeuw’ in: ‘Kwartaalblad Genealogie’, 2000, afl. 2 (juni).
- Dronkers, J.M.G.A., ‘De Generaals van het Koninkrijk Holland, 1806–1810’, Den Haag 1969.
- Graaff, H.H.A. de, ‘De militairrechterlijke organisatie, 1795-1955’, Den Haag, 1957.
- Hoof, J.P.C.M., ‘Enkele richtlijnen voor het verrichten van genealogisch onderzoek naar militairen, behoord hebbende tot de Nederlandse troepen te land’ in: ‘Gens Nostra’, 1984, p. 249-263. Dit artikel is misschien op detailpunten wat verouderd, maar biedt wel een helder overzicht van bronnen en mogelijkheden.
- Hoof, J.P.C.M; ‘Militairen in de Bataafs-Franse tijd’ in: ‘Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie’, 1995, p. 194-210. (Studiezaal Groninger Archieven)
- Koerhuis, B. en Mulken, W., ‘De militieregisters. 1815–1922’, Den Haag 1986. (Serie Broncommentaren, V).
- Kuiken, D.F., ‘Van gene zijde van het Kanaal, huwelijken van Schotten, Engelsen en Ieren in de stad Groningen,1595-1672’ in: ‘Nederlandse Leeuw’, 1994, p. 157-182.
- Mac Lean, J., ‘De huwelijksintekeningen van Schotse militairen in Nederland. 1574–1665’, met index. (toegangnummer 1769, cat. nr. 12287).
- Krijnen, P., ‘De vrijwillige bijzondere landstorm tijdens het interbellum. 1918-1940’ in: ‘Zo nodig met behulp van wapens’, geschiedenis van rechtse paramilitaire organisaties in Nederland, Amsterdam 1983, p. 19-37.
- Gosses, I.H., ‘Naar aanleiding van den terugkeer der Groningen vrijwillige flankeurs, alsmede lijst van leden der vrijwillige flankeurscompagnie van Groninger en Franeker studenten’ in: ‘Groninger volksalmanak’, 1932, p. 20-61.
- Veldhuis, A. en Hartog, H., ‘Militaire bronnen’, in: ‘Huppeldepup’, april 1997, p. 37-39.
- Zwitser, H.L., ‘De ‘militie van de staat’, het leger in de Republiek der Verenigde Nederlanden, Amsterdam, 1991.



















