Of u nu onderzoek doet naar de historie van een gebouw of naar uw familiegeschiedenis, de kans is groot dat u kadastraal onderzoek moet doen. Onderzoek naar onroerend goed gaat meestal over eigendom.
Maar kadastraal onderzoek verschaft ons meer dan alleen de naam van een eigenaar. Het is ook een handig, soms zelfs onmisbaar hulpmiddel bij de juiste identificatie van een pand of een stuk land.
Zo kan aan de ontwikkeling in het perceelnummer de precieze locatie door de tijd worden afgeleid.
Wat is het Kadaster?
Als het gaat om de registratie van onroerend goed en grondbezit vormen de archieven van het Kadaster de belangrijkste bron. Het Kadaster verzamelt alle gegevens over registergoederen in Nederland. Hieronder wordt onroerend goed of vastgoed verstaan.
Dit kunnen huizen, appartementen en andere gebouwen zijn, maar ook percelen en alle andere werken die ‘duurzaam met die grond zijn verenigd’. Ook bepaald roerend goed , zoals het bezit van schepen en vliegtuigen, wordt bijgehouden.
De administratie van het instituut dat wij tegenwoordig het Kadaster noemen, is ontstaan uit een tweetal instellingen: het Kadaster en het Hypotheekkantoor. In 1838 – kort na hun ontstaan – werden beide administraties samengevoegd tot de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers.
Waarom is het er?
De dienst komt voort uit de Bataafs-Franse tijd (1795-1813), toen men ernaar streefde om de directe belastingen (belasting op eigendom) te moderniseren en te komen tot een rechtvaardiger belastingstelsel.
Door het zo nauwgezet mogelijk in kaart brengen van het eigendom kon vervolgens de waarde hiervan geschat worden.
Die waardeschattingen dienden vervolgens als grondslag voor de belastingheffing. Ook werd zo een beter inzicht verkregen in de wijzigingen in het bezit en gebruik van onroerend goed.
Hoe zijn de percelen tot stand gekomen?
Eerst werden de (kadastrale) gemeentegrenzen vastgelegd. Deze gemeenten zijn te vinden in de beschrijving van het archief van de inspectie van het Kadaster (> Groninger Archieven, toegang 1104).
Vervolgens werden de gemeenten in secties ingedeeld. Binnen die secties werden de afzonderlijke percelen opgemeten en doorlopend genummerd. Dit kadastrale nummer of perceelnummer is in de loop der tijd vrijwel altijd een of meerdere keren veranderd, bijvoorbeeld bij splitsing of samenvoeging van percelen.
In zulke gevallen worden nieuwe nummers toegekend en komen de oude te vervallen.
In 1812 werd begonnen met de metingen, maar het duurde tot 1 oktober 1832 voor dit voorbereidende werk was afgerond en het Kadaster in Nederland officieel van start kon gaan.
De verzamelde gegevens werden vastgelegd op kaarten en in kadastrale leggers op artikel of perceel. Later werden meer toegangen op het materiaal toegevoegd.
Perceel- of huisnummers
Kadastrale nummers of perceelnummers kunnen gemakkelijk verward worden met huisnummers, maar het zijn twee onafhankelijke nummeringssystemen. Weet u het ene nummer, maar niet het andere?
In het archief van de ‘dienst der directe belastingen’ (grondbelastingen, zie de Groninger Archieven, toegang 797) worden soms beide nummers per perceel genoemd. Hiermee kunt u kijken of u nog op het spoor van het door u gezochte huis zit.
Hoe ging de overdracht van goederen in zijn werk?
Vóór 1811 vond de formele overdracht van onroerend goed plaats voor de plaatselijke gerechten. Daarna kon in Groningen de overdracht formeel voor een notaris worden geregeld. Tot 1956 was een dergelijke formele overdracht echter geen vereiste voor de rechtsgeldigheid ervan.
Op basis van een onderhandse akte – dus zonder dat er een notaris aan te pas kwam – kon eigendom ook worden overgedragen. Dit in tegenstelling tot de verstrekking van hypotheken, waarvoor al vanaf 1838 (met de invoering van het Burgerlijk Wetboek) de tussenkomst van een notaris verplicht was.
Na 1956 werd de tussenkomst van een notaris bij elke vorm van eigendomsoverdracht – met of zonder hypotheek - verplicht gesteld. Desondanks werden ook vóór die tijd veel koopakten bij een notaris geregistreerd.
Redenen hiervoor waren dat de hypotheekregistratie door een notaris wél verplicht was, en bovendien bezat een bij de notaris gesloten overeenkomst ook voor 1956 meer rechtskracht dan een onderhandse koop.
1. Kadastraal basismateriaal van 1832
- Minuutplans (op www.hisgis.nl of op microfiche in de studiezaal, kast 5): kaarten op schaal 1:1250, 1:2500 en 1:5000 die grafisch de beginsituatie van het Kadaster (ca. 1832) weergeven, met de ligging van de percelen. De stukken zijn geordend op kadastrale gemeente, en daarbinnen op sectieletter en –nummer. Daarnaast zijn per kadastrale gemeente destijds ook overzichtskaarten gemaakt, waarop de indelingen in secties staan weergegeven. Ook deze staan op internet en op microfiche. De minuutplans zijn onveranderbaar, in de zin dat de ligging van de na 1832 vernummerde percelen steeds op bijbladen werd weergegeven. In sommige gevallen echter werden minuutplans toch hermeten, waarbij het oude minuutplan verviel. Een dergelijke situatie deed zich bijvoorbeeld bij ruilverkavelingen voor. Microfiches van deze hermeten minuutplans zijn te vinden tussen die van de oude minuutplans.
- ‘ Bladwijzer voor de kadasterplans’ (studiezaal, kast 19): een ander hulpmiddel bij het zoeken naar de juiste sectieletter en het sectienummer.
- Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s) (www.hisgis.nl en op microfiches, kast 5). Deze registers geven op volgorde van het perceelnummer informatie over eigenaar, perceelgrootte en vruchtgebruik. Ze tonen net als de bijbehorende minuutplans een beeld van de kadastrale uitgangssituatie rond 1832. Overigens is het mogelijk dat dit basismateriaal niet per se de actuele situatie van 1832 weergeeft. De gegevens zijn gedurende enkele jaren verzameld en konden in 1832 alweer achterhaald zijn.
2. Kadastraal basismateriaal 1811-1832
-
Registers voor de grondbelasting, 1814-1832 (toegang 1103).
In deze registers worden per gemeente de eigenaren en vruchtgebruikers van (on)gebouwde eigendommen vermeld. - Het archief van de Inspecteur van het Kadaster, 1819-1838 (toegang 1104).
-
‘ De lijsten der eigendommen’:
Over de periode 1818-1832 werd alfabetisch per gemeente een overzicht van het bezit aan onroerend goed per eigenaar of vruchtgebruiker aangelegd, waarop een waardeschatting werd gemaakt. - ‘ De overzichten van lopende pachtcontracten’: Informatie over eigenaren/ pachters met verwijzingen naar notariële registraties.
- ‘ Stukken betreffende polder- en dijklasten’: informatie over de eigenaren van vaarten, kanalen en wegen.
3. De Kadastrale boekhouding, 1832 - heden
-
Suppletoire Aanwijzende Tafels (SAT’s) (op microfiches, kast 5)
Bevatten mutaties op de OAT’s en de hierop volgende kadastrale leggers tot 1844. Na 1844 werden veranderingen in het bezit van bestaande percelen in de ‘percelenregisters nr. 71’ geregistreerd en gaven de SAT’s alleen inzicht in de eigendomsgegevens van nieuw gevormde percelen (o.a. door splitsing/samenvoeging). In 1863 werden ze afgeschaft. In het archief van de dienst der directe belastingen (toegangsnummer 797) zijn een aantal originele OAT’s en SAT’s te vinden. -
Digilegger (studiezaal)
Geautomatiseerd systeem, alleen te raadplegen in de studiezaal, voor het raadplegen van de registers van de kadastrale boekhouding. Centraal in deze boekhouding staan een drietal registers: de kadastrale leggers (register nr. 84) en een tweetal toegangen daarop, de percelenregisters (register nr. 71) en de naamlijsten. - Bij de verschillende gemeenten in onze provincie bevindt zich doorgaans ook kadastraal materiaal. Dit blijft dan uiteraard wel steeds beperkt tot dat wat voor die specifieke gemeente relevant is. Voor een deel is nadere informatie te vinden op: www.groningerarchiefnet.nl
Hoe zoekt u in het Kadaster?
Kadastraal onderzoek begint meestal met een kadastraal nummer van het pand. Dit kan in de loop der jaren gewijzigd zijn, het is zaak deze wijzigingen allemaal op te sporen. Het kadastrale perceelnummer kunt u vinden in een koopakte, een (ver)bouwvergunning, een testament, of op een kadastrale kaart.
Als het door u gezochte pand dateert van vóór de invoering van het Kadaster, dus vóór 1832, kunt u voor de bepaling van het perceelnummer het beste eerst kijken in de kadastrale minuutplans. De gegevens staan op volgorde van perceelnummer in de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels. Beide archiefbronnen zijn digitaal te raadplegen via www.hisgis.nl. De originelen bevinden zich bij de Groninger Archieven.
Bij twijfel over de exacte locatie van het pand op het minuutplan is het raadzaam via een recenter perceelnummer terug te zoeken naar het oorspronkelijke nummer. Dit kunt u doen met behulp van de registers uit de kadastrale boekhouding. Vooruitzoeken
op basis van een oud kadastraal nummer is ook mogelijk. Veel van het onderzoek kunt u bij de Groninger Archieven doen. In een enkel geval zult u voor uw onderzoek naar het Kadaster moeten.
Hoe zoekt u met de Digilegger-database
Met de Digilegger kunt u digitaal zoeken in de Kadastrale boekhouding. U zoekt steeds aan de hand van een kadastraal nummer.
De Digilegger is alleen in de studiezaal van de Groninger Archieven te raadplegen (inlognaam en wachtwoord zijn bekend bij onze baliemedewerkers).
U zoekt binnen een bepaalde vestiging, bijvoorbeeld Groningen, naar de gewenste kadastrale gemeente. Deze is aangeduid met een code. Een lijst met alle gebruikte codes is verkrijgbaar in de studiezaalbalie. Een lijst van alle kadastrale gemeenten in de provincie Groningen staat in toegang 1104 (kast 11).
Voor het vinden van de juiste sectie vult u de letter van het bij u bekende kadastrale perceelnummer in. Vervolgens klikt u op de toets ‘register 71’. U krijgt nu een overzicht
van de bij deze sectie behorende registers.
Door naar de per register behandelde perceelnummers in de laatste kolom te kijken, bepaalt u welk(e) register(s) u nodig hebt. Door dubbelklikken verschijnt het gekozen register in beeld. Zoeken in de kadastrale leggers op naam van de eigenaar is (nog) niet mogelijk via de Digilegger. Voor het gebruik van de naamlijsten bent u dus voorlopig nog aangewezen op de originele registers.
Deze bevinden zich deels bij de Groninger Archieven (hulpdepot Hoogkerk) en deels bij het Kadaster.
Hypothecaire boekhouding (1811-heden)
Hypotheekregisters zijn vanaf 1 maart 1811 aangelegd. In de registers staan alle hypotheekakten ter verkrijging van onroerend goed en schepen en alle andere rechtshandelingen die op dit type goederen betrekking hebben.
Deze boekhouding kent twee formaliteiten: het inschrijven van borderellen (uittreksels) van hypotheekakten en het overschrijven van akten van overdracht van onroerende goederen en alle daarop rustende
zakelijke rechten. Vanaf 1838 is registratie voorwaarde voor de rechtsgeldigheid.
Hypotheekregisters zijn ingericht per kantoor. De provincie Groningen kende aanvankelijk drie kantoren met aan het hoofd van elk een hypotheekbewaarder: in Groningen, Appingedam (na 1946: Groningen) en Winschoten (na 1964: Groningen).
De wijze van registratie verschilt per periode:
- 1811 : Per arrondissement werd een inschrijfregister op hypotheken aangelegd. De toegang erop werd gevormd door een alfabetische naamwijzer op schuldenaar. De registraties (toegangsnummer 43) zijn niet compleet.
-
1812-1838 : Kern van de administratie wordt gevormd door een ‘register van inschrijving’ (registernummer. 42) en een ‘register van overschrijving’ (registernummer 43).
Beide zijn te vinden in het archief van de Hypotheekbewaarder (toegangsnummer 43). In het eerstgenoemde register treft u afschriften van hypotheekinschrijving aan. Voor de volledige tekst van de hypotheekafsluiting moet u de notariële akten raadplegen. In het register van overschrijving staan onder meer de akten van eigendomsoverdracht van onroerende goederen. De betreffende notariële akten zijn in dit register in chronologische volgorde volledig overgeschreven. De toegang op beide registers wordt gevormd door de in de naamindex op schuldenaar (registernummer 47) gevonden verwijzing naar het deel en vak in het repertorium (registernummer 46). Hierin wordt vervolgens verwezen naar het deel en volgnummer in elk van de registers. Kent men de naam van de schuldenaar niet dan kan chronologisch worden gezocht in het Dagregister (registernummer 9). - 1838-1878 : Over deze periode bevinden zich geen bronnen bij de Groninger Archieven, deze berusten bij het Kadaster.
- 1879-1949 : Over deze periode kan op perceelnummer worden gezocht in een nieuw register (registernummer 69a, te vinden in toegangsnummer 43). Dit register verwijst tot de invoering van het geautomatiseerd systeem in 1990 alleen nog naar de hypotheekinschrijvingen in het vernietigde hulpregister 3. Het register is per gemeente geordend op perceel- of kadasternummer en vermeldt van een bepaald perceel ook het oude en het nieuwe nummer.
- 1949-heden : De gehele hypothecaire boekhouding uit deze periode bevindt zich bij het Kadaster.
Het grootste deel van de administratie bevindt zich bij het Kadaster. In een aantal gevallen kunt u ook bij de Groninger Archieven terecht.
Het Kadaster is in de jaren 90 van de vorige eeuw begonnen met een geautomatiseerde registratie van alle overdrachtswijzigingen en hypotheekregistraties.
Veel gemeenten zijn rechtstreeks op dit ‘Kadaster-on-line-systeem’ aangesloten (zie ook: www.kadaster.nl).








