Zoek op de website

Björn Quanjer

De fiets in Groningen: Een studie naar het fietsgebruik, de beeldvorming en de politieke besluitvorming rondom de fiets in Groningen 1885-1935

Björn Quanjer Björn Quanjer

In 2014 heb ik mijn bachelor geschiedenis gehaald met een scriptie naar Nederlandse commandeurs ter walvisvaart tussen 1675 en 1695. In het najaar van 2015 liep ik stage bij de Nederlandse ambassade in Oslo. In 2016 ben ik afgestudeerd voor de master geschiedenis. Naast mijn studie geef ik stadwandelingen in de stad Groningen, werk ik voor het universiteitsmuseum en ben ik lange tijd (2014-2016) masterambassadeur geweest voor de opleiding. Tussen 2011 en 2012 was ik voorzitter van GHD Ubbo Emmius. Op dit moment ben ik opzoek naar een nieuwe baan. 

Fietsen is zo Nederlands als kaas en klompen, het is daarom opmerkelijk dat in de geschiedschrijving de fiets zeer weinig aandacht krijgt. Deze scriptie probeert daar verandering in te brengen en richt zich op de opkomst van de fiets in Groningen, de stad die zich als fietsstad profileert. We kunnen stellen dat rond 1900 Groningen ook de fietsstad van Nederland was. Niet alleen door een rijwielenfabriek als Fongers, maar ook doordat het aantal fietsen per hoofd van de bevolking hoger lag dan waar ook in Nederland. De fiets was bezig om volksvervoersmiddel nummer één te worden, met Groningen als voorloper.

Voor 1900 was het fietsen nog vooral een sport voor de jongen heren van stand. Dure fietsen en een model met een hoog voorwiel zorgden ervoor dat de fiets slechts voor dit selecte clubje in de maatschappij aantrekkelijk was. Net als in andere Nederlandse steden verenigden ook de Groningse fietsers zich in fietsclubs naar Engels voorbeeld. Alle clubs vonden ook aansluiting bij de A.N.W.B. waarvan nog ledenlijsten beschikbaar zijn. Door deze in het Groningse bevolkingsregister na te zoeken viel vast te stellen dat het ook in Groningen om jonge mannen ging van een hoge sociale afkomst ging.

Vanaf ongeveer 1895 kreeg de fiets het model zoals we dat nu kennen, en dat maakte het mogelijk dat iedereen met genoeg geld kon gaan fietsen. In de advertenties van Fongers vinden we dan ook vrouwen terug. Tegelijk zorgt de A.N.W.B. voor beeldvorming die Nederland uniek maakt. De fiets werd zo Nederlands als schaatsen en door het verbod op wielerwedstrijden op de weg bleef het toeren door de natuur belangrijk, wat aansloot bij de natuurbeweging van die tijd.

Naarmate de fiets goedkoper werd gingen steeds meer mensen fietsen en zorgde dat ervoor dat de fiets ook voor het werk werd gebruikt. Een verkeerstelling van 1932 laat zien dat op werkdagen het aantal fietsen op de weg  tussen Groningen en Hoogkerk zeer hoog lag terwijl op zondag juist druk was op de Paterswolde weg. Ook de politiek neemt stelling in het gebruik van de fiets. Vanaf 1920 zijn de socialisten voorvechters van de fiets terwijl de christelijke partijen juist de fiets willen belasten. De scriptie werkt al deze ontwikkelingen veel breder uit en is met de casus Groningen een voorbeeld van de opkomst van de fiets in Nederland.

Download hier de scriptie (pdf)

Fietsers op het Herewegviaduct, 1926. Foto: P.B. Kramer (1785-1201). Fietsers op het Herewegviaduct, 1926. Foto: P.B. Kramer (1785-1201).