817_1078_banner.jpg

De troepen van Arenberg en Lodewijk leveren slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568, vandaag 450 jaar geleden. Deze slag gaat de geschiedenisboeken in. Volg de Vertaalslag rond Heiligerlee.

Aanvankelijk probeert Lodewijk van Nassau te ontkomen aan de troepen van de graaf van Arenberg. Arenberg krijgt namelijk instructies om op versterking te wachten en niet tot een aanval over te gaan. Volgens Liborius Forster worden de Spanjaarden echter opgejut door buurtbewoners, die vertellen dat de troepen van Lodewijk niet veel voorstellen en makkelijk te verslaan zouden zijn:

Secht.men warhafftich geboert tho sijn, dat gedachtes Graven
krigsvolck, up diverse plaetzen huesluden hebben uthgemaeket,
de welcke, als quamen sie des konningsvolck unversehende
tho moete, thot den Spaniers gesproeken. ijlet, und treckt
haest nae, wante de boven bint up die flucht, die Spa-
niers overst hoer fragende, ho mannich fenlin bint hoerer,
hebben die buren up elcken plaetze geandtwort, man
iij offte iiij venlin, und bint naekede werloese boven,
Solcks de Spaniers horende ijleden over ijlen, und weren
nicht tho bedwingen.

Ondertussen heeft Lodewijk zijn troepen in een hinderlaag gelegd en de Spanjaarden stuiten op een onverwachte tegenstand. Zij worden gedood of slaan op de vlucht waardoor zij hun geschut verliezen:

Brief uit familiearchief Ewsum, Groninger Archieven (696-25)
Brief uit familiearchief Ewsum, Groninger Archieven (696-25)

Warom sie, als noch de Welgeboren und Eddele Grave van Arenborch [Arenberg] ein guth stuckewegs tho rugge was, und die Grave van Meien [Megen] oick in ein halff urhe tides bij sie hadde khommen moegen, gelick
gescheet is, an die fianden gesettett, und van densulven up de flucht geslagen, etlike, so wol dut schijnen, als Spannier iaermerliken mit den ersten dorch stocken und umgebracht daer nae gefangen, het geschutte thot viff stucken beraent, und genommen.

Met Arenberg zelf loopt het ook slecht af. Het verhaal van zijn dood is opgetekend uit de mond van Sijbrant Sickes, gewezen soldaat in het leger van Lodewijk van Nassau. In 1571 wordt Sickes in Amsterdam gevangen genomen en daar door martelingen tot een bekentenis gedwongen:

Seijt dat naer de slach meest gedaen was sach hij gevangen dat de Graeffve van Arenberge sittende up een Graeu wit paert in sijn volle harnasch meende met zijn paert te sprengen over een heck of draij boom omme zijne vianden te ontcomen dans als…t paert te dicht aende boom was stutte t paert met de borst tegens den boom sulx dat t paert achter neder bleeff sitten, twelck zijnde eenen marten den tasschemaeker poorter deser stede genaempt onder den crijsluijden Licht Lichthart van zijdam die een clouck man van statuijr heeft den Graeffve van arenberge met een lanck roer geschoeten inden hals tusschen den staelen craech van zijn harnasch ende t helmet inne.

De graaf van Arenberg probeert zijn leven nog te redden door zich gevangen te laten nemen, maar tevergeefs:

Brief uit familiearchief Ewsum, Groninger Archieven (696-25)

Seijt dat hij hoorde dat den Graeve Rijep naer hij de schoot ontfangen hadde Ick ben de Graeff van arenberge neemt mijn gevangen ende bercht mijn lijff, seggende de voorschreven marten tzelfde hoorende ghij zijt de man die ick zoeck, slaende hem gevangen hem mits dijen met tzelffde een lanck roer up zijn helmet, zulx dat tzelffde van zijn hooft gijnck vijel vallende oick den graeff met de slach vant paert, ende neder leggende heeft den zelffden marten hij gevanghen den graeffve weder geslagen met tzelffde roer up zijn hooft geslagen sulx dat hem t bloet ter mont ende neus uuijt lijep (in de marge: houwende hem oick naer hem t harnasch off … genomen hadden geplundert also hij noch levendich was met een rapijer over zijn dije) ende es terstont deser werlt overleeden.

De dood des graven van Aremberg in den slag bij Heiligerlee, P. Scheltema, 1847. ill. uit: Oud en nieuw, uit de vaderlandsche letterkunde verzameld, P. Scheltema. Amsterdam, 2 (1847), p. 149-154.
De dood des graven van Aremberg in den slag bij Heiligerlee, P. Scheltema, 1847. ill. uit: Oud en nieuw, uit de vaderlandsche letterkunde verzameld, P. Scheltema. Amsterdam, 2 (1847), p. 149-154.

 

Albert Beuse

Hoofd Studiezaal/ Gemeentearchivaris