1536_7594_cr_nvhn.jpg

Nieuw in de collectie

Een van de akten van de burgerlijke stand die op deze Openbaarheidsdag openbaar zijn geworden, is de overlijdensakte van Hendrik Dijkstra. Deze Groninger horeca-ondernemer overleed op 13 maart 1968 in het Zonnehuis te Zuidhorn, 79 jaar oud.

Hoewel er een paar dagen na zijn dood een korte biografie van Hendrik Dijkstra in het Nieuwsblad van het Noorden verscheen, lijkt het geen man te zijn geweest die graag op de voorgrond trad. Anders dan impresario Herman Rinket, gaf hij nooit interviews aan de krant. Het heeft er veel van weg dat hij liefst op de achtergrond werkte. Toch was hij vrij bekend in Stad en Ommeland, met name dankzij De Oude Meet in de Herestraat. Voordat hij deze zaak begon, had hij er echter al een heel horecaleven op zitten.

Overlijdensakte van Hendrik Dijkstra (79), Zuidhorn 13 maart 1968. Groninger Archieven (2111-1686-1)
Overlijdensakte Hendrik Dijkstra (79), Zuidhorn 13 maart 1968. Groninger Archieven (2111-1686-1)

Centraal

Hendrik Dijkstra werd eind 1888 in Leeuwarden geboren als zoon van een schippersknecht en diens Zeeuwse vrouw. In 1916 trouwde hij in Groningen met de tien jaar oudere Hinderika Angerman (1878-1955). Hij was op dat moment tamboer en zij weduwe en caféhoudster. Mogelijk kwam hij dus dankzij de Eerste Wereldoorlog in de legerplaats Groningen terecht en is hij via zijn vrouw in de lokale horeca beland.

Volgens zijn ‘in memoriam’ in het Nieuwsblad echter, had Dijkstra al van jongs af aan in de horeca gezeten. Hij zou vele jaren in het buitenland hebben gewerkt en zelfs tot in China praktijkervaring hebben opgedaan. Ook laat het Nieuwsblad hem in het bericht vanaf 1920 optreden als bedrijfsleider van hotel-café-restaurant ‘Centraal’. Deze zaak zat in het vijfde pand aan de Oude Ebbingestraat oostzijde, als je van de Grote Markt kwam. Het jaartal 1920 is in elk geval voor twijfel vatbaar. Uit advertenties in dezelfde krant blijkt immers, dat Dijkstra pas vanaf 1925 een dergelijke functie vervulde, terwijl de drank- of horecavergunning van deze zaak pas medio 1928 op zijn naam kwam te staan.

Interieur restaurantgedeelte Centraal, Oude Ebbingestraat 17, ca. 1935-1940. Foto: M. Th. Koop. Groninger Archieven (1986-895)
Restaurantgedeelte Centraal, Oude Ebbingestraat 17, 1935-1940. Foto: M. Th. Koop, Groninger Archieven (1986-895)

Centraal deed zijn naam zeker eer aan. Het bedrijf zat op een super A-locatie. Tal van autobussen, vooral naar plaatsen in het westen van de provincie (Zuidhorn, Grijpskerk, Winsum, Eenrum), maar ook naar het zuiden (Haren, Zuidlaren) vertrokken er pal voor de deur. De zaak fungeerde dan ook als een soort van wachtkamer. Bovendien was er op de achtergelegen binnenplaats parkeergelegenheid voor zo’n 20 auto’s en 100 fietsen. Mensen van buiten de stad maakten hier graag gebruik van en het was dan ook geen wonder dat er vooral op marktdagen (dinsdag en vrijdag) een drukte van belang heerste in café-restaurant Centraal.

Op dinsdagen hield er zelfs een Ommelander notaris zitting: mr. Djurre Siccama uit Grijpskerk. Ettelijke confraters van hem hielden er op allerlei weekdagen veilingen van vastgoed, dat vooral in de stad “staande en gelegen” was. In de achter- en bovenzalen van Centraal hielden bovendien allerlei stedelijke en provinciale verenigingen en bonden hun vergaderingen, zoals die van belastingambtenaren, autohandelaren, handelsreizigers, winkel- en kantoorpersoneel, groentekwekers, aannemers, schakers, musici, gymnasten en Esperantisten.

Omdat eind jaren 20 enigszins de klad in zulke bijeenkomsten kwam, liet Dijkstra in 1930 de achterzaal verbouwen, om deze bij het café-restaurant te trekken. Volgens het Nieuwsblad was het een “intiem, gezellig zaaltje” geworden. Ook kwam hier iets bijzonders te staan, “een Columbla Kolstergeluidsapparaat” voor het draaien van grammofoonplaten, een enorme attractie voor de muziekliefhebber van die dagen.

Live-muziek was er al langer in Centraal. Vooral op zondagmiddagen en met kermis in de stad speelden er strijkjes en orkesten, waarbij mensen konden dansen. Zo heeft de bekende violist Benny Behr er in 1925, op zijn veertiende, zijn debuut gemaakt. Hij kwam er ook later nog wel eens spelen. Zelfs na de komst van de grammofoon bleef Dijkstra concerten organiseren, bijvoorbeeld van Johnny Rovo met de meikermis van 1932, en van The Rythm Brothers, vier jaar later.

De Oude Meet

Bij de bevrijding van Groningen, medio april 1945, ging het hele eerste stuk van de Ebbingestraat in vlammen op en dus ook hotel-café-restaurant Centraal. Maar Hendrik Dijkstra zat niet bij de pakken neer. Vier maanden later schreef hij zijn horeca-vergunning over naar het adres Herestraat 20, waar hij ook zelf heen verhuisde. Nadat de eigenaar van het pand, de Groninger brouwerij Barbarossa, het had laten verbouwen, begonnen Dijkstra en zijn zoon er café-restaurant ‘De Oude Meet’, zo genoemd naar de horeca-onderneming die hier eerder zat: hotel-restaurant Metropole. Wellicht was de verkorte naam zelfs al langer in gebruik bij de gasten van Metropole.

Voorgevel café-restaurant De Oude Meet, ca. 1970. Foto: E. Folkers. Groninger Archieven (1785-3192)
Café-restaurant De Oude Meet, ca. 1970. Foto: E. Folkers, Groninger Archieven (1785-3192)

De Oude Meet ging op 1 februari 1946 open. Een dag later noemde het Nieuwsblad het “een keurige zaak (…) waarin ook de biljart-liefhebbers hun hart kunnen ophalen”. Volgens de krant stonden de namen van Dijkstra en zijn zoon borg voor “een uitstekende exploitatie”. En inderdaad zou De Oude Meet in de loop der jaren een prima naam opbouwen.

Beneden beschikte de zaak over één grote ruimte en boven over drie kleinere zalen. Zoals een ansichtkaart van rond 1960 laat zien, stond het interieur beneden voor oud-vaderlandse gezelligheid met romantische schilderijtjes, Delftsblauwe borden, antieke kraantjeskan en staartklok. De zaal was door een hekwerkje op een heuphoog wandje in tweeën verdeeld. Voor dat hekje had je het cafégedeelte, waar mensen ook zaten te wachten als alle tafels in het restaurant bezet waren. Je zat er dicht opeen op pluchen crapaudjes aan ronde tafeltjes onder het licht van een schemerlamp en kroonluchters.

Interieur De Oude Meet, ca. 1960. Reclamefoto (ansichtkaart), maker onbekend. Groninger Archieven (1785-27595)
De Oude Meet, ca. 1960. Reclamefoto (ansichtkaart). Maker onbekend, Groninger Archieven (1785-27595)

Voor de gevel had de Oude Meet een terras. Daar beschikte Centraal nog niet over; terrassen kwamen überhaupt nog niet veel voor in de stad. Hier in de Herestraat had Dijkstra dan wel geen bushalte voor de deur, maar er konden nog wel auto’s parkeren, zoals schrijver dezes zich nog goed herinnert van die keer dat zijn grootvader zijn Ford Anglia voor de deur van de Oude Meet neerzette om er een uitsmijter te nemen. Opa zegde bij die gelegenheid ook een klassiek reclamerijmpje op:

Er zijn twee huizen waar U lekker eet:
het Uwe en de Oude Meet

Getuige de familieberichten in de krant vonden er in de jaren 40 tot 60 zeer vele huwelijksrecepties in De Oude Meet plaats. Ook waren er nog wel vastgoedveilingen, maar veel minder dan in Centraal voor de oorlog. Dat werd echter weer gecompenseerd door de publieke aanbestedingen voor woningbouwprojecten. Bovendien leek het verenigingsleven opnieuw op te bloeien, getuige de feestjes en vergaderingen van herdenkingscomité’s, buurtverenigingen, vakorganisaties (kappers, chauffeurs, fruittelers, militairen, winkeliers, radioherstellers, hoger onderwijspersoneel, werkende vrouwen enz.) en sportclubs (schakers, biljarters, wielrenners, motorrijders, tennissers, hand-, voet- en volleyballers). Tekenend voor de doelgroep lijkt vooral dat de Middenstandspartij er nogal eens bijeenkwam, evenals overigens de JOVD.

Qua muziek was er misschien minder in de Oude Meet te beleven, dan vroeger in Centraal. Vlak na de opening, begin april 1946, was er nog wel een jazz-avond in de zaak aan de Herestraat. Ook speelde er de eerste jaren regelmatig een salonorkest, maar verder wordt muziek nauwelijks meer genoemd. Dijkstra maakte in de tweede helft van de jaren 50 reclame met een ander middel: de Oude Meet Wisselbeker die hij uitloofde bij hardraverijen in het Stadspark. Deze prijs voor amateurs haalde ook de kolommen van landelijke kranten als Telegraaf, Volkskrant en Trouw. Mogelijk hing de inzet samen met Dijkstra’s bestuursactiviteiten voor Ons Belang, de Groninger vereniging van horeca-ondernemers.

In 1958 deed Hendrik Dijkstra de zaak en de tapvergunning over aan zijn zoon Tammo Hendrik, die dankzij diens initialen doorgaans Theo genoemd werd. Senior bleef wel wonen boven de zaak, waar hij ook nog wel eens insprong. In 1963 vierde hij zo zijn – waarlijk zeldzame – vijftigjarige horecajubileum. Dat was gelijk met de afscheidsreceptie van zijn zoon, die de zaak verkocht aan een volgende uitbater. Deze hield het zeven jaar vol. Er kwamen andere tijden, waarin het concept van de Oude Meet, “jarenlang een trekpleister voor menige Groninger”, had afgedaan. Begin 1970 viel het doek en werd de inboedel geveild, iets wat Hendrik Dijkstra gelukkig niet meer mee heeft hoeven maken.

 

Bronnen 

  • De Oude Meet, Groninger Archieven (1774-4376)
  • Bouwdossier Herestraat 20, Groninger Archieven (2537-5206.1)
  • Handelsregisterdossier De Oude Meet, Groninger Archieven (1972-2014515)
  • Horecavergunningen Dijkstra en zijn compagnons, Groninger Archieven (1831-345)
  • 15 maart 1968 (rouwadvertentie en in memoriam), Nieuwsblad van het Noorden (via www.delpher.nl)
  • over Centraal o.a. 11 mei 1925 (strijkjes); 22 januari 1927 (5e huis); 15 februari 1930 (verbouwing); 14 mei 1932, 12 mei 1934, 9 mei 1936, 28 augustus 1936 (muziek); 26 januari 1957 (Bennie Behr), Nieuwsblad van het Noorden (via www.delpher.nl)
  • over De Oude Meet o.a.: 2 februari 1946 (opening); 5 december 1968 (interview kellner Zeeff); 3 april 1946 (jazz); 21 februari 1970 (kijkdag inboedelveiling); 9 september 1980 (in memoriam Theo Dijkstra), Nieuwsblad van het Noorden (via www.delpher.nl)

 

Harry Perton

Medewerker Publieksactiviteiten

Over de auteur

Harry Perton is redacteur en historicus. Hij selecteert uit de kersverse toegangen van Groninger Archieven stukken die extra aandacht verdienen omdat ze uniek, zeldzaam, heel bijzonder dan wel buitengewoon informatief zijn. Van deze stukken geeft hij de ontstaansgeschiedenis en de maatschappelijke context.