0001_2136_0239_banner.jpg

Michael Hermse schreef een column voor Unboxing Groningen. 

Nieuwsblad van het Noorden, maandag 4 oktober 1971

De zoon van Plopatou en Carmen Ramirez is zaterdagmiddag op de trap van het nieuwe gedeelte van het stadhuis in Groningen gedoopt. Veurzitter Kruzenga verrichtte de plechtigheid. Hij las voor uit de bijbel  (Genesis 1 en Mattheus 3) en bracht daarna een toast uit op een voorspoedig leven (“in dag en in nacht”, aldus de veurzitter) van de pasgeborene. Het glas met wodka werd daarna overgegeven aan de (vele) toeschouwers. Het was in een mum van tijd leeg. Volgens Plop werd deze openbare doop geheel uitgevoerd in de stijl van de Wit-Russen: “De doop van de sterke mannen van Rusland”. Het kind, geboren op zondag 12 september, is genoemd naar de Russische admiraal Gorskov. Deze is volgens Plopatou in 1964 begonnen met een grondige hervorming van de Russische vloot. De zoon heet Wladyslav Vladimil Radoskav Konstantin Anastas Pauw de Jonge. Bij de plechtigheid waren behalve de vaste clan met onder meer Kees van der Hoef en Buddy Hermans volgens veurzitter Kruzenga ook vele kerkelijke autoriteiten aanwezig.

Op 25 augustus 2017 overleed B.C.A.I.P. van Hanswijck de Jonge oftewel Plopatou, voor intimi, en de rest van de wereld, Plop. Zijn wonderlijke levenswandel maakte dat ik altijd dacht dat hij die voorletters en ook de dubbele achternaam zelf had bedacht. Toch zijn Berthil Cornelis Alexander Iwan Pauw afkomstig van zijn vader, die zelf ook vijf voornamen had. Deze zorgde in de jaren 70 ook voor de officiële uitbreiding van het wat gewone De Jonge met zijn moeders naam Van Hanswijck. Overigens gebruikte zoonlief, die maar al te graag van adel wilde zijn, de dubbele naam al in de jaren 50.  

Doop zoon Plopatou en Carmen Ramirez, 1971 Foto’s Persfotobureau D. van der Veen, Groninger Archieven

Terug naar de foto: de doop vond, zoals het Nieuwsblad al meldde, plaats op de zuidzijde van de Grote Markt, onderaan de staatsietrap van het nieuwe stadhuis. Recht tegenover de Herestraat, schakel in de eeuwenoude verbinding tussen zuid en noord, pal in de zon, mocht ie doorbreken, en op zaterdagmiddag, wanneer het in de stad op z’n drukst is. Priester Plop wist zijn plek te kiezen en zijn moment te pakken. De moeder, door Plopatou dus Carmen Ramirez genoemd, heette eigenlijk Tjitske. Zij was na te zijn verdwenen uit een pleeggezin opnieuw weggelopen uit een instelling. Ze werd een tijdje gezocht en daarom verfde Plopatou ook haar haar zwart. Het gezin, waarschijnlijk heette dat toen helemaal niet zo, bleef niet lang bij elkaar. Al in het begin van het volgende jaar liet Plopatou in het Nieuwsblad weten dat hij op de Nieuwjaarsreceptie van de provincie zijn nieuwe vriendin zou lanceren. De vierde hoofdpersoon, die de plechtigheid voltrok, was volksdichter en voorzitter van het Rooie Dörp Elmondo Kruzengoa, volgens de burgerlijke stand Eltje Kruizinga.

De laatste jaren zag ik Plopatou met enige regelmaat rond het sluisje bij de Eeldersingel. Met zijn kleine gestalte, kaarsrecht voornaam tippelend over de Sluiskade, altijd met een plastic puut, pardon tasje, in zijn linkerhand. Zijn zwart geverfde bloksnor deed mij altijd denken aan Jansen óf Janssen uit Kuifje, alleen hadden die een wat vrolijker uitstraling dan de markante bewoner van de Badstratenbuurt. Voor mij was het zien van Plopatou altijd een waarneming. Zijn naam had een bepaalde klank, al twijfelde ik altijd wel of deze louter positief was. Af en toe was hij in gezelschap van zijn zoon, meesttijds in het beige gekleed, een Burberry sjaal losjes om de hals geslagen én altijd met hoogwater. De eeuwige student, zo zag ik hem, woonde al jaren in Den Haag, waar hij een tijdje actief was voor de JOVD.

Wederwaardigheden met Plopatou als kind van de jaren 60 heb ik als kind uit de jaren 60 vanzelfsprekend nooit meegemaakt. Wel ben ik ooit door een generatiegenoot van hem gewaarschuwd voor deze ‘querulant’. En nu de reigers weer samenscholen in het Sterrebos, herinner ik mij het eerste vriendinnetje van mijn jongere broer. In het voorjaar imiteerde zij de schorre keelgeluiden van de vogels hoog in de Emmerdennen. Zij kwam uit de Stad, verfde haar haar zwart en had de theatraliteit van een burlesque-danseres. Haar achternaam: Becherer, pardon Bécherer, als de moeder van Plop. 

Deze fotocolumn was live te horen tijdens Unboxing Groningen #2 op 3 maart 2019 in Grand Theatre Groningen. Ditmaal rondom Het beeld van Groningen en de collectie van Persfotobureau D. van der Veen. (Oud) fotografen Wolter Kobus, Jelte Homburg en Elmer Spaargaren vertelden over het reilen en zeilen van Persfotobureau D. van der Veen en de wereld van de persfotograaf eind jaren 70 begin jaren 80. 

Foto Wolter Kobus
Foto Wolter Kobus

 

Michael Hermse

Collectiebeheerder Nieuwe Media, Beeld en Geluid