1536_7594_cr_nvhn.jpg

Reinder Klinkhamer is met deze scriptie genomineerd voor de Groninger Geschiedenisprijs 2019. 

Zijlvesterboek, bevattende afschriften van stukken. Oorkonde met regelgeving over een dijk langs het Damsterdiep, Groninger Archieven (2778_17) folio 20.  Foto: Reinder Klinkhamer
Uit het Zijlvesterboek; oorkonde met regelgeving over een dijk langs het Damsterdiep, Groninger Archieven (2778_17) folio 20. Foto: Reinder Klinkhamer

In de bestaande literatuur over het waterbeheer in de provincie Groningen worden de middeleeuwen over het algemeen slechts behandeld als een periode waarin de organisaties verantwoordelijk voor het waterbeheer van dit gebied (de zijlvesten) ontstonden. Aan de ontwikkeling van deze organisaties gedurende de middeleeuwen zelf is echter nog nauwelijks aandacht geschonken.

Het doel van deze scriptie is dan ook om de ontwikkeling van twee van deze zijlvesten gedurende de tweede helft van de veertiende en eerste helft van de vijftiende eeuw nader te onderzoeken. Met behulp van een theoretisch raamwerk, vormgegeven door Brigitta Dolfing, heb ik vier documenten geanalyseerd waarin de regelgeving van de beide zijlvesten is vastgelegd. Het theoretische raamwerk van Dolfing maakte het mogelijk de regelgeving te classificeren op basis van de functies die de regels vervulden.

Mijn conclusie was, dat de regelgeving gedurende deze periode eenzelfde functie bleef vervullen. Het doel van de regelgeving bleef het faciliteren van het overleg tussen verschillende afgevaardigden van de kleinere en oudere organisaties voor waterbeheer die samen een zijlvest uitmaakten. Deze continuïteit binnen de Ommelander zijlvesten is echter alles behalve vanzelfsprekend. De Hollandse en Vlaamse tegenhangers van de zijlvesten maakten in de veertiende en vijftiende eeuw namelijk ingrijpende ontwikkelingen door.

Door de situatie in de Ommelanden te vergelijken met die in Holland en Vlaanderen heb ik tot slot drie factoren kunnen identificeren die deze continuïteit zouden kunnen verklaren. Ten eerste bleven in de Ommelanden de machtige groot-grondbezitters betrokken bij de gang van zaken op het platte land. Ten tweede woedde er in het grootste deel van de onderzochte periode een continue partijstrijd in de Ommelanden. Tot slot valt ook het ontbreken van een centraal gezag dat ingrijpende veranderingen binnen de institutionele inrichting van de zijlvesten af kon dwingen als verklarende factor aan te dragen.

Benieuwd naar de andere genomineerden en hun scripties? Lees hier meer:

Reinder Klinkhamer