1300_0681_0004_cr3.jpg

Dankzij het Maak Geschiedenisproject Lidmaten gezocht, wordt AlleGroningers.nl aangevuld met nog meer waardevolle informatie die onze familiegeschiedenissen uit bereiden. Zo weten we onder andere meer over hoe Pieter Gasinjet zijn kinderen vernoemde naar de inwoners van de borg Nienoord.

Detail Groninger provincie-wandkaart, 1781. Vervaardiger Theodorus Beckeringh, GrA (1536_6317)
Detail Groninger provincie-wandkaart, 1781. Vervaardiger Theodorus Beckeringh, GrA (1536_6317)

Op de lidmatenlijst van de gecombineerde kerkelijke gemeente Midwolde en Leek vinden we in 1745 de naam Carel Ferdinand Gasinjet. Tussen de Hindrikken, Trijntjes, Jannen en Geertjes springen deze namen er wel uit. Hier is iets aan de hand, dat voelt elke familieonderzoeker aan zijn dan wel haar genealogische water! Wie een beetje thuis is in de Groninger adel zal bij de naamscombinatie Carel Ferdinand al snel denken aan de Van In- en Kniphuisens. Tegenwoordig noemt een Duitse tak van deze familie zich ‘Freiherr von und zu Innhausen und Knyphausen, Graf von Bodelschwingh-Plettenberg’. Geen jongens van de straat, dat moge duidelijk zijn. Van eind zeventiende eeuw tot 1884 was de Nederlandse tak heer en meester op de borg Nienoord en in een aanzienlijk deel van het Westerkwartier.

De doop van Carel Ferdinand Gasinjet vinden we terug op AlleGroningers.nl, hij werd geboren op 27 november 1724 als zoon van Pieter Gasinjet en Johanna Mansholt. Het kereltje is zonder twijfel genoemd naar de in 1717 overleden graaf Carel Ferdinand van In- en Kniphuisen. Toen deze de laatste adem uitblies, had hij slechts vier jaar lang op Nienoord de scepter gezwaaid. Carel Ferdinands doop vond pas een maand na zijn geboorte plaats, op 24 december. Voor achttiende-eeuwse begrippen is dat een vrij lange periode tussen geboorte en doop. Zou vader Gasinjet de doop van zijn zoontje hebben uitgesteld tot een moment waarop de heer van Nienoord bij de plechtigheid aanwezig kon zijn? Mogelijk was deze Jan Carel Ferdinand zelfs doopgetuige, dat vermeldt het doopboek helaas niet.

In 1724 was het kiezen van een naam voor nieuwe Groningertjes een overzichtelijke aangelegenheid. Het repertoire bleef beperkt tot de namen van opa’s, oma’s, ooms en tantes. Met hier en daar misschien een prominente verwant of iemand van wie mogelijk een aardige erfenis te verwachten was. Wat bewoog Pieter Gasinjet ertoe om junior naar een familielid van zijn werkgever te noemen? Mogelijk dit: als wedman (een gerechtelijk ambtenaar met een breed palet aan taken) was de heer van Nienoord Pieters baas. Van rechtszekerheid of ontslagbescherming was nog nauwelijks sprake. Wedman Gasinjet was volledig afhankelijk van de goedertierenheid van zijn broodheer. Is het afwijken van de vernoemingsgebruiken wellicht een poging geweest om een wit voetje te halen bij de baas?

Pieter was al eens eerder afgeweken van de vernoemingsregels. Op 6 oktober 1709 wordt in de kerk te Midwolde zijn oudste zoon gedoopt: Georg Wilhelm, genoemd naar de kort tevoren overleden Georg Wilhelm van In- en Kniphuisen. Hij was getrouwd met Anna van Ewsum en samen met haar nog steeds te bewonderen in het kerkje van Midwolde dankzij het meesterwerk van beeldhouwer Rombout Verhulst. Dochter Anna Gasinjet zou genoemd kunnen zijn naar Anna van Ewsum. De naam Anna is echter te algemeen om dat met zekerheid vast te kunnen stellen. De Kniphuisens wekten schijnbaar veel ontzag op bij de bevolking, want op 6 februari 1780 laten Mente Bousema en Sosina Meintz hun zoontje dopen met de namen Ferdinand Folef. Inderdaad, weer een vernoeming naar de Van In- en Kniphuisen van dat moment.

Over de herkomst van Pieter Gasinjet weten we niet zoveel. Bij een Frans aandoende naam raakt menig familieonderzoeker in de ban van het idee dat het om Hugenoten zou kunnen gaan. Dit Maak Geschiedenisproject Lidmaten gezocht draait die illusie bruut de nek om. Het volgende zien we namelijk staan als Pieter op 14 maart 1706 als lidmaat te Leek ingeschreven wordt: ‘Pieter Gassinjet, door gots genade van ’t Pausdom tot ons overgebragt’. Hij was dus Katholiek van huis uit, als zodanig kon Pieter destijds geen enkel ambt vervullen. Of zijn bekering iets te maken had met een openstaande vacature voor de functie van wedman zullen we nooit met zekerheid weten. Schoonvader Jan Mansholt was overigens ook wedman en wel in Zuidhorn. Wellicht heeft schoonpapa zich als kruiwagen voor zijn schoonzoon ingezet.

Hoe liep het eigenlijk af met Carel Ferdinand Gasinjet? Best aardig: hij werd militair en schopte het maar liefst tot luitenant-kolonel. In 1804 overlijdt hij te Groningen, vrijgezel en bijna 80 jaar oud.

Johan Waterborg

Bibliothecaris