1785_18617_cr3.jpg

Gisteren, op 1 juli, herdachten we in Nederland ons slavernijverleden en vierden we dat in 1863 slavernij in Nederlandse gebieden werd afgeschaft. Deze dag staat ook wel bekend als Keti Koti, “de ketenen zijn gebroken”. In het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur zien we dat Groningen 300 jaar geleden volop betrokken was bij de transatlantische slavernij.

De stad was hoofdparticipant in de Westindische Compagnie (WIC), de Nederlandse handelsmaatschappij die zich met slavenhandel bezighield. Dat betekent dat het Stadsbestuur een aanzienlijk bedrag in de compagnie investeerde. Ook hadden ze ervoor gelobbyd dat Groningen een eigen “kamer” van de WIC kreeg. Deze kamer, een lokaal kantoor van de WIC, was gevestigd aan de Munnekeholm. Op deze plek, op de hoek van de Munnekeholm en de Schuitemakersstraat kwam later het postkantoor en er is nu een grote sportschool gevestigd. In de volksmond heette dit kantoor het “Westindisch huis”.

In de resoluties, boeken waarin de besluiten van het Stadsbestuur werden genoteerd, zien we regelmatig dat raadsheren naar het Westindisch huis worden gestuurd om met de bewindhebbers van de WIC te vergaderen. Zo wordt op 25 juli 1720 raadsheer L. Hoising gelast om “wegens de Stad te compareren om alsdan mede te delibereren nevens de Heeren Bewindhebberen en hooft participanten der Westindische Compagnie”. Op 15 augustus wordt raadsheer Veltman gestuurd en op 18 oktober raadsheer Bothenius. Waar precies over werd vergaderd en gestemd is niet duidelijk. Helaas is het hele archief van de Groningse kamer van de WIC verloren gegaan. Wel is duidelijk dat het Stadsbestuur veel invloed had binnen deze kamer.

Rechtsvoor het Westindisch huis aan de Munnekeholm. Aquarel door J. Bulthuis, Groninger Museum foto: Marten de Leeuw
Rechtsvoor het Westindisch huis aan de Munnekeholm. Aquarel J. Bulthuis, Groninger Museum (foto Marten de Leeuw)

Als er een nieuwe bestuurder gekozen moest worden, had de Stad daar ook een zegje in. Op 12 juni 1722 lezen we in de resoluties bijvoorbeeld dat “De Stadts stemme in de electie van een Nieuwe Rekenmester van de west Indise compagnie geconfereert an de Raadsheer Wichers”. 


Op het geproponeerde door de Edele Erentfeste heer Presi-

derende Borgemeester Wichers hebben de H.

Heeren Borgemeesteren en Raad der Stads

stemme in de aanstaande electie van

nieuwe Reekenmeesteren van de Westindische

Compagnie ten Camer van Stad en Lande

geconfereerd an de Raadsheer Wichers,

voorts de Raadsheer van Manneel versogt

en gecommitteerd die ten dage van convo-

catie der Hooftparticipanten alsdan

op sijn Edele intebrengen, als mede op de

Raadsheeren de Veencamp en Gokkinga

de Stads stemme desen aangaande me-

de geconfereerd zijnde bij resolutie van

den 5 Junij. jongst. 

De raadsheer Wichers die hier naar het Westindisch huis werd gestuurd, was hoogstwaarschijnlijk Wicher Wichers jr., zoon van Wicher Wichers sr. die destijds presiderend burgemeester was. Eerder hadden twee andere raadsheren, Veencamp en Gokkinga, de opdracht gekregen ook stemmen uit te brengen namens het Stadsbestuur bij deze verkiezing.

 De WIC komt regelmatig voor in de stukken van het Stadsbestuur, maar slavernij of slavenhandel worden zelden genoemd. Misschien stond men er gewoon niet bij stil, of wilden ze er liever niet aan denken waar ze eigenlijk mee bezig waren.

 

Lieuwe Jongsma

Publieksadviseur Groninger Archieven