818_12680_header_.jpg

Vanaf vandaag laten we u op een speelse manier kennis maken met verrassende zaken die eeuwenlang met ganzenveer en kroontjespen door het Groninger stadsbestuur aan het papier werden toevertrouwd. Het ABC-recept van het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur ligt voor de hand. We volgen wekelijks een letter van het alfabet en verbinden daaraan een bekende of veelvoorkomende term uit het archief van het stadsbestuur van 1594 tot 1815.

A-kerk Groningen, 1600-1700. Aquarel R. Usinck, Groninger Archieven (1536_3092)

De eerste vermelding van de A-kerk stamt uit 1247. In een brief (die akte hieronder afgebeeld) bevestigt Otto III, bisschop van Utrecht, dat de bestaande kapel voortaan een parochiekerk zal zijn. Gedurende de reformatie wordt de A-kerk in 1595 een Protestantse kerk.

Akte van bisschop Otto III van Utrecht met eerste vermelding A-kerk, 1247. Archief Stadsbestuur van Groningen, Groninger Archieven (2100-901). Foto Jaline de Groot

Tijdens het transcriberen, oude handschriften omzetten naar moderne getypte letters, voor het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur komen we regelmatig stukjes tegen die te maken hebben met de A-kerk. Zo wordt in het resolutieboek van Burgemeesters en Raad, 1670-1672 op 5 februari 1670 (blz. 42) toegestaan dat er nieuwe gordijnen gemaakt worden van linnen of wol, om het orgel te beschermen.

Vervolgens lezen we dat er op 2 mei 1671 (resolutieboek van Burgemeesters en Raad, 1670-1672, blz. 255) een commissie is voor het hermaken van de afgebrande A-kerk en toren. Dat is dit jaar, in 2021, 350 jaar geleden. Een dag later (idem, blz. 258) gaan de banken die gered konden worden naar de Broerkerk, waar ook de predicatie plaatsvindt. Op 8 mei (idem, blz. 261) debatteert het Stadsbestuur over hoe ze het geld voor de wederopbouw bij elkaar kunnen krijgen. Zo worden de ‘politique en militaire officieren’ aangesproken om een jaarlijkse bijdrage te leveren.

"d' A Kercke" uit Resoluties van Burgemeesters en Raad, 1671. Groninger Archieven (1605-15, blz 258)

Pas op 13 mei (idem, blz. 265) lezen we hoe het kwam dat de A-kerk en toren is afgebrand: “Naedemael onlangs door een onverwachte ende sware blixem de tooren ende het bovenste van de kercke ter A. [A-kerk] ten eenemael is afgebrandt waer door de Godtsdienst niet in deselve niet en can gepleeght ofte waergenomen worden. Hebben d' H. Heeren Borgemesteren ende Raadt goet gevonden ende verstaen, dat geseide kercke soo haest doenlijck wederom sal worden gerepareert ende herbouwt, ter eeren Godes ende dienst sijner diergecofte gemiente, ...” Er worden collectes gehouden, want er was veel geld nodig. Op 5 juni (idem, blz. 290 en 291) van dat jaar is er overleg over het weglopen van de timmerlieden en metselaars omdat ze vinden dat ze te weinig loon krijgen. “Ter vergaederinge gemoveert zijnde hoe dat de timmerluiden, soo verleeden weecke aen d' A Kercke hebben gearbeijdet, op heden voor een gedielte uijt het werck zijn geloopen, weijgerende op 18 stuiver des daeghs t' arbeijden, soo haer door de Gecommitteerden waeren toe geleght, daer nochtans d' ordre voor de timmerluiden ende Steen metselaeren mede brengende dat op 16 stuiver des daeghs sal moetten worden gewerckt.” In plaats daarvan wordt het loon, in de kerkelijke, als publique, als in private werken, bijgesteld naar 16 stuivers per dag.

Het duurde jaren voordat de A-kerk weer klaar was voor gebruik. Toen in 1710 de toren spontaan weer in elkaar stortte, heeft het Stadsbestuur het weer laten opbouwen. Dat komt in andere, nog te transcriberen boeken, aan bod.

Elly Yilmaz, redactielid Open het Stadsbestuur

Projectdeelnemer Maak Geschiedenis