817_1078_banner.jpg

Ook in vroeger tijden kwamen mensen in de gevangenis terecht. Met enige huivering valt er in de uitspraken van de Borgemeesteren ende Raadt te lezen hoe en waarom mensen bestraft werden. Een voorbeeld: voor het smokkelen van drie vaatjes jenever en één vaatje brandewijn werden de betreffende smokkelaars aan de kaak gesteld, gegeseld en gebrandmerkt en voor twintig jaar in het tuchthuis gebannen. En ook jonkheren konden vastgezet worden.

Uitsnede kaart Groningen met borgen ingekleurde kopergravure van Coenders van Helpen, Groninger Archieven (817_2315.2)

Zelfs jonkheer ("junckheer") Osebrand Jan Rengers, de heer van de Fraeylemaborg in Slochteren, werd in 1673 in de Poelepoort (voor het leven) gevangengezet. Overigens niet voor smokkel, maar wegens vermeend landverraad en innige banden met de bisschop van Münster. Deze welgestelde aristocraat en vader van maar liefst zeventien kinderen, zat waarschijnlijk wat geriefelijker dan de eerder genoemde smokkelaars. Desondanks ontkwam ook hij niet aan de martelingen die destijds bij ondervragingen werden ingezet indien men ontevreden was over de in eerste instantie verkregen antwoorden. Maar Osebrand Jan Rengers kon vanuit de gevangenis toch zijn zaken blijven behartigen. Zijn zoon ritmeester Rengers verzoekt in 1673 (blz 200):

om bij sijn vaeder op de poorte in sijne ge-
vangenisse te mogen comen en met deselve spreecken
over veelerhande plaijdoijen en saecken soo deselve
wierden aengedaen besonderlijck over de coop van
de borgh Hantkema [Hanckemaborg], en dat hem mede de
papijren schriften en documenten soo in de
Stadts Secretarije waeren gebracht mogten wor-
den overgelevert.

"junckh" (afkorting van "junckheer") uit Resoluties van burgemeesters en raad, 1673. Groninger Archieven (1605-16, blz 212)

Osebrand Jan zat echter niet de rest van zijn leven gevangen. In 1678 werd hij vrijgelaten, mede door de inspanningen van zijn schoonzoon, Henric Piccardt. Hij was een bijzondere man. Je zou hem een omhooggevallen domineeszoon kunnen noemen, maar daarmee doe je hem tekort. Henric Piccardt studeerde rechten in Groningen en Franeker en behaalde zijn doctoraat in Orléans, omstreeks 1660. Over zijn verblijf in Parijs, na afronding van zijn studie, bestaan verschillende verhalen. De mooiste is dat waarin hij de kost zou hebben verdiend door op de Pont Neuf, met een zwart lapje voor zijn oog, liederen te zingen, terwijl hij zichzelf begeleidde op een harp. Hij zong kennelijk erg mooi en zag er vanuit het oogpunt van de dames uit hogere kringen ook nog eens aantrekkelijk uit. Dat leverde hem toegang op tot het hof van koning Lodewijk XIV. Het succes in die kringen leidde uiteindelijk tot een gedwongen vertrek uit Frankrijk, aangezien Henric te veel aandacht leek te hebben gehad voor een dame die ook populair was bij de koning. Of het verhaal nu waar is of niet, Henric keerde in 1672 terug naar Groningen. Daar zag men in hem een aanhanger van de Franse koning en als gevolg daarvan kwam hij in de gevangenis terecht. Door zijn vriendschap met stadhouder Willem III kwam Henric Piccardt in 1673 weer vrij. Op aandringen van diezelfde stadhouder (en natuurlijk van Henric Piccardt) werd ook jonkheer Osebrand Jan Rengers in 1678 vrijgelaten. Eind 1679 trouwde Henric met Osebrand Jans dochter Anna Elisabeth. Eind goed, al goed!

Het ABC van Open het Stadsbestuur

Met het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur komen we regelmatig verrassende zaken tegen die eeuwenlang met ganzenveer en kroontjespen door het Groninger stadsbestuur aan het papier werden toevertrouwd. Met het ABC volgen we wekelijks een letter van het alfabet en verbinden daaraan een bekende of veelvoorkomende term uit het archief van het stadsbestuur van 1594 tot 1815. Lees mee met ons ABC. 

René Doesburg

Projectdeelnemer Maak Geschiedenis