1785_06665_header_.jpg

Een molen voor chocolade in Groningen? Het verhaal van Abel Vriese om een chocolademolen te mogen oprichten, viel mij op in het Octrooyboek (lees meer over het Octrooyboek) uit het archief van het Groninger stadsbestuur van 1594-1815

Wat vroeg Abel Vriese precies in 1754? Hieronder de transcriptie uit het Octrooyboek (blz 27-28)

Op den Requeste van Abel Vriese
te kennen gevende, dat 13 jaren in een
chocolademoolen in Zeeland heeft garbeid
en wel inclineerde om zig hier te
stabileiren en mede het Borger recht
van deze Stad te winnen zijn om
zijn vorig bedrijf bijderhand te vatten
waar toe egter de Remonstrant alzo zulken
fabrieq met een paard moet worden
gedreven swaare onkosten moet an-
wenden, en bedugt dat zulks door an-
deren mogt worden opgericht.

Als Abel Vriese de tekst nu zou sturen zou er ongeveer staan:

“Een verzoek van Abel Vriese. Ik heb 13 jaar in een chocolademolen in Zeeland gewerkt. Nu wil ik mij graag in Groningen vestigen en het burgerrecht verwerven. Graag wil ik het werk dat ik deed blijven doen. Daarvoor moet ik een werkplaats beginnen met een molen die door een paard wordt aangedreven. Dat brengt hoge investeringskosten met zich mee en ik ben bang dat iemand anders ook zo’n bedrijf begint.” 

"Molen" uit Octrooyboek Stadsbestuur Groningen, 1754. Groninger Archieven (1605-8213, blz 28)

Chocolade in Europa en Groningen

In 1754 diende Abel Vriese dit verzoek in. Europa maakte kennis met chocolade door de Spaanse veroveringen in Zuid-Amerika. In de zeventiende eeuw verspreidde het chocoladedrankje zich in Europa in welgestelde kringen. Cacaobonen werden een geliefd product. Aan het einde van de zeventiende eeuw ontstond er in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een cacao- en chocolade-industrie in Zeeland en de Zaanstreek. Dat deze productie zich in Zeeland concentreerde had te maken met de verovering van Suriname op Engeland door een Zeeuwse generaal. Suriname had veel cacaoplantages en Zeeuwse kooplieden verenigden zich in de West-Indische Compagnie (WIC). Deze handelscompagnie had een monopolie op de handel met Suriname. De cacaoboon speelde er een belangrijke rol in. (Bron: Peter van Dam, Cacao-en chocoladefabriek C.J. van Houten & Zn. 1815-1971, Eindhoven: Lecturis, 2012)

Zeeland had een groot aandeel in de cacaohandel. Het was dus niet verwonderlijk dat Abel Vriese uit Zeeland kwam. Maar Zeeland was niet de enige, de Groningse kamer van de WIC handelde zelf ook in cacaobonen. De bonen werden geteeld op plantages waar, zeker toen Suriname in Nederlandse handen was, gedwongen werk door slaven werd verricht. Zowel toen als nu was de handel in cacaobonen discutabel en vaak oneerlijk. De Groninger landbouwkundige Martin Douwes Teenstra (1795 -1864) schreef boeken over de hachelijke toestand in Suriname, onder andere De negerslaven in de kolonie Suriname.

Er is niet heel veel over de geschiedenis van chocolade en cacao in Groningen bekend. Een kijkje in de collectie via de website van de Groninger Archieven laat wel zien dat er verschillende archiefstukken over zijn die iets van de populariteit verraden. In het archief van de gerechten in Hunsingo 1600-1811 zit bijvoorbeeld een vergunning uit 1718 om chocolade te mogen schenken in de streek Hunsingo. Allerlei dorpjes worden in het stuk genoemd, van Andel tot Westerwijtwerd, en zelf Rottum! Ook zijn er verschillende plakkaten om belasting te heffen op onder andere chocolade. Ook zijn er plakkaten over belastingontduiking op chocolade uit 1783. De cacao uit die periode was overigens heel anders dan wat we ons er nu bij voorstellen. De cacaobonen werden geroosterd, de schil verwijderd en in zijn geheel gemalen. Dat werd aan warm water of warme melk met suiker en vanillepoeder toegevoegd. Het drankje was erg populair, maar lag ook wat zwaar op de maag.

Tredmolen van Casparus van Houten aan de Leliegracht te Amsterdam, ca. 1830. Vervaardiger onbekend, Groninger Archieven (555-352)

Van Houten en chocolade

Het scheiden van cacaomassa en cacaovet bedacht Casparus van Houten na lang experimenteren in zijn chocoladefabriekje in Amsterdam. Hij vroeg er in 1828 het alleenrecht van 10 jaar op. Bovenstaande afbeelding is een reproductie van een aquarel van het fabriekje van Van Houten aan de Leliegracht in Amsterdam. Er is een tredmolen te zien, een molen aangedreven door mensen en zelfs kinderen. Zo werden de geroosterde bonen gemalen. De originele aquarel is er waarschijnlijk niet meer. De reden dat de reproductie in de collectie van de Groninger Archieven zit, is omdat Casparus en zijn vrouw Arnoldina Koster verwante familie waren van familie Mesdag. Deze familie liet hun omvangrijke archief onderbrengen bij de Groninger Archieven, waaronder ook stukken van Casparus en zijn vrouw en Firma C.J. van Houten & Zn.

Akkoord voor de molen

Waar Abels molen heeft gestaan en hoe het hem verder is vergaan is helaas moeilijk te achterhalen. De Zeeuw trouwde twee keer. Eerst met Maria in ’t Veld en later met Maria Cruse, waarmee hij zich vestigde in Groningen. Van zijn eerste vrouw zijn twee kinderen bekend. Met zijn tweede vrouw kreeg hij in ieder geval één kind, Alida Vriese, die in december 1754 werd gedoopt in de Martinikerk. Het goedkeuren van het verzoek (blz 28) zorgde ervoor dat hij kon beginnen met zijn chocolademolen en zo in het onderhoud van zijn uitdijende gezin kon voorzien. Voorlopig 15 jaar zonder concurrentie.   

Goedkeuring bouwen chocolademolen uit Octrooyboek Stadsbestuur Groningen, 1754. Groninger Archieven (1605-8213, blz 28)

 Transcriptie van bovenstaand fragment:

Na gehoord en ingenomen rapport
der Heren Raads Gecommitteerden
hebben de Heren Borgemesteren en de Raad
aan den Remonstrant een Octroij om met
uitsluitingen van anderen in deze
stad, en de Stads Jurisdictien een Cho
colade te mogen oprigten en
houden voor de tijd van Vijftien
jaaren geaccodeert. Acte Groningen den
15 Januari 1754

Uitvindingen in het Octrooyboek?

Het Octrooyboek is een document van zo’n 70 bladzijden (door te bladeren op onze website) waarin allemaal aanvragen en goedkeuringen van het stadsbestuur staan. Anders dan de titel doet vermoeden, is het niet het alleenrecht op een bepaalde uitvinding. Het is het recht om gedurende een bepaalde tijd een artikel te mogen maken en verkopen of een bepaalde dienst uit te mogen voeren.

Kaft Octrooyboek Groninger stadsbestuur, 1737-1796. Groninger Archieven (1605-8213)

Er staan bijvoorbeeld aanvragen in van iemand die een suikerraffinaderij wil beginnen en een persoon die met een windmolen cement wil gaan malen. Andere verzoeken gaan over het uitgeven van een courant, het mogen snijden van kurk of het recht om met een veerboot tussen twee plaatsen te varen. Eerder verscheen op de website van de Groninger Archieven al een verhaal over de eerste stukadoor in de stad Groningen, die ook in het Octrooyboek vermeld staat.

Eigenlijk zijn alle vermeldingen in het boek dubbel. Eerst kwamen ze als verzoek binnen bij het stadsbestuur en werden in de rekestboeken geschreven. De goedgekeurde rekesten, oftewel aanvragen, die betrekking hadden op een octrooi kwamen vervolgens in een apart boek. Ook werd er wel een resolutie uitgevaardigd. Dezelfde aanvragen zijn dus in verschillende administraties terug te vinden.

Het ABC van Open het Stadsbestuur

Met het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur komen we regelmatig verrassende zaken tegen die eeuwenlang met ganzenveer en kroontjespen door het Groninger stadsbestuur aan het papier werden toevertrouwd. Met het ABC volgen we wekelijks een letter van het alfabet en verbinden daaraan een bekende of veelvoorkomende term uit het archief van het stadsbestuur van 1594 tot 1815. Lees mee met ons ABC. 

Jaline de Groot

Publieksadviseur Groninger Archieven