1785_06991_header_.jpg

Tegenwoordig krijgen we, als we de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, een AOW-uitkering. Daarnaast is er vaak sprake van een opgebouwd pensioen, waar we gedurende ons werkende leven premie voor betalen. Tot ver in de negentiende eeuw was er geen sprake van enige pensioenvoorziening.

"ouderdom" uit Resoluties van burgemeesters en raad, 1663. Groninger Archieven (1605-13, blz 332)

Je was, als je niet meer kon werken voor je dagelijkse brood ‘wegens sijn ouderdom’, aangewezen op ondersteuning door je kinderen, het gilde waar je mogelijk toe behoorde, of de kerk. Op je oude dag werd je dus eigenlijk afhankelijk van de goede wil van anderen. In 1845 werd het allereerste pensioenfonds in Nederland opgericht (Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij). In 1846 wordt voor de ambtenaren hun burgerlijk pensioen bij wet geregeld. Otto von Bismarck voerde als eerste in 1889, uiteraard in het Duitsland waar hij kanselier was, een landelijke inkomensvoorziening in voor ouderen, invaliden en zieken. Wellicht dat de gevolgen van de Frans-Duitse oorlog hem op dat idee hebben gebracht.

Oude man op krukken, 1890. Tekening J. Ensing, Groninger Archieven (1536_4741)

Maar in vroeger tijden kon het ook anders, tenminste als je het geluk had. Wie rijk was had natuurlijk geen pensioenvoorziening nodig. Een werkgever met genoeg geld en macht hielp ook. Dat zien we bijvoorbeeld aan het geval van Meint Jans, die tonneboeier was en ervoor zorgde dat de zeetonnen op de Waddenzee op hun plek bleven liggen. Dankzij deze zeetonnen wisten schippers waar ze met hun schip langs konden varen, zodat ze niet vast kwamen te zitten. In januari 1663 (blz 332) moet Meint Jans zijn functie als tonneboeier opgeven vanwege zijn ouderdom en andere redenen. In de besluiten van het stadsbestuur lezen we:

Meint Jans moet zijn werk opgeven vanwege ouderdom, 1663. Groninger Archieven (1605-13, blz 332)

Gehoirt sijnde 't rapport der Heeren Gecom-
mitteerden so volgens acte Commisoriale van
den 31 Januarij jongst int gespreck hadden geweest
met Meint Jans Tonneboijer ten Einde deselve na de
Raadts intentie (bij occasie dat hij wegens sijn
ouderdom en andere redenen niet machtich het
Tonneboijlerschap na behoiren waer te nemen, En
dan tot dienst van de Stadt Een ander daer mee
diende worden versien) tot sijns sijn vrou en
kinderen onderhout mochte worden gesoulageert

Als dank voor zijn diensttijd kreeg Meint Jans eenmalig tweehonderd gulden. Daarnaast kreeg hij een jaarlijkse toelage van honderd gulden. Bovendien ontving hij daarnaast nog het zogenaamde baakgeld, een andere inkomstenaanvulling die kennelijk bij zijn functie hoorde. Overigens moesten zowel de eenmalige tweehonderd, als de jaarlijkse honderd gulden worden betaald door Meints opvolger, de schipper Ebel Jacobs. zo blijkt op 16 februari 1663 (blz 333):

Tonneboeijerschap wirde gebeneficeert, in dier voegen
dat deselve nu voorts bij 't anvaerden vant ampt
an voorschreven meint jansens sulde betalen tot sijne
nootwendicheijt de summa van twiehondert gulden Eens, Ende
voorts alle jaeren bij t' ingaen vant jaer als op den
16 februarij, gedurende desselfs levent hondert caroli gulden

Deze regeling doet sterk denken aan de manier waarop onze AOW is georganiseerd, zij het dat die in dit geval een wel heel persoonlijk tintje had. Maar onze Meint had natuurlijk geluk. Hij was niet enkel aangewezen op de goedheid van anderen. Hij had, heel modern, een pensioen. En voor Ebel Jacobs, die voor dit alles wel een veer moest laten, gold waarschijnlijk dat de pijn van korte duur was, gezien de beperkte levensverwachting in zijn tijd.

Het ABC van Open het Stadsbestuur

Met het Maak Geschiedenisproject Open het Stadsbestuur komen we regelmatig verrassende zaken tegen die eeuwenlang met ganzenveer en kroontjespen door het Groninger stadsbestuur aan het papier werden toevertrouwd. Met het ABC volgen we wekelijks een letter van het alfabet en verbinden daaraan een bekende of veelvoorkomende term uit het archief van het stadsbestuur van 1594 tot 1815. Lees mee met ons ABC. 

René Doesburg

Projectdeelnemer Maak Geschiedenis