1785_06991_header_.jpg

In de week voor Sinterklaas klimt menig Nederlander in de pen om een inmiddels traditioneel gedicht te schrijven. Op het ‘Heerlijk Avondje’ wordt dit gedicht, niet zelden versierd met enige (zelf)spot, hardop voorgelezen onder het genot van strooigoed en een flinke mok warme chocolademelk. Soms is de tekst nog mooier dan het cadeau.

In een sinterklaasgedicht kunnen dingen worden gezegd die je anders niet zo snel zegt. Je kunt op deze manier wat specifiekere aandacht schenken aan de persoon voor wie je schrijft. Daarnaast kun je ervoor kiezen anoniem te blijven.

Dat de traditie van sinterklaasgedichten al enige tijd terug gaat, is bekend. De eerste stammen uit de 17e eeuw en werden verzameld in boekjes over Sinterklaas. De huidige vorm van dichten, waarin vanuit het perspectief van de Sint aan een ontvanger wordt geschreven, is minder oud. In literatuur over de geschiedenis van het sinterklaasfeest wordt verteld dat de traditie van het zelf dichten pas in de 20e eeuw ontstond. In deze periode namen meer volwassenen deel aan de viering. Vóór die tijd was het feest uitsluitend voor kleine kinderen en zij konden nog niet zo goed lezen. Dezelfde bron stelt dat er geen gedichten van voor 1880 bekend zijn waarin vanuit de Sint aan een volwassene wordt geschreven. Daar komt nu verandering in: wij hebben er in de Groninger Archieven een uit 1869 gevonden!

Sinterklaasgedicht 1869. Archief familie Geertsema, Groninger Archieven (512-114)

In het betreffende gedicht uit 1869 zijn lovende woorden geschreven over een gewaardeerd familielid op leeftijd:

’T is meer dan tachtig jaar geleden
sinds ik U ’t eerste lekkers bragt.
’T wicht van toen, d’oude vrouw van heden
groot is ’t verschil. Maar welbedacht
zag ik gelijkenis. Iets vrolijks
in ’t gemoed bleef U tot heden bij;
Dies werd ik opgemerkt en meende,
na mijn bezoek bij ’t kind van Sey,
ook grootmoeders moeder te gedenken;
niet met een groote hoop geschenken
zooals ik deed voor tachtig jaar,
maar met een vriendelijk hartelijk praatje
dat ik U toezend op een blaadje.
Die vrolijkheid waarvan ‘k mogt spreken,
ze blijve U bij dat aan Uw dood.
Ze maak U ligt al de gebreken
die de oudedag ook U aanbood,
Ze blijf voor Kind en Kleinkind Tevens
een ware vreugd, zoolang ge er zijt,
en gaat ge heen naar betere oorden,
als voorbeeld blijft ge voor hen staan.
Om op ’t soms moeylijke pad des levens
Steeds vrolijk, dankbaar voort te gaan.

Sinterklaas,

6 December 1869

Dit gedicht laat het sinterklaasrijm op zijn best zien. Als brenger van warme gevoelens en herinneringen. Dat dat geslaagd is, toont het feit dat het gedicht in het archief van familie Geertsema bewaard is gebleven, waar wij nog steeds over deze bijzondere overgrootmoeder kunnen lezen.

Hoewel er elk sinterklaasfeest honderden gedichten worden geschreven, zijn er maar weinig bewaard gebleven. Zoals veel persoonlijke documenten zijn ze schaarser, maar bieden ze een bijzondere inkijk in het dagelijks leven van het verleden. Familiearchieven zoals deze waarin dit gedicht gevonden is, zijn daarom van onschatbare waarde voor historisch onderzoek. Dit gedicht is gevonden in het archief van de familie Geertsema uit stad Groningen, een geslacht dat opklom van paardenverkopers naar burgemeesters en politici. Over deze familie zijn een aantal genealogieën geschreven. De familie Geertsema lijkt een voorkeur voor verschillende vormen van poëzie te hebben gehad, aangezien in dit archief ook spotdichten en Franse sonnetten bewaard zijn.

Bronnen

  • Frits Booy, ‘Sinterklaas zat te denken… Een korte geschiedenis van het sinterklaasgedicht’ in Literatuur, no. 20 (2003): 30
  • J.J. Bastert, "Genealogische aantekeningen betreffende het geslacht Geertsema", in De Wapen Heraut, 3e jrg. 1899, blz. 85 e.v. De oudste generaties zijn dubieus.
  • H.L. Kruimel en W.F. del Campo Hartman, "Genealogie Geertsema", in Nederlands Patriciaat
  • H.L. Kruimel, "De oudste generaties van het geslacht Geertsema", in Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie, deel XXIV, 1970, blz. 148 e.v.

Wendy Kolkert

Publieksadviseur