1785_07192_header_b_.jpg

De deuren van de studiezaal zijn weer geopend. Goed nieuws dus voor studenten, genealogen en andere bezoekers voor wie het echte contact met de archiefstukken onmisbaar is. Vanuit huis kunt u een groot aantal bronnen digitaal raadplegen. Toch zal dit het bezoek aan het archief nooit helemaal kunnen vervangen. Wat is er zo bijzonder aan archiefonderzoek?

Om u een idee te geven, schrijf ik twee blogs: de eerste vanuit huis (wat kan ik thuis allemaal al digitaal vinden?), de tweede vanuit de studiezaal (wat vind ik thuis niet, maar in de archiefstukken wel?). Een onderwerp diende zich aan in een wandkast in mijn ouderlijk huis. Daar stuitte ik op een oud handbijbeltje. Toen ik het boekje opende, dwarrelden er knipsels uit. Een van die knipsels was het overlijdensbericht van Jan Johannes Hollevoet. Hij overleed op 24 oktober 1945 door een ‘droevig ongeval’.

Overlijdensbericht Jan Johannes Hollevoet, 1945

Naast het overlijdensbericht, kende ik een uitspraak van mijn oma: ‘Mien pa is tussen de brugge kommen’. Er is in mijn familie echter niemand die nu nog weet wat ze daarmee precies bedoelde, alleen dat het gaat om de Museumbrug, tussen de Westerhaven en Praediniussingel. Wat is daar gebeurd?

Losse eindjes

Om die vraag te beantwoorden, ging ik eerder vanuit huis aan de slag. In mijn vorige blog, Zoeken vanuit huis: De kleine beurs, schreef ik over mijn vondsten in de digitale collectie. Bijzonder was de ontdekking van een tekening uit 1940 van Jan Johannes op de stoep van zijn kroegje aan de Schoolholm. Verder kwam ik erachter dat Jan Johannes in 1918 een handeltje dreef in het gehucht de Papiermolen waar je tegen inlevering van een distributiebon een ons zachte zeep kon krijgen en dat hij op 11 juni 1914 in Zoutkamp de 2e prijs won in een viswedstrijd.  

Het ongeval op de Museumbrug daarentegen bleef raadselachtig. Stond Jan Johannes met zijn hengel op de Museumbrug toen die omhoogging om een schip door te laten? Heeft de brugwachter hem niet gezien? Nu fysieke raadpleging weer mogelijk is, hoop ik de losse eindjes aan elkaar te knopen. 

Museumbrug, 1980. Foto Frank Straatemeier, Groninger Archieven (2290_10921)

Shock

Op de studiezaal raadpleeg ik eerst de kranten, nu op microfiche. Op het scherm van het leesapparaat waarop de microfiches vergroot worden, komt van alles dat in de wereld gebeurde voorbij.[1] Helaas niets dat een licht werpt op de toedracht van het ongeval.[2] De volgende stap is het overlijdensbriefje. Dit is een verklaring van overlijden die door een arts werd ingevuld en dat de doodsoorzaak van de overledene vermeldt. Aan de hand van dit briefje stelde de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van overlijden op.

Overlijdensbriefje Jan Johannes Hollevoet, Groninger Archieven (1607_739.2 aktenr. 2375)

De arts vulde op het overlijdensbriefje van Jan Johannes in als doodsoorzaak shock. Die term kende ik alleen als de mentale toestand die je kan oplopen als je getuige bent van een schokkende gebeurtenis. Maar de shock die de arts hier bedoelde, is een levensbedreigende toestand die veroorzaakt wordt door een tekort aan rondpompend bloed. Dit kan gebeuren door een ernstige interne of externe bloeding, die bijvoorbeeld opgelopen kan worden na een ongeval.

Politiepost Ubbo Emmiusstraat, 1928. Fotograaf onbekend, Groninger Archieven (1785_28153)

Een collega wijst mij op het archief van de Gemeentepolitie Groningen. Ongetwijfeld zal het ongeluk voorkomen in de meldingsrapporten. Voor de meldingsrapporten geldt dat ze niet openbaar zijn zo lang de betrokkenen kunnen leven. In de meldingsrapporten hield de wachtcommandant bij wie er dienst had en wat er die dag op het politiebureau gebeurde. Van de meldingsrapporten werden dagrapporten gemaakt, een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen.

Agent Luursema meldt

In het dagrapport van 24 oktober 1945 ontrolt zich inderdaad de toedracht van het ongeluk via de meldingen die de wachtcommandant op de politiepost aan de Ubbo Emmiusstraat vastlegde.

18.00 u.        Heeft de a.v.p. (agent van politie) Luursema tel. te kennen gegeven dat op de Museumbrug een man bekneld is geraakt tusschen de brug en de leuning. Het slachtoffer liep hierbij verwondingen op aan arm en been. GGD kgg. Zie verder rapport U.E. straat.

Een half uur later noteerde de wachtcommandant:

18.30 u.        De a.v.p. Luursema meldt dat op de Museumbrug een man, genaamd: Jan Johannes Hollevoet, geb. te Groningen 27 December 1871 en won. te Groningen Schoolholm 7, beklemd is geraakt tusschen de leuning van de brug en de vaste leuning. Genoemd persoon die over hevige rug en buikpijn klaagde, is door de G.G.D. naar het Acad. Ziekenhuis vervoerd, waar na onderzoek bleek dat hij een bekkenfractuur had bekomen […].

Op donderdagochtend stelde de wachtcommandant het verslag van agent Luursema op papier:

11.15 u.        Rapp. de a.v.p. Luursema, dat de persoon genaamd J.J. Hollevoet op het vaste stuk van de brug zat binnen de afsluitboomen van de Museumbrug op het oogenblik dat de brug opengedraaid moest worden om een schip door te laten. Toen de brug naar boven ging, bleef hij zitten niettegenstaande dat de brugwachter […] hem toeriep daar af te gaan. Op het moment dat de brug naar boven ging, ging de brugwachter uit zijn hokje om het schip persbriefje in ontvangst te nemen. Op dat oogenblik hoorde hij Hollevoet jammeren en zat deze bekneld tusschen de brug en de afrastering. De brugwachter is toen direct weer in zijn hokje gegaan en heeft de brug terug laten loopen […].

En ten slotte:

15.45 u.        Rapp. de a.v.p. Berkhof, dat J.J. Hollevoet, zie mut. van 11.15, tengevolge van het ongeluk is overleden.

Mijn verleden

Mijn oma had geen woord teveel gezegd toen ze zei: ‘Mien pa is tussen de brugge kommen’. Maar dat kon ik zo veel jaren later alleen weten door een bezoek aan het archief te brengen. Dat ik de toedracht van het ongeval uiteindelijk in de meldingsrapporten zou leren kennen, had ik wel verwacht. Wat ik niet had verwacht, is dat het mij zo veel jaren later nog zo zou raken. Het is voor mij waardevol om via het archiefmateriaal zelf een voorstelling te maken van wie mijn overgrootvader was en wat hem overkwam. Daarmee kom ik ook terug op de vraag wat het archiefonderzoek voor mij zo bijzonder maakt. Het is een unieke vorm van direct contact met een deel van het verleden, mijn verleden.

Jan Johannes in De Kleine Beurs, ca. 1930-1940. Fotograaf onbekend, privécollectie 

Bronnen

[1] Geraadpleegde kranten: Ons Noorden en de Nieuwe Provinciale Groninger Courant.

[2] Mogelijk een gevolg van de papierschaarste waaronder de dagbladen te lijden hadden in de oorlogsjaren en in de jaren daarna.

Johanne Vonk

Publieksadviseur