bijgewerkt1969wit_.jpg

26 mei 1922 - Het bijzondere monument voor de Groninger kunstenaar Jozef Israëls Langs moeders graf wordt onthuld.

Vandaag precies 100 jaar geleden.

Onthulling Jozef Israëlsmonument Hereplein Groningen, 26 mei 1922. Foto P.B. Kramer, Groninger Archieven (1785_5967)

Jozef Israëls (1824-1911) krijgt de eerste schilderlessen in zijn geboortestad Groningen van privémeesters en op Academie Minerva. Om zich verder te bekwamen als kunstenaar vertrekt hij op zestienjarige leeftijd naar Amsterdam. Vervolgens studeert en schildert Israëls twee jaar in Parijs en bezoekt schilders in Düsseldorf. Hij schildert in deze periode genrestukken en portretten om in zijn levensonderhoud te voorzien. Terug in Amsterdam gaat hij eerst historiestukken en bijbelse taferelen schilderen, die hoog in aanzien staan. In 1855 verblijft hij wegens gezondheidsklachten in Scheveningen. Hier begint zijn aandacht voor het leven van de vissersbevolking dat hij vereeuwigt in zijn schilderijen. In 1856 schildert hij ‘Langs het kerkhof’, later ‘Langs moeders graf’ genoemd. Dit werk wordt door bijna iedereen geprezen. Het laat de pas van zee teruggekeerde visser zien met twee jonge kinderen die langs het graf van de echtgenote en moeder lopen. De figuren staan prominent in beeld, zonder veel details op groot formaat. Het is een heroïsche uitbeelding van een eenvoudig vissersleven. Het werk wordt niet gekocht. Alberdingk Thijm (1820-1889), schrijver, dichter en hoogleraar schreef: “Wie durft zulke levensgrote treurigheid in zijn kamer te hangen?” Naar aanleiding van het schilderij worden verhalen geschreven. De populaire Nederlandse dichter Nicolaas Beets (1814-1903) schrijft in 1861 het gedicht ‘Langs moeders graf’. Sindsdien draagt het schilderij van Jozef Israëls dezelfde titel. 

Jozef Israëls wordt een bekend schilder van met name het zogenaamde vissersgenre. In binnen- en buitenland wordt zijn werk gewaardeerd en aangekocht. In 1871 verhuist hij naar Den Haag waar hij bevriend raakt met de eveneens uit Groningen afkomstige schilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915). Beide kunstenaars zijn belangrijke vertegenwoordigers van de Haagse School, een groep schilders met name uit Den Haag en omgeving, die naar buiten trekken om te werken in de vrije natuur. 

1930. Foto F.J. Diephuis (uitsnede), Groninger Archieven (1785_31026)

Kort nadat Jozef Israëls in 1911 overlijdt, maakt het Groninger Kunstlievend Genootschap Pictura plannen voor het oprichten van een monument. Dirk de Vries Lam, directeur van Academie Minerva, stelt dat Jozef Israëls “op belangrijke wijze had helpen bevestigen de goede meening die men van de Noordelingen in de rest van ons vaderland koestert.” Drie beeldhouwers maken een ontwerp. De in Eelde geboren Abraham Hesselink (1862-1930), destijds een belangrijk figuur in de kunstwereld in Amsterdam, maakt het winnende ontwerp. Hij kiest ervoor om het monumentale werk ‘Langs moeders graf’ van Israëls driedimensionaal weer te geven op een sokkel. Het standbeeld is het eerste grote monument in Groningen en krijgt een prominente plek in de stad. Op 26 mei 1922 wordt het 465 cm hoge monument aan het Hereplein onder grote belangstelling onthuld. Enkele jaren later wordt de entourage rond het monument aangepakt. Er komt een pleinafsluiting met muurtjes en ingebouwde bankjes. Het plein ertussen wordt bestraat. De omgeving is tot op heden zo gebleven. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigen NSB’ers het monument van Jozef Israëls, omdat hij Joods is. Met name het hoofd van de man en één van de kinderen worden toegetakeld, evenals het portret van Israëls op de sokkel. Al snel na de oorlog komen er initiatieven om het monument te restaureren. Al in 1946 kan het opnieuw worden onthuld. Tot 1977, het jaar waarin het Joods Monument aan de Hereweg gereed is, dient het beeld voor Jozef Israëls om de Joodse slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. 

Ca. 1959. Foto Corrie Swaak-Van Barneveld, Groninger Archieven (2138_6873)

Er zijn na de restauratie veranderingen te zien aan de figuren op het monument. Het hoofd van de visser is dieper gebogen, en het meisje op zijn arm heeft een ander hoofdje. Dit is goed te zien wanneer u inzoomt op deze foto van het monument op Beeldbank Groningen. Het hoofdje is kleiner en lijkt achteruit te deinzen en het gezichtje heeft een andere uitdrukking gekregen. Niet meer goedmoedig vol vertrouwen, zoals op deze foto van voor de oorlog, maar angstig terugwijkend. Gelukkig staat het monument er vandaag de dag, precies 100 jaar later, nog altijd.

Door Ellie Komrij, conservator beeldende kunst en erfgoed, Museum Wierdenland