1785_07192_header_b_.jpg

Van dinsdag 19 juli tot en met zaterdag 27 augustus 1672 werd de vesting Groningen belegerd door de troepen van de bisschop van Münster. Hoewel er op zondag 28 augustus nog wel enkele schermutselingen plaatsvonden, was de vijandelijke hoofdmacht toen al vertrokken. De stad bleek onneembaar. In 6 weekoverzichten volgen wij aan de hand van korte journaals de acties van de beide strijdende partijen en de gevolgen die deze hadden voor de lokale bevolking. De informatie is afkomstig uit een aantal gedrukte dagboeken die kort na het beleg gepubliceerd werden. Ook zijn teksten uit de oude bestuurlijke administraties van stad en de provincie Groningen geraadpleegd en komen er fragmenten uit andere handschriften, oftewel oude documenten, uit de collectie van de Groninger Archieven.

Week 1

Dinsdag 19 juli

Een Stadjer schrijft: "Den 9. Julij 1672 op Dinsdag is de Bischop van Munster met de ChurCeulse Volcker hiervoor gekomen." (blz 8) In de loop van de morgen stromen vanuit het zuidelijker gelegen Haren en Helpen (nu: Helpman) vluchtende dorpelingen de stad binnen. Gealarmeerd door het klokgelui van de Harense koster weten de meesten tijdig een goed onderkomen te vinden, maar een oudere boer en een goudsmidknecht vinden de dood door vijandelijk vuur.
Rond 15.00 uur zijn de eerste vijandelijke soldaten bij de Galgenberg (nu: Sterrenbos) gezien en gelijk onder schot genomen. Met uitvallen van de Groningse ruiterij onder aanvoering van ritmeester Johan Sickinge proberen onze troepen de vijand uit de bossages te lokken en vervolgens te beschieten. Bij deze pogingen raakt kornet Wolter Hovinge zwaargewond. Hij bezwijkt later aan zijn verwondingen.

Woensdag 20 juli

Voor ‘heulen met de vijand’ zijn twee burgers op de Grote Markt terechtgesteld. Luwert Fockens, een Oldambtster boer, zou op dringend advies van Johan Schulenborgh - een in ongenade gevallen en daarna overgelopen vertegenwoordiger van het gewest Groningen in het landsbestuur – een contract hebben gesloten over onderwerping van het Oldambt.
Eppo van Vreden, portier van de Steentilpoort, zou zijn omgekocht om de sluitboom van de waterpoort veertien dagen voor vijandelijke soldaten open te laten. Beiden zijn door de beul onthoofd.

Donderdag 21 juli

Nog meer executies. Lieutenant Van den Berge is ter dood gebracht, omdat hij de vesting Nieuweschans zonder bevel daartoe heeft verlaten. Door het opgeven van Oude- en Nieuweschans is er volop geplunderd in het Oldambt en komt een grote vluchtelingenstroom op gang. Ook bereiken ons berichten van ontvoering, brandstichting, plundering en roof van goederen en vee in Leek, Peize, Eelde, Roden, Tolbert, Midwolde, Oostwold en Lettelbert.
Ondanks vijandelijk vuur hebben ruiters vanmiddag huizen aan de Hoornsedijk in brand gestoken. Dit om te voorkomen dat de vijand zich daarin kan verschuilen. Eerder zijn om deze reden huizen direct buiten de stadspoorten al vernietigd door zelf brand te stichten.
Onze gezant, trompetter Ulrich Olde Acker, bericht ons vanuit Overijssel dat een Keulse legermacht van ongeveer 8000 man vanuit Beilen moordend en rovend in onze richting trekt.

Vrijdag 22 juli

Het grootste deel van het vijandelijke leger is nu gearriveerd voor de stad. Vanaf de Martinitoren is zichtbaar dat ze hun kampement hebben opgeslagen achter het dorp Helpen waarmee duidelijk is geworden dat het een beleg wordt. De stad is er klaar voor. De magazijnen liggen vol wapens en kruit en de manschappen staan onder deskundige leiding. Zelfs de studenten, meer dan 150 ‘meestal vrolijke snaken’, onder leiding van burgemeesterszoon Wicher Wichers doen mee.

De belegeringh van Groeningen, kampement achter Helpman, 1672. Detail kaart Romeyn de Hooghe, Groninger Archieven (1536_2766)

We hebben in deze tijden niet alleen te maken met plunderingen door de vijand. De Staten van Stad en Lande hebben de commandant van Aduarderzijl bevolen per direct zijn plunderende troepen in de Marne onder controle te brengen. Een waarschuwing ook aan het adres van de naar Emden uitgeweken Sappemeerster schippers om niet voor de vijand te gaan varen. Dit wordt als verraad beschouwd. 

Zaterdag 23 juli

Opnieuw berichten over rooftochten door vijandelijke troepen in het Westerkwartier. Uit waarnemingen blijkt verder dat de vijand bezig is stellingen op te werpen achter de Galgenberg en het Blauwe Huis, gelegen tussen het Winschoterdiep en Helpen. Om te voorkomen dat de vijand deze bij hun aanval kan gebruiken, worden nu ook de huizen buiten de vesting aan de west- en noordzijde van de stad met de grond gelijkgemaakt. Zelfs de pas voor duizenden guldens gerestaureerde toegangsbrug voor de Oosterpoort is afgebroken. Daarmee zijn nu alle toegangen tot de stad vanuit het zuiden geblokkeerd. Mooi dat voor de verdediging van de stad vandaag tweehonderd man hulptroepen uit het bevriende Königsmarck zijn gearriveerd. Vooral Polen, gewapend met vervaarlijk uitziende hellebaarden.

Zondag 24 juli

Ondanks het slechte weer wordt er door de vijand de klok rond doorgewerkt aan de aanvalswerken, vooral nabij de Galgenberg. Her en der wordt vanuit de stad op hen gevuurd. Slecht nieuws: met tweeduizend man is de vijand bij Enumatil doorgestoten en heeft nu het hele Westerkwartier bezet.

Peter Riem

Publieksadviseur