2138_0804_header_.jpg

De strijd om Groningen wordt grimmiger. Bommen Berend zet grof geschut in, zoals stinkpotten. In de week van 1 tot en met 7 augustus vernietigt hij veel Groninger huizen. En er vallen slachtoffers, onder wie de echtgenote van kapitein Bernard Johan van Prott. 

Van dinsdag 19 juli tot en met zaterdag 27 augustus 1672 wordt de vesting Groningen belegerd door de troepen van de bisschop van Münster. Hoewel op zondag 28 augustus nog wel enkele schermutselingen plaatsvinden, is de vijandelijke hoofdmacht toen al vertrokken. De stad blijkt onneembaar. In zes weekoverzichten volgen wij aan de hand van korte journaals de acties van beide strijdende partijen en de gevolgen die deze hadden voor de lokale bevolking. De informatie is afkomstig uit een aantal gedrukte dagboeken die kort na het beleg is gepubliceerd. Ook zijn teksten uit de oude bestuurlijke administraties van stad en de provincie Groningen geraadpleegd en komen er fragmenten uit andere handschriften, oftewel oude documenten, uit de collectie van de Groninger Archieven.

Soms vinden we in de weekjournaals twee verschillende data op één dag, zoals het Groningens Ontzet op 18 en 28 augustus. Dit komt doordat er in die tijd twee verschillende kalenders werden gebruikt, de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender.

Week 3

Maandag 1 augustus

De Münsterse trompetter en tamboer zijn vanochtend aan Rabenhaupt voorgeleid. Ze worden daarbij geblinddoekt om te voorkomen dat ze later militair-strategische informatie kunnen doorspelen. In de brief eisen de bisschoppen van Münster en Keulen de stad op. Na overleg met de presiderende burgemeester Henrick Cluivinge en het voltallige stadsbestuur volgt het antwoord: “Wij zullen onze stad goed en bloed tot het uiterste tegen al haar vijanden verdedigen en beschermen.”

Vanwege de aanhoudende bombardementen vallen ook vandaag weer slachtoffers en is er grote schade aan gebouwen. Naast de consistoriekamer van de Akerk, die vrijwel geheel wordt verwoest, is ook het huis van de stadssecretaris Johan Tammen aan de Vismarkt door een bom getroffen. Hierbij is de echtgenote van kapitein Bernard Johan van Prott, de garnizoenscommandant van de vesting Bourtange, om het leven gekomen. Door alle beschietingen en de daarmee gepaard gaande stroom aan vluchtelingen en evacués naar de noordelijker stadsdelen, zijn de huizen daar overvol. Binnen de noordelijke dwingers worden zelfs hutjes van stro opgetrokken. Arm en rijk, iedereen woont er samen: “Hoe menich Madame vont men op een out stoeltjen sitten, die te vooren niet gewent was te gaen sitten op een stoel, voor en al eer het kussen wel te dege haer van de meit een reis of wat opgeklopt was.” Naar de stad gevluchte predikanten worden opgeroepen dagelijks een ochtend- en avonddienst te organiseren in de pas gebouwde Nieuwe- of Noorderkerk.

 Dinsdag 2 augustus

De derde week van het beleg door Bernhard von Galen begint al in de ochtend met zeer heftige strijd, waarbij naast bommen ook stinkpotten worden ingezet. Hierdoor worden helaas veel huizen getroffen. Omdat het beleg nu al geruime tijd gaande is, geeft de Raad van de stad opdracht om de voorraden voedsel vast te laten leggen. Een militaire operatie waarbij vijfenveertig man met turfschepen buiten de stad gaan om de loopgraven van de Münsterse troepen te verkennen, eindigt met vijftig doden in het kamp van de vijand, twee gegijzelden en nieuwe informatie over hun verdedigingswerken.

Woensdag 3 augustus

Woensdagochtend breekt aan onder de rook van musketvuur. Dit vuurgevecht heeft de hele nacht plaatsgevonden bij de Drenckelaarsdwinger, het bastion waar de studentencompagnie actief is. Ook de Martinikerk wordt meermaals getroffen door kanonskogels. Na het succes van de uitval op turfschepen de dag ervoor, ondernemen de Groninger manschappen onder leiding van kapitein Huyser een soortgelijke, maar grootschaligere aanval op de loopgraven. Na een kwartier wordt deze uitval ontdekt en teruggedrongen door de aanstormende ruiterij van de vijand. Desalniettemin levert Huysers aanval twintig gevangenen op, onder wie een aantal officieren. Helaas beantwoorden de Münsterse troepen deze actie met extreem kanonvuur en gloeiende kogels. Mennonieten schieten te hulp bij een brand in de Peperstraat, maar een van hen sterft hierbij door het vijandelijk vuur. Ten slotte komt ons wederom nieuws over het Westerkwartier ter ore: hier laten de troepen een spoor van moord, brand en verkrachting achter.

Het beleg van Groningen door de bisschoppen van Münster en Keulen in 1672, 1684. Kopergravure. J. Harrewijn, Groninger Archieven (1536_3332) 
Het beleg van Groningen door de bisschoppen van Münster en Keulen in 1672, 1684. Kopergravure. J. Harrewijn, Groninger Archieven (1536_3332) 

Donderdag 4 augustus

Versterking van onze troepen arriveert uit Friesland. Ondertussen blijft de vijand verder graven aan hun loopgraven. Ze zijn nu zo diep en wijd dat hun ruiters er doorheen kunnen rijden. Ondertussen gaat musket- en kogelvuur door. Onder meer de Ebbingestraat wordt geraakt. Geruchten over een mogelijke nachtelijke aanval maken de stad onrustig: deze nacht wordt zelfs per ongeluk vals alarm geslagen.

Vrijdag 5 augustus

Door het alarm van de afgelopen nacht zijn alle Groninger troepen naar hun verdedigingsposten gegaan. Hier wordt de vijand met ‘Koegelen […] ten ontbijt onthaald.’ De vijandige troepen beantwoorden deze opkomst met mortierbeschietingen. De wachtluitenant die het valse alarm liet slaan, is opgepakt. Naar verluid heeft een van de vijanden met de luitenant gesproken over eventuele overgave, terwijl op de achtergrond een boot poogt het Schuitendiep over te steken. Dit doet de luitenant een grootschalige aanval vermoeden. In de Volckerdingestraat (nu: Folkingestraat) is een man weggevlucht voor een bom. Als hij ziet dat deze niet afgaat, probeert hij de bom onschadelijk te maken. Hij overlijdt echter als deze alsnog ontploft.

Zaterdag 6 augustus

Deze dag verloopt redelijk rustig. Op enkele bommen na zijn er geen incidenten. Bij de aanval op Aduarderzijl bij Ema-tille (nu: Enumatil) zijn ongeveer zestig bommen en brandbommen van de vijand in het water gegooid. Deze zijn opgevist en vandaag in de stad gebracht.

Zondag 7 augustus

Waar gisteren weinig gebeurde, gebeurt er vandaag erg veel. In de nacht overrompelen de Keulse en Münsterse troepen de wacht bij het Kleine Poortje bij de Drenckelaarsdwinger. Tussen de driehonderd en vierhonderd soldaten komen aangestormd. De Groningse verdedigingstroepen moeten zich terugtrekken in de stad, maar ze weten de vijand op afstand te houden met het schieten van schroot. Ze treffen een door de vijand gebouwd bruggetje aan tussen de dwinger en de vijandelijke linie. Het gerucht gaat dat de Groningse wacht te veel gedronken had en de vijandelijke troepen daardoor hun kans grepen. Een aantal uur later, bij het aanbreken van de morgen, wordt een aanval uitgevoerd op de Oosterhoogebrug. Hier zijn weinig verdedigers, maar soldaten en boeren onder leiding van kapitein Reynt Clant slaan de aanval af. Een dag met veel geweld over en weer volgt. ’s Avonds steken twee waaghalzen onder het musketvuur van de Bisschops troepen het geïmproviseerde bruggetje in brand.

Andere weekjournaals

 

Wendy Kolkert

Publieksadviseur