1785_06991_header_.jpg

Na betrekkelijk rustige dagen zijn de vijandelijke beschietingen met (brand)bommen en gloeiende kogels weer in alle hevigheid losgebarsten. Ook arriveert er versterking in de week van 8 tot en met 14 augustus. Waaronder de veertien compagnieën van het Hollandse regiment onder leiding van overste Jorman.

Van dinsdag 19 juli tot en met zaterdag 27 augustus 1672 wordt de vesting Groningen belegerd door de troepen van de bisschop van Münster. Hoewel op zondag 28 augustus nog wel enkele schermutselingen plaatsvinden, is de vijandelijke hoofdmacht toen al vertrokken. De stad blijkt onneembaar. In zes weekoverzichten volgen wij aan de hand van korte journaals de acties van beide strijdende partijen en de gevolgen die deze hadden voor de lokale bevolking. De informatie is afkomstig uit een aantal gedrukte dagboeken die kort na het beleg is gepubliceerd. Ook zijn teksten uit de oude bestuurlijke administraties van stad en de provincie Groningen geraadpleegd en komen er fragmenten uit andere handschriften, oftewel oude documenten, uit de collectie van de Groninger Archieven.

Soms vinden we in de weekjournaals twee verschillende data op één dag, zoals het Groningens Ontzet op 18 en 28 augustus. Dit komt doordat er in die tijd twee verschillende kalenders werden gebruikt, de Juliaanse en de Gregoriaanse kalender.

Week 4

Maandag 8 augustus

De derde week van de belegering wordt afgesloten met veel bommen. De Martinikerk moet het op deze maandag zwaar ontgelden. De kerk wordt getroffen in het dak, het koor, het torenwachterskamertje en bij het uurwerk. Ook worden weer enkele huizen in de stad geraakt, waarbij brand ontstaat. De mennonieten kunnen het vuur op tijd blussen.

Bominslag tijdens het beleg van Groningen in 1672, 1698-1702. Pieter van der Aa, Groninger Archieven (1536_4649)
Bominslag tijdens het beleg van Groningen in 1672, 1698-1702. Pieter van der Aa, Groninger Archieven (1536_4649)

Dinsdag 9 augustus

Vanuit Holland is een aantal officieren van de hulptroepen van overste Jorman gearriveerd. Dit ondanks het feit dat ze te horen hebben gekregen dat de stad gevallen is. Het wachten is nu op de hoofdmacht van 1400 manschappen die enkele dagen geleden, op 7 augustus, is ingescheept. Ook zijn er weer versterkingen aangekomen voor het Königsmarckse regiment. Aan de marktkooplieden is gevraagd om hun kramen uit te stallen op het Nieuwe Kerkhof als alternatief onderdak voor hen. Er zijn nu zo weinig overnachtingsplekken voor de inwoners van de overvolle stad, dat sommigen zelfs hun toevlucht hebben gezocht tot de toiletten van de Ooster- en Herepoort. In het Westerkwartier keren de bewoners terug naar hun woongebieden, nadat de vijandelijke troepen na hun strooptochten zijn weggetrokken. In Zuidhorn, Noordhorn, Niezijl, Oldenhove en Ezinge treffen de boeren talrijke stinkende karkassen van geslacht vee aan.

Woensdag 10 augustus

Het ‘smijten van bomben, branders en gloeiende koegels’ gaat gewoon door, maar richten weinig materiële schade aan, omdat ze neerkomen op stadsdelen die toch al grotendeels zijn verwoest. Wel zijn weer enkele doden en gewonden te betreuren. In de Steentilstraat weten twee kleine jongens een grote bom onschadelijk te maken door de pijp met natte stratendrek te vullen. Een seer groote Bomme viel neder in de Steentilstraet; twie kleyne jongskens, met een onnosele stoutigheydt toeloopende, doofden deselve uyt.” Opmerkelijk is ook de vondst van een koperen plaatje met inscriptie op een bom. Wat er staat blijft onduidelijk, de meeste nieuwsgierigen houden het op een bezwering of toverformule. Ook een ingeroepen professor komt niet verder dan een verwijzing naar de magiër Simon Magus.  Op bevel van de stadscommandant Bernhard Holstein (hertog van Holstein-Plön) worden plekken nabij Helpen (nu: Helpman) en het Blauwe Huis bestookt. Vanuit deze locaties  vertrekken de vijandelijke soldaten doorgaans naar hun loopgraven. Van de ‘Vorstinne van Friesland’ (Albertine Agnes van Nassau) arriveert een transport van 20.000 pond kruit en een geldbedrag van 2000 gulden, bedoeld als soldij voor de Friese hulptroepen.

Donderdag 11 augustus

Vandaag druppelen weer kleine groepen ter versterking de stad binnen, onder wie honderd manschappen uit Delfzijl en enkele Königsmarckse soldaten die eerder zijn opgevangen in het marktkramen-tentenkamp op het Nieuwe Kerkhof. Belangrijker is de aankomst van drieëndertig schepen met daarop de veertien compagnieën van het Hollandse regiment onder leiding van overste Jorman. De aankomst van deze door de Prins van Oranje gestuurde versterkingen via het Reitdiep, kan ook worden gadegeslagen door de vijand. Dat er ’s nachts door de vijand geen schot gelost is, heeft wellicht te maken met de indruk die dit alles op hen heeft gemaakt.

Vrijdag 12 augustus

Nabij de Kranepoort leggen de pas gearriveerde militairen de eed van trouw af ten overstaan van Scato Gockinga. Daarna vertrekken ze voor een inspectie naar de Ossenmarkt  waar onze commandanten Rabenhaupt en Holstein hun woonhuis hebben. De groene pluim op de hoeden (‘hoeden geciert met groene pluymagien’) van de officieren symboliseren daarbij de frisheid en kracht van de manschappen. De officieren worden ingekwartierd bij een groep ‘gequalificeerde’ burgers. De manschappen in eerste instantie in de Akerk. Hierna verkennen Hollandse soldaten de omgeving. Zij zien dat de vijand bezig is met het graven van nieuwe stellingen. Er wordt in dit verband zelfs gesproken van: ‘aardwroeters” en “bisschoppelijke aard-mollen’. De bisschop van Keulen, die enkele dagen eerder naar Overijssel is vertrokken, is met twee à driehonderd man door Hasselt gemarcheerd en onderweg naar Groningen. 

Zaterdag 13 augustus

Na betrekkelijk rustige dagen zijn de vijandelijke beschietingen met (brand)bommen (‘bomben en branders’) en gloeiende kogels weer in alle hevigheid losgebarsten. De Groninger afweer heeft hiertegen weinig effect, vermoedelijk omdat de diep ingegraven vijandelijke stukken geschut slecht te raken zijn. Dat de stad geen voedselgebrek kent, blijkt uit het feit dat vandaag twee schepen met spek, kaas, boter en andere levensmiddelen naar Amsterdam zijn vertrokken. Wel wordt door de Groningse gecommitteerden in een brief aan hun collega’s in Den Haag gevraagd om extra geld, ter aanvulling van de toch al ‘qualijcke’ betaling van soldij voor de geleverde Hollandse troepen. Tegen de avond laten een vijftal studenten en twee soldaten zich buitensluiten en hebben zij in een vijandelijke loopgraaf een officier neergeslagen en beroofd. Ook hebben ze hem een haarlok afgesneden om bij een eventuele arrestatie (er was geen bevel gegeven tot deze actie) in elk geval te kunnen bewijzen dat de gestolen goederen niet van een eigen militair afkomstig waren!

Zondag 14 augustus

Om het vijandelijke geschut vlak buiten de Oosterdwinger te bestrijden, is een betere geschutsbatterij aangelegd tussen de Oosterdwinger en de Drenckelaersdwinger, later bekend als de ‘Grote Batterij’. Overlopers vertellen dat de vijand in plaatsen als Onnen, Glimmen, Haren en Roodehaan bezig is schuren af te breken om met het hout vlotten te bouwen voor de oversteek van de vestinggracht en de bestorming van de wal. De haast waarmee dit gebeurt zou samenhangen met het gebrek aan voedsel en vers water aan de kant van de bisschop. De ophanden zijnde aanval zou komende nacht al plaatsvinden. Het blijft echter rustig. 

Andere weekjournaals

 

Peter Riem

Publieksadviseur