Een eeuwenoude kist vol vergeten verhalen die erom vragen verteld te worden.. In het publieksproject Tijdcapsule Van Ewsum wordt het archief van de familie van Ewsum door vrijwilligers en AI ontcijferd. In dit proces komen veel (grote én kleine) verhalen naar boven. Welke verhalen zijn dit, en wat spreekt ons hierin aan? In deze blog vertelt deelnemer Guus Frumau over een hoogoplopende burenruzie die uiteindelijk voor de rechter komt.
In 1540, op een dam tussen twee percelen bij Eppenhuizen, krijgen twee vrouwen ruzie. Op het eerste gezicht een alledaags tafereel. Maar sommige buren horen dat het deze keer menens is:
‘Heffstuen dyn man nyet doet geslagen wat heffstum dan gedan?’
‘Heb je je man niet doodgeslagen, en als dat niet zo is, wat heb je dan gedaan?’ Volgens meerdere getuigen roept Ytke Hillebrants dit naar haar buurvrouw Wabbeke, weduwe van Harcken Emmens. Een serieuze beschuldiging. Een getuige verklaart tot op detail dat de woorden vielen ‘vp de dam tuysschen rencke eysses landt vnde Jacob Jansen landt by de reyt.’ Het conflict vond plaats op een dam tussen het land van Rencke Eisses en Jacob Jansen, bij de rietrand aan een van de kronkelige maren bij Eppenhuizen. Daar staan de twee vrouwen te ruziën.
Lokale rechtspraak
Dat we na bijna vijfhonderd jaar tot in detail deze burenruzie kunnen meebeleven, is te danken aan het familiearchief van de Van Ewsums. De Van Ewsums waren in de zestiende eeuw invloedrijke hoofdelingen en grootgrondbezitters. In verschillende rechtsgebieden traden zij ook op als redgers, lokale rechters. Daardoor kwamen ook plaatselijke conflicten in hun administratie terecht. De zaak Wabbeke springt er voor mij in dat geheel uit. Niet omdat het over iets groots gaat, maar omdat de zaak een verrassende inkijk geeft in het leven van gewone mensen. Tussen de vele brieven, contracten en rekeningen leest dit dossier bovendien als een spannend en heel menselijk verhaal.
Smaad
Ytke gaat verder. Ze zou hebben gezegd: ‘Ick wetwall woe de daer mede ommegeholden heffste ende konde de sele nyet kwijt worden du sclepse daer mede vydt hemelijck huis en drixte hem de sele daer tot dat beuenste edder dat hynderste wt.’
Vrij vertaald: Ik weet wel hoe je daarmee omgegaan bent; toen je niet van zijn ziel af kon raken sleepte je hem mee naar een ‘heimelijk huis’ (waarschijnlijk het privaat) en drukte je zijn ziel er boven of onder uit.
Heeft Wabbeke haar man echt vermoord? Of waren dit alleen grove beschuldigingen in een burenruzie? Wabbeke laat het er niet bij zitten. Ze richt zich tot Johan van Ewsum, die hier optreedt als hoofdeling en rechter. In het Ommelander recht werden zulke beschuldigingen namelijk ernstig opgevat. Wie iemand van moord beschuldigde moest dat kunnen bewijzen. Kon die dat niet, dan kon de valse aanklacht leiden tot boetes wegens hoon en eerroof. In een brief stelt Wabbeke dat de woorden van Ytke haar ‘yn lyff vnde ghoet gha’, dus dat ze wordt aangetast in haar eer en bestaanszekerheid.
Ytke wordt verdedigd door haar man Hilbrant. Hij ontkent alles en verzoekt zijn ‘huysfrouwe ungemoyet [te] laeten’. Wabbeke houdt echter vast aan haar klacht. Er ontstaat dan wat gedoe over wie mag getuigen en wat telt als bewijs. Getuigen leggen verklaringen af en de stukken worden zorgvuldig vastgelegd.
Onderliggende belangen
Het is opvallend hoe goed alle betrokkenen de aanklacht snappen. Het draait om de eer van Wabbeke, en niet om de vraag of er een moord is gepleegd. We krijgen dan ook geen antwoord op die vraag. Ook een uitspraak van Johan van Ewsum ontbreekt in dit dossier. Toch komt er een ander licht op de zaak wanneer Hilbrant beweert dat Wabbeke alleen maar iets zegt omdat ‘sye myn landt gerne in de huere wolde hebben’. Hij suggereert dat Wabbeke zijn land graag in huur wilde hebben. Hiermee vangen we een glimp op van wat er wellicht ook nog op de achtergrond kan hebben gespeeld. Wabbeke had het als weduwe waarschijnlijk moeilijk land in pacht te krijgen. Was haar klacht over Ytke een tactiek om de pacht alsnog af te dwingen? Het zou kunnen, maar helemaal zeker weten doe ik het niet.
De zaak Wabbeke spreekt in ieder geval tot mijn verbeelding. Twee vrouwen tegenover elkaar; buren die letterlijk herhalen wat ze gehoord hebben- en een dam bij een maar bij Eppenhuizen. Een plek die mogelijk nog steeds in het landschap te herkennen is. En dat een rauwe burenruzie zo zakelijk werd uitgevochten vertelt ons iets over hoe belangrijk eer, bezit en reputatie waren in de dorpen van de Ommelanden.
Guus Frumau, projectdeelnemer Tijdcapsule Van Ewsum