Welke verhalen schuilen er achter de documenten uit de Kist van Van Ewsum? Met behulp van transcripties uit het project Tijdcapsule Van Ewsum schreven studenten van de Rijksuniversiteit Groningen essays over het archief van de familie Van Ewsum. Dit deden zij voor het vak De verschriftelijking van de Europese samenleving in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd onder begeleiding van dr. M. Williams en dr. K. Heidecker. Deze blog is geschreven door Rutger Renkema.
Chelidonia Minor
Als je ziek werd in de zestiende eeuw, liep je niet even naar de drogist of huisarts; men maakte veel geneesmiddelen zelf en gebruikte kruiden, honing, wijn en planten uit de tuin of uit de natuur. Hoe die middelen werden gebruikt, vinden we terug in oude receptenboeken en handschriften, zoals die in het familiearchief van de familie Van Ewsum. Hier zijn zulke bijzondere documenten bewaard gebleven, en een van die teksten beschrijft de werking van een kruid met de naam Chelidonia minor. Dit bronstuk valt meteen op tussen andere documenten in de categorie ‘Recepten tegen ziektes en andere ongemakken’, omdat het handschrift er duidelijk anders uitziet dan dat van de andere stukken uit dezelfde verzameling. Dat kan betekenen dat het document niet oorspronkelijk voor deze verzameling is geschreven, maar bijvoorbeeld is overgeschreven uit een boek of uit een andere bron, of dat het papier uit een boek is gescheurd; iets wat vaker gebeurde met de medische geschiedschrijving.
Toepassingen
De tekst beschrijft dus de verschillende toepassingen van de plant, in het Nederlands stinkende gouwe genoemd. Volgens de auteur kon het kruid helpen bij problemen met nagels, maar ook bij de mond en neus. Er staat bijvoorbeeld dat het kruid op zieke of ontstoken nagels gelegd kon worden, waardoor oude nagels zouden loslaten en nieuwe konden groeien. De plant zelf is een zeer algemeen voorkomende soort die opvalt door de gele bloemen en staat ook bekend als ‘wrattenkruid’, doordat het sap in de stengels een vermeende werking had tegen wratten.
De vier vochten
Ook beschrijft de tekst dat de plant als middel tegen ‘verstoppingen in het hoofd’ kan functioneren. Het kruid werd gekookt in wijn en daarna gebruikt om mee te gorgelen, om zo slijm los te maken en de luchtwegen te openen. Bij een andere toepassing werd sap van de wortels, gemengd met honing, zelfs in de neus aangebracht om een verstopte neus te verhelpen. Men geloofde dat klachten ontstonden door een teveel aan bepaalde stoffen in het lichaam, zoals slijm of ‘vochtigheid’; als er te veel was van een van de vier lichaamsvochten (humores), moest dat in balans worden gebracht. Ziektes werden dus geweten aan een van deze vier: bloed (sanguis), slijm (phlegma), zwarte gal (melainè cholè) en gele gal (xanthè cholè). Ook hier waren tal van oplossingen voor, zoals het beruchte aderlaten.
Meer dan alleen medicijnen
Dit archiefstuk toont verschillende aspecten van middeleeuwse geschiedschrijving, zoals handschrift en papier, maar ook inhoudelijke aspecten. Het vertelt ook hoe mensen naar gezondheid keken en over de (kennis)netwerken waar vroegmodern Groningen deel van was. Mensen probeerden middelen uit in de huiselijke kring, gaven recepten aan elkaar door en schreven ze op, waardoor ook doctoren en apothekers van elkaar leerden. Je ziet ook hoe mensen eeuwen geleden omgingen met ziekte en gezondheid in het dagelijks leven, in een tijd waarin geneeskunde nog niet werd samengevat op een apothekersbriefje met de woorden: ‘neem driemaal daags paracetamol’. Eén ding lijkt echter de tand des tijds moeiteloos te hebben doorstaan: het handschrift van de dokter. Dat was toen al even onleesbaar als nu.
Rutger Renkema