2924 Faculteit der Godgeleerdheid van de RUG, (1829) 1961-1995
Uitleg bij archieftoegang
Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.
Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:
• Kenmerken van het archief • Inleiding op het archief • Inventaris of plaatsingslijst • Eventueel bijlagen
De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.
De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.
De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.
Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.
2924
Faculteit der Godgeleerdheid van de RUG, (1829) 1961-1995
Aan het begin van de jaren zestig barstte er aan de universiteit een discussie los over de identiteit van de faculteit der Godgeleerdheid. De vraag was of de faculteit ook mede moest gaan voorzien in een opleiding die tegemoet kwam aan katholieke wensen. De zaak werd voorgelegd aan de Rector en Assessoren en de Senaat. Men was bang dat de autonomie van de faculteit zou worden aangetast en dat het ten koste zou gaan van het wetenschappelijk gehalte. Al met al kwam van het initiatief niets terecht, zodat de samenstelling van de faculteit gevormd bleef als vanouds. De faculteit anticipeerde vroegtijdig op de bestuurlijke veranderingen die door de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming zouden gaan gelden. De hoogleraren droegen namelijk al voor de invoering van de wet hun bevoegdheden over aan de Faculteitsraad. De faculteitsraad was al in 1968 ontstaan als opvolger van de Studie- en Instituutsraad. Door de groei van de faculteit was het ook verantwoord een aantal onderzoeksinstituten op te richten. De instituten die werden opgericht waren: het Qumran Instituut, het Instituut voor Godsdiensthistorische Beelddocumentatie en het Liturgisch Instituut.
Toen eenmaal het faculteitsreglement was vastgesteld en de faculteit al in het studiejaar 1970-1971 ervaring had opgedaan met de vakgroepenstructuur besloot de faculteitsraad de vakgroepen officieel in te stellen. Hierbij ging het om de volgende vakgroepen: Vakgroep Bijbelse Vakken; Vakgroep Kerkgeschiedenis; Vakgroep Godsdienstwetenschap; Vakgroep Systematische Theologie; Vakgroep Toegepaste Theologie Opmerkelijk is dat de universiteitsgidsen (zie hieronder) vanaf die periode van deze vakgroepen geen vermelding geven. Het duurt tot het jaar 1984-1985 tot de namen van de vakgroepen in deze gidsen worden opgenomen.
Begin jaren tachtig was ook de tijd dat de faculteit zich sterk oriënteerde op de gehele onderwijsopzet. In november 1980 werd door de faculteitsraad een structuurrapport vastgesteld en werd er een eerste aanzet gemaakt om te komen tot een docentenplan. In 1982 werd de gehele onderwijsopzet hervormd. Men had voor ogen de propedeusefase zo breed en oriënterend mogelijk te maken en de doctorale fase in te zetten één jaar na de propedeutische fase. Deze studieopzet werd in maart 1982 aangenomen. De jaren daarna stonden vooral in het teken van bezuinigingen. Vooral de TVC-operatie (taakverdeling en concentratie) leiden tot een vermindering van het personeelsbudget. Door de leeftijdsopbouw was men in staat dit via natuurlijk verloop op te vangen. In de periode 1987-1989 was de faculteit vooral in de ban van de verwachte rapportage van de Verkenningscommissie Godgeleerdheid (VCG). Toen de commissie in 1989 met haar rapport kwam bleek dat de faculteit Godgeleerdheid van de RUG samen met Godgeleerdheid in Leiden als beste uit de bus kwamen. In het jaar 1992 vond men het opnieuw nodig te bezuinigen. Er werd een mix gemaakt van de bestaande vakgroepen. De faculteit ging verder met nog twee vakgroepen, te weten: vakgroep Jodendom en Christendom en de vakgroep Algemene Godsdienstwetenschappen. In het jaar 1993 werd ook de naam van de faculteit uitgebreid. De faculteit ging vanaf die tijd door het leven als Faculteit der Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap. De reden hiervoor was het opgaan van de vakgroep Godsdienstwetenschap in de grotere vakgroep Algemene Godsdienstwetenschap. Men vond dat naast godgeleerdheid (theologie) aandacht moest zijn voor de wetenschappelijke bestudering van godsdienst in het algemeen waarbij de eigen levensbeschouwing zo veel mogelijk buiten spel moest blijven.
Inventaris van het archief van de faculteit der Godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen
Behoort tot collectie:
Rijk
Laatste Publicatie:
2017
Omvang:
14 m.
Samenvatting:
Het archief is veelal gevormd op het secretariaat van het bestuur van de faculteit. Het archief geeft op bestuursniveau veelal informatie aan de raadpleger. Sporadisch zijn ook archiefbestanddelen van een lager niveau in de organisatie opgenomen in deze inventaris.
Soort archiefmateriaal:
Veelal getypte stukken met daarnaast handgeschreven stukken
Gepubliceerd in: Inventaris van de archieven van de faculteiten van de Rijksuniversiteit Groningen 1961-1995 en het Kernfysisch Versneller Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen 1961-1995 en het Rekencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen 1965-1995. Zie toegangsnummer 1957 cat.nr. 31064.