2929 Faculteit gedragswetenschappen van de RUG, 1964-1995
Uitleg bij archieftoegang
Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.
Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:
• Kenmerken van het archief • Inleiding op het archief • Inventaris of plaatsingslijst • Eventueel bijlagen
De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.
De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.
De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.
Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.
2929
Faculteit gedragswetenschappen van de RUG, 1964-1995
Zoals veel faculteiten in die periode werd ook de voorloper van de faculteit Psychologie, Pedagogiek en Sociale Wetenschappen, namelijk de faculteit Sociale Wetenschappen, opgericht naar aanleiding van het ontstaan van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs van 1960. Tot een duidelijke oprichtingsdatum is het niet gekomen. Toch zijn er in 1963 ontwikkelingen gaande op basis waarvan men later zou zeggen dat het de eerste initiatieven voor de oprichting van de faculteit waren. In de jaarboeken van de universiteit wordt de faculteit voor het eerst in 1965 als zelfstandige eenheid genoemd. Er wordt vanuit gegaan dat de faculteit in de twee jaren daarvoor, niet officieel is opgericht maar toch wel ontstaan is. Het boek van T.A. Amsing en M. van Essen, Over professoren, een halve eeuw psychologie, pedagogiek en sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, schetst in de inleiding ook een dergelijk beeld.
De faculteit bestond uit de subfaculteiten Psychologie, Pedagogiek en Sociaal-Culturele Wetenschappen. Deze subfaculteiten waren afkomstig, voor wat betreft de psychologie en pedagogiek, uit de Verenigde Faculteiten der letteren en Wijsbegeerte, en der Wis- en Natuurkunde en der Geneeskunde en voor wat betreft de Sociale Culturele Wetenschappen, uit de Verenigde Faculteiten der Letteren en Rechtsgeleerdheid en der Economische Wetenschappen. Vanaf het begin van de nieuwe faculteit nam het aantal inschrijvingen een grote vlucht. In verhouding tot de andere universiteiten was het in Groningen het hoogst. Ondanks de bemoedigende cijfers leidde het volgens de faculteit tot een onderbezetting op personeel gebied. Om het grote aantal studenten te kunnen bedienen moesten veel stafleden en docenten privétijd inzetten, zo valt te lezen in het jaarboek 1968. Pas in 1975 kreeg de faculteit een hoeveelheid extra formatieplaatsen toegewezen. Het mocht echter niet baten. Een jaar later kampte men alweer met meldingen van overbelasting van het personeel.
Commotie ontstond er in het jaar daarop vanuit de geledingen van de Subfaculteit Psychologie. Onder de noemer ‘Aktie Demokratisering’ werd door prof. dr. P.J. van Strien een initiatief genomen tot verandering van bestaande structuren. Het leidde tot een nieuwe bestuursstructuur en een nieuw curriculum. Het accent kwam vooral te liggen op een projectmatige aanpak. In het jaarboek 1971 concludeert de faculteit dat de nieuwe structuur goed voldoet. Het samengaan van de drie richtingen binnen 1 faculteit wilde nog niet zeggen dat er direct sprake was van een organisatorische eenheid op faculteitsniveau. De faculteit meldt in de algemene jaarverslagen dat het onderwijs en onderzoek door de jaren heen altijd sterk disciplinegericht is geweest. Vooral de democratiseringsgolf van de jaren zeventig zorgde voor polarisering binnen de faculteit. Men was sterk geneigd eerder zaken te delegeren dan te centraliseren. De drie richtingen bleven daarom sterk georganiseerd binnen de eigen subfaculteit. Alle drie met een eigen bestuur en administratie. In 1980 werd de samenstelling van de faculteitsraad overeenkomstig de richtlijnen van de WUB geregeld. Een voorstel de faculteitsraad in omvang te verkleinen haalde het niet. De subfaculteiten waren bang dat ze dan onvoldoende in de raad vertegenwoordigd zouden zijn. Volgens het jaarverslag vonden een jaar later binnen de faculteit besprekingen plaats over de zelfstandigheid van de subfaculteiten in relatie tot de centrale facultaire eenheden.
Meer eenheid kwam er met de invoering van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs van 1986. Door deze wet verdween de structuur van subfaculteiten. Pas met de invoering van de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB) kwamen de bestuurlijke aangelegenheden allemaal op het niveau van het faculteitsbestuur te liggen. Doordat door de invoering van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs van 1986 het systeem van subfaculteiten verdween en men verder ging met vakgroepen, vond de faculteit het nodig de naamgeving te veranderen. De gedachte was dat de nieuwe naam eenheid moest uitstralen en de verschillende onderdelen moesten zich ermee kunnen identificeren. In 1987 besloot men daarom verder door het leven te gaan als Faculteit der Psychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen.
Een apart hoofdstuk in de geschiedenis van de faculteit was de samenwerking met de Agogische Akademie Friesland (AAF). Deze academie werd in het jaar 1973 opgericht en kreeg Leeuwarden als vestigingsplaats. Er werd direct al onderzocht of samenwerking mogelijk zou zijn om te komen tot een wetenschappelijke opleiding. In 1976 werd de subfaculteit in Leeuwarden officieel opgericht. De naam van de subfaculteit werd: Subfaculteit der sociale wetenschappen betreffende de welzijnsvraagstukken in oprichting. Samen met het AAF ging de subfaculteit de sociale wetenschappen in Friesland vormgeven. In het Algemeen verslag over het jaar 1979 valt te lezen dat er direct na de oprichting problemen oprezen. De problemen waren niet alleen organisatorisch van aard maar hadden ook betrekking op het te geven onderwijs. Een lang leven was de opleiding niet beschoren. In 1985 sloot de opleiding alweer de deuren.
Inventaris van het archief van de faculteit Pschychologische, Pedagogische en Sociologische Wetenschappen (gedragswetenschappen) van de Rijksuniversiteit Groningen
Behoort tot collectie:
Rijk
Laatste Publicatie:
2017
Omvang:
16 m.
Samenvatting:
Het archief is veelal gevormd op het secretariaat van het bestuur van de faculteit. Het archief geeft op bestuursniveau veelal informatie aan de raadpleger. Sporadisch zijn ook archiefbestanden op een lager niveau in de organisatie (vakgroepen e.d.) opgenomen in deze inventaris.
Soort archiefmateriaal:
Veelal getypte stukken met daarnaast handgeschreven stukken.
Gepubliceerd in: Inventaris van de archieven van de faculteiten van de Rijksuniversiteit Groningen 1961-1995 en het Kernfysisch Versneller Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen 1961-1995 en het Rekencentrum van de Rijksuniversiteit Groningen 1965-1995. Zie toegangsnummer 1957 cat.nr. 31064.