Naar hoofdinhoud
  • Onderzoek
    • Tips bij onderzoek
    • Familie
    • Panden
    • Boerderijen
    • Middenstand
    • Schepen en schippers
    • Militairen
    • Bouwdossiers
    • Digitale bronnen
    • Bronnen
    • Open data
    • Studiezaal
    • Nieuw in de collectie
  • Publiek
    • Maak Geschiedenis
    • Activiteiten
    • Educatie
  • Actueel
    • Nieuws
    • Blog
    • Agenda
    • Reserveren
  • Over ons
    • Wie zijn wij
    • Werken bij
    • Diensten
    • Publicaties
    • Partners
    • Openingstijden
    • Contact
  • Zoeken
818_12680_header_.jpg
  • U bevindt zich hier:  
  • Home
  • Archieven
Uw zoekacties: David Polak / Peter Zwaal. - 2011. - (2011), p. 82-87 : ill., portr. Klooster Ter Apel, 1444 - 1603
Mijn Studiezaal Mijn Studiezaal (inloggen)
1373 Klooster Ter Apel, 1444 - 1603
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
 
 
Naar boven om te zoeken
1373   Klooster Ter Apel, 1444 - 1603
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen
Inleiding
De stukken, vroeger uitgemaakt hebbende het archief van het klooster Ter Apel, zijn voor zover bewaard gebleven in deze inventaris bijeengebracht. Met het klooster Ter Apel wordt hier bedoeld, het tweede klooster daar ter plaatse, het "domus Novae Lucis" van de orde der Kruisdragers opgericht in 1464 (Zie Regestenlijst nr. 18) dat als klooster heeft opgehouden te bestaan in 1603 *  ; immers de oktober 1603 verstaan de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, dat Johannes Emmen, "bewarder en administrator" van het gewezen convent en het armenhuis tot Apell zich, na de orde van de gereformeerde kerke in den houwelicken staet met een eerlicke vrouw persoon sal mogen begeven" enz. (Verzameling van stukken no. 50, pag. 23, Archief te Groningen.
Bijgeschreven met de hand van Mr. P.G. Bos: "Deze gevolgtrekking is niet juist, het archief moet worden doorgevoerd zoo lang er eene zelfstandige kloosteradministratie bestaat. na den dood van den administrateur Johannes Emmen in 1613 werd er een nieuwe administrateur Hermannus Meyer aangesteld; het is waar, het eigenlijke klooster had opgehouden te bestaan, maar reeds voor 1603 was het een gasthuis geworde. Zie uitvoeriger H.O. Feith Jr. Het regt der Stad Groningen op het klooster Ter Apel. Daarom is ook nog opgenomen als behoorende tot het kloosterarchief invent. no. 55, hoewel blijkens dat stuk het eigenlijke klooster had opgehouden te bestaan.
Deze Johannes Emmen sluit in hetzelfde jaar 1603, kort te voren als prior van het klooster een contract (Zie Regestenlijst no. 281 en 282). Feitelijk zal ten jare 1594, toen de Staten Generaal zich het bestuur over Westerwolde hebben aangetrokken, al bezwaarlijk meer van een klooster sprake geweest kunnen zijn, men zal zoals ook in andere conventen de bevolking hebben laten uitsterven, maar Johannes Emmen noemt zich nog prior in 't gemelde stuk en in verband met zijn latere aanvraag om huwelijksconsent, heb ik gemeend dit stuk nog te moeten opnemen en het klooster aldus te laten voortbestaan niet tot 1594 maar tot 1603.
Wie de geschiedenis van het klooster Ter Apel wil bestuderen, zij opmerkzaam gemaakt op twee punten. Vooreerst, dat hij kennis neemt van de staatboeken, vermeld onder inv.nr. 4, in welke staatboeken tussen allerlei aantekeningen van betaling of wanbetaling door, hier en daar iets te vinden is van belang voor de kennis van 't huiselijk leven in 't klooster.
En Verder, dat in het rijksarchief te Groningen allerlei belangrijke stukken zijn te vinden, betrekking hebbende op het klooster, doch die nooit aan 't klooster hebben behoord en dus in deze inventaris niet op hun plaats zouden zijn. (Zie Feith's Register, alphabetische gedeelte, in voce Ter Apel).
De indeling van de inventaris heeft weinig toelichting nodig, hij is kort en bevat betrekkelijk weinig nummers, doordat een aantal charters op een en hetzelfde goed betrekking hebbende telkens in één nummer kon worden verenigd, terwijl bovendien de beschrijving in de inventaris kort kon zijn, omdat alle charters in originali of in afschrift (in het cartularium) in het archief aanwezig, in de regestenlijst uitvoering zijn beschreven. Men zij echter indachtig, dat vele aankomsttitels van goederen en renten tevens bepalingen bevatten betreffende de voorwaarden van opneming in het klooster, het lezen van zielmissen voor overledenen of andere tegenprestaties van het convent. In het archief van het klooster zijn zij echter bewaard als bewijsstukken voor de eigendom van goederen en renten en als zodanig zijn zij in de inventaris opgenomen. De rubriek C "Andere stukken" klinkt zonderling. Het was mij echter onmogelijk een betere term te vinden voor deze zo kwalijk bij elkaar passende nummers, een verdeling in nog meer rubireken ter wille van deze weinige stukken achtte ik ongewenst.
Zoveel mogelijk heb ik getracht bij de bewerking van deze inventaris en regestenlijst, mij te houden aan de voorschriften van de "handleiding" van de heren Mrs. Muller, Feith en Fruin. En waar ik zulks niet gedaan heb is dat zonder opzet geschied, maar tengevolge van de omstandigheid, dat het boek verscheen, toen ik ongeveer reeds gereed was met deze bewerking. Er zullen slechte eigenschappen aan mijn werk gevonden worden. Men schrijve ze op rekening van den eerstbeginner.

Groningen, juni 1898
Mr. A.S. de Blécourt
Bijgeschreven met de hand van Mr. P.G. Bos:
Zie raadsresol.
1621 maart 17. Drost Rengers de papieren van het Klooster ter Apel alhier te doen brengen, uit hoofde de treves komt te overlijden.
1626 oktober 21. De Prior te Apel gestorven zijnde, Drost gelast zig van de possessie der goederen te verzekeren, de kist van de brieven het convent toebehorende, in de secretary te brengen.
De stukken, in onderstaande inventaris beschreven als oudtijds tot het archief van het klooster behoord hebbende, zijn - afgezien van een tweetal (de reg.no. 14 sub a en 283), waarvan het onzeker is van welke archieven zij waren afgedwaald - naar de destijds bestaande combinatie Rijks- en gemeentearchief overgebracht 1e uit het archief der stad Groningen en 2e uit het, in het huisarchief Farmsum opgenomen familiearchief Fengers. De onder 1e. genoemde stukken, verre de meerderheid van het gereconstrueerde kloosterarchief vormend, zijn, nadat de stad zich in het bezit van het klooster had gesteld, als behorend tot de, door haar in 1619 verworven heerlijkheid van Westerwolde, in het stadsarchief geplaatst; de Rengersstukken zin naar alle waarschijnlijkheid door toedoen van Edzard Rengers (1578 - 1652), zie Inv. Huisarchief Farmsum blz. 14), die van 1619-1634 als eerste drost van Wedde namens de stad Groningen gefungeerd heeft, in het familie-archief terecht gekomen. De stadsstukken in de regestenlijst aangeduid met + werden bij de scheiding der fondsen van Rijks- en gemeentearchief aan het gemeentearchief, de overige, aangeduid met o, aan het rijksarchief toegewezen en alles voorshands volgens die toewijzing geplaatst. Een hereniging kan later onder ogen worden gezien.
laatste wijziging 10-04-2021
471 beschreven archiefstukken
4 gedigitaliseerd
totaal 258 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen
Inventaris
1. Algemene Stukken
Toon details van deze beschrijving
2. Inkomsten van het klooster
Toon details van deze beschrijving
2.1. Algemeen
Toon details van deze beschrijving
2.2. Goederen in Drenthe
Toon details van deze beschrijving
5 Titel van aankomst van het erf Kanverbeck te Balloo
1373 Klooster Ter Apel, 1444 - 1603
Inventaris
2. Inkomsten van het klooster
2.2. Goederen in Drenthe
U kunt dit stuk, mits openbaar, raadplegen in de studiezaal van Groninger Archieven.
U heeft daarvoor de volgende gegevens nodig:
Toegangsnummer:1373
Inventarisnummer:5
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Bestand
Aanvragen (verzoek tot inzage op de studiezaal)
U kunt dit stuk, mits openbaar, raadplegen in de studiezaal van Groninger Archieven.
U heeft daarvoor de volgende gegevens nodig:
Toegangsnummer:1373
Inventarisnummer:5
Reageren
Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen
5
Titel van aankomst van het erf Kanverbeck te Balloo
Omvang:
1 stuk
NB:
Zie regestenlijst nr. 278.
Naar oorkondenboek:
(Regestnummer 278), 19 jan. 1596
Zie ook:
  • Toegang 1373, Regest Regest 278
laatste wijziging 10-06-2010
6 Aankomsttitel van lijnland op de es van Barge
7 Aankomsttitel van hooiland in de mark van Barge
8 Aankomsttitel van land in de maden van Barge en Erm
9 Stukken betreffende het Rosingegoed, gelegen onder Emmen
Toon details van deze beschrijving
10 Stukken betreffende het Knechteringerve te Emmen
Toon details van deze beschrijving
11 Aankomsttitel van de Boterakker onder Emmen gelegen
12 Aankomsttitel van land afkomstig van Willem Nijenhuis, in Emmen gelegen
13 Aankomsttitel van Noerthoghen te Emmen
14 Aankomsttitel van land in de mark van Emmen en Westenesch
15 Aankomsttitel van hooiland op de ronde van Emmen en van Barge
16 Aantekeningen over bezittingen van het klooster om en bij Emmen
17 Aankomsttitels van het Grevynghe erf te Emmen gelegen
Toon details van deze beschrijving
18 Aankomsttitel van land te Emmen ten noorden van de Scheemer gelegen
19 Overeenkomst betrefffende verwisseling van landerijen in de mark van Emmen en elders tussen Johan van Selbach en het klooster
20 Aankomsttitel van het Gybbekynge erf te Emmen gelegen
Toon details van deze beschrijving
21 Aankomsttitel van landerijen te Erm gelegen
Toon details van deze beschrijving
22 Stukken betreffende land te Roswinkel
Toon details van deze beschrijving
23 Aankomsttitel van groenland te Sleen gelegen
24 Aankomsttitel van een halve waar in de mark van Valthe
25 Stukken betreffende eigendommen, bezittingen en renten van en uit landerijen te Weerdinge gelegen
Toon details van deze beschrijving
25* Stuk betreffende het Bergherholte te Zuidbarge en Noordbarge
26 Stukken betreffende het Blerdingegoed, gelegen te Zuidbarge
Toon details van deze beschrijving
27 Aankomsttitels van roggerente te Zuidbarge
28 Stukken betreffende het Huisinge erf te Zuidbarge gelegen
Toon details van deze beschrijving
29 Aankomsttitel van land op de es van Zuidbarge
2.3. Goederen in Westerwolde
Toon details van deze beschrijving
2.4. Goederen in en nabij Blijham en Bellingwolde
Toon details van deze beschrijving
2.5. Goederen nabij Winschoten
Toon details van deze beschrijving
2.6. Goederen in Oostfriesland
Toon details van deze beschrijving
2.7. Goederen in de stad Groningen
Toon details van deze beschrijving
2.8. Goederen in de Ommelanden
Toon details van deze beschrijving
2.9. Renten en inkomsten uit bepaalde goederen komende
Toon details van deze beschrijving
3. Andere Stukken
Toon details van deze beschrijving
laatste wijziging 10-04-2021
471 beschreven archiefstukken
4 gedigitaliseerd
totaal 258 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen
Regestenlijst
Regest 1 , 1327 Juli 2 (septimo die Processi et Martyani Martyrum): Bertoldus in Empne, Fredericus in Rotlo, Johannes in Borghere, Remboldus in Oderen en Rodolphus in Gheiten, doen als scheidslieden uitspraak tussen ingezetenen van Werdingen en het convent van Schildwolde
Regest 2 , 1408 Juni 29 (up sunte Peter en Pauwelsdach): Burgemeesteren en Raad in Groningen verklaren, dat Hermen Beyer en Bernd van den Bossche een verdrag hebben aangegaan nopens een "zoed".
Regest 3 , 1438 October 25 (ipso die Crispini et Crispiniani): Wilbrandt Schade, knape, verklaart te hebben verkocht aan Johannes Rolevinck 18 osnobrucksche schillingh jaarl. rente, te voldoen op Sunte Margharete "in und wt Derthardes huys to Ruele", in 't karspel Meppen, voor een koopsom van 48 Philippus Schilden, waarvoor de verkoper ook weer de rente mag inkopen op Sint Jacob.
Regest 4 , 1444 Maart 15 (des donredages na Gregorii pape): Menso Hovingh, schulte te Emmen, oorkondt dat Johan Keveling aan Johan Vockinghe het Blerdenghegoed, gelegen te Zuetberge, heeft verkocht.
Regest 5 , 1444 juli 22 (ipso die Marie Magdalene): Wilbrand Schade, knape, bekent te hebben verkocht aan Johannes Rolevinck, "vifftehalleven schillingh gheldes jarlicker renthe Ossenbruggesschepayments" te betalen op St. Jacob, "in und wit den Brockhove toe Holte", met recht van weder inkoop alle jaar voor 8 Rinsche gulden.
Regest 6 , 1455 Augustus 23 (up Sunte Bartholomeusavent): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden dat Henrick Sickensone te Engelbert heeft vergund aan Berndt van der Munten de Scroder tho balken en de tho ankeren in sijnen huse ende mure ghelegen an de westzijd in Oesterstrate enz.
Regest 7 , 1458 Februari 12 (Esto michi des sondaghes): Wilhelmus Johan Alberderszone, vicarius to Zuedbroke, verkoopt aan Egbert Frinsnighe, kerckhere to Roswinkel, 4 akker land "bij Zueden yn Wallingheland", voor "ene summe rogghen".
Regest 8 , 1459 Juli 17 (op Sante Odulphusavent): Johan Wrinsnige verkoopt aan Johan Speelman "drie eerflike stede mudde roggen Groninger mate jaerliker rente wit ende overal nye Rosinge eerve en guet, gelegen in de darpe en in der marke van Empne".
Regest 9 , 1459 Juli 17 (op Sante Odulphusavent): Bole Rosinge verkoopt aan Johan Speelman vier "eerlike stede mudde roggen groninger maten, jaerliker renten wit ende over nue Rosinge guet, gelegen in de darpe en inder marke van Empne"
Regest 10 , 1461 December 4 (up sunte Barbaredach virginis): Lubbert Smijt en zijne vrouw Katerina te Groningen verkopen aan Herman Hovynge te Bunnen 3 mudden rogge jaarl. rente uit Ensinge goed.
Regest 11 , 1464 Februari 22 (Petri ad Cathedram die): "Jacobus Wyltingh, curatur to Gerlesswere und to Loppersum" verklaart "ter eren godes" en voor zijn "zelen zalicheit" te schenken aan de "eersamen heren Peregrino, Generael Prior des ganzen ordens des hillighen Cruses" zijn goed "Apel geheiten in Westerwolde beleghen en aller maten als ic dat gekofft hebbe van den provest to Schildwolde Praemonstreet orden na Inholt der breve my daerup gegeven, to maken en cloester des sulven ordens", en daar 't klooster al in aanbouw is en al met personen bezet, hun te willen geven zijn erf te Onstwedde gelegen Wyltingherve geheten en bovendien al zijn land bij Loppersum en Gerlesswere, ter aanmoediging van de broeders om voort te gaan met de dienst te ter Apel "want de stede wonderlicken sere is verwoestet und verkommen, waar umme daer sere groet arbeit to horet" en de broederen de eerste twee jaren te willen voeden en helpen te timmeren enz. Wordt echter "de stede Apel" niet bezet, dan zal deze gift van onwaarde wezen.
Regest 12 , 1465 Juni 22: Conradus de Deypholte, bisschop van Osnabruck bevestigt de stichting van het klooster Ter Apel, de wijding van die plaats, zoals die door priesters is geschied, mitsgaders de verleende immuniteit, belovende veertig dagen aflaat aan de beschermers, weldoeners en bezoekers van het klooster en de ban uitsprekende over die het belagen mochten.
Regest 13 , 1465 Juli 21 (in die sanctae Praxedis virginis): "Jacobus Wyltingh, curatus to Gerleswere und vicarius to Loppersum", verklaart dat hij "in vortyden" de prior van de orde van het heilige kruis heeft aangeboden en overgegeven zijn goed in Westerwolde, Apel, geheten, om daarmee ter ere Gods een klooster te maken van die orde, conform de inhoud van de brief, door hem daarvan aan de orde overgeleverd. En daar nu de orde voornoemd op datum van deze brief de plaats Apel in het Generaal Capittel heeft aangenomen en met priesters en broeders uit het klooster van Bentlage heeft voldaan, zo wil hij van zijn kant dankbaar wezen en geeft mits deze aan de Heer Henrick van den Berge prior en aan de gemene broeders - voor zijn ziel - "de stede Apel mit sijnen alyngen to behore, so de gelegen is, und ic de gekofft hebbe van de provest und convent to Schildwolde, mit allen breven mij daer van gegeven, die to besitten und en cloester des sulvens ordens als begonnen is, daer van to maken". Verder geeft hij hun zijn erf te Onstwedde, Wijlting erve geheten - dat zijn patrimonium is - en voorts al zijn land in Friesland bij Loppersum en Gerleswere met aankomsttitels, die hij daarvan heeft.
Regest 14 , 1466 Juni 2 (in festo sanctorum Marcellini et Petri martyrum): Wenemarus Voet, kanunnik van de Dom te Munster en Wessel to der Mollen, als overlieden over 8 andere arbiters, geven een scheidsrechterlijke uitspraak in een geschil tussen het klooster ter Apel met de gemene buren van Over- en Neder Langhen, in 't karspel van Lotten, lopende over "een deel holtes unde veldes, staende ummetrent den cloester".
Regest 15 , 1466 Juli 21 (in profesto sancte Marie Magdalene): Eggo to Westerwolde, hovetling vorkondt, dat Jacob Wyltingh, cureet te Garrelsweer en vicarius te Loppersum, aan het convent van ter Apel heeft gegeven zijn erf te Onstwedde gelegen, Wijlting erve geheten.
Regest 16 , 1466 Augustus 31 (op sante Egidiusavent): Bole Rosine verkoopt aan Johan Speelman 3 mudden rogge jaarlijkse rente uit en over zijn erf Nije Rosinge te Emmen, te betalen "op dage en up stede als men stede mudden in den lande van Drenthe sculdich is tho betalen".
Regest 17 , 1466 October 11 (in crastino Gereonis et Victoris Martyrum): Eggo to Westerwolde hovetling verklaart aan "Hinrich van den Berge, prior en gemeene convente to Apel" toe te staan "to leggen, to maken und to hebben buten off bynnen den cloester to eren wille, twe watermollen ene kovinmolle und een olymolle in off buten den rivere de Aa geheiten up des cloesters vors. gronde"
Regest 18 , 1466 October 26: Johannes de Velthusen, pastor parochialia in Sellingen staat aan de prior Henricus de Monte en al de broederen van 't convent in Apel allerlei rechten toe nopens het toedienen van sacramenten, het begrapen met uitvaartsplechtigheden, het aannemen van legaten en het ontvangen van emolumenten, geschenken enz. zulks uit overweging, dat de plek, oudtijds Apel geheten, in zijn parochie Sellingen gelegen, door Jacob Wyltinck, cureet in Garrelsweer is gegeven om er een klooster te stichten en die plek, naar 't gerucht wil, ook reeds vroeger hiervoor bestemd was geweest, alsmede om twist tussen hem en zijn opvolgers en het klooster te vermijden.
Regest 19 , 1469 Februari 10 (scholastice virginis): Dethardus Sleter, doctor decretorum maiorés eoclesie Osnaburgensis, canonicus et archydiaconus in Sellingen bevestigt de oorkonde van 1466 October 26 (Zie Regestenlijst no. 18).
Regest 20 , 1469 November 9: Deethardus Sleter, Archydiaconus terre Westerwoldensis bevestigt vroegere arbitrale uitspraken waarbij het erf, Wiltinck geheten, met al zijn toebehoren, gelegen in Onstwedde, werd verklaard het eigendom te zijn van 't klooster ter Apel.
Regest 21 , 1470 November 22 (ipso die cecilie virginis et martyris): Roloff Smyt te Empne bekent te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel een mudde rogge jaarl. rente op "St. Ponciendach" te betalen.
Regest 22 , 1471 Juni 18 (in profesto sanctorum Gervasii et Prothassi martyrum): Het klooster ter Apel enerzijds en de gemene buren van Werdinghen in Drenthe in 't karspel van Empne met consent van Wolter Stelling "ambtman to Covorden und slandes van Drenthe van wegen des edelen uns gnadigen heren van Utrecht" anderzijds, verklaren, dat zij gescheiden zijn betreffende alle zaken, die zij onder elkaar hebben gehad, bepaaldelijk van een deel van de mark van Werdinghe, dat "de proevest van Schiltwolde", die vroeger een "verwaerrer" van het klooster ter Apel was, van de buren van Werdinghe heeft gekocht en wel met deze bepalingen dat prior en convent zullen hebben het land in de mark van Werdinghe, dat gelegen is bij 't klooster "up de riviere de Ae geheiten" enz. Prior en convent zullen daarvoor jaarlijks "to ewigen tiden" betalen aan de buren van Werdinghe "op avent" der heilige Apostelen Philippus en Jacobus "meiavent" geheten "teen olde Vlemsche". Met deze deding zullen dood wezen alle voorgaande contracten, tenzij de genadige heer van Utrecht voor zijn aandeel dit verdrag herroept.
Regest 23 , 1472 Maart 3 (des dinxdages voer mytvasten): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Ayke Wiltinghs de Dekker heeft verklaard dat er een einde is gekomen aan het geschil tusschen hem en zijn oom Jacob Wiltings, zo dat deze over zijn goed vrijelijk zal kunnen beschikken, voornamelijk wat betreft het land in erf "to Apels" geheten "dat de broders der hillighen crusis nu ter tijt besitten und bruken".
Regest 24 , 1472 Maart 6: De notaris Johannes Petri geeft op verzoek van Henricus de Monte prior van ter Apel, een vidimus van de oorkonde van 1471 juni 18 (nr. 22).
Regest 25 , 1472 October 25 (up dach Crispini et Crispiniani martyrum): Roloff Hubbelinck verklaart aan 't klooster ter Apel te hebben gegeven 2 stukken land "up ter Essche to Empne
Regest 26 , 1472 November 10 (up sunte Martyns avent des hillighen biscopes): Johannes provest, suster Cornelia priorissa en gemene conventsluden van 't klooster te Schildwolde ter ene en Johan Renghers, hovetlinck te Scharmer en joncfrouwe Nese zijn vrouw ter andere zijde, verklaren enige landerijen te hebben verwisseld.
Regest 27 , 1473 Februari 17: De notaris Johannes Petri, geeft op verzoek van Henricus de Monte, prior van ter Apel, een vidimus van de oorkonde d.d. 1466 Juni 2 (Zie nr. 14).
Regest 28 , 1473 Februari 17: De notaris Johannes Petri geeft een vidimus, op verzoek van Henricus de Monte, prior van het klooster ter Apel van de oorkonden d.d. 1469 November 9, 1466 October 26 en 1469 Februari 10, vermeld onder nrs. 20, 18 en 19.
Regest 29 , 1473 Februari 23 (up sunte Mathiasavent des hillighen Apostels): Willem Westebrinck en Alyt zijn vrouw, Gherdt echte zoon van Alyt voors. verklaren te hebben verkocht aan het klooster ter Apel 2 mudden rogge jaarl. rente over 2 stukken land "onder der clocken van Empnen" gelegen, te betalen op St. Petri, met recht van wederinkoop tegen 36 arn. gulden.
Regest 30 , 1473 April 25 (in de Sancti Marci evanghelist): Willem Weykingh te Werdinghen bekent verkocht te hebben, aan 't klooster ter Apel een mudde rogge vaste jaarl. rente over een stuk land, de Steenacker geheten in de mark van Werdinghen met recht van wederinkoop enz.
Regest 31 , 1473 Augustus 29 (Crastino beati Augustini episcopie die sancti decollationis Sancti Johannes Baptiste.): Godfridus episcopus Tricalensis en vicarius generalis van de bisschop van Osnabruck, maakt bekend dat ten jare 1473, op de eerste Zondag na het feest van de heilige Augustinus in 't klooster, genaamd Apel, een kerk is opgericht ter ere van de maagd Maria, de patrones der orde van het heilige kruis; van de bisschop Augustinus en van de heiligen Anthonius confessor, en dat hij aldaar vijf altaren heeft gewijd. Belovende aflaat voor verschillende godsdienstige verrichtingen.
Regest 32 , 1473 December 10: De notaris Johannes Petri oorkondt, dat Heila ter Bruggen, bevestigt de gift door de gezusters ter Bruggen aan het klooster ter Apel gedaan, van een stenen hoekhuis aan de Vischmarkt te Groningen, hoek Haddingestraat.
Regest 33 , 1474 April 2 (up Paulusavent): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Herman ten Zijll heeft verkocht aan Wolter Scatter "ses gulden erffliker renthe uit Otto Vriesenhuis in Osterstrate".
Regest 34 , 1474 October 11 (in crastino Gereonis et Victoris): Johan Vrighreve, richter up der Nyenstadt toe Osenbrugge oorkondt, dat Johan Cordinck en Gheseke zijn huisvrouw hebben verkocht aan 't klooster ter Apel alle aanspraken en rechten, die zij hadden of zouden kunnen hebben op de nalatenschap van wijlen Jacob Wiltingh, oom van Gheseke voornoemd, voornamelijk wat betreft Wiltingh erve te Onstwedde gelegen.
Regest 35 , 1475 Januari 10: De notaris Johannes Petri geeft een vidimus op verzoek van de prior van ter Apel, Henricus de Moute, van de oorkonde d.d. 1327 Juli 2 (no. 1).
Regest 36 , 1475 September 25 (des manedags na Philippe): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Aijken Wiltingh de Dekker, afziet van de aanspraken, die hij mocht kunnen doen gelden tegen de broeders van ter Apel van wege de nalatenschap van wijlen zijn oom Jacob Wiltingh, voornamelijk met betrekking tot Wiltingherve te Onstwedde gelegen.
Regest 37 , 1476 Januari 21 (in die sancte Agnete virginis et martyris): Theso Edens te Sellingen geeft kwitantie aan het klooster ter Apel wegens geld, dat hem "besproken hevet (mijne) mage Wendele, saliger gedechtnisse, de mit heren Jacob to Loppersum gestorven is".
Regest 38 , 1476 Februari 22 (Petri ad Cathedram): Het convent te Schildwolde vernieuwt, op verzoek van het convent te ter Apel, de overeenkomst d.d. 1458 in crastino Undecim milium Virginum (October 22) gesloten, waarbij het klooster te Schildwolde onder consent van de prelaten en abten van Premonté en Wittewierum, een verwoest erf, van ouds Apel geheten, gelegen in Westerwolde, in 't karspel Sellingen heeft verkocht aan Jacob Wiltingen, die het later weer overdroeg aan de orde van het heilige kruis. De vernieuwing van dit contract geschiedt, omdat het met andere stukken van waarde "op de selve stede Apel in der capelle und slaephusen leyder verbrant" zodat deze naar een kopie, berustende onder een notaris, bewerkt is. Bij dit nieuwe contract bedingt 't convent van Schildwolde, dat ter Apel voortaan de 10 olde vleemschen jaarlijks op Meidag aan de buren van Werdinghe zal betalen, die anders Schildwolde betaalde.
Regest 38* , 1476 Mei 18 (des Saterdages na sunte Servacius dach): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Elteke to Aldersum en Etke zijn echtgenote hebben verkocht aan Wolter Johan Egberssoon en Roloff Horneken zeven "forlingen" land gelegen te Garelsweer, nader in de grenzen omschreven.
Regest 39 , 1476 November 2 (in die commemorationis animarum): "Nomno Folperti de Winschoten in Hartzum et Wydner praepositus et curatus" schenkt aan het klooster ter Apel een jaarlijkse rente van een gouden postulaat gulden, telkens op des schenkers sterfdag te betalen.
Regest 40 , 1477 Maart 18 (des dinxdages na demen Sondage Letare Jherusalem): Coep van Heyde, richter te Asschendorp, oorkondt, dat ten zijnen overstaan en in 't bijwezen "der kornoten und bystenders" in 't gericht, de buren van Oldenharen hadden verpacht aan het klooster ter Apel een deel van hun mark en "gresinghe" gelegen tussen de Ae en de Olde voor de tijd van 40 jaren voor 18 schilling Osenbruger payment jaarlijks te betalen "up hantegger kermisseavent in den Scholtenhof to Oldenharen".
Regest 41 , 1478 Juli 24 (in vigilia de Jacobi apostoli): Engel Hermannus then Loe in Westerwolde" met zijn echtgenote verkopen aan "Hinrick van den Berge prior en gemeenen convente to Apel" een jaarl. rente van "drie guede overlendesche goldene Rynsche guldens" te voldoen jaarlijks op St. Jacob, met recht van wederinkoop enz. tegen 50 dito guldens.
Regest 42 , 1478 October 10 (up dach der hillighen martelers Gereonis et Victoris Carii et Florencii): Johan en Hinrick Quant anders Wenekinck verklaren te hebben gekocht van het klooster ter Apel een erf te Oderen gelegen, Werdinghe erve geheten, waarvoor zij erkennen schuldig te wezen aan 't klooster een erfelijke jaarl. rente van 20 mudden rogge, welke rente afkoopbaar zal zijn.
Regest 43 , 1478 November 3 (des anderen dages na allerhillighen dach): Hermannus ter Coerds en Lamme zijn vrouw verklaren, dat zij hebben verkocht aan Hindrik van den Berghe, prior en gemene convent van ter Apel "zes overlendsche gouden guldens" jaarl. rente te betalen op Allerheiligen in 't klooster ter Apel, met recht van wederinkoop tegen 100 dito gulden, met half jaar te voren opzegging.
Regest 44 , 1479 Februari 23 (op sunte Matthiasavent des hillighen apostels): Helpert Westevrinck bekent, dat hij heeft verkocht aan het klooster ter Apel 3 mudden vaste jaarl. rente over de Vleddeacker en de Stockacker in de mark van Berghe onder Emmen gelegen, te betalen op St. Petri, met recht van wederinkoop en een half jaar tevoren aanzegging hiervan, enz.
Regest 45 , 1479 April 16: Johannes episcopus Theffelicensis geeft aan de broeders van het convent "Nove Lucis" van de orde van 't heilige kruis evenvele erflaten als Godfridus, episcopus Tricalensis reeds gaf.
Regest 46 , 1480 Februari 22 (Cathedram Petri): Fherdt Husingk en Gheze zijn vrouw bekennen te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel een jaarl. rente van 3 goudguldens, alle jaar te betalen in 't klooster op St. Petri, uit hun erf "to Gypsinchus gelegen in demen kerspell to Onstwedde, Husingherve geheiten" een en ander met onderpand en recht van wederinkoop.
Regest 47 , 1480 Mei 27: Johannes episcopus Laricensis geeft aan de broeders van het convent "Nove Lucis" van de orde van het heilige kruis evenveel aflaten als Godfridus, episcopus Tricalensis reeds gaf.
Regest 48 , 1480 Mei 29: Conradus de Deypholte, bisschop van Osnabruck, geeft aan de broeders van het convent "Nove Lucis" van de orde van het heilige kruis evenveel aflaten als Godfridus, episcopus heeft gegeven.
Regest 49 , 1480 Juni 28 (up Sunte Pauwels avent): Burgemeesteren en Raad in Groningen verklaren, dat Hermen Henricks de Smyt, Coert van Bremen c.s. verkocht hebben aan Johan Boecholte een huis en hofstede aan de westzijde in de Oosterstraat.
Regest 50 , 1480 Juli 24 (in vigilia sancti Jacobi Apostoli): Coop van Heyde, knape, richter te Asschendorp en Herman Nydrinck, richter te Westerwolde, oorkonden dat scheidslieden uitspraak gedaan hebben in de twist tussen 't klooster ter Apel en "den erve ter Hare" nopens de afscheiding van landerijen.
Regest 51 , 1481 Mei 6 (Johannis ante portam): Albert Johan Gherdszoon te Roswinkel bekent, dat hij met consent van zijn vader Johan Gherds heeft verkocht aan 't klooster ter Apel twee mud rogge, Groninger mathe jaarl. rente, uit het zogenaamde Albert Gherts erve te Roswinkel, te betalen in 't klooster op Philippus en Jacobusdag, met recht van wederinkoop enz.
Regest 52 , 1481 October 27 (op sancte Symon ende Juden avent Apostelorum): Johan Spelman verkoopt aan zijn huisvrouw Eefzen "tijn stede mudde roggen Groninger mathen erffliker renthen uut en over Bole Roesinge guet, geleghen in den kerspell ende inder buerscap van Empne, ende dair toe drie stede mudde roggen jaerliker renthen Groninger mathen uut en over Claeses Cleneken guet gehieten Edinge, gelegen in den kerspell van Sleen ende in der buerscapp van Noertsleen".
Regest 53 , 1482 Januari 19 (ipso die Pontiani martyris): Johannes Eppingh, vicarius toe Eelden, Hindrick und Hinrick Eppingh van Ermen gebroders, verkopen aan Hinrick van den Berghe, prior ende ghemenen convente orden des hillighen Cruces toe Apel "negen stede mudde rogghen jarliker, ewigher renthe, Groningher mate, alle jare up Sunte Martijn en Meydach toe betalen, uyt ende over olde Rosinghe erve ende synen alynghe tobehore soe dat geleghen is in der marcke ende onder der clocken toe Empne".
Regest 54 , 1482 Februari 24 (ipso die Matthie apostoli): Gherd Wrensch te Zuidbergen, zijn echtgenote en kinderen verklaren te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel een mudde rogge jaarl. rente over de Langeakker te Suydtberghe, te betalen "op onsse Vrouwendach to Lichtmis".
Regest 55 , 1482 Mei 1 (ipso die Philippi et Jacobi apostolorum): Willem Dillingh te Exel verklaart, dat hij aan Hinrick van den Berghe, prior en gemene convent van ter Apel heeft gegeven een vaste jaarl. rente van ½ mudde rogge over al zijn goed te Exel en onder de klok van Oderen gelegen, Tammingegoed geheten, onder conditie dat prior en convent voor hem en zijn vrouw e.a. zullen bidden en hun "de broderschap geven".
Regest 56 , 1483 Januari 1: Johan Renghers van den Poste, hovetlinck to Schermer, bekent aan zijn broeder Egbert Renghers te hebben verkocht 36 Arnhemse guldens jaarlijkse en erfelijke rente, uit al zijn landen "to Drywert ende up de grote schilde, voiswer geheten".
Regest 57 , 1483 Augustus 26 (des dinsdags voor sunte Oleff): Johan Eppinghe, schulte, geeft, op bevel van Johan Stelling, drost van Coevorden, een ordel, inzake Hendrick Wensone, vertegenwoordigd door Ludeken Hovinghe contra Enense, de huisvrouw van wijlen Johan Spelman, nopens diens nalatenschap waaronder voornamelijk tien mudden uit en over Rosinghegoed in Empne, welke nalatenschap Hendrik Wenssone beweert gekocht te hebben van zekere Johan Reiger, neef en erfgenaam van de erflater Johan Spelman voornoemd, doch welk goed Enense beweert, dat door haar bij stokleggen en bezegelde brief gekocht was
Regest 58 , 1484 Augustus 3 (altera die Petri ad Vicula): Johan ten Walle en Daye zijn vrouw verkopen aan 't klooster ter Apel een jaarl. rente van 4 Arnhemse guldens over huis en erf genaamd ter Poerten te Rolde, in eigendom bewoond door Ludeken Bovinghe, die deze rente alle jaar zal mogen aflossen met tachtig gulden.
Regest 59 , 1484 September 22 (ipso die Mauritii et sociorum): Johan Renghers van den Poste, here toe Schermer en vrouwe Neze van Laer, ehelieden, verkopen aan "Hinrick van den Berghe, prior und ghemenen convente toe Apell van orden des hillighen cruces, vijftien stede mudde rogghen, Groninger mathe jarliker renthe op onsser Vrouwendach Nativitas, wit ende over Olde Rosingherve in den kapelle ende onder der clocken toe Empne en over nije Rosingh" en verder over al hun andere goederen en zulks onder recht van wederafkoop met 33 Arnhemse guldens.
Regest 60 , 1484 September 29 (ipso die Michaelis): Hinricus Beckers en Hermannus Waterman, curate te Hazelunne en Reden en Dodeke Schade, knape, oorkonden, dat zij als testamentarii van wijlen Johannes Rolevinck, krachtens deszelfs testament hebben "overwijset" den heer Hinrucus van den Berghe, prior, ten behoeve van het klooster ter Apel twee brieven "sprekende up zeliger Wilbrand Schaede selige dechtenisse" enz, (Zie no. 3 en 5) voor welk legaat prior en convent jaarlijks enige zielmissen moeten lezen.
Regest 61 , 1484 November 7 (des Sondages na dach omnium Sanctorum): Prior en convent te Apel gaan een overeenkomst aan met Menne Hoissinck, Jacob Trenningh, Elzo ter Walslage, Kerstken ter Wyssche, Johan Schwingh, Ayken Warningh, Hysken ter Borch, Albert Sickens, Haye Wazekens en Johan Veltman, gemene buren van Lauwede, over het zetten der scheidpalen tussen de goederen van het klooster te ter Apel en de mark van de gemene buren van Lauwede.
Regest 62 , 1486 Februari 14 (ipso die Valentine martyris): Willem ..... verkoopt "vier mudde roggen" jaarlijkse rente, waarschijnlijk uit een erf te Suijtberge.
Regest 63 , 1486 Februari 22 (cathedra Petri): Henricus Eppingh en Ghebbe zijn vrouw verklaren te hebben verkocht aan Hinrick van den Berghe, prior en gemene convente van ter Apel "seesterhalff mudden landes gelegen in dreen stucken, genaamd de Cruceacker, de Wochlanghe en de Hoffacker, gelegen in de marcke unde essche to Berghe unde onder der clocken to Empne".
Regest 64 , 1486 Mei 22 (des manendags voor Sacramentsdach): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden dat Wabbe to Dykeshorne heeft verkocht aan Hinrick Vrijen 3 hondert landes de Beddelijn geheiten, gelegen to Drywart by den Poste.
Regest 65 , 1486 September 17 (ipso die Lamberti episcopi et martyris): Allo Tyena te Lerlke verkoopt aan Frederick priester en prebendaat mede aldaar een verendel land en een achtendel in Mydlumerhamrik.
Regest 66 , 1487 Juni 22 (up der hillighen teen dusent martelarendach): Reynt Nommes en Aysso Campen, buerlude to Lerlte, kerckvogeden aldaar, verkopen met consent van de priesters en van de ghemenen kerspellude 13 grazen land, gelegen in Lerltereisterhamricke geheten Konincksland, aan Jacob Wynchell prior en ghemenen convente ter Apel.
Regest 67 , 1488 Maart 12 (ipso die Gregorii pape): Betto Fyena te Lerlte verkoopt aan Frederick priester en prebendaat te Lerlte 2 grazen land en een verendel in Mydlumerhamrik.
Regest 68 , 1488 Mei 12 (sei Pancracii martyris): Willem Wresinghe verkoopt aan het klooster ter Apel zijn erf te Suytberghe gelegen Wrensinghe erve geheten.
Regest 69 , 1488 Juli 23 (in crastino sancte Marie Magdalene): Johan Renghers van den Poste en zijn vrouw Neze van Lare dragen op in een wissel aan Jacob van Winkell prior und ghemenen convente tho Apell, 80 grazen land bij Woltersum en 14 deimaten hooiland bij Ruzerdijck, Zwanckelandt geheten en nog enig land aldaar, waarvoor Renghers in een wederwissel krijgt brief en zegel van 48 "goldene overlandssche olde Rinsche gulden jarliker renthen" die het convent had over dezelfde en over andere goederen van Renghers, die door deze wissel daarvan zijn bevrijd. Bovendien krijgt Renghers 800 "olde gouden Rinsche gulden".
Regest 70 , 1488 September 17 (sunte Lambersdach episcopus): Henrick Kampherbeke, richter te Herdenberge, oorkondt, dat Derck Holtynck aan Derk Essynck heeft verkocht "den halven smalen ten den uut oeren hues en erve, ghelegen int pestken daer men nu ter tijt uut bouwert den Heetberch unde dije helffts van 4 gast rogge en enige andere tienden onder Hardenberg".
Regest 71 , 1488 September 26 (up Cosme un Damiani avent der hilligen martyren): Allo Tyena te Lerlte verklaart te hebben verkocht aan Frederick priester en prebendaat te Lerlte drie grazen land in Mydlumerhamrik gelegen.
Regest 72 , 1488 October 14: David van Bourgondie bisschop van Utrecht bevestigt den vidimus d.d. 1472 Maart 6 (nr. 24).
Regest 73 , 1488 November 26 (in crastino katherine virginis et martyris): Coneto Bollingwere, richter te Duthe, oorkondt, dat Syvadt Meyeringh en zijn broeders hebben verkocht aan 't klooster tho Apel "10 molt gudes schuren rogge jaarlijksche rente, te betalen op St. Katherinendag uit Meyeringherve te Nederlangen, met recht van wederinkoop en een jaar te voren aanzegging en dat jonge Tacle to Vrisenberge en zijn echtgenote zich als "principaele zakenwolders" hebben verbonden voor de richtige nakoming van dit contract.
Regest 74 , 1488 November 29 (up Sunte Andries avendt): Burgemeesteren en Zworen Raad van Meppen oorkonden, dat Sanders Wobbeken aan 't klooster ter Apel heeft verkocht een goudgulden jaarlijkse rente te voldoen op St. Catharinedag voor 20 gulden met recht van wederinkoop enz.
Regest 75 , 1488 December 23 (des naesten dinxdages na sunte Tomas Aposteldach): Coerd van Apeldorn, Hinricus Blancken, Otto Piper, und Herman van Waden, in der tijt borgermester und raet tho Meppen oorkonden, dat Otto van Buren, Lucke zijn huisvrouw en hun kinderen hebben verkocht aan Bernd Wenneker zes stukken land up den Stritfelde en enen gaerden aldaar.
Regest 76 , 1489 Mei 4 (feria secunda post dominicam quum cantatur misericordico Domini): Engelbert Wuck, richter up der Nyerstad Osenbrugge, oorkondt, dat Berndt Wenneker heeft verkocht aan Gherd Wenneker, vicarius der kercken to sunte Johannes to Osenbrugge, 6 stukken land up den stritfelde en een "gaerde" daarnaast gelegen.
Regest 77 , 1489 Juni 20 (indicione septima die vo vicesima mensis Junii): De notaris Johannes Stakerweke oorkondt dat Gherhardus Wenneker, vicarius ecclesie sancti Johannis Osnaburgensis, aan het klooster ter Apel heeft geschonken zes stukken land "vulgariter sees stucke landes up demen Strytfelde" genoemd.
Regest 78 , 1489 Juli 4: Hermannus Bruser, alias Stock, geeft op verzoek van Jacobus Wunkell, prior van het klooster ter Apel, vidimus van het charter d.d. 1484 October 31 (Zie no. 61).
Regest 79 , 1489 Juli 4: De notaris Herman Bruser, alias Stock geeft, op verzoek van Jacobus Wynchell, prior van ter Apel, vidimus van het charter d.d. 1466 Juni 2 (Zie no. 14).
Regest 80 , 1489 Augustus 25 (feria tertia post Barthelomei apostoli): Elborch Ockema schenkt 6 grazen land, geheten Emmesfenne, bij Kaelehorne gelegen in Hamhuzer Hamrik aan 't klooster ter Apel, waarvoor 30 missen "dertichwerve" zullen gelezen worden in 't klooster voor "Elborge und oere vrenden".
Regest 81 , 1489 Augustus 25 (lectia feria proxima Bartholomei): Eggo ter Borch, kerspelman to Luttiken Borsum verklaart te hebben verkocht aan Wigboldus supprior en synen convente Apell elf grazen land gelegen in Harmhuzer hamrik voor 70 golden Rinsche guldens met recht van wederinkoop binnen zes jaar en aanzegging daarvan ½ jaar bevorens.
Regest 82 , 1489 October 4 (up sunte Franciscus des hilligen): Focko Renghers hovetlinck ten Poste bekent "in dossen openen transfixe breef" dat hij toestemming verleent tot de "coep en wissel" die zijn broeder Johan Renghers van Scharmer gemaakt heeft met 't convent toe Apell van land, waar de brief van spreekt waar deze is doorgetogen, welk land hij "gevrijet had van den convente to Schildwolde"
Regest 83 , 1489 November 14 (in crastino Briccii confessonis): Johan Renghers van den Poste erkent, dat hij gezamenlijk met de prior van ter Apel Jacob van Wijnchell en zijn convent borg heeft gezegd voor "dat nije cloister to Schermer" sancte Helenencloister geheten tot zekerheid van de buren van Schermer en dat hij nu aan ter Apel belooft om alle eventuele schade die hieruit voort mocht komen alleen te dragen.
Regest 84 , 1490 Maart 20 (des saterdaghes voer Letare): Jacob Sijkens en Hynrich zijn zoon verklaren betaald te zijn door ‘t convent van ter Apell.
Regest 85 , 1490 October 31 (up allre hilligenavent): Johan Renghers van den Poste, ritter und here to Schermer en Nese van Laer sijn echte huisfrouwe bekennen, dat zij aan het klooster ter Apel in een wissel hebben opgedragen allerlei landerijen met hare namen en grenzen genoemd, gelegen voornl. te Drewert, Jukwert, Ebselens enz.
Regest 86 , 1490: Ello Mamena te Rysym verklaart te hebben verkocht aan Frederick, priester in de kerck te Hlerlte zes grazen land in Rysumerhamrik.
Regest 87 , (c. 1490): Een der kloosterlingen van Ter Apel geeft mededelingen nopens allerlei bezittingen van 't klooster van "waerholt en vierndelen waerdelon" in de buurt van Empne.
Regest 88 , 1491 Juli 1 (up avent vrouwen visitationis): Hero Boukema en zijn echtgenote te Loppersum verkopen aan het klooster ter Apel 24 grazen land gelegen in 8 met namen genoemde stukken in het Rysummerhamrik en in Drewerderhamrik.
Regest 89 , 1491 September 17 (up den dach Lamberti episcopi et martyris): Udo Eltetsena te Lerlte verklaart te hebben verkocht aan Frederick priester en prebendaat te Lerlte zeven grazen land in Midlumerhamrik.
Regest 90 , 1491 November 16 (des wonsdaghes vor sunte Elizabeth der hilliger vrouwen): Metthe Campensis inwoner tho Gherdesweer verklaart te hebben verkocht aan Nonno, kerkheer te Twixlum zes grasen "feuland, Inna Reerds fenne" geheten.
Regest 91 , 1491 November 25 (opp sanct Katherynendach virginis et martyris): Johan Visscher verkoopt aan Prior en convent van het klooster ter Apel drie schat rogge jaarl. rente, "suetholdecher mathen, uut den erve, genieten Roessing, gelegen in der buerscapp van Empne"
Regest 92 , 1491 December 20 (op Sunte Dominicusdach des heyligen Confessoers): Johan Renghers "ritter, hovetlinck und heer toe Schermer" verkoopt aan Jacob van Winckel, prior und ghemen convent toe Apell zijn twee erven in de buurtschap van Empne, Olde en Nije Rosinck geheten, door welke koop zullen "doet wesen alle de mudde, de dit vors. convent van data des breves op dit vors erve plach toe hebben", bovendien belooft Johan Renghers vrijwaring tegen allen die enig recht op deze 2 erven mochten pretenderen "uut bescheiden und uutgesproken kerckenrechte und horen tense, een braspenninc des jaers und een half schat rogge ewige renthe in de vicarie toe Empne, und de tende de daer uut dat halve mudde landes gaen, de Valkenhutte ghegeyten, welcke tende Roloff Smeinge ontfanget und toehoert".
Regest 93 , 1491 December 20 (in festo Dominici confessoris): Johan Renghers "ritter, hovetlinck und here thoe Schermer" verkoopt aan Jacob van Wijnchel prior und ghemene convente de beide erven "olde en nije Rosinghe toe Empne", bovendien belooft Johan Renghers vrijwaring tegen allen die enig recht op deze 2 erve mochten pretenderen "uthgesproken kerckenrecht und een halff schat rogge in der vicarie toe Empne".
Regest 94 , 1491: Mammo en Hayo Ocken te Rysym verkopen aan Frederik, priester in de kerk te Lerlte, enige landen om en nabij Rijsum.
Regest 95 , 1493 Februari 6 (in crastino sancte Agate virginis): Johan Brevingh, anders ghenoempt langhe Johan gezworen richter te Haren, oorkondt dat Vrosse tho Wijlholte en Wendele zijn vrouw en kinderen hebben verkocht aan het klooster ter Apel een stuk land van "sees scepel sates, gheheten de Veltkampesacker, ghelegen up Wylholteressche", voor een som geld, waaronder achterstallige rente en pacht.
Regest 96 , 1492 Juli 18 (des Wonsdages na Divisie apostolorum): Johan Stellingh, ambtman te Covorden c.s. "dedingslude" geven een uitspraak in de "schelinghe tusschen den prior und convent to Apell an de ene ende den ghemenen kerspell van Roiswinkel an de andere syde, rorende van den groenlande en moerlande gelegen tusschen de leemkule en de Aebrugge enz."
Regest 97 , 1492: Remet Ockena verkoopt 2 grazen land, in Rijsummerhamrik gelegen, aan Frederick, priester in de kerk te Lerlte, met recht van wederinkoop.
Regest 98 , 1495 Juli 15 (des dages divisionis Apostolorum): Clawes Batten, knape, sworen richter te Duthe oorkondt, dat Hense Tyben te Nederlanghen, Johan Herman en anderen hebben verkocht aan het klooster ter Apel, hun huis c.a. te Duthe.
Regest 99 , 1493 Juli 25 (op des daghes nae sunte Jacobs dach den heylighen Apostell): Prior en procurator van Apell, sluiten met Hermen Rosynge een overeenkomst in het tussen hen bestaande geschil, waarbij Hermen Rosynghe afziet van aanspraken op enig deel van land, hout, veen, waardeel of wat recht ook op Rosinghe erf, terwijl de heer Johan Renghers te Schermer, Hermen Rosynge heeft gemachtigd om prior en convent de stok te leggen van "dat alinghe ander goet dat thoe beyde Rosinghe erven hoert, dat de Erbor Heer Johan vors., dat convent vors. in voertijden voerkoft heeft und wael betaelt is", zodat zij hiermee elkander zullen kwijtschelden "van alle dingen" enz., terwijl "Hermen mach dat holtwerck dat thoe den spiker hoert, dat daer op den hoff nu ter tijt lecht met de speck vime de nicht naghelvast is, hem halen"
Regest 100 , 1493: Mammo Ockena te Rysum verklaart aan Frederick priester te Lerlte te hebben verkocht ½ graas en een derde deel van een gras land in Rijsumerhamrik.
Regest 101 , 1494 Februari 20 (des donredages nae Invocavit): Hinrick Eppingh toe Armen en Hinrich Stuven tho Empnen verkopen aan Jacob van Wynckel, prior en ghemene convent te Apel, hun vrij erf te Zuytberghe gelegen, Knechteringhe erve geheten met land en verder toebehoren zoals dat gelegen is "in den kerspel und onder der clocken toe Empnen", met vrijwaring tegen aanspraken van derden, "behalve wat "betreft een schepel rogge jaarl. rente "in de vicarie tho Gasselt und twe kannen scholtroggen". Met verhaal voor een en ander op al verkopers goed, dat zij daarvoor "to pande setten".
Regest 102 , 1494 April 24 (in crastino sancti Georgi martyris): Herman Rosingh verklaart bij open transfixbrief, dat hij destijds zijn goed verkocht heeft aan Johan Renghers, die het weder aan 't klooster ter Apel heeft verkocht en dat hij (Rosingh) zich had uitbedongen enige rechten, waarover hij met ter Apel "twisschelick" was geweest doch die hij nu aan ter Apel heeft verkocht. Tevens bekent hij als gemachtigde van Johan Renghers de stok te hebben gelegd van beide Rosinghe erven "na uutwisinge desses breffs, davi dosse transfixe breff is dortogen".
Regest 103 , 1494 Juli 13 (ipso die sancte Margarete virginis): Egbert Renghers van den Poste, hovetlinck to Schildwolde ende to Hellum, en zijn kinderen bekennen, dat zij hebben kwijtgescholden aan 't klooster ter Apel alle renten, die 't klooster moest betalen vroeger aan Johan Renghers, broeder van Egbert en later aan Egbert c.s. uit 't land te "Drijwert in den kerspel toe Wittewierum.
Regest 104 , 1494: Herman Rosingh sluit een overeenkomst met 't klooster ter Apel over Rosingegoed.
Regest 105 , 1495 Januari 24 (up avent des hilligen apostel Pauli bekeringe): Egbertus Swalwe, richter te Meppen oorkondt, dat Hinrick Blancke c.s. hebben verkocht "sees molt gudes scyren wynterrogen" jaarl. rente aan 't klooster ter Apel, te betalen op Martini binnen Meppen, uit hun aldaar gelegen goederen.
Regest 106 , 1495 Juni 30 (des dinxdages na Sunte Peter ende Paulus apostoli): Burgemeesteren en raad in Groningen betuigen, dat voor hen is verschenen Hendrick Vrije, die bekende verkocht te hebben aan "broder Jacob prior ende de convente to Apel, tot behoeff des convents" de drie hondert land, daar de brief van spreekt "daer des breff daer getogen is", en dat hij het geld had ontvangen daarvoor.
Regest 107 , 1496 November 10 (up avent Martini des hilligen Biscopes): Herman Wessel, artium magister, kerkheer te Emden oorkondt, dat Hetert Dijkema burman" te Pilsum heeft verkocht aan het klooster ter Apel 15 grazen "ethlandes" in Pewesummerhamrik gelegen.
Regest 108 , 1498 Juli 10 (ipso die septem fratrum martyrum): Lambert van Hugen borgher en inwoner te Emden verklaart te hebben verkocht aan het klooster ter Apel drie gouden rinsche guldens jaarl. rente uit zijn hofstede in Emden "tegenover demen raethuse" gelegen.
Regest 109 , 1498 November 26 (Des dages nae Sunte Katherinedach der hilliger juncfern): Edzart Bolens en Aeleke zijn vrouw te Bellingwolde, bekennen te hebben verkocht aan Jacob van Wynckel, prior en ghemen convente te Apel 5 akker land, Boelenbroek geheten, in Bellingwolde gelegen.
Regest 110 , 1499 Januari 17 (ipso die Anthonii abbatis): Edzardt Bolens te Bellingwolde en Aleke zijn huisvrouw, verklaren dat zij hebben verkocht aan het klooster ter Apel 2 gouden Rinsche guldens jaarl. rente, te betalen "op sunte Nicolausdach" uit hun land te Bellingwolde met recht van wederinkoop.
Regest 111 , 1499 Juni 1 (sabbato post festum sacramenti): Ebele Sijpens te Midwoldt en Naneke zijn vrouw verklaren, dat zij hebben verkocht aan het klooster ter Apel 3 akkers land in Wemkerbroeck in Bellingwolderhamrik voor "35 enkede olde golden R. gulden".
Regest 112 , 1499 Juni 6 (des dages nae Bonifacii et sororum): Hayo Moederen te Rysym verklaart te hebben verkocht aan Frederich, prebendaat te Hlerlte ½ gras land in Aedelervenne gelegen.
Regest 113 , 1499 Juli 6 (opten Saterdach nae translationis sancti Martini Episcopii): Gosen Dirckszoon, burger te Campen, machtigt de zuster zijner vrouw Katherine Knigge huisvrouw van Jacob ter Horne om mede namens hem en zijn huisvrouw te eisen en te ontvangen "tijn Groninger mudde roggen des jaers als salige Eevesze Knigge mijner huisvrouwen ende Katherines voirs. moder was op te dach doe sie levendich unde doet was hem beiden angeervet hadde", welke Eevesze destijds had gekocht "ter noghe van Johan Speelman, oeren echten man, gelegen over Bole Rosaings guet inder marke van Empnen".
Regest 114 , 1499 Juli 11 (up Sunte Margeritenavent der hilliger jonkvrouwe): Jacob ten Hoern en zijn huisvrouw Katherine Knigge, bekennen dat zij aan Jacob van Wynckel prior en ghemenen convente te Apel hebben verkocht "tyen mudde roggen jaerliker eweliker rentens Groninger mathe over nije Rosinge-erf te Empne" voor honderd Davidsgulden en vijf ellen "Leydsen lakens"
Regest 115 , 1499 Augustus (in festo sancti Petri ad vincula): Symen Jacoba te Woltersum oorkondt, dat hij als voermunder over zijn kinderen heeft verkocht aan het klooster ter Apel, het erf Utham geheten, gelegen "in grote Harcstederhamric", 15½ akker groot, met recht van wederinkoop na 5 jaar.
Regest 116 , 1500 Mei 10 (Dominica die ante festum sancti Bonifacii martyria): Gert Stuven en Hinric, gebroeders, verklaren te hebben verkocht aan het klooster ter Apel een stuk hooiland gelegen "up de beke" tussen Bergen en Schoenebeeck geheten de "Kolcmade".
Regest 117 , 1500 Juli 4 (des Saterdaeges na onser liever vrouwendach visitacionis): Robert van Ittersym richter te Herdenberge, oorkond dat Wolter van Oy en zijn echtg. en anderen hebben verkocht hun erf en goed, geheten de Heetberch, aan Hynrick Kampherbeecken en zijn echtgenote behoudens enkele jaarlijkse mudden aan "die kynderen offt jonfferen van Diffelen" en aan het convent van Sybbekuloe
Regest 118 , 1500 Juli 8 (des Woenesdags voer sunt Margarete): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden dat Alyt van Boeckholt heeft verkocht aan 't convent van ter Apel en aan dat van Scharmer een huis gelegen aan de westzijde in de Oosterstraat.
Regest 119 , 1501 September 11 (den darden dages nae onss Lieven vrouwengeboert): Reyner Lepell verkoopt aan het convent van ter Apel een stuk hooiland gelegen in Emmermarke, de Noerthaghen geheten, welk land Reyner Lepell zelf vroeger had gekocht van Johan Poelingh te Noordsleen.
Regest 120 , 1501 October 3 (Dominica post Mychaëlis in profesto videlicet sancti Francisci confessoris): Henricus Scadeholt, episcopus Tricalensis en vicarius-generaal van deze bisschop van Osnabruck, verklaart dat hij in den jare 1501 Dominico proxima post Michaelis zeven altaren in de kerk van het klooster Ter Apel heeft gewijd. Belovende aflaat voor verschillende godsdienstige verrichtingen.
Regest 121 , 1502 Mei 27 (des anderen vrijdages na Pinscher achtedaghen): Ludolphus, cureet te Stedum, oorkondt, dat Vreerich Rissens en Ocke zijn huisvrouw hebben verkocht aan Hommen tho Lellens en Tyake zijn vrouw "5 hundert landes" te Stedum op de Venne.
Regest 122 , 1503 Februari 21 (up sunte Petersavent ad Cathedram): Burgemeesteren en Raad van Groningen verklaren dat Gayke Risses heeft verkocht aan Jacob Hyllebrants zestien hundert land, gelegen in Stedumer karspel op de Venne.
Regest 123 , 1503 Maart 12 (up Sunte Gregoriusdach des hilligen lezers und Pawes in der vasten): Wyclem Tamminge en Lamme zijn huisvrouw schenken een jaarlijkse rente van een mud rogge uit Wemeringe-erve, gelegen onder de klok van Odoren in de buurtschap to Soel, aan prior en convent tho Apel.
Regest 124 , 1503 Mei 11 (des donderdages voer Servatii): Mammo Ockenna te Rysum "bekent te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel "twe graesen fenlandes" in Rysymmerhammerijck.
Regest 125 , 1503 Juni 28 (up sunte Peters ende Pauwelsavent): Burgemeesteren en Raad van Groningen verklaren dat Homme toe Lellens en Tyake zijn vrouw hebben verkocht aan Jacob Hillebrands de 5 hondert land, waarvan sprake is in de brief, waar deze door getransfigeerd is.
Regest 126 , 1503 October 5 (des naesten dagen na sunte Franciscusdach confesso): Doede Rijfsens en zijn huisvrouw Aybeke verkopen aan het convent van ter Apel een "heert ende arve up de Vennen" onder Stedum met huis en schuur, daarop staande "mijt vijffende veertichste halff graese landes urn de vorsz. hoeffstede, husynge ende hemige liggende, daer een cleyn heem mede ys ingerekent geheten scrivershoerne".
Regest 127 , 1504 Januari 19 (des vrijedags post Anthony confessoris et abbatis): Roloff, Johan en Henric Westenbrynck, gebroeders, bekennen dat zij hebben verkocht aan Jacob van Wynckell prior en gemene conventualen van ter Apel een stuk hooiland, liggende achter Bergerbroeck.
Regest 128 , 1504 Januari 20 (Sabbato post Anthony): Roloff en Johan Knechterynck, gebroeders, bekennen dat zij hebben verkocht een akker land, Oesterhoerns geheten, onder Zuytberghe.
Regest 129 , 1504 Februari 9 (up sunte Apollomendach): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden, dat Johan ter Punte en Meweke zijn huisvrouw hebben verkocht aan Jacob van Winckel prior en convent van ter Apel 1 1/2 gras land gelegen in 't karspel van Stedum en een heerd geheten de Venne.
Regest 129* , 1504 Februari 19 (des Maendages vor sunte Petersdach ad cathedram): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden, dat Roloff Hoerneken heeft verkocht aan Elleken Wolters de helft van de zeven forlingen land te Garelsweer, waarvan Elleke reeds de andere helft toebehoort, welk land nader omschreven is in de getransfigeerde brief van 1476 Mei 18 (nr. 38*).
Regest 130 , 1504 Juli 4 (in festo translacionis sancti Martini confessoris): Willem Wolters tho Lellens en Elke zijn huisvrouw verklaren te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel 10 grazen land gelegen in 4 stukken te Stedum, de Venne geheten.
Regest 131 , 1505 Maart 6 (des donnardags na laetare Jherusalem): Theodoricus Valke, provest tho Leeker en pastoer tho Rysum unde Johan Nydinghes, buerman tho Wolthusum, verklaren, dat er tussen 't klooster ter Apel ter ene en de erven van wijlen Frederick, prebendaat te Lerlte ter andere zijde kwestie is geweest over enige goederen, die door gezegde Frederick bij testament aan het klooster waren vermaakt en dat zij deze kwestie hebben beslecht en 't klooster tegen enige opofferingen aan de tegenpartij, hebben bevestigd in het genot dier goederen.
Regest 132 , 1505 Mei 1: Wemele en Dedeken Mepsche bekennen dat zij hebben verkocht aan Geerd Battynge, Gybbekungergoet te Eempne.
Regest 133 , 1506 Augustus 6 (up sunte Sictusdach eenshilligen frawes ende mertelers): Johan van Ittersym, richter te Herdenberch, oorkondt dat Henrick Kampherbeke heeft verkocht zijn erf en goed, geheten de Heetberck en gelegen te Herdenberch aan Jacob van Wynkell, prior in den Crucebroderen tho Apell ende den gemenen conventualen "des voirs kloesters"
Regest 134 , 1506 October 4 (up sunte Franciscusdach des hillighen confessoers): Haveck Lovens en Teteke zijn huisvrouw en Wolter zijn broeder, wonende te Enslens, verkopen aan het klooster ter Apel "derteyn hundert landes, gheleghen die vier hundert in Witte werumerkerspel, de ander negen neghenhundert in Woltersummerkerspel".
Regest 135 , 1507 Maart 1 (up sunte Albinusdach): Ghert Battynge bekent te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel het Gybbekyngegoed, daar de brief van spreekt "daer deste breff daer getogen ys". (Oorkonde 1505 Mei l).
Regest 136 , 1507 October 31 (op alle hillighenavent): Roloff Schoenkamp, gezworen richter te Coevorden, oorkondt, dat Neze ten Pereboems weduwe en Wolter haar dochter en Bernt Tulmeten haar gekozen momber in deze zaak, bij testament hebben vermaakt aan 't klooster ter Apel, hun land op de Voerensterhaer, onder de clocken van Covorden buyten dye Zallantsche poerte. Waarvoor zij in de gebeden van 't klooster moeten gedacht worden.
Regest 137 , 1508 Maart 11 (des Saterdaghes to Vastelavent): Peter Kopes verkoopt aan het convent van ter Apel het vrije erf Grevynghe erve geheten "met huys, hoff, tymmer, unde myt ener voller halver waer unde schaer hoylant, boulant, heyde, weyde, holte, torve, watere, twyghe, gelegen onder de clocken tho Empne of daer en buten", met belofte van "volkomene waarscap" enz. "uthyesproken kerkenrecht unde herentynse unde een punt wasses sunto Prancratio to Empne in de kerke".
Regest 138 , 1508 Mei 2 (up den avent doe dat hillige cruus ghevonden wort): Ubbo, Wabbeke en Heerke Tammens, gebroeders in de Beerde, verkopen aan het convent van ter Apel drie akkers land in den Utham (in welk land Popinck Tyddens ook nog aandeel heeft) voor "85 enkele hertoch Philips golden gl. und anders gheen gelt" onder voorwaarde dat het convent de verkopers en hun ouders eenmaal per jaar in hun gebeden zal gedenken.
Regest 139 , 1508 Augustus 24 (in den daghe des hillighen apostels sunte Bartholomeus): Willem Claesz. van Roeszwinkel geeft aan het convent van ter Apel al zijn land, heide en weide, gelegen in 't noorden van Roeszwinkel, waarvoor het convent zijn ziel en de zielen van zijne ouders en erven in gedachtenis zal moeten houden in gebeden.
Regest 140 , 1508 September 12 (dinxedages voer sunte Lambert): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat Jacob Hyllebrands heeft verkocht aan het convent van ter Apel 5 hondert en 16 hondert land, waarvan sprake is in de brieve, door welke deze brief is getransfigeerd.
Regest 140* , 1508 October 23 (up dach Severin Episcopi): Gerardus Schutte, kerkheer te Odoren, "notarius toegelaten ende approbert" oorkondt dat Engelbert Rengers en Gert Claws hebben verklaard "dat Albertus van Walchem had verkocht en bij stoklegging overgedragen" aan Willem Claws enig land gelegen in 't noorden van Roes-wijnkel "up der marke".
Regest 141 , 1509 Juni 16 (des anderen daghes Viti martyris): Detmar Renghers hoveling ten Poste bekent dat hij heeft verkocht aan 't klooster ter Apel 40 grazen land, gelegen te Aynghehoerne aan de Slochter Ee.
Regest 142 , 1509 Juli 10 (up dach der soven broederen): Rodolphus, vicarius in de Berde, oorkondt dat Tyabbe Walckens c.s. hebben verkocht aan Johan Prenger, rechter te Byllingwolde 2 akkers land gelegen in den Ham.
Regest 143 , 1509 Augustus 1 (des daghes na sunte Peters dach ad vincula): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat Aleijt van Boeckholt al haar goederen heeft geschonken aan het klooster ter Apel onder beding van levensonderhoud.
Regest 144 , 1509 September 14 en 15 (In festo exaltacionis sancte crucis et die sequenti): Henricus Scadeholt, episcopus Tricalensis verklaart te hebben gedediceerd aan het convent van ter Apel in deszelfs kerk twee altaarstenen met heiligenreliquien en twee altaartabellen en verschillende heiligenschilderijen, waaronder met name genoemd wordt één, van de heilige Anthonius, voor het koor, verder de hoofdklok ter ere van de maagd Maria en andere klokken ter ere van de heilige Anthonius, verder met belofte van 40 dagen aflaat voor verschillende godsdienstige verrichtingen. Acta sunt prescripte in conventu predicto.
Regest 145 , 1510 Januari 8 (des dynxedags na den hilligen dree konynghen): Coep van Beesken, sworen richter te Haren oorkondt dat Jacob van Wynckel, prior van ter Apel heeft verklaard als "provener und meedebroder" uit 't klooster te hebben aangenomen Bernd van Hebelle en dat deze van zijn kant aan 't klooster heeft gegeven, al zijn bezittingen "beesten, scapen, ymen, bedde, kyste, gelde, clederen enz".
Regest 146 , 1510 Maart 4 (up sunte Luciendach): Johan Meyerinck te Westenessche verkoopt aan Jacob van Wynckell, prior en gemene conventualen van ter Apel een akker van een half mud land gelegen onder Emmen, de Boterakker geheten.
Regest 147 , 1510 Maart 22 (des anderen dage na sunte Benedictusdach des hilligen Abbets): Tyabbe Habbens te Bellingwolde en Ryene zijne vrouw bekennen, dat zij hebben verkocht aan het klooster ter Apel een akker land te Bellingwolder hamrik, Bolenbroek geheten.
Regest 148 , 1510 April 23 (up sunte Gorgensdach des hilligen ridders und mertelers): Nonne Zybrans, Houwe Zebens, Heuwe Habbens en Wyllem aan 't klooster ter Apel 8 deimaten hooiland aldaar gelegen.
Regest 149 , 1510 April 24 (des daghes na sunte Georgius des hilligen ridders und martelers): Tye Brynkynck en Tye Suerynck, Telpe en Roleff Bettynck te Empne bekennen dat zij hebben verkocht aan het klooster ter Apel alle landerijen hun aangeerfd van hun "neve Huysinck" gelegen in de burscappe unde marke tho Westenessche und Berghe".
Regest 150 , 1510 September 5 (des Donredages vóór nativitaris gloriose virginis Marie): Willem Soberynck te Westenessche bekent te hebben verkocht aan het klooster ter Apel een akker land "bij dree schat groet" gelegen onder Emmen, de steenacker geheten.
Regest 151 , 1511 Februari 27 (des Vrijdages na Sunte Mathiasdach apostel): Detmer Renghers, hovetlyngk ten Poste bekent te hebben verkocht aan het convent te Essen 15 grazen land "de Fosham" geheten, gelegen in Posterkarspel, voor 225 goudguldens.
Regest 152 , 1511 Juli 12 (up sunte Margaretenavent der jonfer): Herman Huysinge en Gebbe zijn huisvrouw te Groningen, verklaren bij transfixbrief, dat zij hebben verkocht aan 't klooster ter Apel de erfrente, waar sprake van is in de oorkonde van 4 December 1461 (Zie no. 10).
Regest 153 , 1511 October 21 (up den elven dusent magedendach): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Snelle Dodens en Hinrick Everts en Hylle zijn vrouw hebben verkocht en overgedragen aan Jacob Wynckell prior ter Apell tot behoeff deszelven convents 2 vennen land van "15 lutke hundert mit een heem, gelegen in 't kerspell van Stedum".
Regest 154 , 1512 Januari 12 (des maendags nae der hillygen dree Konyngedaghe): Hermen Torven, richter te Duthe, oorkondt, dat Hermen Buth te Walchem heeft verkocht aan 't klooster ter Apel enige stukken rogge, gerst en hooiland onder Stennevelde gelegen.
Regest 155 , 1512 Januari 21 (up sunte Agnetendach der hyllighen Jonfer): Heye Wensynghe anders Schomaker en Geseke zijn huisvrouw geven onder enkele voorwaarden betreffende levensonderhoud en verzorging bij ziekte en ouderdom al hun goederen aan het klooster ter Apel.
Regest 156 , 1512 Maart 17 (up sunte Ghertrudesdach der hylligen Jonfer): Willem tho Hyenhuis en Hille zijn vrouw verkopen aan 't klooster ter Apel enige landerijen in Eemne.
Regest 157 , 1512 Maart 17 (up Sunte Ghertrudesdach der hylligen jonfer): Willem tho Nyenhues en Hylle zijn vrouw te Valte bekennen te hebben verkocht aan het klooster ter Apel ¼ deel van Moltinghe erf onder Emmen gelegen.
Regest 158 , 1512 Juni 5 (up sunte Bonifacius myt syne ghesellendach): Wabbeke Tammens, in de Beerde, verkoopt aan het convent ter Apel "twyer peerde offt ruenen-grasynghe" uit zijn land in den Ham, met recht van wederinkoop elk jaar 8 dagen voor of na St. Michiel tegen 40 Hoornekens guldens.
Regest 159 , 1512 Augustus 27 (des Vrydaghes nae sunte Bartholomeusdach): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Dodo Rytsens heeft verkocht aan het klooster ter Apel 4 "lutke hundert landes in Stedummerkarspell ghelegen".
Regest 160 , 1513 Februari 22 (up sunte Petrusdach ad Cathedram): Tymen Smeynck en Johan Altynck en vrouw verkopen aan het klooster ter Apel "enen woesten dreschen acker van vijf schat land, belegen in den noerden van den Scheemer".
Regest 161 , 1513 April 23 (up dach sunte Gorgens des hillighen rydders unde mertelers): Roleff Nyenhuisynck of Battynck te Zuedberghe belooft het convent van ter Apel "vrij, guyt ende loes tho holden" van de roggerente, die het convent tot nog toe betaalde jaarlijks aan de vicarie te Gasselt uit "Knechterinckerve" welke jaarlijkse rente Roelff vnd. aanneemt zelf voortaan te betalen aan de vicarie te Gasselt uit zijn erf en goed Nyenhuysinck tho Zuetberghe in 't karspel Empne.
Regest 162 , 1513 April 30 (up avent Philippi ende Jacobi): Gherd Stuven en Ghysele zijn vrouw bekennen dat zij hebben verkocht aan Jacob van Wynckell, prior en gemene conventualen van ter Apel een stuk hooilanden Borger mark.
Regest 163 , 1513 Mei 23 (des Maendags voir sacrament): Johan Thedema en Reveka zijn vrouw verkopen aan het klooster ter Apel 4½ grazen land buiten "der Aepoerte" bij Groningen
Regest 164 , 1513 December 2 (des Vryedags nae sunte Andreas): Walderik Wabbekens te Winschoten en Eyse zijn vrouw verkopen aan 't klooster ter Apel 4 1/2 akker land te Blyham gelegen.
Regest 165 , 1514 September 7 (up unsser liever Vrouwenavent tho vrymerkede dat ys nativitatis Marie): Beneke Johans en Ocke zijn vrouw eheluden te Winschoten, verkopen aan Jacob van Wynckel, prior en gemene conventuale te Apel vijf akkers land, gelegen ...
Regest 166 , 1515 Maart 1 (des anderen donredages in der vasten): Reyner Lubers te Westenessche bekent te hebben verkocht aan het klooster ter Apel zijn aandeel in twee kleine stukken hooiland in Empner maeden gelegen.
Regest 167 , 1515 Maart 2 (des anderen dages na sunte Albinusdach des hilligen byescops en conf.): Detmar Renghers, hoveling van den Poste verkoopt aan het convent van ter Apel twintig grazen land, gelegen bij Aynghehoerne en bij de Slochter Ee.
Regest 168 , 1515 Maart 18 (des Dunnerdages na den Sondach Letare Jherusalem): Albert Johans en Aybe, echteluiden, wonende in 't karspel te Leermens verkopen aan het convent van ter Apel vijfhondert land gelegen in 't karspel te Stedum, in "eyn heert, gheheten up de fenne".
Regest 169 , 1515 Maart 24 (up onsser liever Vrouwenavent annunciationis gloriose virginis Marie): Johan Rabberynck te Zuetberge bekent te hebben verkocht aan het klooster ter Apel zijn erf en goed in de mark te Berge, onder Empne gelegen "Rabberynck erve" geheten.
Regest 170 , 1515 September 16 (up sunte Lambertsavent): Grete Demake, abdis, Arnele Rengers, kellerse en gemene conventsluden van Essen verkopen aan prior en convent van ter Apel de 15 grazen land onder ten Post, waarvan sprake is in no. ...
Regest 171 , 1516 Januari 16 (up sunte Anthonius-avent des hilligenconfessors): Grete, nagelaten huisvrouw en weduwe van Johan Scroers te Roswinkel bekent, dat haar man bij zijn leven heeft gegeven aan 't klooster ter Apel ½ mud rogge jaarl. rente uit zijn goed te Roswinkel gelegen en dat zij er nog ½ mud bij heeft gegeven.
Regest 172 , 1516 Maart 8 (up saterdage na den sondach Letare): Burgemeesters en Raad in Groningen oorkonden dat Ryner Frixema in Hummers heeft verkocht aan Jacob, prior van Wynckel en gemene conventualen van ter Apel een sate land gelegen te Garnwert "geheten tho Bexsem".
Regest 173 , 1516 Mei 31 (up sunte Petronellendach der hilliger jonferen): Johan Prenger in der tijd gezworen rechter te Bellinckwold en Wybbo zijn huisvrouw schenken 2 breden land in den Ham gelegen aan 't klooster ter Apel "omme tho hebben dat ewyge gebet ende broderscap ende mededeelafftich the wesen aller gueder wercken, de in den cloester gescheen tho ewygen daghen enz."
Regest 174 , 1516 October 4 (up suncte Franciscusdach des hilligen confessoers): Johan Gerdes zaliger gedechte olde Huysinge sone te Zuetberge bekent, dat hij heeft verkocht zijn erf "Olde Huysinck" geheten aan Roleffe zijn oom.
Regest 175 , 1516 November 6 (up sunte Wylborsavent des hilligenbyscops): Lambert Huysinck, sacrista tho Empne, sluit een overeenkomst met prior en convent van ter Apel, dat deze na zijn dood mogen aflossen de 8 mudden jaarlijkse rente over "Huysinge-erve ende guede tho Zuetberge" met "tweyhundert Arnhemse guldens.
Regest 176 , 1516 November 6 (up sunte Wylborsavent des hilligen byscops): Roleff Olde Huysinge te Zuetberge bekent, dat hij heeft verkocht aan het klooster ter Apel het erf, waarvan sprake is in no. 174.
Regest 177 , 1516 November 8 (up den achten dach alle Godeshilligen): Johan Zanders te Roswinkel, bekent te hebben verkocht aan 't klooster ter Apel zijn land onder Roswinkel.
Regest 178 , 1516 November 22 (up sancte Ceciliendach der heyliger junffer): Henrick Zanderste Roswinkel bekent te hebben verkocht aan het convent van ter Apel zijn aandeel land, dat kort geleden is afgegraven van de Roswinkelse mark.
Regest 179 , 1516 November 27 (des derden dages nae sunte Katherinen der hilliger Junfer): "Ghezeke de Veersche tho Rede und Harmen Albert, Ghezeke, Gebbeke hoer kynder" verkopen aan prior en convent van ter Apel ten overstaan van Melchior Hede, knape indertydt Sworen Richter tho Asschendorpp "eenen befreden und bewrachten off betuenden hoff unde stuke landes belegen in den karspel und onder der cloecken bynnen Hede up dye oestersyet van der straten".
Regest 180 , 1517 Mei 30 (vrijdages voir Pynxteren): Wibricus curatur tho Steem oorkondt, dat Peter Folkers heeft verkocht aan het klooster ter Apel 2 hondert land gelegen in 't karspel Steem “up de Venne in den heerde des vsz. conventes, den se gekoft hebben van zalige Doe Rytzens”.
Regest 181 , 1517 Juni 22 (des maendages voer sunte Johannes Baptistendach): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat "Eysse, mester Johan, Hermen ende Reynt Jarges gebruederen" hebben verkocht aan het convent van ter Apel 17 grazen land in Suetwolderkarspel, gelegen bij het "blouwe Steenhuys".
Regest 182 , 1517 Augustus 1 (up sunte Peters, des hillighen Apostels ad vincula): Reynscke Frederijck te Winschoten schenkt al haar goed aan het klooster ter Apel, waaronder haar huis en land op de Zuidvenne te Winschoten gelegen, boven 4 en beneden 6 akker breed; bovendien 4 deimaten in Blijhamsterhamrik en 2 deimaten in Thyalde gelegen en 2 deimaten in Boven-Hoerne en nog 2 akkers in Winschoten in den oester.
Regest 183 , 1518 October 20 (Woensdage vor elven dusent mageden): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat Reweke en Arendt Ewens, gebroeders hebben verkocht aan het klooster ter Apel 20 grazen land met toebehorend heem en huis enz. gelegen in 't Nortwolderkarspel.
Regest 184 , 1519 Januari 18 (des dages nae sunte Antonys Abbatis): Wibricus Hayo, pastor te Stedum, verklaart dat Claes Alberts en Vrouke zijn ehevrouw hebben verkocht aan Derrick, prior en gemene conventualen te ter Apel twee hondert land, gelegen in de Stedumerhammerik.
Regest 185 , 1520 Mei 31 (des Donderdags na Pinxteren): Roleff Huyninghe, burgemeester van Groningen en Hayko Aylts, als "stede und vaste ghekosen seggedeslude" maken een "fruntscap" tussen het convenant ter Apel ter ene en Hemmo Doekens, anspreker syner moeyen Renske-Frederyc ter andere zijde over "beteringhe van lande" gelegen up Suytveen in Winschoten.
Regest 186 , 1520 Augustus 22 (des Wundsdags nae Bernardo Abbas): Roloff Huynghe, drost in den olden Ampte oorkondt, dat Hemmo Dokens te Winschoten heeft verkocht aan het convent van ter Apel een "brede landes" en een "acker landes" op de Gast in Winschoten gelegen, met recht van werafkoop tegen 20 hertog Philips guldens plus volle rente ten bedrage van 1 dito gulden, voorts met 't recht om dit voorschreven land in huur te houden voor 1 Ph. gulden jaarl. huur, de huur te betalen op Sint Michiel, terwijl de jaarmalen duren zo lang als de huurders de huur betalen.
Regest 187 , 1520 September 3 (up sunte Anthonius dach): Gherardus Copes en Johan zijn broeder verklaren een verdrag te hebben aangegaan met enige anderen over een erfenis van goederen gelegen te Otmersum.
Regest 188 , 1520 November 6 (up sunte Wyltorsavent): Gheze Blerdynck en Lamme zijn zuster verkopen aan "Derck Hardenberch, prior en gemene conventualen van ter Apel een erf, geheten "Bleerdynck erve ende guet" te Zuetberge onder de klok van Empne, met belofte van vrijwaring, behalve wat betreft "dree erflijke mudde roggen jaerlix renthe Zuetfelsche mathe, dye de kerckher unde sacristra in der tijd tho Empne jaerlix hebben ut dess. erve".
Regest 189 , 1520 November 10 (op sunte Mertynsavent): Juffer Fenne van Huesweerd, abdis van 't klooster van Assen met priorin, kelderse, onderpriorin en gemene conventualen verkopen aan het convent van ter Apel "vijfftehaelff stede eerfflicke mudde rogge uut Bleerdinck ewe tho Zuetberge in den kerspell tho Empne belegen".
Regest 190 , 1525 November 10 (up Sunte Mertensavent): Johan Wilmers of Willems bekent te hebben verkocht aan ’t klooster ter Apel een stuk hooiland te Roswinkel.
Regest 191 , 1526 October 6 (saterdaghes voer Gereonis et Victoris): Burgemeesteren en Raad in Groningen oorkonden dat Hemmo Doekens heeft verkocht aan Roloff Huninghe drost in den Oelden Ampte een "acker und brede landes" gelegen op de Gast te Winschoten.
Regest 192 , 1526 December 20 (up avende Thome Apost): Roleff Huinghe, drost in den Oeldenampt verklaart te hebben geschonken aan 't klooster ter Apel het land onder Winschoten, waarvan sprake is in no. 191.
Regest 193 , 1527 Maart 12 (up sunte Gregoriusdach): Henricus Daventrie prior, Everardus supprior, Gisbertus Lap senior en de conventualen van het klooster Sint Helena te Scharmer verkopen aan het klooster van ter Apel een half huis te Groningen in de Oosterstraat, waarvan 't convent van ter Apel reeds de andere helft heeft.
Regest 194 , 1527 October 8 (up avent Dyonisy myt synen ghesellen): Willem, Johan en Hebele Rabberynck bekennen, dat zij door het klooster ter Apel zijn bevredigd inzake hun aanspraken op hun moei Aleyd Huuyssinck, die haar goed aan 't klooster heeft vermaakt.
Regest 195 , 1527 November 19 (voer praesentationis Marie virginis): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat These Oesterhusen en Ide, zijn huisvrouw het convent van ter Apel hebben kwijtgescholden van "soedaene loesse als salighe Willem van Borck hadde over vyfftehalff gras landes buten der Ae porten" en van nog enige andere vorderingen.
Regest 196 , 1528 Januari 11 (epiphanne Domini): Roleff Huynghe, drost in den Olden Ampte" oorkondt dat Tamme Bennekens te Westerlee en consorten door prior en convent van ter Apel hun aanspraken hebben voldaan gekregen, die zij hadden op "een brede landes, liggende up Zuetfenne"
Regest 197 , 1528 Maart 3 (up den dynxdaech na Invocavit yn der hillygher vasten): Burgemeesteren en Raad in Groningen verklaren dat de erfgenamen van zalige Aleyt van Boeckholt door prior en convent van ter Apel alle aanspraken hebben voldaan gekregen, die zij op de nagelaten goederen van voornoemde Aleyt gehad hebben.
Regest 198 , 1529 April 9 (des vrydaeges nae Paesachten): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat Hyndrik Beneke heeft verkocht aan Luydeken Scheves een stenen huis en hofstede met toebehoren, staande in de Oostzijde van de Gaddingestraat, onder voorbehoud van een vaste jaarl. rente van 27½ gulden uit het zelve huis.
Regest 199 , 1531 November 24 (up vrydach na presentationis Marie virginis): Stadholder myt sampt der Hoeftmannen van Groningen oorkonden dat op "Vrydach nyelickst verleden in den Oesterwarf bynnen der Stadt Gronyngen up den Raedthuese mytten Hoefflyngen, Redgeren ende Rechteren der Ummelanden geholden" een ordel is gegeven in de zaak van Wolter Schoenenborch nomine uxoris contra "de Heren van der Apell" waarbij laatstgenoemden, die in beroep gekomen waren van een doem van den redger van Zuytwolde, worden bevestigd in hun eigendom van zeventien grazen land gelegen "bij de Woltdijck bij dat Blawe hues".
Regest 200 , 1533 Juni 23 (up avent Johannis des doepers): Elso then Vennehuys, rechter te Westerwolde, oorkondt, dat in een "opene gerychte" Wylke Mennen then Hoerne met zijne echtg. aan Gerard van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel in koop hebben opgedragen een jaarlijkse rente van vijf Emder guldens te betalen 8 dagen voor of na St. Johannesdag "tho mytsommer" of tien paar "hoernde beestenweide" van Meidag tot Sint Michiel, ter keuze van het convent, een en ander met recht van wederinkoop binnen 10 jaar na dato.
Regest 201 , 1535 Augustus 23 (Up avent Bartholomei): Juergen van Munster, drost tot Wedde, Westerwoldingerlandt und van dem Oldenampt, oorkondt, dat hij in hoger beroep de sententie of doem van Jacob Prenger, rechter in Bellingwolde heeft bevestigd, in het geschil tussen 't convent van ter Apel ener- en Hayko Tyabbens met zijn broeder anderzijds over een stuk land in Houwyngeham gelegen.
Regest 202 , 1536 Januari 5 (Up donderdach nha Magne Martyris): Jacob Prenger, richter in Bellingwolde, oorkondt dat ten zynen overstaan Engel Coelers, en zijn echtgenote met prior, supprior en gemene conventualen van ter Apel "enen ewige stede vaste unwederropelicke wissel hebben gemacket" zodat het convent 5 akker lands krijgt gelegen "buten dem uterdicksloet" en Engel Coeters 3 akkers enz.
Regest 203 , 1536 Februari 23 (up avent Mathie Apostol): Johan van Selbach cs. geven een scheidsrechterlijke uitspraak inzake het klooster ter Apel contra Aylt Addens' kinderen over 7 deimaten "met landes" gelegen in Blijhamster hamrik.
Regest 204 , 1537 Januari 27 (am saterdagen na conversionis Pauli): Melchior van Hede, knape en gedeputeerd richter, van wege zijn zoon Wermolt, richter te Duthe, oorkondt, dat Johan Schaede te Dorpen en Gebbeken zijn huisvrouw hebben verkocht aan het klooster ter Apel een stuk roggen land op Dorperesch.
Regest 205 , 1538 September 20 (up vrydach nae Lamberti episcopi): Jacob Prengher rechter te Bellingwolde, doet uitspraak in het geschil tussen Wabbo Edzekens te Hoegenbunda en 't convent van ter Apel nopens zes akkers land, gelegen in Unneken Aelarts huyssweer, waarvan als rechthebbenden behalve genoemde partyen ook nog Tyddo Popynghe voor een gedeelte opkomt.
Regest 206 , 1539 Maart 12: Henrich Schijrenbeke ende Johan van Selbach indertijd schulte tho Emne an die ene Steven ten Hove und Johan Clock, schulte tho Suytlaeren an die ander zijdt, oorkonden, dat zij "gedinget hebben vare der schellinge van doctor mester Roleff Mepsche, pastoer tho Bedum ende syn broders" over Gybbekyngerve to Emmen dat aan 't klooster van ter Apel toebehoort zodat het klooster voortaan dat erf zal houden en Roleff Mepsche met zijn broeders daarop geen aanspraak zullen hebben.
Regest 207 , 1539 Juli 10 (up dach der seven bruders): Elzo then Venhuysen, richter te Westerwolt, oorkondt dat hij den derden April 1539 een doem en sententie heeft gegeven in de zaak van de buren van Unsde contra het convent van ter Apel, waarbij is uitgemaakt dat bij het erf gelegen in de mark van Unsde en toebehorende aan 't convent, het recht hoort om beesten te drijven over de gehele markt van Unsde, met de verklaring "soe dan desse jegenwordige doem und sententie dem gemelten punte muntlyck vor ogen utgesproken und nicht van dem jegendeell in scrifte begeert und ghene beroepinge in behorliken tijt ingebracht soe hebbe ick Elze voers. mijn gerichtszegell gehangen beneden an dessen brieff"
Regest 208 , 1539 October 6 (Maendach nha Michaelis): Hans Hesse, drost te Wedde, oorkondt dat ten zijnen overstaan in het rechthuis te Wedde prior en volmachten van het klooster ter Apel en Eppo Sipkens ter ene en Mello Rewings ter andere zijde op de 17de Juli zijn gekomen "urub aldar eene sententia unde doen to verclaren den Jacob Prenger, richter tot Billinckwolt had uitgesproken en in geschrift gegeven des Donderdags naest Viti anno 1539"; en dat hij (Hesse) daarop met zijn koernoten Jacob Engelkens, richter uit Olde Ampt en Elzethin Verhuysen richter tot Westerwolt in hoger beroep uitspraak gedaan heeft in deze zaak en de grensscheiding tussen de landerijen (die niet nader onschreven worden) heeft vastgesteld na onderzoek ter plaatse in 't bijzijn van Jacob Prenger voornoemd.
Regest 209 , 1539 December 1 (des maendags nae Andree apostoli): Wermolt van Heede, gezworen richter te Duthe, Franss, confirmerter der stichten Munster und Osnabrugge, oorkondt, dat de gemene buren van Over- en Neder-Langhen verkocht hebben, "myt willen en consent des hochgedachten myns gnedigen forsten und heren, soe de landtscap merchelick bezwairt was myt groter schulden, up dat myns guedichsten forsten und heren synre quaden und vryen oer erve, oeck den joncken lude oer erven alle mochten medegereddet und gevrijet worden und onbesculdet blijven van wegen des Munsterschen uproers und myshandels der secte und wederdopers als bynnen Munster doe wezen". - aan Geert van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een deel van hun mark "bij des Closters landt liggende" met de bepaling, dat zo te eniger tijd de verkopers of hun opvolgers enig deel van hun mark zouden willen verkopen, prior en convent de voorkeur zouden hebben. -
Regest 210 , 1539 December 1 (des maendages nae Andree apostoli): Coep van Beesten, richter toe Haren, van bevele Franss confirmerter der stichten Munster und Osnabrugge, oorkondt, dat voor hem in een open rechte gehegede gerichte de gemene buren van Oldenharen in koop hadden overgedragen *  aan Geert van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een deel van hun mark "bij des closters landt liggende" met de bepaling dat zo de genoemde buren later nog eens een deel van hun mark wilden verkopen, prior en convent steeds als dan de voorkeur zouden hebben.
Ook hier dezelfde clausule nopens de Munstersche wederdoopers als in no. 209.
Regest 211 , 1540 Maart 17 (am gudenstage na sundage Judica): Franciscus, bisschop van Munster en Osnabruck, bekrachtigt de verkoop van een deel van de mark van Oldenhaeren door de gemene buren aan het convent van ter Apel, dd. 1539 des maandags na Andree apostoli gedaan (Zie no. 210) en bepaalt dat voor 't vervolg van tijd de buren niets van hun mark meer mogen verkopen buiten "verwillinge" van de bisschop van Munster.
Regest 212 , 1540 Mei 14 (des Vrydages voir Pynxteren): Johan baron van Zelbach, sculte te Emne, Oren ende Roswynckel, oorkondt, dat door hem en zijn koernoten Hinrick Schyrenbek en Johan Battynck in een "ghegeden gherichte" te Barghe uitspraak is gedaan in de zaak van het convent van ter Apel contra Johan Husynge van Fermsum, waarbij het convent wordt bevestigd in de eigendom van een erf hetwelk vroeger toebehoorde aan Johan Hysynge, doch door deze "openbaar in den harbarge" verkocht aan een oom en later van dien oom was aangekocht door ter Apel.
Regest 213 , 1540 Juni 5: Enno, grave uund heer tho Oistfriesland oorkondt dat ten zijnen overstaan, Hemmo Doekens te Bunda aan Gerhardus Hasselt, prior en conventualen van ter Apel heeft opgedragen alle erven, land en goed welke het convent van zijn moei Renske Fredricks heeft ontvangen, gelegen upt suetfeen en heeft geaccordeerd om alle aanspraken daarop als ook 't goud en zilver en ander roerend goed van Renske aan 't klooster overgegaan, te laten varen en dat hij 35 Embden guldens heeft gebeurd bij 't sluiten van dit accoord.
Regest 214 , 1540 Juni 11 (vridach na Bonifacii episcopie): Jacob Prenger, richter te Bellingwolde, oorkondt met een "opene versegelde richtschijne" dat Johan Kops te Roswinkel en Gese zijn huisvrouw bekrachtigden de wissel, die zij in den jare 1523 met 't convent van ter Apel gemaakt hebben, waarbij 3 akkers land gelegen tussen Bellingwolde en Blijham met 30 Philipsguldens daarenboven van Kops en echtgenote op het convent zijn overgegaan en van het convent op Kops een venne te Roswinkel.
Regest 214* , 1540 Juni 22 (jacobiminoris) of Juli 25 (jacobi maioris).: Elso thenen Venhues, richter van Westerwolde, oorkondt, dat op indaging van Johan Copers te Roswinkel Detmar ten Velthus, Johannes Ensynck en Willem Sass een gerechtelijke verklaring hebben afgelegd aangaande de huwelijksvoorwaarden d.d. 1516 Juni 18 van Johan Copers voorn. en Gese, waaruit blijkt dat heer Wybbo, Hermen en Gert Jarwes, gebroeders hun zuster Gese voorn. als bruidschat hebben toegezegd 100 Philipsgulden, 3 akkers hooiland te Blijham "in den Vorwolde" alsmede een "Volle Kyste myt all oer tobehoer", welke 3 akkers de gebroeders aannemen onder zekere voorwaarden "cummervry to warenn".
Regest 215 , 1542 Maart 4 (Saterdach nae Invocavit): Else tem Vennhus, richter te Westerwolde, geeft een vonnis in zake Johannes Roelffen contra het convent van ter Apel, waarbij aan eerstgenoemde zijn eis wordt ontzegd en het convent wordt gelaten in 't rustig bezit van de nalatenschap van Geseke Heyens, vrouw van Hayo Schomaeker en zuster van de vader van eiser, dem 24 dach Junii anno XLI (1541 Juni 10) gevolgd door een verklaring waarbij Else tem Vennhus verklaart dat nadat de drost van Wedde in hoger beroep dit vonnis had bevestigd hij zijn gerichtszegel aan deze brief had gehangen.
Regest 216 , 1542 Mei 17 (op guedensdach na vocem jocunditatis): Jacob Prengher, rechter te Bellingwolde, geeft een vonnis in de zaak van het convent van ter Apel contra de gebroeders Tydtken en Goekens Houwens inzake de klacht van het convent dat de gebroeders "hem in drey ackern besperinge deden, dat die hoeren rechten opganck nyet konden becomen" zich voor zijn recht beroepende op de oorkonde van 1540 Juni 11 (Zie no. 214) en op twee andere oorkonden.
Volgt een verklaring dat van dit vonnis niet in hoger beroep is gekomen.
Regest 217 , 1542 Juli 31 (op Maendach voer Petri ad vincula): Bernt Langen, richter tho Duthe oorkondt, dat ten overstaan van hem en zijn koernoten de gemene buren van Overlangen en Nederlangen aan het convent van ter Apel hebben verkocht een stuk land de Barenvledder en de Emeschemaet genaamd, gelegen in de mark der beide genoemde buurschappen, dicht bij het land dat het klooster aldaar heeft en dat de koopsom door de verkopers is opgebracht aan de bisschop van Munster en Osnabrück, als bijdrage tot de zware landschatting wegens de oorlog tegen de wederdopers te Munster.
Regest 218 , 1542 Juli 31 (up Maendach na Jacobi Apostoli): Johan Reynckinck, rentmeester in Emesland, verklaart van de heren van ter Apel te hebben ontvangen 200 goudguldens ten behoeve van zijn vorst en heer van Munster en Osnabrück c.a. bij de verkoop van de Barefledder en Emesche rnathe aan 't klooster van ter Apel en daarenboven nog 100 jochemsdaalders, ook krachtens toezegging alsvoren.
Regest 219 , 1542 Augustus 7 (up maendach voer Petri ad vincula): "Herman, Droeste in der tyt een verordent rychter unde gesworenne voeget tho Haeren" oorkondt, dat, ten overstaan van hem en zijn koernoten de gemene buren van Olden Haeren aan Gerde Hasselt, prior en het gemene convent van ter Apel hebben verkocht een stuk land de Baerenvledder en de Emersche maet genaamd, gelegen in de mark van Olden Haeren en dat de koopsom door de verkopers is opgebracht aan de Bisschop van Munster en Osnabrück als bijdrage tot de zware landschatting wegens de oorlog tegen wederdopers te Munster.
Regest 220 , 1542 Augustus 23 (up avent Bartholomei apostoli): Gerhardus Hasselt, prior benevens conventualen van het klooster ter Apel oorkonden, dat zij hun erf te Roswynckel "Ensynck" geheten aan hun meyer Johan Klumper, met vrouw en moeder levenslang hebben "undersaeth" met bepaling dat zij 't niet mogen verhuren buiten consent van 't klooster en dat zij zolang een hunner leeft geen "pensioen off pacht" behoeven te geven, maar dat 't klooster heeft ontvangen "dre hundert Emder guldens unde veertich" en dat na hun aller dood, aan 't kind van Johan de halve som zal worden weergegeven en 't erf aan 't klooster wederkeren; gevolgd door bepalingen over onderhoud, herenschatting, kerkenrecht en brandschatting.
Regest 221 , 1542 September 18 (des maendages na sancte Lambert): Johannes Tapper, vicarius te Sleen, van wege ende bevele des ersamen heren Gisbert Venraedt pastoer te Deveren, deken 's lands van Drenthe etc. commissarius in Zuidervelt, oorkondt, dat ten overstaan van hem en zijn bijzitters Arendt ten Rodengate, pastor te Sleen en Herman Schirenbeke, sculte te Sleen, enige heren zijn verschenen, als Berneer Ludolphi, sacrista te Emmen, Johan van Zelbach, sculte te Emmen en Claes Janssen sculte te Roswynckel, als tugesluden en verklaarden, dat zij tezamen met wijlen Henrick Stuve dedingslude waren geweest tussen het convent en Johannes Battynck en "myt fruntsoape overeenghecomen na vermeit ende lyt ener scheytcedulen" die door Johannes Battijnck ondertekend was.
Regest 221* , 1542 September 23 (Saterdaghes na Mathei apostoli): Johan tho Lellens en Elleteyn zijn huisvrouw, erfgenamen van Elleteyn Wolters, verklaren een wisseling van land te hebben aangegaan met den prior en het convent ter Apell, waarbij zij aan het convent overdragen de zeven forlingen land te Garelsweer, waarvan de getransfigeerde brieven spreken en daarvoor terugontvangen "de pennynck-venne" in het karspel van Loppersum.
Regest 222 , 1542 October 20 (up frydach na Luce Evangelist): Berndt Lange, richter tho Duthe, verklaart dat de gemene buren van Over- en Nederlangen de koopsom hebben ontvangen van het klooster ter Apel voor de Barefledder en Emesche raathe.
Regest 223 , 1542 October 25 (am Gildensdage nha Severini episcopi): Frans, bisschop van Munster en Osnabruck, oorkondt dat hij vernomen hebbende dat de buren van Oldenhaeren Overlangen en Nederlangen hebben verkocht aan het klooster ter Apel een stuk land de Barenvledder en Emesche maet geheten, naar luid der brieven door de rechters van Haeren en Duthe daarvan gegeven, deze koop heeft bekrachtigd.
Regest 223* , 1542 December 1 (altera Andree apostoli): "Mester Roeleff Mepsche, pastoer in Bedum, proet toe Lopersum etc.; Regnerus Kampes, kelner tho Essen, Gherardus Hasselt, prior convents ter Apell Johan Huysinghe, Wolter Sickinghe, Roeloff Vrijlinghe, Henrick Vrijlinghe, Henrick Westebrinck, Jan Sickinghe und voert alle gemene inwoneren van Suytberghe und Noertberghe" oorkonden dat zij hebben besloten "omme nutticheyt und proffijt unser marcke und um voerbeteringhe unses buytsholts" dat niemand "noch binnenbuyren noch buyten buyren noch inwoeners noch vuytwoeners" met levende beesten en have mag weiden in hun Bergheholte gedurende den tijd van Marie annunciatio tot Mariae nativitas.
Regest 224 , 1543 Juli 19: Hans Hes, drost en bevelhebber te Wedde oorkondt, dat hij "verklarynge" heeft "geholden" en heeft bevestigt het vonnis gewezen door de richter van Bellingewolde tussen 't klooster van ter Apel en Goecke Houlbens over 3 akker land gelegen in de "Vorwoldt".
Regest 225 , 1544 November 11 (up dach Martini): Johan Selbach, schulte te Emmen en Griete zijn echtvrouw, verklaren dat zij aan Gherardus Hasselt, prior van 't klooster ter Apel en het gemene convent aldaar hebben verkocht twee stukken hooiland, het een gelegen in Berghermaden en het ander gelegen in Ermermaden
Regest 226 , 1544 Maart 20 (up Donerdach na Oculi): Johan Slypxema, pastor te Rosewinckel en Herman Bolyken als getuigen, verklaren dat de prior ter Apel "myt consent der senioren und des gantzen conventz" heeft gekocht van Swer Elllinck up Rosewinckel "eyn ordiken landes belegen in der Emesscher maet, welcker se affgegraven hebbet umme gelegenheit des stormes und affwendinge des overflotzs".
Regest 227 , 1544 Maart 20 (up Donderdach uka Oculi): Johan Slypzama, pastor te Rosewinckel en Swer Ellinck als getuigen, verklaren, dat de prior "thor Apel myt consent der senioren und sampten conventudlen" heeft gekocht van Herman Bolyken (Boelken) "eyn ordiken landes gelegen ten noirden syner maet over der Ae umme schortinge willen der overfloet.
Regest 228 , 1544: Johan van Selbach, sculte te Emmen en Griete zijn huisvrouw verklaren met het convent van ter Apel verwisseld te hebben enig land en waerdeel, waarbij het convent verkrijgt een akker gelegen op de noordzijde van de Santsteghe groot 2½ mud en 2 roe genaamd "de Buck-acker" waarvoor Selbach, Hebbekynge erve krijgt ter bebouwing, waarbij het convent krijgt 1½ mud en 7 roe land "voer den Schymmer gelegen", tegen Selbach ¼ waerdeel in Emmermark.
Regest 229 , 1545 September 6: Johan tho Lellens geeft op verzoek van de prior Hasekamp van het convent te Scharmer vidimus van de oorkonde dd. 1511 October 21 (no. 153).
Regest 230 , 1545 November 12 (des daeges nae Martini episcopi): Engele, weduwe van Johan Symens te Vlachtwedde en Engelbertus Walslaeger, pastoor te Vlachtwedde Elzo then Venhues, richter te Westerwoldt, Albert Koenink, Ymele Engels "gehoeen gesette voermunders" over Johan Symens' kinderen verklaren dat zij als zodanig hebben verkocht aan het klooster ter Apel 6 deimaten “medtlandes” gelegen in 't gericht van Bellingwolde.
Regest 231 , 1546 Juni 18 (up Vrydach naest Gervasii): Jacob Prengher, richter in Billinckwoldt oorkondt dat Johan Engelkens en Else zijn huisvrouw benevens de gebroeders Hayens als erfgenamen van Menne Vierdes hebben verkocht aan 't klooster ter Apel drie "vuile unde ghehele acker landes in deme broeke ghelegen.
Regest 232 , 1546 October 11 (maendach naest Gereonis et Victoris): Jacob Prengher, richter te Bellingwolde, oorkondt dat ten zijnen overstaan Albert Gerdes aan Gerhardus Hasselt, prior en semptlicke conventualen van ter Apel heeft verkocht 5 akkers land in Bellingewoldsterhamrik gelegen.
Regest 233 , 1546 October 14 (donderdaeges naest Vicotris et Gereonis): Jacob Prengher, richter te Bellingwolde, oorkondt, dat ten overstaan van hem Engel Gerdes de zoon van wijlen Gerdt Koenerdes, heeft toegestemd in de verkoop van 5 akkers land door zijn broeder Albert Gerdes aan 't convent van ter Apel.
Regest 234 , 1547 Maart 7 (Up maendach na Reminiscere): Albert Conrardes, amptman in de beide Oldambten vanwege Burgemeesteren en Raad van Groningen, geeft een vonnis inzake Hemmo Doekens contra het convent van ter Apel, waarbij aan Hemmo zijn eis wordt ontzegd, nopens de nalatenschap van zijn moei Renske, die aan 't convent was gekomen, gevolgd door een verklaring dat geen hoger beroep door een der partijen is ingesteld en dat Altert Conrardes zijn zegel dus heeft gehangen aan de brief anno 1547 altera annunciationis Marie (d.i. 1547 Maart 26).
Regest 235 , 1547 Augustus 1 (up dach Petri ad Vincula): Wyllem Gerrys, Wyllem Hoevingh, Henryck, Duerdingh, Aront Schyringh, Wyllem Zegeringh en de gemene buren van Emmen en Westenesschen verklaren met Gherardus Hasselt prior en gemene conventualen van ter Apel allerlei landerijen en waardelen in de mark aldaar verwisseld te hebben.
Regest 236 , 1547 Augustus 25 (dach naast Bartholomici Apostoli): Jacob Prengher richter in Bellingwolde, oorkondt, dat tussen Gerard Hasselt, prior en gezamenlijke conventualen van ter Apel enerzijds en Koylers kinderen anderzijds onenigheid is geweest over het graven bijlangs het land van 't convent gelegen bij Alekengast en dat door scheidslieden de afhaling der wederzijdse landen is tot stand gekomen.
Regest 237 , 1548 Februari 20 (den dinxdach nae Invocavit): Jacob Prengher, richter in Bellingwolde, oorkondt, dat voor hem ten rechtdage is verschenen Luwert Sebens die in koop heeft overgedragen aan Gerard Hasselt, prior en gezamenlijke conventualen van ter Apel "eenen gaeren landes de twedelen hem erfflich unde ewich behorende toe Bleihamme" voor 100 goudguldens, met recht van wederinkoop en bevoegdheid om de huur te doen eindigen.
Regest 238 , 1548 September 9 (des anderen daghes nae nativitate Marie): Wolter en Johan Syckyrick te Suytberghe oorkonden, dat zij hebben verkocht aan Ghert van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een stuk lijnland op Bergheressche, Oesthornsche lynstucke geheten.
Regest 239 , 1549: Jacob Prenger, richter in Bellingewolde, oorkondt, dat Eppo Sipkens te Blijham derdehalff acker landes thoe Blehamme verpand heeft aan Gerardus Hasselt, prior en gezamenlijke conventualen van ter Apel voor de somma van "hundert enckede rider gulden" die hij van prior en convent heeft ontvangen.
Regest 240 , 1550 April 24 (die Donnerdach nast Misericordias Domini): Jacob Prenger, richter in Bellyncwolt, oorkondt, dat Hero Onnens aan Gerard van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel heeft verkocht "dre reder off Embder guldens jaerliken erffrente uth sinen erven und gueden".
Regest 241 , 1550 Juni 15 (denen dach Viti Martiris): Jacob Prenger richter in Bellingwolt, oorkondt, dat Ulpherd Luppens en Tyade zijn huisvrouw verkocht hebben aan Gerdt van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een jaarl. rente van drie "enckede ryder gulden" uit al hun land en goed, te betalen telkens op Viti martiris of 8 dagen voor of na dien dag, met bepaling dat verkopers hun land en goed in Bellingwolde of Blijham of waar ook gelegen weer zullen kunnen vrijmaken van deze rente door betaling van 50 enckede rijder guldens.
Regest 242 , 1550 Juni 18: Hans Hesse, drost te Wedde, oorkondt, dat voor hem is verschenen Obke Baertscherer, ende beclagede syck over een doem gegeven door Jacob Prengher, richter te Bellingwolde in een geschil tussen hem en het convent van ter Apel nopens zes Deymeths landts, gelegen in Bellynckwold der gerichte, die door Enghele, weduwe van Johan Symens "myt dem voermunderen" van wijlen Johan Simens aan 't convent verkocht waren, waarvan Obke wegens zijn huisvrouw de "naerkoep" van "gedreven" heeft en de doem aan de drost beroepen, en dat hij drost, een "dach van rechte (heeft) angestaelt umme den doem tho verclaren" waarop er een "fruntschapp gegeven ende verdraegen is" en Obke een som geld heeft gekregen en beloofd heeft met zijne huisvrouw 't convent te "waren" enz.
Regest 243 , 1550 Juli 26 (daeges nae Sanct Jacob des hilligen Apostels): Jacob Prenger, rechter in Bellingwolde, oorkondt, dat ten zijn overstaan de weduwe van Ouwen Edsards Sebo en kinderen verkocht hebben aan 't convent van ter Apel al de goederen die zij "in Bellinckwoldt in unde boven erde liggen hadden voor 50 enschede gude vulmeohtige riders".
Regest 244 , 1551 Augustus 23 (up avent Bartholomei apostoli): Jacob Prengher, richter in Bellyncwolt, oorkondt, dat Ocko Lippens en Anna zijn huisvrouw verkocht hebben aan Gerdt van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel "viertych enckede guede wechtighe Geldersche ryder gulden guet van golde unde swaer genoech van gewechte" jaarlijkse rente, 8 dagen voor of na St. Bartholomeus te betalen uit het erf "daer Johan Spyckman nu op woent, tho Bleyham geleghen", waarbij wordt bepaalt dat niemand huur zal beuren voordat prior en conventualen voldaan zijn en dat verkopers 't recht hebben deze rente af te kopen met 800 gouden rijders, terwijl Lippe Lippens, broer van verkoper zich borg stelt voor de jaarlijkse betaling
Regest 245 , 1551 September 5: Menno Houwerda, hoeffelinck unde redtger then Damme, oorkondt, dat Jochem pastoer unde commissarius then Damme, Aeytko Jacobs, Aeytko Amsweer, Syabbo Fockens, Geredt Smyts, kerckfoogeden then Damme verkocht hebben aan Gerard van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een graas land, gelegen in Eelewerder bowland, naast het land van Frederik Ripperda.
Regest 246 , 1551 October 20 (up avendt elven dusent mageden): Menno Houwerda, hovelynck then Damme, oorkondt, dat Tyddo Popynck een "eerfwissel" heeft aangegaan met Gerhardus Hasselt, prior en de gemene conventualen van ter Apel, waarbij het convent heeft gekregen 4 deimaten metland, geheten Hynckesbulte en 2 deymaten meden in Winschoten en derdehalff achter tho Wynschotte, waarvoor Tyddo Popynck van 't convent heeft gekregen 5 akker land gelegen in den Ham in de grote Venne.
Regest 247 , 1552 Februari 24 (up daghe Mathie apostoli): Gheert Jansen verklaart een wisseling te hebben aangegeven met Gerhardus Hasselt, prior en conventualen van ter Apel waarbij het convent van hem krijgt twee akker land, gelegen op de Huppel in 't karspel van Geruewert en waarvoor hij van 't convent in een wederwissel ontvangt drie akker land, de haverakkers geheten, ook gelegen in 't kerspel van Gernewert, waarvan de meijer de sloot op de oostzijde "yn eeren holden sal".
Regest 248 , 1552 Juni 16 (saeterdaeges nae Sacramenti): Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden dat Johan Backer en zijn echtgenote hebben verkocht aan 't klooster ter Apel het steenhuis waarvan sprake is in de oorkonde van 9 April 1529 (Zie Regestenlijst no. 198).
Regest 249 , 1553 April 30 (up avendt Philippi et Jacobi apostolorum): Jacob Prenger, richter in Bellyncwolt, oorkondt, dat Alerdt Febens met Oeke zijn huisvrouw aan Gerdt van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel hebben verkocht "drie enckeden vulwechtige ryder off Emeder gulden" jaarlijkse rente, te betalen 8 dagen voor of na Meidag uit al der verkopers erf en land in Bellingcwolt gelegen, terwijl de rente kan worden afgekocht met 50 dito rijders.
Regest 250 , 1553 October 14 (up Saterdag nha Gereonis et Victoria martyrum): Jacob Prengher, richter in Bellingwolde, oorkondt, dat Gerhardus Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel een wisseling hebben aangegaan met Eppo Sebekens, zodat laatstgenoemde van het convent krijgt 2 akkers land te Winschoten en 2½ akker in Lupko Aylkens sate, waarvoor het convent ontvangt derdehalf akker te Blijham gelegen.
Regest 250* , 1556 Maart 13: Stadhouder en Hoofdmannen verklaren zich incompetent inzake een appel bij hen ingediend door Hero Goekens appellant contra de prior ter Apel geintimeerde "schelachtig umme dre ackeren hoylandes in de Voerwolde tusschen Bellinckwolt ende Blyham gelegen", in welke zaak reeds in eerste aanleg door de richter van Bellinckwolde, Johan Prenger in 1542 (vide no. 216) en in hoger beroep door Hano Hesse (vide no. 224) drost te Wedde bij "verclaringe" van 19 Juli 1543 uitspraak is gedaan.
Regest 251 , 1558 Augustus 6: Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat Nomno Lupkens, prebendaat te Winschoten met Jacob Enghelkens en Sjacko Doens als kerkvoogden aan Gheert van Hasselte prior en conventualen van ter Apel hebben verkocht 2 akkers land tot heer Nomno's prebende behorende gelegen te Winschoten, "up Zuedtveen manck des convents vors. landen".
Regest 252 , 1558 September 17 (up daege Lamberti martyris.): Nomno Luppkens, prebendaat te Winschoten bekent te hebben verkocht aan het convent van ter Apel "een pekell deel offte schaere weydt landes toe Wynschoete gelegen, die Pekell genoempt".
Regest 253 , 1560 Juni 12 (Up Wonnsdach na den eerstenne Sonnendach Trynitatis): Nomno Lupkens, prebendaat, oorkondt, dat hij heeft verkocht aan Gherhardus prior en het convent van ter Apel een "ende landes" gelegen an Wynschoter gast.
Regest 254 , 1560 September 5: Gerhardus Hasselt, prior van ter Apel, Hubertus prior van Schermer en gemene conventualen van beide kloosters en conventen gezamenlijk capitulariter vergaderd, bekennen dat zij in verleden tijden een erfwissel van land hebben gemaakt met Joachim, pastor en oommissarius en gemene kerkvoogden der kerk ten Dam en zo aan hen hebben overgegeven een graas land te Opwierde, waarvoor zij van hen hebben gekregen een graas te Eelwerd gelegen.
Regest 255 , 1561 Januari 8: Johan ten Venhus, richter te Westerwolde, oorkondt, dat de ersame mester Herman Scholte van Oldenharen aan het klooster van ter Apel heeft gegeven de somma van 200 goudguldens, waarvoor het klooster heeft aangenomen om mester Herman kost en inwoning te geven en wat hij nodig heeft, behalve kleren, wijders dat Herman aan het klooster heeft gegeven 60 goudguldens op lijfrente, waarvoor 't klooster hem alle jaar op Martini episcopi zullen betalen 3 goudguldens, opdat hij zich daarvan kleede, behalve dat hij 2 paar schoenen per jaar zal krijgen van 't klooster, verder dat hij gereedschap, geld en "imen", die hij nu heeft zijn leven lang zal mogen houden, doch dat alles na zijn dood aan 't klooster zal vervallen, om God voor hem te bidden, zonder dat zijn familie er recht op zal hebben, "dan he heft dat mit sijn swar arbeit vordienet".
Regest 256 , 1561 Januari 8: Gerardus Hasselt, prior van ter Apel verklaart te hebben ontvangen van mester Herman Scholte van Oldenhaeren 50 geldersche rijders ten geschenke, met bepaling dat zijn naaste verwanten dat geld zullen krijgen, zo hij sterft, zonder er iets voor genoten te hebben, en dat zo hij 't geld weer op wil vorderen hij dat mag doen. In meer vestenis der waerheid syn des nottelen twe all eensludende, ide ene heeft mester Herman, die ander prior und convent voerbenoempt, durch dat wort "veritas" uth een ander gesneden in den jaer uns Heren etc.
Regest 257 , 1561 November 11 (up daghe Martini episcopi): Johan ten Dever, en Anna zijn echte huisvrouw verklaren dat zij hebben verkocht aan Gerard van Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel twee stukken hoogland waarvan het een gelegen op Emden rhoude en in de mark van Empne, het ander op Barger rhoude.
Regest 258 , 1562 April 23 (up dach Georgii martyris): Johan Selbach, schulte te Emmen en Grite zijn huisvrouw verklaren dat zij aan Gerhardus Hasselt, prior en gemene conventualen van ter Apel hebben verkocht een schat rogge op Huysinge erve te Suytberge.
Regest 258* , 1563 September 9: Eppo Clandt, hoofdling te Suidtwolde verklaart, dat Ffrans Cland en "juffrouw" Teetke ehelieden hebben verkocht en overgedragen aan Frerick Allerts en Etyen ehelieden "een ferme" van twalff hundert geheten "die Heerme".
Regest 259 , 1564 Februari 18: Engelbert van Ensse, drost van Coevorden geeft op verzoek van het klooster ter Apel vidimus van een brief d.d. 1476 Februari 22 (Zie no. 38).
Regest 259* , 1564 April 25: Frans Panser redger then Post verklaart dat Frerick Allertz en Eteyn ehelieden hebben verkocht en overgedragen aan heer Gerardus Hasselt prior Ter Apel het land waarvan sprake is in no. 258*.
Regest 260 , 1564 Juni 8: Stephen Schepen, richter te Bellingwolt, oorkondt dat het convent van ter Apel met Johan Elgers land heeft verwisseld, waarbij Johan Elgers heeft gekregen een kamp land onder de klokslag van Blijham gelegen, in den Vore Wolt genoemd en 't convent onderscheidene stukken land onder Bellingwolde gelegen.
Regest 261 , 1566 Januari 22: Burgemeesteren en Raad van Groningen oorkonden, dat het convent van ter Apel in hoger beroep is gekomen bij hen van een doem van Albert Wijfringh, ambtman der beide Oldambten in zake een twist tussen het convent enerzijds en Jacob Engelkens en Tjacke Doens anderzijds over enig land om en bij Winschoten en dat na dat hoger beroep de Stadsprocureur van wege de rentmeester der stad ook zijn aanspraak op dat land, als bona vacantia had doen gelden en dat toen was overeengekomen tussen partijen en de stad om een compromis aan te gaan en dat daarbij o.a. aan het klooster 4 deimaten land waren toegekend, ook van wege "der grote excessive costen int vervolch des processes angewendt tho dem des clene vernoegentheit desselven conventes".
Regest 262 , 1566 Juni 4 (up dinsdach in dem Pynxteren): Prior, supprior en senioren en gemene conventualen van het klooster ter Apel gaan met Gerdt in den Kampe te Onstwedde een verwisseling aan van land gelegen in Botsynckkampe tegen land in de Hertsune.
Regest 263 , 1566 Juli 3 (des anderen dages nae unser leven Vrouwen Visitationis.): Roloff Bottynck te Weerdynghe en Marten zijn broeder, verklaren te hebben verkocht aan Gerardus Hardenberch, prior en gemene conventualen van ter Apel een "vry verendeel warlts" onbekummert in gants Weerdyngher marcken
Regest 264 , 1566 December 9: Matthias Ort, drostamptsverwalter te Wedde geeft op verzoek van Gerardus van Hardenberch, prior van 't klooster ter Apel, vidimus van het charter van 1550 Juni 18 (Zie Regestenlijst no. 242).
Regest 265 , 1567 November 6: Burgemeesteren en Raad in Groningen geven een vonnis waarbij Gheert Jansen, meijer en bewoners van het convents huis aldaar als eiser, wordt vergund om van het convent als gedaagde, vergoeding te vragen van 1 Emder gulden per maand voor iedere knecht waarmee hij "boven behooren" belast wordt.
Regest 266 , 1568 Maart 11: Matthias Ort, drost van Wedde geeft een vonnis inzake de "dick richteren van Bellinckwolde" contra het klooster ter Apel betreffende landen te Bellingwolde waarbij aan de niet verschenen dickrechteren de eis wordt ontzegd.
Regest 267 , 1569 Augustus 11 en 12: Henrich Schinkel, richter in Bellingwolde, geeft een relaas van een getuigenverhoor in de zaak van 't Convent van Ter Apel en Albert Koylers, betreffende het aanleggen van een weg naar Dunnenbroek.
Regest 268 , 1572 Mei 15: Johan van Selbach, schulte van Empnen, verklaart ontvangen te hebben van het klooster ter Apel de derde penning van de meyeren schatting.
Regest 269 , 1572 October 27: Johan van Selbach, schult te Empne, bekent te hebben ontvangen van Gerardus Hardenberg prior van ter Apel en van des convents meiers binnen 't karspel Empne wonende, hun opbrengsten in de schatting groot 14400 carolus gulden door 't landschap Drente aan zijn Koninklijke Majesteit beloofd als afkoopsom voor de twintigste en tiende penning.
Regest 270 , 1575 Juli 9: Henrich Schinckell, richter in Bellingwolde, oorkondt, dat Harmen Gerts te Vresseloe, Wendele, zijn huisvrouw en Gerdes Harmenssoene en Jickes zijn huisvrouw verwisseld hebben met Gerardus Hardenberg, prior en gemene senioren en conventualen van ter Apel een stuk land gelegen te Bellingwolde tegen een ander stuk "Huickesbult" geheten, mede gelegen aldaar.
Regest 271 , 1579 Maart 17: Charles Vrijheer van Hamal, heer van Emswande en Emmichuse etc, kapitein van een vendel knechten onder het regiment van de graaf van Rennenberg, gouverneur van Friesland, Groningen etc. verklaart ontvangen te hebben van de heer van 't klooster ter Apel de som van 200 gulden "ende dat ter cause" om munitie en proviand voor "hetselve huys offte forteresse" te kopen.
Regest 272 , 1585: Geleyt Synges en Roloff haar zoon verklaren verkocht te hebben aan Cornelis van Nimwegen prior en gemene conventualen van ter Apel "een halve waer Valter marke".
Regest 272* , 1586 November 1 (up dach omnium Sanctorium): Cornelis van Oy, prior, broeder Albertus Hesselen supprior, broeder Albertus Emmen, procuartor en het gemene convent thoe Apell bekennen van Johan Kremerinck te Oldenharen te hebben opgenomen een som van honderd dalers op een stuk land gelegen "in unse Barenfledder".
Regest 272** , 1587 December 13 (up dach Lucie der hillighen junckfrouwen.): Broeder Joannes van Emnen prior, broeder Albertus Hesselen supprior Bernardus Munster procurator, Albertus Emnen senior en gemene senioren en conventualen thoe Apell bekennen dat zij "um nutticheit ende nodruft unser convents vorsr. durch dringende noit" hebben verkocht aan Roleff Kremer en Stine ehelieden woonachtig te Emmen een jaarlijkse rente van zes dalers.
Regest 272*** , 1588 Mei 1 (up dach Philippi et Jacobi der twier apostoleum): Broeder Joannes van Emmen prior, Bernardus Munster, procurator, Albertus Emmen senior, Henricus Groningensis senior en gemene conventualen toe Apell bekennen dat zij "durch hoich dringende noit in tidt des swaren lanckdurighen krighes" hebben verkocht aan Roleff Gertt Eltkes en Johanna ehelieden in Bleiham een jaarlijksche rente van derig dalers te beuren "uth unsen lande toe Bellingwolt gheleghen up de Gast, geheten ut unsen Ossenkamp unde het stertken genomd daer vy conventualen vors. unse magher ossen unde koyen pleghen in toe weiden unde vet lathen worden".
Regest 272**** , 1588 Mei 1 (up dach Apostolorum Philippi et Jacobi): Broeder Johannes Emmen, prior, broeder Albertus Hesselen supprior, Albertus Emmen, senior, Bernardus Munster procurator en gemene conventualen tho Apell bekennen dat zij "durch dringende noit" hebben verkocht aan Gerth Gosevorth en Elsken ehelieden te Haren een jaarlijkse rente van zeven dalers, te beuren "uth unse alinghe arve ende guedt up Roswinckell gheleghen Clumpkers arve gheten".
Regest 272***** , 1588 Juni 24 (up dach Johannis Baptiste): Johannes van Emmen, prior, broeder Albertus Hesselen supprior, Bernardus Munster, procurator, Albertus Emmen, senior en gemene conventualen thoe Apell bekennen dat zij hebben verkocht aan Lauwe Gerta te Bleiham een jaarlijkse rente van veertien Embder guldens.
Regest 273 , 1588 Juli 19: Roloff en Johan Eppinge met hun echtgenoten verklaren, dat zij hebben verkocht aan het convent van ter Apel "twe dachwarck groenlandt onder den clockenslach van Sleen gelegen".
Regest 274 , 1588 Juli 31: Henrick op ten Camp anders genoempt Schirenbeke en zijn echtgenote bekennen te hebben verkocht aan het convent van ter Apel "vyff veerndeel dachwarcks groenlandes" gelegen te Ermen.
Regest 275 , 1588: Johan en Germt Schutten bekennen te hebben verkocht aan het klooster ter Apel derdehalff dachwerck hoylandes in Bergermarcke gelegen.
Regest 276 , 1589 Juli 18 (op Odulphi): Kunst van Selbach, schulte te Emmen en zijn echtgenote verklaren te hebben verkocht aan het convent ter Apel "een dachwarck groenlandes" gelegen "in der marcke van Ermen opt Spitaeill".
Regest 276* , 1590 Maart 8 (up Groete Vastelaventh): Broeder Johannes van Emmen prior, broeder Albertus Hesselen supprior, Albertus Emmen senior, Bernardus Munster procurator en gemene conventualen thoe Apell bekennen "durch dringhende noet" te hebben verkocht aan Gertt Goseworth en Elsken ehelieden te Haren een jaarlijkse rente van zeven dalers, te beuren uit het conventsland gelegen "up Roswinckell, geheeten Klumpkers arve",
Regest 277 , 1590 November 27: Willem Lodewijk, graaf van Nassau, stadhouder en kapitein-generaal, "in Vriesland ende Vriesche Ommelanden" verklaart dat het klooster ter Apel is opgenomen onder sauvegarde van de Verenigde Nederlanden en gelast zijn manschappen zich hiernaar te reguleren.
Regest 277* , 1593 November 19 (up dach Pontiani Martiris): Broeder Joannes Emmen, prior, Bernardus Munster, procurator, Henricus Groningensis Senior en gemene conventualen ter Apell bekennen "in unser uterster noit do wij binnen Steinwick gefanghen" te hebben verkocht aan Johan Kremer en Gertijen ehelieden te Reden een jaarlijkse rente van tweeënveertig dalers, te beuren uit het conventsland "up Zuirven ghelegen bij Winschoter hoghe gast" en uit het land bij Risum.
Regest 278 , 1596 Januari 19: Hermen Maettyaszoog geeft een relaas van een door hem gehouden getuigenverhoor nopens de tienden uit het erf te Balder "Kanverbeek" geheten.
Regest 279 , 1598 December 30: Frederik graaf van den Bergh, van wege zijn Kon. Maj. Stadhouder en Kapitein-generaal van Friesland, Overijssel, Groningen enz. verleent sauvegarde aan het klooster ter Apel.
Regest 280 , 1603 Januari 4: De voogden der kerk van Emmen verklaren dat zij "vuyt hoeck dringender noet tot reparatie der kercke toe Emmen en tot opbouw der wemen-huys" hebben verkocht aan Johannes Emmen prior en gemene conventualen van ter Apel een half mud bouwland op Zuytbergen eesse.
Regest 281 , 1603 Mei 9: Johannes Emmen, prior unde verwalter des convents van der Apell unde Gerdt Eltinge tot Ermen bekennen, dat zij met elkaar hebben verwisseld een stuk hooiland gelegen bij Klincken Muller tegen een stuk hooiland 2 dagwerk groot "gelegen an die Elle, genombt het Spyttael dar het convent an die noederseit negestan geswettet" enz.
Regest 282 , 1603 Juni 18 (Oude stijl): "Johannes Emmen, ytziger tidt Prioor ter Apel ende de samptlicke conventualen" oorkonden dat zij "ripliches roedes, wal voerbedachtes nachteren gemoets ungedrungen ungedungen" heeft verkocht aan Harmen Harckens, rentmeester van Drente en van de heerlijkheid Wedde en Lucretia ehelieden een jaarlijkse rente van 32 dalers te beuren uit een heerd conventsland gelegen te Stedum genaamd "op die Venne" als betaling voor een som van 404 daler "heercomende van seeckere imposten van generaele middelen die gemelde Harckens voer onsen convente, als nu onvermoegen und gheen geldt hebbende in onsen noeden an de heren generaele Staeten in rekeninge gepasseert is".
Regest 283 , 1605 October 22: De Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, gezien de voorschriften van de Stadhouder Graaf Willem Lodewijk, van Gedeputeerde Staten en "van de Olde ingesetenen tsamen representerende die gedeputeerde volmachten der landtschap van Westerwolde" consenteren dat Johannes Emmen "bewarder ende administrateur van het gewesen convent ende nu het arme huis tot Apell" zich "na de order van de gereformeerde kercke in de houwelicken staet, met een eerlickc vrouwepersoon" zal mogen begeven, blijvende desniettemin van kracht zijn benoeming tot administrator.
Regest 284 , 1608 Maart 7: Eeferaerdt van Gemen, schulte te Emmen, Oedoren en Roeswinckell doet uitspraak in een geschil tussen Johannes Emmen administrator en commandeur van het convent ter Aepell, voor wien in rechte optreedt Hindrich Sluiter, ter ene en de erfgenamen van wijlen Johannes Ensinghe en diens huisvrouw ter andere zijde over de betaling door deze laatste van een provence.
laatste wijziging 10-04-2021
471 beschreven archiefstukken
4 gedigitaliseerd
totaal 258 bestanden
Mijn Studiezaal
Favoriet of een notitie maken
Stel een vraag of plaats een opmerking op de tijdlijn
Reageren
Stuur een reactie naar Groninger Archieven
Delen
Doorsturen per email
Printen

Kenmerken

Beschrijving:
Inventaris van het archief van het klooster Ter Apel
Bewerker:
A.S. de Blécourt en P.G. Bos
Behoort tot collectie:
Gemeente Groningen
Laatste Publicatie:
2007
Laatste uitvoer:
09-04-2021
Omvang:
0,22 m standaardarchiefberging
Licentie:
CC0 1.0 Public Domain Dedication
Categorie:
  • Religie en Levensbeschouwing
Archiefvormer(s):
 
Archiefvormer Klooster Ter Apel, 1327 - 1608
laatste wijziging 10-04-2021
471 beschreven archiefstukken
4 gedigitaliseerd
totaal 258 bestanden
 
 
 
  • facebook
  • instagram
  • Vimeo
  • youtube
  • linkedin

Contactinformatie

Bezoekadres

Cascadeplein 4
9726 AD Groningen

050-5992000

Postadres

Postbus 30040
9700 RM Groningen

info@groningerarchieven.nl

  • Groninger Archieven
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacy
  • Contact
  • Pers