Zoek op de website

Borgercompagnie

Gemeente Veendam

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Borgercompagnie.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Hier ligt in de nabyheid van ons, ten noordoosten het gehucht de Tripscompagnie; de Borgercompagnie en de Tripscompagnie,liggen min of meer op één uur afstand ten Westen en noordoosten van de kerk te Veendam.
De Borgercompagnie heeft zynen naam ontleend van eenige Burgers van de Stad Groningen, welke in het begin van de Zeventiende Eeuw hier vele eigendommen bezaten en het eerste begin gelegd hebben tot deze Kolonie ten Zuiden af van Sappemeer. –
De Tripscompagnie is eene Kolonie lopende oostwaarts uit de Borgercompagnie, zy bekwam haren naam van een Adelyk Heer Trip welke by de ontgonding vele veenen toebehoorden.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

7. Welke bosschen zijn daar?

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het Dierenryk levert of teelt hier anders geene Zoogdieren voort, dan die tot Huishoudelyk gebruik gebezigd worden en niet tot uitvoer; onder het wild vindt men hier weinige hazen, maar veel patryzen. De velden zyn hier meest korenlanden, zoo levert:
Het Plantenryk hier onderscheidene graansoorten, die naar elders verzonden worden.
Uit het Delfstoffelykryk vindt men hier wit zand, dat ook uitgevoerd wordt.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Afgegravene Zand veengronden, op eene matige hoogte boven het water gelegen. De uitgestrektheid van het Noorden naar het Zuiden is ¾ uur – en van het oosten naar het Westen ½ uur gaans n.l. dat gedeelte van de Borgercompagnie dat onder de gemeente van Veendam begrepen is.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Hier worden anders geene Wetenschappen beoefend, als lezen, schryven, rekenen, zingen en Landbouwkunde.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

De handwerken die hier beoefend worden strekken zich niet verder uit dan tot de noofdzakelykste behoeften.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De lucht is hier over het algemeen gezond.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Er is ééne school.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De Landbouw.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Veelal aan de Veendamster gelyk, doch eenige woorden naar het Drentsche b.v. banzer deur (schuurdeur).

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Zy zyn veelal opregt en getrouw en hunne levenswyze is eenvoudig.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Men vindt hier in de BorgerCompagnie nog eene oude Zwet of landscheiding: de Munnike Zwette genoemd; men zegt dat deze naam ontleend is, van het Munneke Klooster, dat in Muntendam moet gestaan hebben. Dit Klooster had hier vele venen, welke waarschynlyk aldaar aangezwet zullen hebben. Deze zwet is nog tegenwoordig merkwaardig, doordien de landen, welke ten zuiden van deze zwet liggen, geregtig zyn aan het verlaat in de Borgercompagnie.

(get) R. van Dalen.