Zoek op de website

Breede

Breede den 9 Januarij 1837.

Hooggeleerde Heer!

Ik heb de eer U.H.G. door dezen toe te zenden de Geschiedenis der school, te dezer plaats, om aan Uw Hoog Gel. brief, van den 3den dezer, te voldoen.
In het jaar 1752 werd hier ter plaatse eerst eene school, en met dezelve dan ook eene Kosterij gebouwd. Voor dien tijd werd de kerkdienst waargenomen door eenen zekeren persoon uit het naburig dorp Warfum. (Onderwijs werd er toen natuurlijk in het geheel niet gegeven). Dan, met de oprigting der school in het bovengenoemde jaar, werd hier als eerste onderwijzer der Jeugd beroepen, een zeker Lubbert Bovema die dan ook terstond met het onderwijs eenen aanvang maakte, doch zeer afgebroken voortzettede; ter oorzake van het gering aantal schoolkinderen. Hoe lang deze, als zoodanig, hier geweest is, heb ik niet te weten kunnen komen; doch op hem volgde zeker.. Sterenborg die al mede onderwijs gaf; maar ook al zeer afgebroken, om dezelfde reden als de eerste. – In het jaar 1788 stierf hij waarna het een jaar vacant bleef. Daarop in 1789 werd de tegenwoordige onderwijzer S.F. Havinga tot dien post beroepen en aangesteld. Ook deze gaf onderwijs en overtrof, wat het aantal leerlingen betreft, zijne voorgangers; doch na de schoolhervorming, in het jaar 1806, verminderde het aantal zijner scholieren zoodanig, dat er ten tijde dat de H.G.H. Prof. Uilkens in dit district schoolopziener was, nog slechts een enkel ter school ging, zoodat dan ook deze onderwijzer op aanraden van bovengenoemde schoolopziener het onderwijs staakte, waarna het ook stil bleef staan, tot het jaar 1836, als wanneer de Gemeente eene wezenlijke behoefte gevoelde aan eenen nieuwen Onderwijzer, en reeds meermalen daartoe haren wensch had te kennen gegeven.
In dit jaar nu besloot het Kerkbestuur tot eene geheel nieuwe daarstelling van een schoolvertrek. Tot nu toe was hetzelve midden in de Kosterij geweest en door slechts twee vensterraams ontving men het Daglicht. Het had eenen zeer kleinen omvang en was bijna, zoo niet geheel, vierkant. De lengte en breedte van hetzelve is mij niet bekend, en nu is het geheel vertimmerd, zoodat ik het ook niet meer te weten kan komen. Dit weinige slechts, dat het aanmerkelijk kleiner was, dan het tegenwoordige lokaal, en dat de hoogte 2 ellen 6 palmen en 8 duimen bedroeg.
Op den 5 Januarij dan, van bovengenoemd jaar, werd met de oprigting van dit schoolvertrek, hetwelk tot nu toe tot eenen woonkamer gediend had, eenen aanvang gemaakt, en op den 12 Maart daaraanvolgende was het als zoodanig gereed, waarop ik den 14 dito het onderwijs heb aangevangen.
Het vertrek is thans weder bijna vierkant, bedragende deszelfs lengte 5 ellen 8 palmen, breedte 5 ellen 8 palmen en 6 duimen en hoogte 2 ellen 6 palmen 8 duimen. – Men ontvangt er het daglicht door zes groote raams, hetwelk dus niets te wenschen overlaat.
Het aantal kinderen hetwelk in het verledene jaar de school bezocht heeft bedraagt, gemiddeld 25 n.l. 14 jongens en 11 meisjes.
Het Onderwijs wordt, zoo veel mogelijk, klassikaal gegeven, hetwelk nog niet ganschelijk op dien voet gebragt is, waarop het wel behoorde te zijn, dewijl het nog te kort geduurd heeft om eene goede klassifisering daar te stellen.
De leerboeken, voor eerst beginnende zijn: het Alphabet en de spelboekjes van den schoolopziener H. Wester, dan volgen als eerste leesboeken: de leeslesjes van J. Kuipers Hz. idem van H. Wester, J.H. Nieuwold Wereldkennis; verder de Kleine Kindervriend, Vader Jakob en zijne kindertjes en Moeder Anna van Heyningen Bosch enz.
Tot afwisseling wordt den kleinen schoolles eene lei gegeven, waarop zij in de Schrijf- Teekenkunst enz. geoefend worden. De Schrijf-, Reken-, Aardrijkskunde en Geschiedenis, zoo Algemeene, Bijbelsche als Vaderlandsche, worden, zoo veel als mogelijk is onderwezen. De Zangkunde wordt insgelijks onderwezen. Psalmen of Gezangen worden hiertoe het meest gebezigd en naar de vatbaarheid der kinderen uitgekozen, terwijl er tot afwisseling ook het een of ander nuttig liedje geleerd wordt, waartoe veelal de schoolliederen van Muller en Gleuns en Gleuns en Rijkens gebruikt worden. Ook wordt er elke schoolles met den kinderen over het een of ander bijzonder onderwerp gesproken.
Dit weinige dan moge als eene Geschiedenis der school dienen.
Uw Hoog Gel. hadt mij slechts over het jaar 1836 opgegeven, doch daar zij nog niet zeer lang bestaan heeft, heb ik met het begin derzelve eenen aanvang genomen, dewijl het zoo doende tot een geheel zoude leiden.
U.H.G. gelieve mij de onnaauwkeurigheden zoo in jaartallen als anderzins, ten goede te houden, dewijl ik hare vroegere Geschiedenis aan mijnen Grootvader verschuldigd ben, wiens geheugen door zijnen hoogen ouderdom thans aanmerkelijk verzwakt is, en de korte tijd mij niet toeliet hierover den eenen of andere bijzonderen persoon te raadplegen.
Ook gelieve U.H.G. mij te verschoonen wegens de te late inzending der Geschiedenis, dewijl ik niet wist dat dit in de kersweek moest gebeuren.
Eindelijk zullen er misschien stukken zijn, van welke het niet noodig geweest was, er iets van te zeggen; doch de punten, die als opgave voor eene zoodanige Geschiedenis dienen moesten, waren mij insgelijks onbekend en de brief van U.H.G. geteekend den 3 Janurarij 1837, heb ik eerst den 7. dito ontvangen, zoodat ik toen dezelve maar in allerijl moest te zamen stellen, ten einde haar op den, door U.H.G., bepaalden datum te kunnen inzenden.
Voor het overige heb ik de eer, mij met eerbied, te teekenen:

Hoog Geleerde Heer!
Uw. HoogGell onderd. Dienaar
F.S. Havinga Hz.

Aan den Hoog Geleerden Heer den Heer
P. Hofstede de Groot Schoolopziener van
het 3e district in de provincie Groningen
te Groningen.

Den Hoog Eerwaarden Hoog Geleerden Heere
den Heer P. Hofstede de Groot Schoolopziener
van het 3e district van de provincie Groningen
te Groningen

Breede, den 24 Maart 1836

Hoog geleerde Heer!

Ik heb de eer en het genoegen U.H.G. door dezen te kunnen berigten, dat het nieuwe schoolvertrek te dezer plaatse op Zaturdag den 12 Maart j.l. is voltooid geworden, waarop ik dan des Maandags den 14. daar aanvolgende met het schoolonderwijs eenen aanvang heb genomen, nadat onze Leeraar ds. A. Rutgers, dien het heil der jeugd zoo zeer ter harte gaat, zich de moeite wel heeft willen geven, om de school met eene toepasselijke toespraak te openen. ----------
Het getal leerlingen bedroeg aanvankelijk 13, welk getal thans tot 18 is aangegroeid. ---------------------------------------------------------------------------------
Het is een ruim vertrek, wel voorzien van licht en allezins doelmatig ingerigt. ---
Mogt God dan mijne pogingen tot heil der jeugd, in deze nieuwe en gewigtige betrekking, met zijnen milden zegen bekroonen: --------------------------------------
Na mij en mijne balangen aan U.H.G. te hebben aanbevolen, heb ik de eer, mij met verschuldigden eerbied te noemen.

Hoog geleerde Heer:
U. Hoog Gels. onderdanige Dienaar
F.S. Havinga Jr.