Zoek op de website

Delfzijl

Gemeente Delfzyl

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Delfzyl. Gelegen in het N.O. der Provincie Groningen, n.l. in het District Fivelingo.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De naamsoorsprong schynt ontleend aan de Delft, welke thans den naam draagt van Fivel of Damsterdiep.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Het opschrift op de torenklok is: Deus pro nobis quis contra nos 1690.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

a. De rivier de Fivel uitloppende in de Eems.
b. Op de Ven ten Zuiden der kazernen aan de Schippers bastion is eene diepte of kolk, welke gehouden wordt, door overstroomingen te zyn ontstaan.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

7. Welke bosschen zijn daar?

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Door het planten- of Dierenryk.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Boven klei, beneden Zand en Veen.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Een scheeps timmerwerf, twee lynbanen, een korenmolen, welke staat in Delfzyl, op de N.oostelyke hoek der oude Wal, van de voormalige kleine Schans, een boekweitmaaldery, verder kuipers, schoenmakers, kleermakers enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is afwisselend. Des zomers meestal door zeewinden, koude avonden en nachten.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene Gereformeerde Kerk, met een orgel; gebouwd in het jaar 1613 en ingewyd den 16 January 1614 door den Predikant Tobias Seusingius. – Voor dien tyd bestond er slechts een oefenkamer. – Voor de hervorming was er een Kapel en behoorde toen onder de kerk van Uitwierde. –
Eene Roomsch-Catolyke kerk met een orgel gesticht in 1816, welke zeer net is, en dus de vervallende Gereformeerde Kerk grootelyks overtreft; mede eene joodsche Synagoge. Er bestaat eene school, twee leesgezelschappen en een zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Zoo door handwerken, als neering doende bezigheden; alsmede brengt het veel by door goede scheepvaart, hetwelk thans gering is; en bovendien door een goed Garnizoen, hetwelk tegenwoordig slechts bestaat uit eene kleine Compagnie Veteranen.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Overeenkomstig de Groninger spraak, doch eenige spreekwyzen hellen over tot het Oostvriesche.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Er zyn 1° zoogenoemde ligtzinnigen of vrydenkers die zich aan geen leer bekreunen. 2° De dweepachtigen, welke hunne eigene byeenkomsten houden op Zondagen, alsmede in de week, en zich geheel onthouden van de christelyke openbare eerdienst en 3° de gemiddelde klasse, die de middelen en pligten als burger en christen bekrachtigen. – Tot de uitspanningen behooren voornamelyk de kermissen enz. Er wordt over het algemeen gehouden van vroeg opstaan en vroeg ter ruste, doch de hoogere standen verschillen hiervan.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Delfzyl bestond oudtyds uit een Slot of Kasteel, hetzelve werd ingenomen in 1536 door J. Schenk van Tautenberg. In 1568 heeft de Hertog van Alba na herhaalde overwinningen over Graaf Lodewyk van Nassau hetzelve ingenomen met oogmerk om het tot eene Stad te vergrooten, met het naburige Farmsum, onder den naam van Marburg; doch door tusschenkomst der Groningers is het verhinderd, hoe wel hy vervolgens Delfzyl tot een schans heeft laten versterken. In 1577 heeft de Graaf van Rennenberg deze schans voor de Nederlandsche Bondgenoten ingenomen; doch in 1588 afvallig geworden, veroverde hy dezelve voor den Koning van Spanje. –
In 1591 hebben Prins Maurits en Graaf Willem van Nassau, het voor de vereenigde staten hernomen, die dezelve hebben laten versterken en vergrooten; mede heeft het vele verbetering en versterking bekomen in 1696 a 1697 door den beroemden Generaal Coehoorn, alsmede onder het Fransch bestuur. Door het vertrek der Franschen uit dit land heeft Delfzyl door deze een blokkade ondergaan, van zich in deze ommestreken bevindende, zoo ambtenaren en militairen der Franschen en 1100 man alhier zich hebbende ingewikkeld. Dit beleg heeft geduurd van November 1813 tot in Mei 1814, waardoor de omliggende dorpen veel te lyden hadden. De kerk gebruikte zy tot een magazyn eigenlyk tot ammunitie (waarvan de toren was afgebroken) alsmede school werd gebezigd voor een magazyn.
De kerk alsmede een houten toren, zynde door milde bydragen van Z.M. onzen geliefden Koning in 1815 weder hersteld. Het orgel is door collecten der inwoners weder bruikbaar gemaakt.
Delfzyl bestaat uit een vyfhoek; n.l. de Schippers Bastion, – Holwierder – Uitwierder – Kommandeurs – en Appingedamster Bastion, alsmede door het haven front, heeft hooge wallen en breede grachten en aan de haven eenen dikken muur, met polafaden, heeft drie groote poorten en eene kleine als: ten Noorden de Landpoort, ten Oosten de Waterpoort, en ten Zuiden de Farmsumer poort en het Kleine waterpoortje.
Aan de zyde der rivier de Eems is een zeer versterkt Blokhuis, door de Franschen gesticht. Aan de overzyde der haven legt het voortreffelyk hoornwerk de Kostverloren – Het prykt met een der grootste havens van ons Koningyk, was voorheen zeer diep, want in het jaar 1665 is de groote Admiraal de Ruiter hier met zyne groote vloot hier binnen geloopen, alsmede nog met 30 Engelsche pryzen, mede is de genoemde Admiraal met zyne Oostindische vloot hier geweest in 1672, en wel by geval, om deze plaats te verdedigen, voor den aanval van den Bisschop van Munster en den Keurvorst van Keulen. – Thans is de haven zeer besluikt.
In Delfzyl zyn drie hoofdstraten als ten 1° de Marktstraat, ten 2° de Landstraat en ten 3° de Waterstraat; ook kan nog worden hieronder gerekend, de oude Schansstraat – Er bestaat een Magazyn van Oorlog – een Kruidmagazyn – drie loodsen ter bewaring der Ammunitie goederen en verder gerytelykheden enz. –