Zoek op de website

Den Ham

Gemeente Aduard

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

1. De naam van het dorp myner woonplaats is den Ham, doch is wegens de kerk en school gecombineerd met het ten oosten naastgelegene Fransum.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Den Ham
Op den Ham zyn de gehuchten of buurtschappen de Biggestaart (een zeer klein vlekje) en de Knyp (bestaande uit vier kleine huisjes) welk eerste nagenoeg 300 en het laatste plm: 600 ellen van de kerk gelegen.
De naamsoorsprong van beide dezen is onbekend.
Fransum
Hier is een gehucht, het Voorwerk genaamd bestaande uit twee boerenwoningen en een klein huisje, omstreeks één en een halve mijl van de kerk gelegen.
De naam is waarschynlyk afkomstig doordien de oude Hunnen er hunne voorste hutten of zomerwoningen gehad hebben, om het vee aldaar te weiden, en de visschery uit te oefenen.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Den Ham
Aan de kerk alhier is geen duf- of duifsteen, doch op de torenklok is een opschrift, hetwelk aldus luidt. Evert Joost Baron Lewe, Heer van Aduard, den Ham etc. Staat Generaal etc. etc. etc. Heeft deze Clok, op ’t verzoek van Carspel luiden van den Ham doen gieten den 1 September 1738 Anno 1738 me fecit rianus crans jansz Amstelodami.
Fransum
Aan de kerk is geen duf- of duifsteen. Op de torenklok is een opschrift hetwelk aldus luidt. Anno 1704. De edele Mogende Heeren Staten van Stad Groningen en de Ommelanden. De wederzyde Den 24 ste September mamees Fremey me fecit.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Den Ham
Rivieren stroomen, kolken of diepen zyn hier niet, doch hier is eene zoogenaamde togt, welke dient tot uitwatering van byna geheel den Ham en heeft haren loop Zuidoostwaarts tot in het Aduarder Lint.
Fransum
Ten oosten grenst dit dorp aan het Aduarder diep, hetwelk noordwaarts in het Reitdiep valt, en er is eene togt of uitwatering die oostwaarts in het Aduarder diep valt en de grensscheiding is ten noorden.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Den Ham
Meeren zyn hier niet noch ook niet geweest.
Fransum
Idem.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Den Ham
Wierden warven, essen of hoogten zyn hier niet, behalve de Spanjer dyk, welke door het Westelyke gedeelte van den Ham, van het Zuiden naar het Noorden tot aan ter Horn onder Oldehove ter lengte van nagenoeg drie Ned: mylen zich uitstrekt en langs de geheelelengte ter hoogte van één el en twee palmen boven het maaiveld.
Fransum
Wierden zyn hier drie. Eén, waar de kerk op staat in het noordelyke, eene kleine in het midden en de derde in het zuidelyke gedeelte van dit dorp, allen in eene Zuidoost en noordwestelyke rigting. De eerste groot twee bunders en hoog een el en zeven palm. De tweede groot een bunder en hoog een el en twee palm, en de derde groot twee bunders en hoog één el zeven palmen. Ook is er nog eene byna onherkenbare oude dyk.

7. Welke bosschen zijn daar?

Den Ham
Bosschen zijn hier niet.
Fransum
Bosschen zijn hier niet

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Den Ham
Uit het Dierenryk vindt men hier dezelfde voortbrengselen als uit de overige deelen dezer Provincie. En uit het Plantenryk tarwe, kool, of raapzaad, gerst, veel haver en rogge, meest voor eigen gebruik, paarde- of venne boonen, alsmede de meeste peulvruchten, aardappelen, wortelen, kool en knollen. Byzondere Delfstoffen vindt men hier niet.
Fransum
De voortbrengselen uit al de drie Natuurryken, zyn als op den Ham.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Den Ham
De bovengrond bestaat uit zware klei met zavel gemengd ter diepte van 6 a 7 Palmen, en vervolgens zandig, doch in het zuidelyke gedeelte van den Ham ter diepte van één een weinig darg en ter diepte van omtrent vier ellen schelpjes.
Fransum
Ten Westen heeft dit dorp zware klei; doch ten oosten krygt men omtrent twee palmen diep onder de klei, het zoogenaamde rooddoorn doch ter diepte van drie a vier palmen vruchtbare grond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Den Ham
Geene byzondere kunsten en wetenschappen als de landbouw en veeteelt.
Fransum
Idem.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Den Ham
Hier iséén yzer en hoefsmid, één kuiper en wagenmaker, één leerlooijer, twee schoenmakers, één kleermaker en één winkelier.
Fransum
Hier zym geen Fabryken, trafyken en handwerken.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Den Ham
Dewyl dit dorp niet verre van de Noordzee verwyderd is, is de lucht hier koud, ruw en vochtig.
Fransum
Idem.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Den Ham
Hier is één hervormde kerk en één lagere school; doch zang- en leesgezelschappen bestaan hier niet.
Fransum
Hier is een oude Hervormde kerk, welke eertyds tot een Roomsch Catholyke of Klooster kerk gediend heeft. Hier wordt om de tweede Zondag eenmaal des voordemiddags door den Predikant van den Ham gepredikt, en een school is er niet, noch ook geene zang- of leesgezelschappen. Wegens de school is dit dorp met den ham gecombineerd.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

(Al de nu nog overige antwoorden van Den Ham en Fransum komen met elkander overeen.)
De inwoners bestaan hier, behalve de bovengemelde handwerkslieden uit de landbouw en veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal helt, in vergelyking by die in het Oostelyk deel dezer provincie veel over naar die, welke er in de Vriesche Steden gesproken eordt. b.v. men zegt hier koe, in plaats van kouw, een, in plaats van ain.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Wegens het karakter en de zeden myner dorpsgenooten durf ik my niet zeer sterk uitlaten, want dezelve te verheffen (weet ik te zee by ondervinding) kan ik niet, en door te vernederen zoude ik my waarschynlyk gehaat maken; doch wat de zeden betreft, deze zyn in vergelyking by vele woudstreken ruwer.
De oorzaak daarvan is naar myn inzien, dat de huisvaders en moeders in een byzonder vertrek eten en drinken en hunne kinderen en dienstboden zelden of weinig onder hun opzigt hebben.
De tyd van opstaan is algemeen des zomers ’s morgens te drie en des winters morgens te vier uren, en dan gaat men dadelyk aan het melken; zulks gedaan hebbende, drinkt men by de meesten koffy of cichorei water. Te vyf uren moet elk op het land aan het werk zyn. Met de aankondiging van de dorps Torenklok (die in het zomer half jaar drie malen; als des morgens te acht, des middags te twaalf en des avonds te 6 uren, en des winters twee malen des morgens te acht en des middags te twaalf uren luidt) gaat men te acht uren des morgens aan het ontbyt, hetwelk bestaat uit grof roggenbrood met boter en kaas, als mede bry van gersten gort, in karnemelk gekookt.
Met het klokluiden des middags te twaalf uren spyzigd men aardappelen (zeer zelden geschild) des winters met warm of koud gezouten rundvleesch, en des zomers met varkensspek of rookvleesch, gersten of boekweiten gort of pannekoeken met spek, graauwe groene of gele erwten, of zoogenaamde paarde- of venneboonen, kool, wortels en knollen en spek of vleesch by alles in overvloed en by de meeste landbouwers elk eten op zyn gezette dag.
Des zomers avonds te zes uren is het werken gedaan en des winters met het aansteken van het lamp of kaarslicht dan gaat men het avondmaal eten, hetwelk bestaat uit de zoogenaamde swan, dat is, het opgewarmde van het des vorigen daags middags eten; doch des middags zoo wel als des avonds altyd bry, by het lyfvol achterna.
Des avonds omtrent negen uren gaat men te bed.
Des zondags eet men gewoonlyk klont en aardappelen met vleesch, welke klont bestaat uit boekweiten of gersten meel, en meest ongerezen, en bry van melk en ryst of gort, doch des avonds een boterham.
De vermaken en uitspanningen bestaan in het bezoeken van kermis, boelgoed en harddravery alsmede het kaarten spel en dobbelen.
De bezoeken beginnen hier meest des namiddags van vier tot ’s nachts één of ’s morgens drie a vier uren. Men begint gewoonlyk met een kopje beste thee met gebakken suiker.
Vervolgens by continuatie het mannelyk geslacht een goede klok genever en het vrouwelijke brandewyn met fyne suiker; dan omtrent 5 a 6 uren, drinkt men weer een kopje lekkere koffy en omtrent acht a negen uren eet men grof roggen, witte brood en beschuiten met boter, kaas en gezouten of rookvleesch en dan wordt oogenblikkelyk de chocolade of gekookt bier opgezet. Omstreeks 12 uren des nachts drinkt men al weer koffy doch tot het einde genever en brandewyn.
Deze bezoeken hebben des winters meest al door een getal van tien a 12 personen éénmaal by denzelfden gastheer plaats en worden met een tegenbezoek beantwoord op de uitnoodiging.
By het trouwen houdt men zeer zelden bruiloft, doch de begrafenisplegtigheden zyn kostbaar.
Op de begravenis van een vermogend volwassen persoon worden van veertig vyftig tot somtyds over de honderd personen uitgenoodigd uit de naaste familie en de geburen.
Als men in het sterfhuis komt, wordt er dadelyk aan de mannen genever, tabak en pypen en aan de vrouwen brandewyn toegediend, als ook koffy, Des middags te 12 uren wordt het lyk ter aarde gebragt en terug gekomen zynde in het sterfhuis, eet men witte brood met boter en drinkt men bier, vervolgens drinkt men eerst thee en een weinig daarna koffy, en gaat als dan naar huis.
Over het algemeen is men hier vry van trotschheid van inborst; doch van denkwyze matig verlicht.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Plaatselyke byzonderheden zyn my niet bekend.
Spookeryen en bygelovigheden zyn hier onbekend, behalve dat velen aan voorverschyningen geloven.

Den Ham
Den 18 Nov:
1828

(get) S. Sipkens
Schoolonderw: