Zoek op de website

Eenrum

Eenrum den Augustus 1828.

Ter gevolge van en ter voldoening aan eene aanschryving van de Commissie van Onderwys voor de Provincie Groningen d.d. 10 Juny l.l. heb ik de eer, op de daarin voorkomende vragen, het navolgende te berigten:

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myne woonlaats is Eenrum.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

In dezelve ligt a. de Hander (in vroegeren tyd waarschynluk een Heerlykheid) een buurtschap van drie woningen, 1/8 uur oostwaards van de kerk; b. den Horn, een buurtschap van drie woningen, ¼ uur noordwaarts van de kerk; en c. de Streek, zynde eenige boerenwoningen. ¼ uur noordwestwaarts van de kerk. De naamsoorsprong van den Hander is onbekend; Den Horn ligt in eenen horn of bogt van eenen, nu byna onmerkbaren, ouden dyk en van daar den naam; de Streek, omdat de woningen in eene Streek of regte lyn naast elkander liggend. De naamsoorsprong van Eenrum is my onbekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

De westelyke helft schynt geheel van dufsteen gebouwd en vervolgens met gebakken steen omgemetseld te zyn. Deze dufsteenen zyn lang 35 N. duim, breed 22- en dik 10 N. duimen.- De groote torenklok schynt  aan de manier van lettergieten in vierkante blokjes, zeer oud te zyn;- door de onzuiverheid is jaartal en inscriptie onleesbaar. Aan de Zuid- en Noordzyde is dezelve met de, hierby overgelegde, teekenen  versierd. - De kleine torenklok is met het wapen der Alberda's versierd en boven met deze inscriptie: Fudit. I. Borchhardt. Groningæ 1752.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Slechts één maar of zoogenaamde boerensloot wordt te Eenrum gevonden; -Loopende van Eenrum in het Hoornstermaar en uitwaterende door Schouwerzyl.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Het Aagt of Aegt, gelegen tusschen Eenrum en den Hoorn, zal in vroegeren tyd een Meer geweest zyn. Voor omstreeks 30 jaren, was dit Aegt by den Herfst veelal plas, maar is, sedert dien tyd, voor en na in bouw- en weideland vergraven.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

In den omtrek van Eenrum zyn eenige, byna onmerkbare, hoogten, meestal resten van oude dyken. Het dorp zelve ligt op eene hoogte van omstreeks 11 Voet. De geheele buurt de Streek, sub no.2 genaamd, ligt op de overblijfsels eener dyk, die het Aagt voormaals binnen zyne oevers zal hebben gehouden; Strekkende van het Zuiden naar het Noorden en daarna oostwaarts om den Horn.

7. Welke bosschen zijn daar?

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Omtrent de bosschen en de voortbrengsels der drie natuurryken valt niet bijzonders te zeggen.
 

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Op de hoogte, waarop Eenrum is liggende, vindt men eerst vruchtbare aarde, daarna blaauwzand en op 5 a 6 voeten diepte veelal koemst en ook wel gebroken urnen. Voorts is de grondgesteldheid in de uitgestrektheid van ons kerspel zavelachtig (gemengd).

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Nopens de kunst of wetenschappen en de fabryken, tafryken of handwerken alsmede de luchtgesteldheid kan niets byzonders worden gemeld.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Een kerk, ééne school (echter in tweeën verdeeld) en één leesgezelschap bestaan in dit dorp.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Daar de middelen van bestaan van de inwoners.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Hunne platte taal.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Hun algemeen karakter, levenswyze, zeden en gewoonten, op een gewoon dorp, al te wel bekend zyn,
zoo kan ik deze punten stilzwijgend voorbij gaan.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

In vroegere tyden waren te Eenrum (behalve den Hander) vier heerlykheden (of burgten); waarvan drie op de Streek, die, volgens mondelinge overlevering, door drie gebroeders Eratema's, die ook voor de stichters der Eenrumer kerk gehouden worden, bewoond werden. De Zuidelykste burgt heette Bierum, de middelste Eratema en de Noordelykste den Oever. De vierde heette Oosterhuizen, liggende oostelyk van den Oever, mede aan denzelfden dyk, ¼ uur van de kerk, naby den Horn.

De schoolonderwyzer te Eenrum:

E. Reenders.

Verbetering van het schoolgebouw te Eenrum.

In de jaren 1834 en 1835, is aan het Schoolgebouw te Eenrum, aanzienlyke verbetering toegebragt. -
Vroeger kon de zoogenaamde groote school, slechts van eene, en wel westzijde, licht ontvangen, en bestond er ten noorden een vertrekje, hetwelk kleine school werd genoemd. - Deze twee vertrekken, hoezeer dezelve een tamelyk goed aanzien hadden, waren voor aanmerkelyke verbeteringen, echter, zeer vatbaar. -Zoo ontbrak aan de groote lokaal, zeer dikwyls het noodige licht, terwijl het kleine schooltje te klein, en daardoor voor de gezondheid der kinderen, zeer ongeschikt was. -
Het schoolgebouw is met de Kosterij-woning verbonden, en altijd door Kerkvoogden der Hervormde Gemeente alhier, onderhouden. - Kerkvoogden waren daarom bedacht, om de wezenlyke gebreken aan het Schoolgebouw te verhelpen, en zijn in het jaar 1834 daarmede begonnen. -
Ten oosten van het groote schoolgebouw, liep eene gang, ter breedte van ruim 1.6/ el, door eenen muur van de school gescheiden. Deze muur is weggebroken, en in den buitenmuur nieuwe glazen gezet, waardoor die gang met de school werd vereenigd, en deze met eene oppervlakte van ruim 14.50/ vierkante el is vergroot, en nu van de west- en oostzijde licht ontvangt. De lengte van dat vertrek in onveranderd op 9.1/ el gebleven, en de breedte bedraagt nu 7. 25/ elle, zoodat de School thans eene oppervlakte van omstreeks 66 vierkante ellen beslaat. Deze ruimte is voldoende, om alle kinderen, welke te gelyk de school bezoeken, te kunnen bevatten; zoodat het klein schooltje nu buiten gebruik is. Hetzelve is thans mede onder de kostery-woning begrepen, en wordt aangemerkt, als eene schadeloosstelling, voor het verlies der bovengenoemde gang.
De timmeringen waren in December 1834, zooverre gevorderd, dat de school met het begin van 1835 konde worden in gebruikj genomen. -
Vooraf is het verbeterde Schoolgebouw, op den 26 December 1834, feestelyk ingewyd. By deze gelegenheid vergaderde de schooljeugd, feestelyk uitgedost, in het Kerkgebouw te Eenrum. De Wel Eerw. Zeer Gel. Heer J. Ph. Riedel, Predikant alhier, deed toen eerst een korte toespraak aan de verzamelde ingezetenen, ten onderwerp hebbende: ' over de achting welk men der jeugd verschuldigd is' , met toepassing op die feestelyke gelegendheid. Daarna werd overgegaan tot een klein examen der jeugd, dat met toepassselyk gezang, en met orgelmuzyk werd afgewisseld en besloten. De muzyk werd geleverd door T. en W. Römelingh van Warffum. -
Het weder begunstigde deze feestviering, zoodat de kinderen, na afloop van het examen, paar aan paar het dorp doorwandelden. Daarna trok men het schoolgebouw binnen, en werden de kinderen daar feestelijk onthaald. -
Noodzakelijke timmeringen aan andere kerkgebouwen, deden daarna de voltooijing der school eenigzins vertragen. In het begin der maand Mei j.l. zijn de timmeringen geeindigd, en in de maand July daaraanvolgende was alles van behoorlijke verwe voorzien.-
De Zolder, die geheel is vernieuwd, is wit, waardoor het aanzien der school niet weinig wordt vermeerdert. -
De vroeger aanwezige Schoolmeubelen, zyn gedeeltelyk behouden, en gedeeltelyk veranderd; terwyl voor de oude en versletene, nieuwe zijn aangeschaft. Tot deze behooren eenige zwarte borden, en een paar landkaarten. -
Voor de ontbrekende kleine leitjes, zijn in 1835, wederom nieuwe aangekocht.-
Twee engelsche lampen, dienen om in de avondschool het noodige licht daar te stellen. -
Wat aangaat de vroegere geschiedenis der school alhier, daarvan is mij weinig bekend. Alleen weet ik, dat in den jaar 1830, de steenen vloer der school voor eene houten vloer heeft plaats gemaakt.
Het schoolgebouw te Eenrum kan thans, onzes inziens, onder de beste schoolgebouwen mede geteld worden.-

Te Eenrum den 15 Januarij 1836.

H. Blaauwpot.

Eene beschrijving van de twee klokken,
met derzelver beelden en inschriften,
voorhanden en den Toren te Eenrum. -

De twee torenklokken te Eenrum, worden gewoonlijk, ter onderscheiding, genoemd: de groote klok en de kleine klok. -

A. De groote klok.

Dezelve is van een zeer ruw maaksel, waaruit men vermoedt, dat haren ouderdom reeds verscheidene eeuwen zal tellen.-
Zij heeft binnenwerks eene regtstandige hoogte van 9 plm. 8 dm., is van onderen buitenom gemeten, 3 ellen 9 plm. 3 dm. - en van boven 2 ellen 2 plm. in omtrek wyd.-
Boven, om den rand, vindt men eenig geschriften, waarvan iedere letter op een afzonderlijke blokje is geplaatst; doch over het geheel zoo ruw en onduidelyk, dat het zeer moeijelijk is, om nauwkeurige afteekeningen van dezelve te verkrijgen. -
Het bedoelde randschrift hebben wy, zoo getrouw ons mogelyk was, afgeteektend, en is, als volgt:

(1) Er is geen begin of einde aan dit opschrift te zien; doch in het vermoeden, dat de vier laatste figuren een getal zouden uitdrukken, zoo heb ik deze als het einde, en het daar onmiddelijk naast staand +, als begin opgeteekend.-

De beeltenissen, die op de klok aanwezig zijn, zijn insgelijks ruw en onduidelijk. Ze zijn vooral niet netter, dan de onderstaande afbeeldingen:

Daarenboven vindt men op het hengsel der Klok, aan de Noord- en Zuidzyde een figuur gelijk aan dat op de Oostzyde. -

b. De Kleine Klok.

Dezelve is binnenwerks regtstandig hoog 3 plm. 5 dm. heeft, onder, een omtrek van eene elle, 3 plm, 5 dm, terwijl deze boven, 7 plm. 6 dm. bedraagt.
Het volgende randschrift vindt men op dezelve:

Op de Oostzijde staat het wapen der familie Alberda. -
Wij vermeenen de afteekening van dit wapen voor overtollig te mogen houden, aangezien hetzelve genoegzaam bekend is. -

Eenrum den 19 Mei 1834.

H. Blaauwpot

Eenrum

Deze antwoorden hebben my algemeen bevallen; maar mogt ik nu nog ontvangen, een nauwkeurige copy van de onleesbare inscriptie en van de figuren op de grote klok voorkomende! Drn klok is, zoals ik uit eene der figuren, eenige der weinige zeer ouden, in ons Gewest. Kan men niet door kryt of zoiets de trekken doen overkomen?

N.W.