Zoek op de website

Engelbert

Gemeente Noorddyk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam myner woonplaats is Engelbert.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Onder welke begrepen is het gehucht de Roode Haan, liggende het midden punt van hetzelve plm. 20 minuten in eene Zuidwestelyke strekking van de kerk. Waarschynlyk draagt dit gehucht haren naam van eene boerenwoning, in wier gevel eene roodgeverfde haan in eene zerk was gemetseld. Op de grondvesten dezer woning heeft de heer E.E. Tonkes een zeer net huis laten bouwen, hetwelk thans nog de naam van Roode Haan draagt en met gouden letters boven de voordeur geschreven is. Bygenoemde oude woning is voor vele jaren een Tolhek geplaatst geweest, waarschynlyk is by de plaatsing van dat hek ter onderscheiding van andere barriairen gemelde naam gegeven. –
Van de naamsoorsprong myner woonplaats is my niets bekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Er bevindt zich geen dufsteen aan onze kerk, evenwel draagt zy alle kenmerken van oudheid, en dat zy reeds voor de hervorming als eene kapel tot Godsdienstoefening of tot Godsdienstige plegtigheden gebruikt is, daar er in de muur nog eene met zerk ingezette ruimte bevindt,, die zeer waarschynlyk tot berging en bewaring van eenig by de Godsdienstoefeningen gebruikt wordende gereedschappen gedient heeft. –
De torenklok draagt navolgend omschrift
Fredericus ab Oostbroek Past. Siabbe Brunes, Luitien Ooms Kerkvogedn tot Engelbart 1630.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Hoe wel het hier niet aan het noodige water ontbreekt, doordien er zich vele uitgebaggerde wyken bevinden, zyn er behalve eene waterloozing die van het Zuidoosten het overtollige water van Westerbroek tot op eene afstand van ruim 5 minuten bylangs de puinweg buiten het klein poortje heen voert, hier en daar het uitgemalen water mede voert tot aan de zoogenaamde Olgerweg scheiding tusschen Engelbert en Middelbert, by langs welken zy in een Noordoostelyke rigting zich in eene andere waterleiding de Borgsloot genoemd ontlast. Deze die byna in een regte lyn en Zuidoostelyke strekking de scheiding tusschen Harkstede en Engelbert uitmaakt, ontlast zich by Ruischerbrug in het Damsterdiep.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

In deze gemeente bevinden zich geene meeren, ook niet die droog gemalen zyn;
maar wel is er eene plaats aanwezig, die in vroegen tyd, zeer moerassig moet geweest zyn, en den naam draagt van Uilkenham.
Dat het water hier dikwyls zeer hoog moet geweest zyn, schynt men af te kunnen leiden van een stuk lands hetwelk hier tegen overligt, dat vry hoog is en thans nog den naam van hooibergen draagt, eene plaats, waar men waarschynlyk schielyke aanwas van het water het hooi voor wegspoeling konde bewaren.
Ook ligt er, van af de scheiding van Westerbroek en Engelbert een oude dyk ter hoogte van 4 a 5 voeten, dewelke te voren gediend heeft tot keering van het water der oude Hunze, die op nagenoeg eene afstand van wellen tot ¼ uurs van de puinweg buiten het kleine poortje naar Euvelgunne haren loop gehad heeft. Gasten en wierden enz. vindt men hier niet.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

7. Welke bosschen zijn daar?

Wel eenig kreupelhout, maar bosschen zyn hier ook niet aanwezig.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Behalve de gewone huisdieren, als de hond, de kat, het paard, de koe, het schaap, het Zwyn enz. vindt men er de rat, onderscheiden soorten van Muizen, de mol, de vos, de Wezel, de bunsing, de haas, zelden het stekelvarken. –
onder de vogels, de Hen, eend, gans, Zwaan, duif enkel ook wilden, de patrys, uil, valk. – Ook de algemeene trekvogels, zoo als de Ooÿvaar, reiger, snep, kievit enz.
Onderscheidene soorten van Insecten; als mieren, rupsen, nacht-, avond- en dag-kapellen, kevers enz.
De visschen zyn: baars, snoek, aal, voorn, brasem, verschillende soorten van karpers enz.
Onder de wormen zyn de slak en de regenworm de voornaamsten.
Het plantenryk bepaalt zich by de in deze Provincie algemeen voorhanden zynde, zoo als onder de boomen, de appel, peere, pruim, kerse, mispel, aal- en kruisbessen boomen; onderscheiden onvruchtdragende boomen als: de els, esch, wilgen, populier, linde, eiken enz.
Onder de Veldvruchten telt men voornamelyk, haver, enkel gerst, raapzaad, aardappelen – enz.
Delfstoffen zyn hier, althans geene oorspronkelyke bekend.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondgesteldheid kan tot drie soorten gebragt worden, als: klei, derg en veen.
Bylangs de puinweg meer gemeld, vindt met klei ter diepte van 10, 6, 4 en mindere voeten, hetwelk allenskens naar de waterlozing afdaalt, tot dat het een mengeling van klei, derg en tuinaarde wordt, hetwelk nog meer naar de kant van de Engelberter weg en vervolgens naar de Harkstederweg geheel in Veen, met eene laag van 2, 3, en 4 palmen tuinaarde overdekt bestaat; dit veen is van 4 tot 11 voeten diep, waaronder men zand aantreft. Tusschen het Veen en zand vindt men onderscheidene soorten van schelpen, ook veel keenhout.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken en trafyken worden hier niet gevonden. Onder de handwerken heeft men de Timmerman, Kleermaker, Kuiper, Stoeldraaÿer, Schoenmaker.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Hoe wel hier door veelheid van water veel vochtige dampen opstygen, leeft men er opgeruimd en gezond, en bereiken vooral de inboorlingen onder de boerenstand de gezegendste ouderdom, zelfs tot in de negentig jaren.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

In Engelbert is een kerk, eene school en een Leesgezelschap. Ook heeft hier met Westerbroek vereenigd een zanggezelschap bestaan, die, helaas! door de algemeene ziekte in 1826 heeft opgehouden te bestaan.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Behalve van de genoemde handwerken leven de menschen meestal van den Landbouw, Veeteeld en Veen arbeid.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Door de nabyheid der Stad Groningen komt zy nog al veel met dezelve overeen, eenige klanken en woorden uitgezonderd, b.v. met hier mit, dait hier duit, dou / gy/ hier doe, meulen, hier mölen enz. Voòral ook in de verklein woordjes tien, pien, tjien, sien, hier je, tje, ptje enz.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De ingezetenen zyn vlytig, gedienstig, bescheiden, levende zeer geregeld.
In den Zomer wanneer de werkzaamheden het meest dringende zyn, staat men meestal te vier uren op; na drie a vier uren gewerkt te hebben; neemt men het ontbyt, waarna men weder tot 12 uur werkt, als wanneer men door voedzame spyzen versterkt te half twee uur den arbeid hervat, hetwelk, vooral in de hooityd tot aan zonnen ondergang wordt volgehouden.
In den winter staat men meestal te 6 uur op, ontbyt te 8, houdt middag te 12 en geniet het avond eten te 7 uren, waarna met zich te 9 uur te rust begeeft.
De eenige uitspanningen, die meest allen met graagte beoefenen is het schaatsen ryden.
Welgezetene Landbouwers bezoeken elkander dikwyls vooral in by het slagten van hun vee en in het voorjaar, wanneer byna de geheele dag onder vrienschappelyke kout, en by het gebruik van voedzame spyzen wordt doorgebragt.
Door het vervallen van het Selwerder regt, wanneer anders door de naaste bloedverwanten, in byzyn van eenige eigenerfden de huwelyks voorwaarden gemaakt en bekrachtigd werden, zyn de gewoonten en gebruiken by dusdanige gelegenheden dezelfden, als in de overige dorpen dezer Provincie.
Ook de begravenissen leveren geene byzonderheden op.
Overigens leeft men hier vry zedig. De Godsdienst wordt hoog geschat en getrouw bygewoont.
Drinkgelagen en vechterÿen zyn hier byna onbekend.
Ofschoon men hier niet op groote verlichting kan roemen is men er vry van grove vooroordelen..
Spookhistorien en andere ongerymdheden van dezen aard zyn onbekend.