Zoek op de website

Enumatil

Gemeente De Leek

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Enumatil behoorende onder Lettelbert.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een gehucht of buurtschap onder de 1 vraag opgegeven, Enumatil genaamd, ’t welk een half uur in eene noordelyke strekking van de kerk is gelegen, wat de naamsoorsprong van dit gehucht betreft, deze zou myns bedunkens hier uit kunnen worden afgeleid, dat de lettergreep til komt van de brug of til, welke hier over de vaart of het trekdiep ligt, de lettergreep ma van de lage landen, welke hierom toe liggen en ook wel eens de Malanden genoemd worden en Enu, van éne; dit zamenvoegende wordt het Ene-má-til, zoodat de 2e lettergreep e, in latere tyden veranderd zynde in u, wordt het Enumatil – Dit Enumatil aan de trekvaart gelegen, alwaar in de Spaansche oorlogen eene schans is geweest, de Opslag genaamd.

Aanmerking van den heer N.Westendorp.
De opslag lag achter Niezyl.

Onder anderen zegt men, dat de Heer van Nienoord, Wigbold van Euwsum omtrent 1572 dien schans sterk heeft gemaakt, ten einde zyne zoutkeeten welke hy er had mogte beveiligd zyn tegen de vry buiters. Want in die dagen werd wel eens geklaagd, dat de zoogenoemde Watergeuzen de vrybuitery wel eens misbruikten en vrienden zoo wel als vyanden aanvielen.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Deze vraag zal door den Schoolonderwyzer van Lettelbert beantwoord worden.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het hoen of trekdiep dat langs Enumatil loopt, in ’t welk zich het Wolddiepje dat in den jare 1818 ter vervoering van turf uit de Traansche Veenen onder Midwolde verlegd en nieuws gegraven is, ontlast. – Dit diepje stroomde voor dien tyd achter de school van Enumatil langs, en waarin zich ook by Enumatil een vallaat ter opkeering van het water bevindt: ook loopt het Lettelberderdiep van af Enumatil door Lettelbert en ontlast zich in het Leekstermeer.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

De hoogten en dyken welke zich hier bevinden zyn opgegeven den 26 Nov 1827 met byvoeging van derzelver hoogte.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen zyn op Enumatil niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

1° Uit het Delfstoffelyk ryk Potklei.
2° Uit het Plantenryk, Rogge, garst, koolzaad, bomen, erwten, haver, Aardappelen enz.
3° Uit het Dierenryk, paarden, koeyen, verkens, schapen, byèn bunsems, ratten, muizen, hazen, patryzen, hoenders, ganzen en eenden, enz.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondgesteldheid in ons Kerspel is zandachtig, vooral de hooge landen, het lageland bezit een bruinachtige bovengrond, welke op sommige plaatsen met rooddoorn vermengd is, waar onder zich dargachtige aarde bevindt, doch in ons gehucht is de grond kleiachtig, en dus tot de beste voortbrengselen geschikt, wanneer er evenwel eene put gegraven wordt, vindt men onder de klei darg en eindelyk zand.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Geene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Eene Bakkery, Wolkammery, Leerlooÿery, Schoenmakery, Smedery en Kuipery.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is by ons zoo gezond niet dan verder Zuidwaarts, dewyl zich hier vooral in den herfst meer galziekten openbaren dan op de zandgronden.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Er bevindt zich in onze Gemeente eene kerk, 2 scholen. Leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De inwoners van ons gehucht hebben meest hun bestaan uit handen arbeid, hier woonen slechts 4 landbouwers, 2 kasteleins, 2 winkeliers, 1 bakker, 1 Schoenmaker, 1 Smid, 1 Kuiper en 1 Timmerman.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De taal alhier zou ik plat nederduitsch noemen, zoo als uit de volgende voorbeelden blykt.
Zeÿe host an ’t maÿen Jaap?
Ja Peit in de neÿe week, ‘k wol dat ’t dan maar goud weer was, dat wie dan ook maar gane hooÿen konnen, maar ’t liekt al weer na regen. –
De moeder
Tou kiender boei joe an, dat je na schoul komen kennen, joe bruggen binnen al klaar.
De kinderen.
Goud moeke, wie komen al van ’t bed, waar is vaai?

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Wat aangaat het algemeen karakter der inwoonders alhier, hetzelve is meest al achterhoudend en onopregt, zoodat sommigen dikwyls anders denken, dan zy spreken; ook zyn zy niet zeer menschlievend en hebben ofschoon zy zich uitwendig nogal godsdienstig betoonen weinig lust tot de godsdienst, dewyl zy meestal het godsdienstig onderwys verzuimen en van daar ook hunne kinderen spaarzaam ter school zenden. – Ten opzigte van hunne levenswyze, zeden en gewoonten, diene het volgende: de tyd van opstaan is hier by de boerenstand ’s morgens te 4 uren, by de ambachtslieden en den burgerstand te 5 uren, van ontbyten te 8 uren, van middageten te 12 uren, van avond eten by de boerenstand te 6 en den burgerstand te 7 uren. Van bedgaan by de boerenstand te 9, by den burgerstand en ambachtsman te 10 uren. Van vermaken heeft men in den zomer gewoonlyk eenmaal harddravery, in de Groninger kermissen en des winters op het Schaatsenryden heeft men tot laat in den avond in de herbergen nog wel eens jongelieden welke zich vermaken.
Wyze van bezoeken; hier gaan wel eens de ambachtslieden, op een bestelden dag naar de boeren te gast en zoo ook weer de boeren naar de ambachtslieden. En ook gaat de een wel eens naar den ander op een avondvisite op een kopje Chocolade enz. en voor het overige leeft elk hier op zich zelfs.
Gebruiken by het trouwen en by begrafenissen enz. zyn dezelfde als te Lettelbert, en daar deze zeker door den onderwyzer aldaar zullen worden opgegeven achtte ik het onnoodig dit te herhalen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

1° Na de Reductie is deze Gemeente eerst met Oostwolt
vereenigd geweest, doch sedert 1651 daarvan afgescheiden. Het Collatieregt is hier voornamelyk by het huis van Nienoord. Hoe wel te Enumatil geene kerk is, nogthans hebben de ingezetenen aldaar, omdat zy het grootste gedeelte dezer Gemeente uitmaken, daarom wel eens pogingen gedaan, dat de Predikant die er beroepen werde ook onder verpligting zoude gebragt worden om ten minsten in den zomer er te Prediken. Doch dit is vruchteloos afgelopen, hoe wel een of ander der Predikanten, vrywillig nu en dan in de school aldaar wel eens zulks gedaan heeft tot genoegen der ingezetenen.
2° Dat de Smedery op Enumatil van den jare 1619 reeds bestaan heeft en nog door dezelfde familie bewoond wordt, aan welke door overlevering bekend is, dat aldaar in den jare 1672 de paarden voor den Bisschop van Munster beslagen zyn. –

(get) A.M. Venema
Schoolonderwyzer.