Zoek op de website

Euvelgunne

Gemeente Noorddyk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Euvelgunne.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Noordwaarts aan ligt de buurt Ooster Hoogerbrugge, die kerkelyk onder het dorp Noorddyk behoort; Oostwaarts komt men in het dorp Middelbert, waarmede Euvelgunne kerkelyk vereenigd is; ten Zuiden heeft men de buurt, de Roode Haan genaamd, benevens eenige huizen behoorende onder het gehucht Helpen, waarvan echter velen Zuidwestwaarts van Eugelgunne liggen; Westwaarts aan heeft men eenige huizen, die onder het gebied der stad Groningen behooren en langs het Schuitendiep geplaats zyn; eenigzins ten noordwesten van Euvelgunne heeft men de stad Groningen. -

Aanmerking van de Heer Westendorp
“Wat Helpen? achter Groningen, naar Haren toe; of een ander?

“De schryver heeft daardoor de eigenlyke en juiste grenzen van Euvelgunne niet opgenomen, en men kan er zoo doende geen juist begrip van den omvang en strekking en de grensscheidingen van Euvelgunne erlangen.

Omtrent den oorsprong van den naam, Euvelgunne, laat zich niets met zekerheid bepalen, daar dit gehucht, ofschoon van weinige huizen voorzien, reeds verscheidene jaren bestaan heeft en de geschiedenis van de naamgeving alzoo te niete gegaan of onbekend geworden is.
Gissingen kunnen echter de beteekenis of den oorsprong des woords ophelderen of nader verklaren; want by eene ontbinding van het woord Euvelgunne in: Euvel, of gelyk wel voorheen oevel, en gunne, of als ook wel gezegd wordt gunde; zoo merkt men, dat de naam oorspronkelyk eene beteekenis zoude kunnen hebben van euvel waarvoor men het woord kwaad kan nemen, gegund. Zeer waarschynlyk is het dus, dat de naam Euvelgunne van de eene of andere gebeurtenis, die er hebbe plaats gehad, herkomstig zy; van zekere twist, of zekere slechte betrekking tusschen twee of meer personen of wat van dien aard ook zyn kan.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp
Vast niet. Er zyn meer Oevelgunnes. Men had ook oudtyds hier het woord Oevelgank.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

-

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Te Euvelgunne bevinden zich geene van deze soorten van wateren.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

In of om Euvelgunne bevinden zich geene meren.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Geene hoogten van eenig aanbelang worden in Euvelgunne gevonden.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geheel geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Van het dierenryk heeft men er rundvee, schapen, paarden; welke alle grootendeels middelen tot bestaan der inwoners zyn; uit het plantenryk heeft men er meestendeels haver; verder gerst, weite, rogge, raapzaad, alsmede eenige tuinvruchten. Van het delfstoffelykryk heeft men hier geene producten.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond, die men in Euvelgunne aantreft is meestal klei, ofschoon niet zoo zwaar als men wel in vele gedeelten der provincie heeft. Hoe nader men in Euvelgunne aan Middelbert komt, hoe meer men de kleigrond met veen vermengd vindt. Deze vermengde grond, geeft men eenen algemeenen naam van darg.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp.
De schryver heeft dit veel te kort behandeld. Hy woont op eenen merkwaardigen en belangryken bodem. Hoe schoon is hy in de gelegenheid, om de vorige loop der Hunse, de aanslykingen langs dezelver Zoom en andere, natuurkundige oorzaken om de wording dier klei na te gaan?

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Daar verre weg de meeste bewoners van Euvelgunne landbouwers zyn; zoo wordt de landbouwkunde hier prakticaal beoefend. Andere Kunsten of Wetenschappen vinden hier geene beoefening.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp
Hoe breed is de oude bedding dier rivier geweest? Er zyn immers oude dyken onder Euvelgunne? mogt de schryver dit alles op nieuws nagaan en naauwkeurig uitwerken. -
De Hunse is somwylen ook verlegd, waar is hier de oude weg?
 

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

De beide eerste treft men hier niet aan. De handwerken die hier gedreven worden zyn: de landbouw, voor zoo verre men deze als een handwerk beschouwt, kleer- en schoenmaken.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Niet buitengemeen droog, evenwel toch zoo vochtig niet, als die, welke men in de meer Z.Oostelyk gelegene plaatsen gewaar wordt, waar men vele baggeryen heeft.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

In Euvelgunne heeft men ééne school; lees- of zanggezelschappen bestaan er niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Voor het grootste gedeelte behooren zy tot den boerenstand, gelyk boven reeds al gezegd is, en vinden dus hun bestaan in de producten des lands en in dat wat hun de Runderen opleveren.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal der inwoners van Euvelgunne heeft nog in verscheidene opzigten overeenkomst met het oud Hollandsch en dus ook veel met het plat Groningsch of het Groninger Dialekt. Voor het overige heeft men vele woorden die men op het platte land der provincie Groningen algemeen hoort.
Ten aanzien der uitspraak van sommige klinkers, zoude men het volgende kunnen opmerken.
De aa laten zy wellicht hooren als eene eenigzins scherp korte o, die men hoort in hok, lok, enz. zoo zouden zy zeggen: mor (maar) jong, kenste dat nog nyt oetvuren? hest er al zoo veul van snart. De zacht lange ee verandert wel in de korte i; zoo zeggen zy voor mede, mit: wilt doe mit? hoort men hen zeggen, of in ei; even als in het Groninger Dialekt.
De ii wordt by hen ook veelal in ei of y veranderd gehoofd; alzoo zeggen zy: Hy was veul te luttek om dat mit en ander op zien pokkel te bargen; gyn vyr twee had he loopen of hy kluig al over kopzeerte.
De y in by, my etc. verandert in ie.
De ui behoudt hare klank of wordt ook wel als oe gehoord; de oe wordt ou, de ou hoort men als ol etc.
Een paar voorbeelden kunnen dit, als ook nog eenige verandering van sommige woorden aantoonen:
Bie al dyn dy vent het nyt leuven wil, zal ik zien aigen bes en ’t wief en dy kerel dy der nost woont, bi hom roupen, want dy hebben orreneirt dat ik heur dan mor holen (halen) zol, al was ’t ook dat ik heur oet de kooi roupen mos:
Dat Jan na zien hous west het, dat logt he, hy had gyn duit ien buus, hou zol he dan zien gelag onder wegens betalen.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

De inwoners van Euvelgunne kenmerken zich als: matig, arbeidzaam, eenvoudig, gehecht aan de voorvaderlyke gebruiken standvastig in hunne begrippen.
Hunne gewoonten ten aanzien van het huisselyk leven, zyn over het algemeen overeenkomende met die van de meeste bewoners des platten lands der Provincie Groningen. In den Zomer is 3, 3½, 4 of 4½ uren naar mate dat de werkzaamheden zulks vereischen de tyd van opstaan, wanneer het eerste werk is, na dat nog door velen eerst koffy genuttigd wordt, het ontlasten der koeÿen van hunne melk. Wanneer dit verrigt is, keert men naar het werk in het veld, by den kern of in ’t algemeen, by dat gene wat eenig werk van den landman uitmaakt. Nagenoeg te 8 uren zet men zich tot ontbyten.
Wanneer het des middags 12 uren is, zoo geeft men seinen aan het werkvolk in het veld, ten einde deze met de gene welke in huis werken, het middagmaal zullen nuttigen. Dit middagmaal bestaat veelal, wanneer het jaargetyde zulks toelaat, uit eigene verbouwde of verplantte vruchten, die zoodanig met het vet van varkenvleesch toebereid zyn en met dit genoemde vleesch of met rund of schapen vleesch worden voorzien, dat zy wel geschikt zyn tot voeding voor menschen, die zulken zwaren arbeid verrigten als de Landbouwer. Ten tyde van het inzamelen van het hooi, is er geene bepaalde tyd van ontbyten of middagmaal houden, evenmin als van het genieten van het avondmaal of avondeten; dit laatste heeft, buiten dezen tyd des avonds te 6 uren plaats, wanneer 8 uren een vry algemeen tyd van rusten of te bed gaan is.
Voor het overige kan men niets byzonders opmerken, daar de gewoonten, by trouwen, begravenissen etc. dezelfde zyn, als die te Middelbert.

einde