Zoek op de website

Farmsum

Gemeente Delfzyl

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myn woonplaats is Farmsum.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Farmsum, van ouds Fermesheim of heem genaamd, is een oud en aanzienlyk dorp; in hetzelve zyn reeds voor verscheidene eeuwen door den Bisschop van Munster ook Deekens of Proosten aangesteld, welke in kerkelyke zaken het opzigt hadden over eenige omliggende dorpen en in 1415 heeft Otto de 4e Bisschop van Munster, toegestaan dat uit het Adelyk geslacht Ripperda te Farmsum, altyd een Heer tot Proost zoude verkozen worden.
Het dorp ligt ten zuiden van – en kort by Delfzyl; grenzende ten Noorden aan de rivier de Fivel of het Damsterdiep. – Onder het dorp behooren de gehuchten of buurtschappen:
Gevesweer, omstreeks 20 minuten ten Zuiden van Farmsum gelegen –Amsweer, een half uur ten Zuidwesten; hoogst waarschynlyk is dit de geboorteplaats van den beroemden en alom bekenden Doede van Amsweer, welke zich by de kerkhervorming in het laatst van de 16e eeuw zoo zeer verdienstelyk en bekend heeft gemaakt; – Tuikwerd, een half uur ten Westen van Farmsum gelegen; – en eindelijk Ideweer, hetwelk in het burgerlyke onder Farmsum doch in het kerkelyke onder Meedhuizen behoort, en een klein uur ten Z. van Farmsum ligt.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Farmsum is voorzien van eene groote, zeer aanzienelyke, met een fraai en uitmuntend nieuw orgel versierde kerk, en eenen hoogen, krommen, en daardoor zeer beruchten toren – aan welken, zoo wel als aan de kerk, ook nog al eenige dufsteenen gevonden worden van onderscheidene grootte; althans men vindt er van 14 dm lang 6 dm breed en 4 dm dik Gron. maat.
Opmerkelyk is ook de muur tusschen de kerk en den toren, wyl dezelve aan den grond en verscheidene voeten hoog, 11 voeten Groninger maat, dik is. –
In dezen toren hangen drie klokken, van welke de kleinste, naar myne gissing omtrent 100 Ned. ponden wegende, boven, in den zoogenaamden pynappel hangt, en waarop het half uur vol slaat; het opschrift op dezelve is: eenige onduidelyke woorden; doch duidelyk een gelykbeenig kruisje, waar naast de woorden staan Ibetus Maria Johannes – en vervolgens het jaargetal 1527 of 28. –
De twee andere hangen tegen de klankgaten in den toren, op welker eene, en wel op de zwaarste, het volle uur slaat, welke in vorige jaren ook tot het luiden gebruikt is; deze heeft tot opschrift: In ’t jaar ons Heeren 1527; met acht borstbeeldjes in den regel rondom; en aan iedere zyde, boven een onzigtbaar wapen tusschen twee zeewyfjes, een geharnaschte, met een groote sabel, en een vaandel waarin een kruis is.
Een andere, zynde naar myne gissing min of meer duizend Ned. ponden zwaar, wordt gebruikt tot het luiden; deze heeft het opschrift Anno 1802 gegoten door Andries Heeres van Bergen en Jan Aalders Staamer.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Door het dorp loopt het diep, waarin het Weiwerder maar van de Oostkant – en het Wagenborger – of Sinkvaartster-maar van de Zuidzyde inloopt, welke laatstgenoemde door het zoogenoemde kleine, hoe wel diepe, en tevens éénigste Farmsummer meer loopt, hetwelk eene uitgestrektheid heeft van min of meer elf bunders; en waarin veel visch gevangen wordt: het ligt ruim driekwartier uurs ten Zuiden van het dorp. Ook vindt men nog, ruim een vierde uur van het dorp het zoogenaamde roestenborgs-maar, loopende van de Gommelburg Oostwaarts op, tot in het evengemelde Wagenborgermaar, hetwelk zich te zamen in het Farmsummerdiep stort, en dan door een vallaat of sluis in de Fivel ontlast. – Uit het diep loopt nog, ten Zuiden in Farmsum, een klein diepje, het Kattendiep genaamd, ten Westen om het dorp, om den afloop van het water te bevorderen, en zich ten Noorden in het dorp door eene groote pomp onder den weg met het evengemelde vereenigt. Eindelyk heeft men nog een klein half uur ten Westen van Farmsum een maar hetwelk de oude leest genoemd wordt: het loopt ten Zuiden van Amsweer, van die landen, en dan Noordwaarts op, en ten Westen om Amsweer en dan verder Noord tot dat het zich by de zoogenaamde filkkebuil door een klein sluisje, in de Fivel stort.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

7. Welke bosschen zijn daar?

Eigenlyke bosschen vindt men hier niet; doch omstreeks 10 minuten ten Zuiden van het dorp, ligt het zoogenaamde ronde bosch, aan eene laan, hebbende den naam van rondeboschlaan, welke verder naar Meedhuizen loopt. Dit ronde bosch is een rond stuk land, omstreeks 2 bunders groot, en in het midden min of meer drie Ned. ellen boven de omliggende landen hoog: op hetzelve vond men voor twintig jaren nog een aantal boomen allen in het rond geplant; doch dezelve zyn van tyd tot tyd, meestal door ouderdom vervallen, tot dat de laatsten daarvan in 1814 of 15 vernietigd zyn. Ten Westen van dit ronde bosch, aan de overzyde van evengemelde laan, ligt een stuk land, omstreek 1,5 palmen hooger dan het omliggende, waarop nog veel puin gevonden wordt, en waaruit men duidelyk zien kan, dat aldaar een gebouw gestaan heeft. –

Aanm: van den Heer N.Westendorp
De breede laan en het lange bosch
niet genoemd.

Omstreeks vyf min. ten Zuidwesten van daar, is nog eene aanzienlyke boerenplaats aanwezig, welke de Gommelburg genoemd wordt; en de laan naar – en bylangs dezelve heet nog de Gommelsburgslaan. Een half kwartier uurs Noordwest van de Gommelburg zyn de zoogenoemde Vennen, zynde twee boeren plaatsen, aan eene laan, de Venjerlaan genoemd. Ten Westen een kwartier uurs van Farmsum, zynde de Olie- en hougzaagmolen en het tigchelwerk, nevens de Heeren behuizing van een Heer Garrelts; en ten Noordwesten hiervan is de Scheepstimmerwerf van den Heer Vos etc. alles aan de Fivel gelegen. Een weinig ten Zuiden, aan den rydweg ligt de schoone boerenplaats, het Blyksteê genaamd: verder Westwaarts, mede aan de Fivel, is de aangename en heerlyke plaats van den Heer A.D. Bonthuis, Vliethoven genaamd, met diens hoven en singels; alsmede een uitmuntende steenfabryk.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit de onderscheidene Naruurryken zyn hier: goede kleiaarde, voor de pan- en steenfabryken en op sommige plaatsen ook leem; uit het Delfstoffelyk ryk: – onderscheidene soorten van granen, als Tarwe, Rogge, Gerst, Haver, Erwten, Boonen en Raapzaad, alsmede verschillende soorten van Boomvruchten, zoo als appels, peren, pruimen, kersen, noten, mispels, abrikozen, perziken, druiven, aard-aal- en kruis-beziën en frambozen, ook zyn hier moerbeziên; verder wortels, knollen, en de zoo algemeen geachte en geliefde aardappels, worden hier ook zeer goed en menigvuldig verbouwd: en meer andere soorten van aardvruchten uit het plantenryk. En uit het dierenryk, paarden, koeÿen, schapen, varkens, bokken, en onderscheiden soorten van huisdieren: ook verschillende soorten van Wild en Visch. Dan wat het Wild betreft, dat wordt hier in vergelyking van vroegere jaren, maar zeer schaarsch gevonden, uit hoofde, dat het toen alleen aan den Heer of vrouwe der Heerlykheid stond om de jagt te doen uitoefenen; en wyl dus niemand der ingezetenen eenig wild durfde vangen, zoodat de landlieden niet alleen, maar ook zelfs de tuinlieden zeer veel last van hetzelve hadden, wyl de hazen in zulk eene menigte aanwezig waren, dat zy het moes in de tuinen zelfs opaten: doch dat is met de komst der Franschen in 1795 grootelyks veranderd, en dezelve met smaak gebruikten: en sedert dien tyd is, wegens de meer algemeenheid van de jagt, hun aantal niet veel vermeerderd.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

In het Noordelyk gedeelte van Farmsum, en wel ten N.O. en W. van het dorp, vindt men eene goede vruchtbare kleiaarde, min of meer met zand vermengd, op eenen goeden en vasten grond: doch verder Zuidwaarts, neemt het langzamerhand in deugd af, en men vindt in plaats van vaste grond, veen of darg onder hetzelve, doch een goed halfuur ten Zuiden van het dorp is eene streek aanmerkelyk betere grond, waaronder goede klei is, lopende van het Westen naar het Oosten, zelfs door onderscheidene plaatsen, maar die ook al spoedig weer afneemt, en vervolgens is er een zeer slechte, dargachtige grond, tot aan de Wagenborger landen.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

De Kunsten welke hier beoefend worden, bestaan slechts in het Horologie- en Uurwerkmaken; en de wetenschappen bepalen zich voornamelyk by het onderwys in de school en het Godsdienstig onderwys door den Leeraar.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt een pelmolen, een pel- en roggemolen, een olie- en houtzaagmolen, en een boekweitmolen of gruttery en mostert molen, twee steen- en een pannebakkery en twee scheepstimmerwerven, verder onderscheidene soorten van handwerkslieden, zoo als bakkers, timmerlieden en metselaars, stelmakers, kuipers, kleermakers, schoenmakers, kuipers, smeden, koperslagers, wevers, barbiers en knoopmakers en ook zeer vele winkeliers en tappers, alsmede vele Scheepstimmerknechten, dykwerkers en sjouwers.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is hier, uit hoofde van de nabyheid der zee, over het algemeen meer koel dan heet, en vooral des morgens en ’s avonds, wanneer het somtyds in den zomer zelfs koud is. Voorzigtig is het dus, dat elk zich hier warm kleede, en niet in stilte aan de avond lucht bloot stelle.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier is slechts ééne, groote en fraaÿe kerk, welke in de 11 eeuw reeds is gesticht door den Heere Ripperda, Heer van Farmsum en onderhoorige dorpen. – Aan dit geslacht is in 1237 door den Bisschop van Munster het Collatie regt gegeven

Aanm: van Heer N. Westendorp
Dit kon zoo niet zyn.

van Farmsum, Weiwerd, Heveskes, Oterdum en Meedhuizen – in 1595 is Hermannus Mullerus alhier de eerste predikant geweest, welke van Roomsch Priester, predikant geworden is. Sedert dien tyd is de Wel Eerw. Heer. J.H. Hemmes, welke den 27 Maart 1825 bevestigd is, de 17de Predikant alhier. Ook is hier, ééne zeer goede school; hoe wel te Amsweer sedert eenige jaren ook eene byschool bestaan heeft, doch die is thans van geen onderwyzer voorzien. Verder is hier een Leesgezelschap, bestaande uit Leden van Delfzyl en Farmsum. Zanggezelschap bestaat hier niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan der inwoners zyn hier, Landbouw en Veeteelt, koemelkery, ambachten en handwerken, en vele dykwerkers hebben daarvan by een matig gebruik, een goed bestaan.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal komt hier al vry naauwkeurig overeen met de Oldambster Volkstaal, slechts eenige weinige woorden uitgezonderd.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het algemeen karakter is hier by velen vry wel, en men is hier over het algemeen gesteld op het vlytig bywonen van den openbaren Godsdienst. – doch, konde men dit getuigenis van de dykwerkers en de geringste klasse ook afleggen! – dan, helaas! velen van die zyn in tegendeel ruw in taal en gewoonten, onmatig in het gebruik van sterken drank – en onverschillig in den Godsdienst.
De levenswyze by de landbouwers en koemelkers, is hier in den zomer, ’s morgens vroeg aan het werk, op dat alles op den behoorlyken tyd geschieden kan. – Het ontbyt wordt te 8 uren gehouden; te 12 uren de middag en het avond eten te 6 uren: doch by de burgery is het ’s avonds 7 uren. Het naar bed gaan geschiedt by den boerenstand in den zomer meestal te 9 uren of daarom streeks; en in den winter wat later: by de overige standen het geheele jaar door veelal te 10 a 11 uren. –
De vermakelykheden der jeugd bestaan hier voornamelyk in het bezoeken van eenige naby gelegene kermissen en boeldagen, en de harddraveryen moet men ook niet vergeten: – en de uitspanningen door avondbezoeken; en dan komt men te 8 uren by één, rookt eene pyp, en drinkt wat koffy of soms ook wel chocolade, en dan te 11 uren, of ook wat vroeger of later gaat elk wêer naar zyne woning. –
Bruiloften werden hier in vorige jaren dikwerf zeer kostbaar en omslagtig gehouden, doch dat is hier thans genoegzaam geheel afgeschaft.
De uitigsten of begrafenis maaltyden worden echter nog al veel volgens de oude gewoonte gehouden: doch voor eenigen tyd had hier het volgende geval plaats: Een zeer achtenswaardig en welgesteld inwoonder van ons dorp werd een kind van zes jaren door den dood ontrukt; en zoo als gewoonlyk, werd ook de kerkenraad, nevens eenige andere ingezetenen en vrienden verzocht om de begrafenisplegtigheid mede by te wonen: nu kwam men te 11 uren daartoe in zyn huis, men dronk koffy, vervolgens een glas jenever of brandewyn, en er werd eene pyp gerookt, even voor 12 uren had de begrafenis plaats en toen ging men weêr naar het sterfhuis, rookte nog ééne pyp en dronk nog een glaasje en even vóór 1 uur des middags vertrokken alle – dit vind ik navolgenswaardig! –

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

De Burgt of het Adelyk huis te Farmsum welke reeds in 1812 afgebroken is, was een zeer schoon en vorstelyk gebouw, en zeker ook al zeer oud. Het Adelyk geslacht der Ripperda’s, dat hier reeds voor de 11de eeuw gewoond heeft, was zeer in aanzien en hoogachtig. Men verhaalt hier, dat een der Ripperda’s door zyn verstand en diepdenkendheid, het zoo ver gebragt had, dat hy als afgezant by een der Turksche Vorsten geweest is – den Mohomedaanschen Godsdienst had aangenomen – en vervolgens weer terug gekeerd zynde zich weer tot den Christelyken begeven had.
Ook kan Farmsum zich beroemen op de geboorte van onzen waardigen Schoolopziener de Oudheidkundige en zeer geleerde Heer N. Westendorp

Aanm: van den Heer N.Westendorp
NB. Dit laatste is wel met eene goede
meening gesteld: doch ik heb er my
aangestoten, omdat het wat vleÿend
schynt.

Ook de Heeren Rengers van Farmsum hebben zich verdienstelyk en beroemd gemaakt, dan, daar alles onbestendig is op deze aarde, zag men zulks ook aan de Burgt te Farmsum, niet alleen werd dezelve tot den grond toe afgebroken, maar ook werden de onderste fondamenten derzelve opgedolven, zoodat alles is weggeruimd, behalve het schathuis, waarvan nog een gedeelte van het uurwerk bestaat: doch hetwelk ook van tyd tot tyd gedurig afneemt, tot dat het eindelyk geheel verwoest is, en zoo spoedt alles, gelyk ook myne beantwoording naar het einde.
Nog iets over het dorp Farmsum. Daar Farmsum eene meest ronde ligging heeft en zeer na aan Delfzyl is, zoo hebben de Franschen deze plaats met Batteryen als omringd; namelyk één ten Oosten, een ten Zuiden en één ten Westen, en deze zyn ook tot nog toe in eenen behoorlyken staat aanwezig. –
Wat de naamsoorsprong van een en ander betreft, daarvan heb ik niets meer kunnen ontdekken, dan ik gemeld hebbe.
En dus teekene ik met verschuldigde hoogachting.

Farmsum
Sept 1828.

(get) J. Houtman
Schoolonderw.