Zoek op de website

Feerwert

Gemeente Ezinge

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Feerwert

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een gehucht genaamd Aduarderzyl, is bijkans een kwart: uur ten noorden van Feerwert gelegen en grenst ten noorden aan de hunze of het reitdiep, het heeft zynen naam ontleent van het Aduarder diep welke daar stroomt.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen of duifsteen vindt men aan de kerk te Feerwert niet. Het opschrift op de torenklok luidt Aldus: Petit et Fritsen mefudernut. Anno 1826.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Aduarder diep loopt ten oosten van Feerwert, scheidt het naburig Garnwerd van dit dorp en heeft zyne uitwatering in de hunze; ten zuiden langs Feerwert loopt het nieuwe kanaal of zogenaamde trekdiep en stroomt in het Aduarder diep.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren heft men hier niet, hetzy droog gemalen noch aanwezig.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

De hoogte der wierden onder Feerwert is gelyk de opgaaf welke ik daarvan in het vorige jaar gedaan heb.
Gasten, warven, essen, heuvels, hoogten, of dyken, hebben wy in onze omvang niet. –

7. Welke bosschen zijn daar?

Byzondere bosschen zyn hier niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Uit het Ryk der dieren komen voort Paarden, koeijen, schapen, varkens, zwanen, ganzen, Eenden, hoenders, duiven enz. enz.
Uit het Plantenryk komen voort: velerlei soorten van granen, zooals Weit, Rogge, Gerst, haver, boonen, erwten, wortelen, aardappelen, peeren, pruimen, kersen, noten te veel om alles te noemen.
Delfstof levert de grond hier niet op.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Ten noorden van Feerwert is de grond kleizavig, te weten klei met zand gemengd en is hooger dan ten zuiden alwaar de grond meer kleiachtig is en met rooddoorn, zyn daar sommige plaatsen gemengd.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten worden hier niet beoefend en wetenschappen anders niet dan die door den Predikant en den onderwyzer.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

De handwerken zyn Smeden, Bakken, Timmeren, stelmaken, kuipen, kleermaken, schoenmaken enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is zeer veranderlyk, wy hebben ondervonden zware hitte, bovenmaten koude, lange droogte, aanhoudende regens, maar de meeste tyd kan men zeggen gematigd.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Een kerk, een school, een leesgezelschap, zanggezelschappen zyn hier niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Herbergiers, Winkeliers, Kooplieden, kooplieden die hunne waren by de huizen te koop veilen, kalkbrandery houtstek enz. vele landbouwers en de overigen zyn dagloners, ook een schipper.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Het navolgende voorbeeld zal U dit eenigzins ophelderen:
Dag baas Smid, hou gait ‘t
Smid, göud höu gait joe nog Stelmaker?
ik ben zond; ik heb hier veir wagen raden dei mouten beslagen worden,
hou gauw zouje dat döun kennen,
Smid ‘k weit neit mit ‘n dag twei,
Stelmaker, ja langer möut ‘t neit duren want ik ken gein vre mit de boer langer hollen ‘t is er tegen worig zo drok bie de boer mit al dat regen dat en poos tiet daan het, dat zy weiten neit höu hart dat ze jagen zellen,
Smid nöu der kan ien en week tied al en bult burgen worden.
Stelmaker ja dat ken der ook.
Nou ik wens joe gezondhaid en ‘t beste baas Smid.
Ik joe ook Stelmaker.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Hun karakter is zeer eenvoudig en vry opregt; hunne levenswyze zyn deze, by den boer gewoonlyk staan zy des morgens te 4 uren op, doch by den burgerstand te 5 a 6 uren des morgens, te 8 uren wordt er des morgens by den boer boterhams met karnemelke bry gegeten en by de burgerstand des morgens tusschen 8 en 9 uren een boterham met wat koffy of thee, des middags te 12 uren by den boer en den burger eten ze warm pot-eten met een stuk van een rund of varken er by, des avonds te 6 uren heeft de boerin of meid het eten gereed, warm eten met karnemelken bry en by den burgerstand wordt er ‘s avonds te 7 a 8 uren gegeten koffy met een boterham, ook wel pot-eten.
Tusschen 8 en 9 uren gaat de boerenstand des avonds naar bed, en des morgens te 4 uren verlaten zy hetzelve weder.
De burgerstand gaan ‘s avonds gewoonlyk tusschen 10 en 11 uren te bed en verlaten het des morgens gewoonlyk tusschen 5 en 6 uren.
Vermaken en uitspanningen zyn harddraveryen, loteryen, kermissen gaan, boeldagen enz.
By het trouwen begeeft men zich naar het lokaal van den Burgemeester, wanneer de plegtigheid voltrokken is, keert men zich naar zyne woning, onthaald de genoode vrienden en bekenden of koffy, brandewyn, warme spyzen of gebak, by meer gegoeden wordt e rook wel wyn en suiker gebak gebruikt.
By eene begravenis of zoogenaamde Uitigts nood men dikwyls vele en verre vrienden, die op den bestemden dag aan ‘t huis van den overledenen te zamen komen, te 12 uren des middags wordt het lyk op eene rydtuig of op de bare naar het kerkhof gebragt, gevolgd van eene groote menigte of trein, zoo wel vrouwen als mannen, jongelingen enz. onder het luiden der klok wordt het lyk eenmaal rondom het kerkhof op de bare om het kerkhof gedragen en dan in het graf neergezet, naar dat het graf genoeg met aarde is opgehoogd, gaat men nog eenmaal rondom het kerkhof, en dan geeft een ieder naar zyn goedvinding iets in de bekken ter ondersteuning van de armen en dan keert men terug naar het sterfhuis, alwaar de tafels inmiddels gedekt zyn met wit linen en voorzien zyn met kleinbrood; (wittebrood tarwebollen) en bier, vervolgens drinkt men thee en koffy met een pyp tabak en des avonds keert een ieder naar zyne woning terug en geeft iets aan den uitigste bediende.-

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Plaatselyke byzonderheden zyn ons niet bekend als dit geringe.
Tegenswoordig zyn er gene burgten. – Eene echter, dat tegenswoordig een aanzienlyke boerenplaats is, genaamd het Oude Bosch en bewoond door A.D. Schezings, moet er bestaan hebben in en voor de jaren 1600 en 1624 en behoort hebbende aan Jonker Aldringa, zoo al snog te lezen is op de zerken van den kelder, die te Feerwert in het koor der kerk is, waarin verscheidene aanzienlyke personen rusten.

(get) P.M. Venema