Zoek op de website

Garmerwolde

Gemeente Ten Boer

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Garmerwolde.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Men vindt by dit dorp twee buurtschappen waarvan het eene genaamd de Bovenryge, ten noorden van de kerk, een half uur van daar ligt. Het andere genaamd het Heidenschap ligt ten zuiden van de kerk een kwartier uurs van dezelve.
Omtrent den naamsoorsprong van Garmerwolde gist men, dat dit dorp voorheen zeer boschryk moest geweest zyn en daarom den naam van Garmerwold nu Garmerwolde gegevens is.
Wat de naamsafleiding van Heidenschap betreft: het is hoogst waarschynlyk dat de mensen die dit buurtschap bewoonden, later tot het Christendom zyn overgegaan, dan die, welke daar rondom hun verblyf hielden, waarom zy den naam van Heiden langer bleven behouden, en wel, tot dat men, nadat zy tot het Christendom overgegaan waren deze landstreek den naam gaven van Heidenschap.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duf- of Duifsteen wordt er aan onze kerk niet gevonden.
Op de twee torenklokken welke men hier vindt, treft men de volgende opschriften aan:
Op de groote klok.
Everhart de Mepsche, Eilardus Lodwicus, Bremensis Pastor; Johan Gerrit, v.n.d. Fri Doe Got; Gert Powels, mi tho Emden, Kerckvogeden tho Garmerwolt anno 1604.
Op de kleine klok.
Everhart de Mepsche, Harmannus Sebastiani Pastor; Jan Gerreits v.n.d. Jan Sickes Kerckvogeden tho Garmerwolde, anno 1614.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Men treft hier slechts een gedeelte van een Maar aan, dat by de Rollen een kwartier uurs, ten Zuiden van de kerk, haren oorsprong neemt, en eene westelyke rigting aanneemt tot aan de zoogenaamde Ridderborg en de grensscheiding uitmaakt tusschen Garmerwolde en Noorddyk, vervolgens Oostwaarts stroomt en dit dorp in een Zuidelyk en Noordelyk deel scheidt, tot dat zy by de Bovenryge weder westwaarts stroomt, en dit buurtschap van het overig gedeelte van Garmerwolde afsnydt en zich vervolgens by Onderdendam in . . .

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren worden hier niet gevonden, ook kan men geene sporen vinden, dat ze er voorheen bestaan hebben.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Geene van deze worden alhier gevonden.

7. Welke bosschen zijn daar?

Ook deze vindt men er niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit het Dierenryk bestaan in voortreffelyke paarden, goede koeyen, die alhier in de schone weiden, goed gedyen. De schapen maken alhier ook een gedeelte van het bestaan der inwoners uit; wier fyne wol ’s jaarlyks door de Groningers wordt opgekocht. –
Van het viervoetig wild gedierte vindt men hier alleen hazen, van welke er, voornamelyk des winters, zich eene menigte op onze moestuinen komt vergasten.
Uit de klasse der vogelen treft men alhier eene menigte patryzen aan; voorts wilde eenden, ganzen, snippen, eenige zangvogels enz.
De wateren leveren veel snoek op.
Het plantenryk brengt uitmuntende granen voort, als haver, welke hier het meest verbouwd wordt, boonen, weite, raapzaad, rogge, zomer- en wintergerst; ook verbouwd men er goede aardappels, – Men kweekt alhier ook heerlyke tuinvruchten. Met Delrstoffelyk ryk levert niets op.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid van Garmerwolde kan met gevoegelyk in twee soorten onderscheiden; aan de Zuidkant van het Damsterdiep (het Heidenschap) is de grond moer of derryachtig, wordende veel geropt en gebrand, en voor het verbouwen van haver zeer geschikt.
Aan deze zyde van het Damsterdiep, bestaat de grond uit goede en vaste klei, achttien of negentien voeten in dezen bodem gravende, verkrygt men wit zand, veel overeenkomst hebbende met het zeezand. De grond is hier zeer grasryk.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Byzondere Kunsten of Wetenschappen worden hier niet beoefend. Intussschen vindt men alhier vele ingezetenen, welke voornamelyk in de winteravonden zich met lezen onledig houden. Ook wordt den jongenlieden des winters gelegenheid gegeven, om zich verder in het lezen, schryven en rekenen te bekwamen.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Geene.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtsgesteldheid is zeer veranderlyk.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Men vindt hier eene kerk en school.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De inwoners bestaan grootendeels door den Landbouw en de Veefokkery.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De taal is hier de plat Groninger.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het karakter van den Garmerwolder is over het algemeen gunstig: hy is nederig en zyne levenswyze en zeden eenvoudig. Hun tyd van opstaan is het geheele jaar door omstreeks ’s morgens te vyf uren, het ontbyt te acht, het middag eten te twaalf en het avondeten te zes uren. – Het naar bed gaan geschiedt gewoonlyk des winters te acht en des zomers te negen a tien uren.
De vermaken en uitspanningen hebben het meest onder de jonge lieden plaats, voornamelyk by gelegenheid van harddraveryen enz.
De wyze van elkander te bezoeken, gebeurt den meesten tyd des Zondags avonds, waarop men zyne vrienden gewoonlyk op een boterham en een kopje chocola vergast.
De huwelyksfeesten, voorheen alhier zeer sterk in zwang zyn geheel afgeschaft. De begravenisplegtigheden worden al naar gelang het vermogen der lieden zulks toelaat, met eenen maaltyd besloten, die voor vele lieden zeer kostbaar is, en hen dikwyls in groote schulden steekt.
Wenschelyk ware het dus, dat ook deze schadelyke gewoonte geheel wierde afgeschaft.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Onder de plaatselyke byzonderheden, welke men in dit dorp aantreft, kan men vooral rekenen de grondvesten van een Tempel of kerk gelegen in de Heidenschap, waarop thans eene boerenplaats gebouw is. Voor weinige jaren heeft men aldaar by het graven van eene put, een doodshoofd met beenderen gevonden, welke zeer gaaf waren. Ook gaat van deze plaats naar het Slochterdiep eene uitvaart welke nog onder den naam van Kerkweg bekend is. Een weinig Noordwaarts van hier, heeft voormaals een burgt gestaan, laatst toebehoorende aan Pompejus de Valk, Staat Generaal der Vereenigde Nederlanden, welke in het jaar 1727 is gestorven en in deze kerk onder een buitengewoon grooten zerk ligt begraven.
Het huis, dat deze burgt vervangen heeft, draagt thans nog den naam van Valksburg en heeft van hare innerlyke bouworde, vooral wat de zerken betreft, nog iets van het oude behouden.
Ook op de bovenrype heeft voormaals eene Burgt gestaan welke geene sporen van haar bestaan heeft overgelaten. Deze burgt werd de Takkenburg genoemd, gelyks de plaats aldaar gebouwd dien naam nog draagt. Op dezelve heeft het hoog adelyk geslacht van de Mepschen gewoond, van welke laatste Everhard de Mepsche, Heer van Garmerwolde, Thesinge en Ten Boer, benevens Hoveling in het jaar 1646 is overleden en in de kerk alhier ligt begraven.
Een weinig bewesten de kerk ligt de Ridderborg een gebouw, dat thans nog kenmerken van hooge oudheid draagt. Dit gebouw is voor een aantal jaren, door de Scheppery van het Vierendeel aangekocht, dienende thans voor eene vergaderplaats voor de Scheppers. Zylregters en volmagten. Deze zoogenaamde Ridderborg, is hoogst waarschynlyk door het oude Riddergeslacht gebouwd, ten einde aldaar op zekere tyden hun nacht verblyf te houden, en zich dus geregtigd bevonden, om als volmagten of eigenerfden ten Landdag te kunnen verschynen en in hoge ereambten te geraken.
Wat de Kruiskerk zelve betreft: dit gebouw is naar de Gothische bouworde ingerigt en was denkelyk voorheen een Parochiekerk.
(Parochie kerk en Kerspel kerk is hetzelfde).
Als een bewys der oudheid van dit kerkgebouw, kan ten blyke verstrekken, dat men sedert eenige jaren op een oud traliewerk in dezelve, het volgende opschrift heeft gevonden:

Laurens Jans, Koster, anno 1004. Is eene grap.
Eenige overblyfselen uit de Roomsche tyden zyn in deze kerk nog aanwezig.

(get) G. Rykens Gz