Zoek op de website

Garrelsweer

Gemeente Loppersum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Garrelsweer.
Garrelsweer een klein dorpje, maar aangenaam gelegen, aan wederzyden het Damsterdiep, ligt ruim drie uren O. ten N. van Groningen. Het genoemde Damsterdiep van hier verder Oostwaarts door Appingedam naar Delfzyl loopende, alwaar hetzelve het overtollige water door twee zylen in den mond der Eems loost, wordt druk bevaren door schepen, schuiten, houtvlotten enz., en deze zoo wel als de passagie, des zomers langs den kleiweg, die mede door dit dorp loopt en des winters langs den trekweg bylangs het diep en het diep zelve maakt het hier regt levendig. Een klein, doch net kerkje, met een spitsje daarop tot toren, staat op een’ eenigzins verheven kerkhof, dat omgeven is met twee ryen hooge esschen, onmiddelyk aan het diep, ten Westen de eenigzins fraaÿe pastory en ten Oosten de vry ruime school en nette kostery, en versiert het dorpje niet weinig.
De klok is evenredig aan het zoogenaamde torentje en van onderen slechts 9 palm 2 duim in middellyn: zy heeft tot opschrift:
Catarina van der Noot. Wed: Rengers vrouw van Tuininga Oldenhuys, Farmsum, Boukema, Siddebuyren, Opperste Schepperse van Farmsumer Zyl, Dykgravinne van Zee en Somerdyken onder den huyze Farmsum behoorende, Unica Collatrix tot Gardelsweer, Johannes Halwassenius Pastor en Writzer Peters Kerkvoogt.
boven dit opschrift in eene rand rondom de klok, staat:
Zoo menichmaal ghy hoort, Den helderen clockenslach, Gedenckt andachtichlyck, An uwen jongste dach.
Claude fremime fec: Amstelet.

A° 1695.

Buiten het meergenoemde Damsterdiep dient ook nog het Vishumer-maar, tot afwatering der lage meedelanden, makende de Oostlyke scheiding tusschen dit en het dorp Loppersum; het loopt Zuid- en Noordwaarts en ontlast zich by het gehucht Bovendyks in het Damsterdiep. –
Het eenige gehucht tot Garrelsweer behoorende, indien het dien naam dragen kan, heet Nienhuis, en ligt Zuidwaarts van de kerk, bestaande uit slechts twee boerenplaatsen; tusschen welke en het dorp men eene Wierde aantreft van 6 El 4 palm hoogte, boven het maaiveld op eene uitgestrektheid gronds van 1½ bunder.
Delfstoffen heeft men hier niet: en de voortbrengselen uit het dieren- en plantenryk bepalen zich meest tot kalveren, lammeren, varkens, weinige paarden enz. terwyl men meer werk van het landbouwen maakt en van welke producten, als daar zyn: rogge, weite, gerst, boonen, haver, raapzaad, aardappels enz. zelfs uitgevoerd wordt; hieruit als mede uit het voedsel van een of twee koeÿen, halen dan ook de inwoners van dit dorp haar bestaan.
Een oliemolen aan de trekweg, is de eenige fabryk die men hier aantreft, gelyk een paar schoen- en kleedermakers, timmer- en kooplieden, korenschippers, een bakker, wever etc. de ry trafyken en bedryven uitmaken.
De gesteldheid des gronds is zeer verschillende, de kleigrond vooral aan de noordzyde van het Damsterdiep meer blaauw en leem, en ten Zuiden zwarter en zandiger of veeniger gevonden wordt.
Het karakter der inwoners is, niettegenstaande het vele vreemde, dat men hier gedurig ziet, waardoor hetzelve en de zeden al ligt eene veranderde gedaante en houding aannemen, evenwel stil en ingetogen; zy maken niet veel werk van uitgaan, vermaken en uitspanningen, uitgezonderd eene voorkomende boeren-boeldag, die somtyds de gedaante heeft van een kleine kermis.
Wyders is het my voorgekomen, dat Garrelsweer geen’ alouden en merkwaardigen moet zyn, aangezien ik zoo weinig belangryks omtrent dit plaatsje heb kunnen opsporen.

=====

P.S. A° 1207 was Garrelsweer de marktplaats van Fivelgo.