Zoek op de website

Garshuizen

Gemeente Stedum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myne woonplaats is Garshuizen.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Vooreerst heeft men hier het aanzienlyke gehucht Startenhuizen, waar van een gedeelte onder Garshuizen, en het andere gedeelte onder Eppingehuizen behoort. Voorts ligt ons dorp in Fivelingo en het geheele gehucht Startenhuizen in Hunzingo. Men zegt dat dit Startenhuizen, voormaals een afzonderlyk kerkdorp geweest is, en men weet de plaats nog aan te wyzen, waar de kerk gestaan heeft.
Verder heeft men hier Dykum of Diekum zynde eene lange Streek huizen, liggende bylangs den weg die van Zeeryp naar Uithuistermeeden gaat. Dit gehucht ontleent deszelfs naam ongetwyfeld van den voormaligen dyk, waarvan nog enkele sporen zigtbaar zyn.
Men vindt hier ook nog het groote en het kleine Garshuizer Voorwerk. Volgens de overlevering zou er op het groote Voorwerk voormaals een klooster gestaan hebben, en op een stuk lands, dat het kerkhof zoude geweest zyn, heeft de onlangs overledene Schoolonderwyzer T. Wyrdeman in zyn leven nog wel eens doodsbeenderen gezien.
Van den naamsoorsprong van ons dorp en van Startenhuizen is my niets met eenige zekerheid bekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Men heeft by voormalige reparatien aan onze kerk soms dufsteen ontdekt en ééne enkele ziet men er nog, welke eens zoo groot is als de andere steenen.
Onze torenklok heeft twee randschriften. Bovenom leest men: Anno 1455 maria ik hete de Ghershuser leten mi gheten.
Tusschen deze woorden staan 12 beelden en uit sommige leesbare omschriften van dezelve vermoeden wy dat het de beelden der twaalf Apostelen zyn.
Het onderste randschrift kon ik niet lezen; maar de oude Schoolm. Wyrdeman heeft my by zyn leven verhaald dat de D° Oudeman hetzelve dus had vertaald:
De dooden begraaf ik
Ter Kerke noodig ik x /
verder kon ik het niet lezen.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Men vindt hier het Garsh. maar, dat Z.waarts naar de Zeeryp vloeit en zich met het Maar van dat dorp vereenigt. Op Diekum vindt men nog 2 kleine kolken.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Geene.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Dezelfde als de naburige dorpen, Zeeryp, WesterEmden enz.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Zachte klei (zavelaarde). Een weinig meer zandig dan WesterEmden en Huizengo.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Opzettelyk geene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt hier eene rog, en eene Pelmolen. Voorts de voor den landman noodzakelykste ambachten.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Dezelfde als in het geheele N. deel der Prov:

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Men vindt hier eene kerk, een nieuw schoolvertrek en met die van Wester Emden vereenigd, gezamenlyk een leesgezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De Landbouw en Veeteelt met de daaraan verbondene handwerken.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Myn kort verblyf alhier, laat my niet toe daaromtrent byzonderheden op te geven, die verschillen van de taal en leefwyze der landlieden, van andere naburige dorpen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Op Dykum stond voormaals eene Burgt Dykumburg genaamd, waar van de fondamenten nog niet geheel opgedolven zyn. By dezelve moet veel gelds begraven liggen, ook wil het volksgevoelen, dat daar twee Juffers loopen. – Oude menschen hebben my ook verhaald, dat zy in hunne Jeugd dikwyls gehoord hadden van eenen haas welke zich gedurig vertoonde op den weg die van ons dorp naar Dykum gaat, en wel op den afstand van ongeveer tien minuten van hier.
Vlak ten Zuiden van ons dorp op na genoeg denzelfden afstand loopt de weg die naar WesterEmden gaat eenen eindwegs regt Oost en West. Van dezen weg is voormaals eene smalle streek lands de Boor genaamd, afgegraven. Op deze Boor zou oudtyds de geregtsplaats geweest zyn, en in die tyden spookte het daar verschrikkelyk.
Onderscheidene gerymdheden weet men daarvan te verhalen; zoo als dat er een zwyn liep, dat er eene os in de karnmolen liep enz.
Tusschen Eppingehuizen en Garshuizen ligt eene Til over het Startinghuistermaar, volgens het Volksgevoelen zit by deze Til des nachts soms eene Juffer te Thee drinken. Sommige spreken ook wel van twee Juffers.
Voor het overige ben ik wegens myn kort verblyf alhier, niet in de gelegenheid geweest, om zoodanige nasporingen en opmerkingen te doen als ik wel wenschte, en dit is ook de reden waarom myne antwoorden veelal zoo onvolledig zyn, waarvoor ik by deze de goedgunstige verschooning van de Commissie inroep; terwyl ik bereidvaardig ben, om in vervolg van tyd, indien my nog het een of ander merkwaardigs mogte voorkomen zulks aan de Commissie te kennen te geven.

Garshuizen 5 Oct 1828.

(get) T.K. Land.