Zoek op de website

Grijpskerk

Gemeente Grootegast

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Grypskerk

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Het gehucht Kommerzyl en de buurtschappen de Waarden, de Westerhorn en de Juursema-Kluft. Grypskerk is zynen naam verschuldigd aan eenen Nicolaús Gryp, welke de kerk alhier gesticht heeft, blykens een opschrift op dezelve. Dit opschrift, benevens een in oude letteren aan de pastorie alhier, vindt men in N. Westendorp Inwydings leerrede, benevens eene oudheidkundige verhandeling enz.
De Waarden, van aangewassen landen, waaruit ook dezelve ontstaan zyn: voorheen van weinig waarde, blykens de naam Ruigewaard.
De naamsoorsprong van de Westerhorn en Juursema Kluft, is my niet bekend; Westerhorn misschien, omdat het in eene westelyke strekking van Grypskerk ligt. De Waarden liggen in een N.W., N. en N.O. strekking.
Kommerzyl Noordel

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Er is geen dufsteen aan onze kerk. Het opschrift op onze torenklok luidt:
“Ik ben vergoten te Grypskerk den 21 July, door Mammens
“Fremy Heidefeld en Mammens Fremy. 1787, ten dier tyd
“Kerkvoogden de heer Geertsema van Sjallema, de heer hoofdman- de Raadt en J.M. Boersema.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het poeldiep, loopende van de straat naar de Gaarkeuken in eene Z. Strekking; uitwaterende in het trekdiep naar Stroobos of in het Hoendiep, dat van de Gaarkeuken in eene vry O. rigting naar Niezyl loopt, en zich vervolgens met het Kommerzylster Diep vereenigd. Op de waarden heeft men twee uitwateringen, de Noordewaardster en Zuidewaardster Ryten, genoemd, beide in eene W. strekking in hetPieterzylster diep uitloopende, dat weder zich in de Lauwers door de Munnikezyl ontlast.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren, nog aanwezig of drooggemalen zyn hier niet. Ten Zuiden van Grypskerk heeft men laag land, dat door eene watermolen wordt bovengehouden. In 1813 is de tegenwoordige molen gebouwd, en de dyken zoo hoog gemaakt, dat zy ook het winterwater kunnen keeren. De Polder is 500 grazen groot.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten, wierden, warven, essen en heuvels vindt men hier niet. TenZ. Van Grypskerk, aan de zoogenaamde Jonkerslaan, heeft men eene geringe hoogte van pl.m. 2 a 2½ Ned. Ellen. Grypskerk, als ook de dorpen Niezyl, Visvliet en Pieterzyl zyn gebouwd op ruggen van oude zeedyken. Van Niezyl door Grypskerk naar Visvliet, , loopt deze dyk in eene W. rigting; van Visvliet naar Stroobos in eene Z.W.- Omstreeks een half uur van Grypskerk naar den kant van Visvliet, loopt van dezen ouden dyk eene andere in eene N.W. strekking, waarop Pieterzyl gebouwd is. Deze oude dyken zyn thans rywegen. Rondom de Waarden heeft men nog den Waardyk, die nog als zoodanig onderhouden wordt, ofschoon daar achter nog de Waardster uiterdyken en dien van het Ruigezand gevonden worden.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene bosschen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het dierenryk levert op, keurlyk rundvee, paarden en schapen; hazen, patryzen, en velerlei tam en wild gevogelte.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is in ons kerspel, doorgaand klei. In de Westerhorn is dezelve hard en zwaar; op de Waarden, naar den kant des Waarddyks eenigzins zachter en meer met zand vermengd. De klei is doorgaand zwart van kleur. Over het algemeen, is de ondergrond, knip.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Men kan niet zeggen, dat hier bepaalde Kunsten of Wetenschappen worden beoefend.-

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken of trafyken vindt men hier ook niet van belang. Alleen heeft men hier eene Pel- en ook eene Roggemolen, in welke laatste mede bark wordt gemalen. Handwerken zyn, als in andere landdorpen, Smid, Kuiper, Wagen- Schoen- en Zadelmaker, timmerman, uurwerkmaker, blaauwverwer, goud- en Zilversmid, enz.-

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Door de nabyheid der zee vochtig; niet zeer gezond. De wind meest Z.W., W. en N.W.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eéne kerk, zynde voor de hervormde Gemeente, één school: met die van Kommerzyl twee; een Leesgezelschap van thans 23 leden; thans geen Zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Hoofdzakelyk van de Landbouw en Veefokkery. In het dorp, de handwerkers, van handwerken; neringdoende lieden van hunne winkels; enz.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal is hier den den platduitschen tongval; echter veel met den Vrieschen tongval vermengd. Het is zeer wel mogelyk, dat de platte taal alhier hare eigendommelykheden heeft. Ik, als niet wel met deze zaak bekend, kan hier over niet oordelen. De scherplange e, klinkt hier als in Vriesland, ie; men zegt bien, stien enz voor iets heeft men goen. Men zegt is er nog koffy in de kan? En het antwoord is, ja er is nog goen in. Ook zegt men ratten, schippen enz. Het woord huis beteekent hier veelal woonkamer. Kom in huis zegt men, al staat men ook by de kamerdeur. Voor het woord gerst heeft men uitsluitend het woord koren. Die boer verbouwd veel koren, zegt zoo veel als hy verbouwd veel gerst. Andere koornsoorten worden granen genoemd. Het kind is nieuwsgierig, beteekent het kind is hoofdig.- Een nuver mensch, heet iemand die wat korzelig van aard is.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het algemeen karakter der inwoners kan men wel nemen, zoo als eene schets daarvan, van de inwoners der provincie, voorkomt, in Kremer, Beschryving der Provincie Groningen, schoon hierop ook al ongelukkige uitzonderingen te vinden zyn. De leefwyze wykt hier niet veel van die der landlieden van andere oorden der provincie af. Zomers staat men te half vier op, ’s winters wat later. Om 8 uur ontbyten; ’s middags te 12 uur middageten; ’s avonds te zes uur avondeten. Te 9 uur naar bed.- Dit alles geld van den boerenstand. In het dorp, is by velen, alles wat later, uitgenomen het morgen en middageten. By het trouwen heeft weinig feestelykheid meer plaats. By begravennismaaltyden heeft men hier niet dien omslag, als wel elders; witte brood en bier is het middagmaal. De visites hebben veelal ’s winters plaats, waarby veelal een goed gedeelte der nacht doorgebragt wordt. Kermissen en vooral harddraveryen zyn hier geliefde uitspanningen, welke zeer druk bezocht worden.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Men had hier voorheen drie Burgten; de eene stond by Grypskerk, aan de Jonkerslaan. Van deze is nog de ondergrond, de grachten en singels zeer goed te kennen. De anderen stonden verder van hier; de eene in de Westerhorn; de andere aan den weg naar de Westerwaard. Van dezen is de juiste plaats niet meer te onderkennen.

De schoolonderw: te Grypskerk
(get) D.M. Kruisinga