Zoek op de website

Hamdijk

Gemeente Nieuwe Schans

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van onze woonplaats is Hamdyk.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De Hamdyk tusschen de oude- en Nieuwe-Schans. De eigenlyke Hamdyk loopt van het zoogenoemde Lange- of Lupkediep, in eene Oostelyke rigting tot aan de Bonerschans, doch ten Noorden van daar, loopt nog een dyk tot aan de Nieuwe of Lange akkerschans, welke gelegd is in het jaar 1605, met oogmerk om Bonder Nieuwland te bedyken. Op dezen laatstgenoemden dyk staan twee huizen, welke, hoewel tot den Hamdyk geteld worden, nogthans daaronder niet behooren.
Dewyl men van het jaar 1519 tot 1545 vry algemeen door dyken het water zocht te keeren, pleit ook de waarschynlykheid sterk voor de gedachte, dat binnen dit tydvak de Hamdyk zal gelegd zyn.
De voorheen woedende wateren des Dollerts, aangevoerd door hevige Noordoost- en Noordwestelyke stormwinden, veroorzaakten alhier eenen inham, door welken deze dyk gelegd is, en hiervan wil men dat de naam Hamdyk zynen oorsprong heeft.
Dewyl vele dyken hunne namen ontleenen aan de plaatsen voor welke zy gelegd zyn, en die daardoor zyn ingedykt geworden, is het ook waarschynlyker, dat de Hamdyk, zynen naam ontleent van den Ham, een gehucht, behoorende onder Bellingwolde, welke ten zuiden van den Hamdyk gelegen en daardoor ingedykt geworden is. Het gehucht Hamdyk behoort kerkelyk tot Bellingwolde, burgerlyk tot de Gemeente Nieuwe Schans.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

-

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Aanmerkelyk zyn ook hier de kolken, van welke er ten minste nog vyf aanwezig zyn. – Het is zonder twyfel, dat alle deze kolken, (aan den Zuidzyde van den dyk gelegen) kort na de indyking door het scheuren van den dyk ontstaan zyn, omdat de dyken toen nog geene genoegzame vastigheid hadden, en misschien ook te zwak van aanleg waren. Van deze kolken is die, welke er ligt by het huis en in de landen van den Landgebruiker J.A. Koerts de grootste en voornaamste. Voorheen heeft men deze kolk, welk meer dan drie bunders oppervlakte bevat, dikwyls gepeild, en deszelfs diepte bevonden, ruim 12 Nederl. ellen; doch heden is zy zoo diep niet meer. Het gaat met de kolken als met de slooten; door het invallen der aarde van de wallen worden zy gedurig vloter. Benevens deze, zyn er nog eenige andere kolken, welke geene byzondere opmerking verdienen, omdat zy wegens deszelfs ondiepte, naauwelyks meer den naam van kolken kunnen dragen. Anderen zyn reeds met stroo en aardryk opgevuld, en daardoor min of meer bruikbaar land geworden.
Het land wordt hier onderscheiden in uiterdyk en binnenlanden. De eerste, aan de Noordzyde van den dyk liggende landen noemt men Uiterdyk, om dat dezelve na het leggen van den dyk aangeslykt, en daardoor aan de buiten zyde van den dyk gelegen zyn. De andere noemt men binnen landen, om dat dezelve na het leggen van den dyk, aan de Zuidzyde binnendyks geraakten en zoodoende ingedykt werden; van daar binnen of eigenlyk ingedykte landen.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

-

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

-

7. Welke bosschen zijn daar?

-

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen van den grond op den uiterdyk zyn: tarwe, rogge, haver, boonen, koolraap- en aweelzaad. De binnenlanden, welke veelal des winters en by aanhoudende regen ook in den zomer onder water staan, zyn daardoor ongeschikt tot het verbouwen van deze vruchten. Alleen haver is het product, van enkele nog iets hooger liggende stukken land; doch die ook veelal van de ligtste soort is. Het ontbreekt deze landen alleen aan eene goede uitwatering, dewyl het water van dezelve, dat langs een Kanaal, tot naar de Zyl van Finsterwold loopt, aldaar gehinderd wordt, om zich geredelyk in den Dollert te ontlasten, omdat het Kanaal niet alleen van tyd tot gedurig verlengd wordt; maar ook gedurig met slyk bezet raakt.
Uit het Dierenryk vindt men hier paarden, koeijen, ossen, schapen; duiven in menigte; in vorengenoemde kolk vindt men ook menigvuldige visschen, als: snoek, aal, baars, enz. Ook maakt men van de byeteelt een weinig gebruik.
Men vindt hier geene byzondere delfstoffen; alleen het welzand, dat, van onder de klei en het veen, door de kolken wordt opgeworpen, en rondom dezelve kleine heuvels veroorzaakt.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is hier klei. In de binnenlanden is de diepte der klei zeer onderscheiden. Op sommige plaatsen zit de klei wel twee Nederl. ellen diep; doch op andere plaatsen heeft men niet meer dan twee palmen. Onder de klei ontdekt men Veen, en onder het Veen het zoogenoemde welzand. De reden waarom de klei op den uiterdyk veel hooger zit dan in de binnenlanden is deze, om dat de uiterdyk, na de indyking der binnenlanden, nog in de gelegenheid was, om te kunnen opslyken; van daar ook dat alle aangeslykte polders van grondslag aan de buiten zyde van de oude dyken veel hooger zyn dan aan de binnen zyde. Het is geen doorgaande regel, dat de uiterdyk juist zo veel hooger dan de binnenlanden zoude zyn, als de klei dikker op de eerste dan in de tweede ligt, omdat de Dollert niet op alle plaatsen even diep was, en derhalve de laagste grond de meeste slyk bekwam.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

-

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

-

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

-

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

De middelen van bestaan zyn landbouw en veeteelt.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan zyn landbouw en veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal is gelyk aan die, welke te Lande, in de Provincie Groningen vry algemeen gesproken wordt. De gesprekken van den Landman gaan meest, over hunne landen, deszelfs producten, uitwatering; en over hun Vee.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

-

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Om nu nog van eenige oudheden te gewagen: Men wil, dat kort na het leggen van den dyk, tusschen den Hamdyk en den Ham nog eene streek huizen zoude gelegen hebben en Uit den Ham zoude genoemd zyn. Dit is ook niet geheel onwaarschynlyk, dewyl de overblyfsels van oude bouwstoffen, nog op vele daar ter plaats aanwezige oude werven, de sprekende bewyzen zyn, dat aldaar huizen, en zelfs wel in orde naast elkander gestaan hebben.
De vorengenoemde Bonerschans ligt, gelyk men reeds uit het vorige kan opmaken, aan den Oostelyken uithoek van den eigenlyken Hamdyk. Mondelyke overleveringen geven ons van derzelver naamsoorsprong de volgende berichten. Een weinig ten Westen van de tegenwoordiger Bonerschans, waar nu één huis staat, zou voorheen door den Heer Boner eene kleine schans of fort gelegd zyn en dezelve naar zynen naam genoemd hebben. Naderhand zou gemeld huis dezen naam overgenomen hebben. Ook heeft de eigenaar van hetzelve nog heden den naam van Bonenschanker tot eenen toenaam. Een weinig ten zuiden van deze Bonerschans, zyn ook nog de overblyfsels van eene battery te vinden, welke gelegd is in het jaar 1795. Voor de indyking van Bonder Nieuwland, door gemelden dyk gelegd in het jaar 1605, ging de uitwatering van Wymeer, langs een Kanaal in het Moersloot, regt door de Nieuwe Schans, en de Zyl heeft gelegen juist daar ter plaats, waar nu de Wachtpoort is, zoo dat men nu met rydtuigen passeert, waar men voorheen met schepen kon varen. Zeldzame verandering voorzeker.
Van het bygeloof is men hier vry algemeen genezen, en niemand waagt het meer, om historitjes van spookverschyningen en andere bygelovigheden, die hy te voren waande, voor waarheid te mogen houden, of zelf gezien en gehoort te hebben aan te halen.

Hamdyk den 10 Sept 1828
(get) H. Leisler.