Zoek op de website

Helpman

Gemeente Haren

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Helpen of Helpman

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Myne woonplaats is een gehucht en behoort wat het Burgerlyke aangaat onder de Gemeente Haren; doch betrekkelyk het godsdienstige van oudsher onder de Gemeente van Groningen. Het ligt nagenoeg regt noord en zuid, een half uur van de stad.- De naamsoorsprong is duister. –Men wil, dat het oudtyds Helpener, en Heltmen genoemd is; naderhand Helpen of Helpman; doch welke de aanleidende oorzaak dier veranderingen geweest zy, is niet met zekerheid te bepalen.
Oudh: Stad en Lande.-

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

-

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Aan de westkant van Helpman, het Hoornsche diep met een Maar, die beide even als het gehucht Zuid en Noord loopen en door de haven der stad langs het Reitdiep by de Zoutkamp in de Noordzee uitwaterd.
Aan de Oostkant heeft men het Winschoter of Schuitendiep, waarvan de loop en uitwatering aan eerstgenoemden gelyk is.
(Aanmerking van den Heer N. Westendorp)
Aan welke zyde van het Hoornsche diep loopt dit maar? aan deze zyde? maar hoe ver en wat weet men daar meer van? Waar komt het van daan? Waartoe dient hetzelve in onderscheiding van het Hoornsche diep? Is dit ook een oude tak der oude A?

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

niets

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

niets.

7. Welke bosschen zijn daar?

niets.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit het plantenryk zyn: garst, haver, rogge, aardappelen en inzonderheid knollen die aan de beroemder Harender in gelyksoortigen grond gewassen, gelyk zyn. Voorts eene menigte tuin en oofvruchten. De cichoreiteelt mede een voornaam product.
De koe maakt, uit het Dierenryk het Hoofdbestaan der meeste ingezetenen: door haar melk, boter, kaas en karnemelk worden duizende inwoners der stad gespyzigd.
Het Delfstoffelykryk biedt den inwoneren van Helpman geene metaalsoorten; maar voor den liefhebber der Nat: historie vele versteeningen, welke in den harden Hondsrug, waarop het gehucht gelegen is, gevonden worden.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is wegens de afhelling van de Hondsrug, (Oost en West) zeer verschillend. Op denzelven is hy keiachtig en moet door goede mest vruchtbaar gemaakt worden.
Aan weerzyden in de afhelling is hy meer gemengd, en in de vlakten aan beiden zyden, los, welke door den tyd uit verrotte planten voortgekomen, en door goede afwatering geholpen, zekere hardheid bekomen heeft; waar door de Landman nu in staat gesteld is, zyn geryf hooi te verzamelen en by drooge zomers, door beesten te laten beweiden.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

-

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

-

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Wat de luchtgesteldheid betreft, die zal zeker door deze provincie van belang geen verschil opleveren.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

In dit gehucht telt men eene school, een Leesgezelschap en een Zanggezelschap

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

In het 2e gedeelde van het achtste antwoord gemeld. Hierby nog eenige Warmoezeniers.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Wyl de ingezetenen van Helpman zoo naby Groningen wonen en dagelyks met de inwoners der stad handelen en verkeeren kan het niet anders of zy moeten hun plat Groningers nabootsen.
Kort gesprek tusschen Jan en Klaas.
Jan: Wat is ’t tegenwoordig schoon weer in vergelyking van laatst.
Klaas: Dat scheelt wat: mogt het weer zoo wat staan blyven, dan zol er nog veul turf dreug worden. Tys oom vertelde my guster, dat hy over de 50 Stobbe bagger in het water zitten hadde.
Jan: ‘K wil ’t hyl wel geleuven: nyt allyn dat, maar hou veul artikels hangen er nog meer aan ’t mooi weer af; - doch laat ons maar nyt klagen, ’t zal alles wel ten best beslagen.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Algemeen zyn de ingezetenen van het kleine Helpman arbeidzaam, eerlyk en godsdienstig; terwyl hunne levenswyze en gewoonten in eenvoudigheid en trouw aan elkander gelyk zyn.Zij arbeiden van den vroegen morgen tot den laten avond, en eten daarom ook 4 maal des daags, t.w. buiten den morgen, middag en avond, ook nog des avonds tusschen 5 en 6 uren, het welk zy Vesper brogge noemen. De groote maaltyden by het trouwen of bruiloftsfeesten en begravenis plegtigheden beginnen hoe langs zoo meer te verminderen. Zy trachten algemeen naar verlichting en beschaving; zoodat daardoor heksen, spoken en andere beuzelaryjen by hen geheel verdwynen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

17. Oudtyds bestonden in Helpman 2 Kloosters: een op den Hoorn waar van nog het Hoornsche diep zynen naam draagt en één te Essen. Van beide zyn nog bewyzen te zien.
Voorts, was het adelyk geslacht van de Coenders, die te Helpman hun Stal of Burgt hadden, beroemd; vooral wegens de uitoefening van den goddienst.-

Aanmerkingen van den Heer N. Westendorp
Hoorn is immers niet door de schryver als een gehucht aangegeven of beschreven?
De steller gelieve de ligging en nog aanwezige overblyfselen dier kloosters tevens nader beschryven.
Waar lag die Burgt en wat is nog van te zien?
De processie ging die naar Haren, waar was dat heilig graf?
De steller gelieve den bodem aan wederzyden beter op te nemen. Zyn er geene dyken, kaardyken, waterlossingen en oude stroombeddingen tusschen Helpen en het Schuitendiep?
Onder welke sluis of Sluizen hoort helpen en waar scheidt dat zich?

(get) W.