Zoek op de website

Hornhuizen

Beantwoording op de vragen voorkomende in de aanschryving van den 10 Juny l.l. door Commissie van Onderwys in de Provincie Groningen.

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Hornhuizen.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een buurtschap, onder den naam van Kolham, ook wel Luttjeburen genaamd, nagenoeg 20 minuten van de kerk gelegen, en wel ten zuidwesten, overigens is my van den naamsoorsprong zoo van het dorp, als van het gehucht niets bekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen is er niets aan onze kerk, doch het opschrift op onze Torenklok is van dezen inhoud: -In ' t jaar ons HEEREN duysent seshonderd ende seventhien heeft my hans Talk van neurenberg ghegoten. Reiner Arents kerkvoogt tot ranum. Merten peters als kerckvoocht mede. Christoffer van daest. Collator heuvelinck op Woltenge frytana.
NB. Deze klok is in den jare 1818 door de volmagten over de Toren alhier aangekocht, by de herbouwing van onze Torengebouw, en herkomstig van Ranum een gehucht onder Winsum, welker de reperatie de ingezetenen onzer Hervormde gemeente byna fl. 4, 000, 00 heeft gekost.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Rievieren, maaren noch diepen, bevinden zich hier niet: maar kolken, of kommen, die door het zeewater by de doorbraak, en overstroming in den jare 1717 zyn veroorzaakt telt men hier, in de uitgestrektheid van ons karspel 5, waarvan eenigen onpeilbaar zyn, en wel by de oude dyk daar nog eenige brokken van te vinden zyn; en stromen of togten zyn er 2. die zich beide in de bakkervorstertogt by het zoogenaamde uilenest ten Zuidoosten van Hornhuizen, onder Kloosterburen ontlasten togt in eene oostelyke rigting zich aldaar met het Kloosterbuurstermaar vereenigt; deze togt is in den jare 1817 ten koste van eenige onzer ingezetenen uit vrywillige giften bruikbaar gemaakt voor landschepen die by het genoemde uilenest een haven, en opslag hebben alwaar de meeste landbouwers te Hornhuizen, en ook eenigen onder Kloosterburen hunne granen wegvoeren, waardoor dezelve den naam van Hornhuistermaar heeft verkregen: -de eene togt, met name zwintogt heeft zyne strekking van het westen naar het oosten, en nam zyn begin by Vierhuizen; en de andere met name de Kolktogt loopt vanaf de Zeedyk ten noorden van het dorp, in eene kronkelige rigting naar het Zuidoosten en vereenigt zich met de eerstgenoemde.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Die vindt men hier niet.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten, wierden, warven, essen, en heuvels zyn hier ook niet: maar behalven de reedsgenoemde oude Dyk, is hier nog een zeedyk hoog boven dagelyks gety 14 ¼ vt. (nml. oude vt.) en een buiten, of polderdyk 13 vt. hoog, die ten koste van de bezitters deze kwelderlanden gedeeltelyk in den jare 1801, en het overige in den jare 1805 is gelegd, waardoor er plm. 250 bunders in de uitgestrektheid van ¾ uurs, in zeer vruchtbare polder- landen is herschapen.

7. Welke bosschen zijn daar?

Hier zyn geene belangeryke bosschen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Ten 1sten uit het plantenryk Rogge, weit, gerst, haver, bonen, aardappelen welke laatste alhier in eene groote hoeveelheid, en in smaak by voorkeur door de Groningers worden gezocht, 2e uit het dierenryk, koeijen, paarden, schapen, zwynen, en wel van een behoorlyk ras en ten 3e uit het delfstoffelykryk zyn hier geene voorbrengsels.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is hier zandachtig, zoo dat er het gehele jaar door een goed pad is, behalven in den opdooi des winters, doch zoodra de grond wederom door vorst is ontdaan is de passagie weer bruikbaar.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten of wetenschappen worden hier niet uitgeöefend, dan alleen het onderwys op de openbare lagere  school.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

In onze kerkelyke gemeente bestaat één rogge- en pelmolen, twee bakkeryën, een smedery, een Kuipery, en drie Schoenmakeryën met 3 Kleêrmakers, en 4 winkels en herbergen of tapperyën.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is hier over het algemeen gezond, echter komen er by een noordelyke wind, des voor- en najaars menigen ongezonde zeedamp opstygen, waarvoor men, en voornamelyk den handswerkman zich ter bewaring zyner gezondheid te wachten hebbe.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier is eene groote hervormde kerk, één openbarelagere school, één lees- en één vierstemmig zang- gezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De meeste inwoners in onze woonplaats hebben hun bestaan uit den landbouw en veefokkery.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Zie hiervan een voorbeeld in het volgende gesprek: -
Gesprek tussche Jakob, en Pieter (:twee dagloners:)
over de galkoorts.
Pyter. Dag Jaap hou gait, ben je nog zond?
Jaap. Ja, met mie gait 't nog al, hou gait 't met joe, en joen hoesholling, ben dei ook nog zond?
P…... Bettje (:Elizabeth zyn vrouw:) is goed vlug, maar onze kiender benan koors; - ja dit is om Olrommermart (: Ulrum een naburig dorp:) eine algemyne plaeg, ons luttje potje (:het kleinste kind nml.:) biegunt nou wat te beteren; maar onze op ein na de luttjeste, dei is ook mit disse arge kwaal bihebt, zy dut veul meer reeren (:schreyen:) as sus,  (Johanna het kleinste:) dey sitter ieslick aan, en zigt er oet as of zy mit kernienen deur trailes eeten het.
J…... Hou ol is dat kiend is 't trienge (:Katryntje:) nyt Pyter?
P…... Zy lopt om de vyr jaar, ja, as zy maar ein appel of peer kriegen ken, al is dei nog zoo gruin, ben bit zy der ien assen hond ien ein bonk, zoo dat ik mien lakken er sums nyt om laten ken.
J….. Maar waarom pas ie daar nyt op, dit wol ik ja nyt Lieden?
P….. Ja Jaap ik verbyd het zoo vaak: maar kiender doun as kiender.
J….. Het gait joe hiermit ook net as mie, ons Anje zat veurleden zummer er ook aan, en ik kon er ook nux an doun, maar wat holje 't nog best, om 't weer kwiet te worden Pyter?
P…... Alle kwakzalvery is mie gein oortje weert, ein koorspot van smalie hier bevien ik mie altied best mit, ja Jaap 't is twy uur (:de tyd voor dagloners om aan 't werk te gaan:) de tied ropt mie, groutnis toes!
J….. Insgelicks.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De leefwyze is over het algemeen deze: des morgens te 3 ½ a 4 uur is den tyd van opstaan, het eeten word des morgens te 8- des middags te 12, - en des avonds te 6 uur genuttigd, de tyd van slapen is des avonds te 8 a 9 uuren. De vermaken, en uitspanningen bepalen zich by enkele gelegenheden, het zij op eene landkermis, by eene openbare verkooping van losse goederen, of by eene harddravery enz.
Het bezoeken van famielie, en goede vrienden geschied meestentyds des zondags het eeten dat de gasten  word opgedischt, behalven spek, en vleesch, is meerendeels een vrucht van onzen akker; of tuin, komt hierby meel, of zakkoek, wat rys of pruimen, dit maakt den maaltyd heel voldoende. en by de avondvesites wordt gewoonlyk wat koffy, brandewyn, genever, en die het wel doen kunnen ook wel kokolade gedronken, en dit alles op een gemaktigde manier. De genodigden by het trouwen gaan veelal met hen die zich in het huwelyk zullen begeven te zamen naar het lokaal van den burgemeester, die hun na het voor- lezen van een huwelyksformulier hunne gedane beloften door naamsonderteekening laat bevestigen; -na aldaar eenige verkwikkingen gebruikt te hebben, gaat men gewoonlyk met de nieuwsgetrouwden naar hunne bestemde woning, alwaar men onder het gebruik (:gelyk by de genoemde bezoeken:) en eenig sterken drank, elk ander niet zelden tot in den nacht verlaat.
By de begravenisplegtigheden, zyn veelal de naaste bloedverwanten van de overledene, de Predikant van het dorp, en aan weerszyden van het sterfhuis, de beide naaste nabuurs genodigd; niet alleen de mannen, maar  ook de vrouwen volgen het lyk in rouwklederen naar het graf, en keren ook alzoo weder terugge naar het  sterfhuis, alwaar de tafels met wittebrood en rijzenbrei rykelyk zyn voorzien, nadat ieder in orde gezeten is, doet de predikant eene doelmatige aanspraak, en gebed voor het eeten, na het gebruik van hetzelve volgt  wederom eene dankzegging, en word meerendeels besloten, door het drinken van kluinbier, koffy of thee, waarop een ieder in eene deftige houding tegen den avond ' s huiswaarts keert.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

En eindelyk is my nog bekend, dat te Hornhuizen eertyds een welgelegen landgoed of Burgt, met name Tammengaborg gevonden werd, waarby een groot bosch, met hoven, lanen, en gragten was omgeven, welker kostbaar gebouw, en sierlyk bosch, op last van den Hoogwelgeboren Heer Baron van Jn en Knyphuizen (:als eigenaar, en toen ter tyd Heer van Ulrum:) in den jare 1808, is verkocht, afgesleten, en uitgeroeid, waarvan de gragten en lanen thans nog gedeeltelyk aanwezig zyn. Overigens is my geene merkwaardigheden meer bekend, en wensch dat de Schoolkommissie zich met deze myne opgaaf omtrent onze woonplaats moge vergenoegen.