Zoek op de website

Houwerzijl

Volgens Aanschryving van de Heeren der Commissie van Onderwys voor de Provincie Groningen, van den 10 Juny 1828.


Zendt den Ondergeteekenden W. Pietersen Schoolonderwyzer te Houwerzyl, Niekerk en Vliedorp ter beaantwoording op door de Commissie van Onderwys opgegeven 16 vragen.

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam der woonplaats. Houwerzyl.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Houwerzyl eene gehucht geene Kerke, Vliedorp geene kerke meer zijnde, maar wel eene kerkhof, waar de lijken van Houwerzyl en Vliedorp worden begraven, eertyds eene kerke heeft gestaan, behorende nu beide gemelde onder de Kerke te Niekerk, waar het plusminus ¼ uurs af is, de Boerenbehuizinge welke meest op kleine hoogten of Wieren staan. Buurtschappen zyn er niet: als de hoogte genaamd onder Vliedorp, hetwelke eene grootte hoge Wiere is, plusmin: twee bunders land, waar op twee aanzienlijke Boerenbehuizinge staan, het hoogste daarvan is hoger dan de Kap van de Provinciale Zeedyk, waar op voor eene korten tyd door  onderzoekers gegraven is: zoo ik vermeene tien hael diep, waar gevonden is Bonken en verrotte stroo, plm. ¼ Uurs van de kerke.
 

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

De kerke te Niekerk, in den jare 1628, ter tyd van bemachtiging der Spaansche zilvervloot nedergeworpen, en in het jaar 1629 als Wessels en Bosch Erovert, van gronds op ter Eren Godes en deszelfs Gemeente Herbouwd, door beleid van den E.E. Lewe, tot Azinga etc. als Collator, en Reint Aljes en Elise Ubbens Kerkvoogden waren, en met eene Toorn versiert. -

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Over de rivieren, rivieren zyn er niet als afwatering der landeryen naar de Houwerzylster Ryte, waar eertyds ter Houwerzyl eene Zyle heeft gelegen, thans alle nu Land is, met eene grootte polder kolstelyk Land is, en verders de Uitwatering naar Schouwerzyl heeft, en voor ene kleine gedeelte van Niekerk naar de Zoutkamp heeft.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren zyn er niet onder deze dorp, en ook niet droog gemaakt.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten en Wieren etc. zyn er niet aunders in at. 2 vermeld is, den dyk bij Houwerzyl, strekt zich uit tot in de Zoutkamp, enz. tot Delfzyl.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen zyn er niet als de Hoven bij de Boeren Wonings.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Voortbrengselen, zyn in den Zomer de Uitnemenste Schone graangewassen, op het Kostelyk Land als het beste Hoornvee en Schapen-.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondgesteldheid van het dorp is de beste klei grond, maar te Westen van Niekerk een weinig Zandachtig.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en wetenschappen die er uitgeoefend worden enz. is niet aunders als Ambachtslieden etc.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken, Trafyken en Handwerken, zyn een koorn en Oliemolen; Koopman in Manufacturen, Yzersmedery, Wagenmaker en Kuiper, Winkeliers, Schoenmakers, Bakker, Kleermakers en de overige dagloners.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid veeltyds koud, bezonder in de zomer avonds; met Noorde Wind, veeltyds s' avonds  Zeedampen, die zeer Ongezond zyn, terwyl het dorp zich uitstrekt tot aan den Zoutkamp, hetwelke is zeer naby de Noordzee is.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene Kerke, te Niekerk, eene Schole te Houwerzyl hetwelke zeer verre het grootste gedeelte van het dorp; Niekerk is klein, leesgeselschappen een, zanggeselschappen geene.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Het middel van bestaan is de Landbouw, waaruit veele hun bestaan hebben; ja zelfs tot den dagloner.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De Taal is byna de Groninger taal.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Het karakter en levenswyze is zeer gematigd: van de Meesten, en ook na eene ieder opvoeding gehadt heeft,
het opstaan in den Zomer zeer vroeg, bezonder van den Boerenstand, s' morgens plm. 3 uren, en des Winters
om vier en vyf uren, het ontbyten des morgens te zeven en acht uren, des Middags te Twaalf Uren, des avonds te Zes Uren en in den Winter Somstyds vroeger, des avonds nar Bed te negen en tien Uren, en by het Trouwen geene plegtigheden, maar by het begraven van de meesten grootte gezelschappen te zamen, om de overleden de laatste eere aan te doen toch alles zeer eenvoudig afgemaakt.


Heb zulks naar beste wetenschap, zoo veel my bekend is opgemaakt.

De schoolonderwyzer Hoornd:

W. Pietersen.


Houwerzyl
den 15 November.