Zoek op de website

Huizinge

Gemeente Middelstum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myne woonplaats is Huizinge.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Er zyn geene gehuchten of buurtschappen tot ons dorp behoorende, alhoewel Startehuizen tot het Jagtregt van Huizinge behoort. Naamsoorsprong is my van Huizinge onbekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Twee klokken treft hier aan, welker opschriften dus luiden:
Op de grootste: Te Johannis lut, jaer, ons, heren, MCCCC en de 15 is desse klocke, ghe, ghoten, inde, ere, Ghodes, ende, aln.
Op de kleinste: (1e of bovenste regel) Willem, Conders, van, Helpen, Heer, tot Fraem, tot, Huisinga, met, annexe, carspelen, heuvelinck, Gouverneur, op, Lieroordt.
(2e regel) ende, unicus, colator, tot Huisinga, me, fieri, fecit, anno, domini 1629.
(3e regel) .Mit, Goddes, hulpe, hadt, mich, meister, Nicolas, Siomans, G. Gosen, in, Gronnigen, im, jaare, Christi, 1629, isdt, Godt, midt, uns, win, kan wider, uns.
(NB Dufsteen niet.)

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Er zyn geene rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen in onze kerkelyke Gemeente, behalve het Huizinger-maar, hetwelk zeer kort by het dorp ten Westen een begin neemt, regtstreeks voortloopt naar het N.W. op eene lengte van omstreeks 400 N. Ellen, alsdan zich keert naar het Z.W. met zeer kleine bogtjes voorloopt naar de Pompster til, vervolgens op een kleinen afstand zich ontlast in het Westerwytwerder-maar en met dit by Fromtil uitwatert in het Boterdiep. – De lengte van dit Maar van af het begin tot deszelfs ontlasting bedraagt 465 Groninger roeden. Ook vindt men ten Oosten van ons dorp het Maarvliet, zynde thans slechts eene slood, uitmakende de scheiding van de kwartieren Hunsingo en Fivelingo.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Ook worden er geene meeren, aanwezig of droog gemalen, in dezen omtrek gevonden.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

7. Welke bosschen zijn daar?

Zyn niet toepasselyk op dit dorp, behalve dat er zich eene Wierde bevindt, wier hoogte en uitgestrektheid in der tyd is opgegeven aan den Schoolopziener, den Heere Van Cleeff.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Deze zyn die welke algemeen op het zoogenaamde Hooge Land van de Provincie Groningen voorkomen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond in den omtrek van ons dorp bestaat meestal in vette klei, zeer vruchbaar; evenwel bezit hy deze eigenschappen voornamelyk wanneer het in ’t voorjaar overvloedig regent, zoo zelfs dat de Delleweg in de maand Mei naauwelyks bruikbaar is, om met rytuigen te worden bereden. – Ten Noorden en N.O. naar den kant van Zandeweer en Garshuizen vindt men zavel en zandgrond.
De gesteldheid van den grond tot in eene diepte van 20 voeten Gr. maat is naar het beste onderzoek als volgt:
1° pl.m. 2 a 2½ vt. klei, komende uit den zwarten.
2° pl.m. 4 vt. gemengd rooddoorn (geelachtig rood).
3° pl.m. 5 vt. blaauw zand.
4° pl.m. 5 vt. zoogenaamd oud yzer, blaauwachtig van kleur. In deze aardsoort treft men donker roode streken aan van 1 tot 3 duimen breedte (oude maat).
5° pl.m. 4 vt. schulpzand, blaauwachtig en eenigzins donker van kleur.
6° Voor het overige alles graauwachtig welzand zoo ver het onderzoek leidt.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Geene Kunsten en Wetenschappen worden er byzonderlyk beoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Slechts algemeene handwerken en affaires meestal beantwoordende aan de behoeften van de inwoners des kerspels.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Over het algemeen zeer afwisselend gelyk op alle plaatsen, gelegen op korten en gelyken afstand van het strand en de zee.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Twee kerken vindt men hier, ééne Gereformeerde en ééne Mennonieten, ééne Lagere school; geene eigenlyke leesgezelschappen, ofschoon er zich van tyd tot tyd eenige Leden verbinden, om het een of ander werk te lezen, en verscheidene inwoners Leden zyn van het Leesgezelschap te Middelstum. –
Zanggezelschappen treft men er geene aan, daar het dorp weinige inwoners telt, en deze Gezelschappen alleen door veelheid van Leden kunnen in stand gehouden worden.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan komen voornamelyk voort uit den Landbouw en de Veefokkerÿ.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Die van het zoogenaamde Hooge Land van deze Provincie.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het algemene karakter is misschien goed, de levenswyze eenvoudig, de zeden vry tamelyk, en de gewoonten hebben niets byzonders.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Onder de plaatselyke byzonderheden verdient in aanmerking genomen te worden,
a dat de Wierde te Huizinge, op welker hoogte en Oostelyke afhelling het dorp gebouwd is, eene zeer treffelyke gelegenheid zoude aanbieden voor een Landschapschilder om een heerlyk Landgezigt te leveren.
b dat er op het koor in de Gereformeerde Kerk eene buitengewone groote zerk ligt,lang 3,5 Ellen, breed 1,825 El.
c dat er eertyds zich eene burgt bevond, Fraam genaamd, 5 minuten ten Noorden van Huizinge, welke burgt voor omstreeks 80 a 90 jaren is afgebroken en wier standplaats nog zeer duidelyk kenbaar is.

De schoolonderwyzer te
Huizinge

(get) J.R. Berghuis.