Zoek op de website

Krewerd

Gemeente Bierum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Krewerd.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Nieuwenklooster en Arwerd, Nieuwenklooster ligt kwartier uur ten Zuiden van de kerk, en Arkwerd tien minuten ten Westen van de kerk op eene hooge Wierde. – Van de naamsoorsprong weet ik niets. Nieuwenklooster heeft denkelyk de naam ontvangen, om dat het later gesticht is, dan ouden klooster, hetwelk een kwartier uur ten Noorden van Krewerd ligt, en onder Holwierde behoort. Te Nieuwenklooster zyn dezen zomer verscheidene houten doodkisten en twee metalen kandelaartjes uit den grond opgedelfd.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen is er niet aan onze kerk. Op onze Torenklok staat:
Wilhelmus Jacobus de Vry me fecit Groningae Anno Domini 1658.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Krewerder maar loopt plm. 514 Ellen van Krewerd noordwaarts, dan loopt het oostwaarts en ontlast zich in de groote Steekt. welke van Bierum naar Appingedam stroomt.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Niets bekend

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Niets.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen zyn hier niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit de drie ryken der natuur, hebben wy genoegzaam met de geheele Provincie gemeen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Ten Oosten van de Kerk is het klei met zand gemengd. Ten Zuiden de kerk, noemen de landlieden het Vaalland, zynde eene roodachtige aarde en daaronder ligt de Knikklei.
Ten Westen en noorden is het klei met zand gemengd, waaronder Leem ligt.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en Wetenschappen worden hier niet beoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Een Timmerman en metselaar. Een Schoenmaker . Een Kleermaker.
Twee Kruidenierswinkeltjes en een Tapper in sterke drank.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Gematigd, doch wy zyn hier vele zeedampen onderhevig, welke doorgaans koud zyn.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk en eene school.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Zy trekken hun bestaan uit de Lnadbouw en de veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Hunne taal komt met de overige bewoners van het District Appingedam overeen.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

16. Hun karakter is over ’t algemeen eerlyk en braaf, hunne levenswyze is eenvoudig, gewoonlyk staan zy des morgens te drie uren op, dan gaan de meiden naar ‘t land om te melken, om zeven uren des morgens eten zy koffy met boterhammen. Des middags eten zy te elf en sommigen te twaalf uren en des avonds algemeen te zes uren en dan praat men wat met elkanderen over de landbouw en rookt eene pyp, eindelyk drinkt men wat koffy en dan gaat met gewoonlyk des zomers te 9 en des winters te acht uren te bed.
Hunne uitspanningen zyn: de paarde- en beestemarkten, de verkooping een boeren beslag, het koolzaak dorschen en het schieten naar den vogel of Papegaai.
By het trouwen heeft hier niets byzonders plaats, Bruidegom en Bruid gaan eenvoudig naar den Burgemeester met de noodige getuigen, die na het trouwen met hun den maaltyd doen, en daarmede is het afgedaan.
By de begrafenissen heeft hier ook niet veel byzonders plaats; de dag waarop hier een lyk ter aarde wordt besteld, komen de vrienden van den overledenen voor 12 uren aan het sterfhuis, dan drinkt men eerst een kopje koffy en rookt eene pyp, om 12 uren wordt het lyk ter aarde besteld, de naaste vrienden gaan voor aan achter het lyk, als het lyk ter aarde besteld is en te huis komende krygt men een weinig brandewyn of genever, de mannen rooken eene pyp, daarna zet men zich aan tafel, eindelyk komt er een bediende en klopt drie maal met het einde van eene mes op de tafel, dan gaat de leeraar opstaan (zoo die aanwezig is) en doet plegtstatig het gebed, waarna men begint te eten, het eten gedaan zynde, doet de leeraar zyne dankzegging, en hiermede is de maaltyd afgeloopen, de mannen beginnen dan eene pyp te rooken en men spreekt met elkander over verschillende zaken, dat duurt zoo lang tot dat men een kopje thee drinkt en dan duurt het niet lang of de vrienden vertrekken, weinigen blyven zoo lang, om er den avond maaltyd te doen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Op de klip aan den weg van Oosterwytwerd naar Krewerd heeft men op den weg tegen over Arwerd, meermalen een man te paard gezien, die geen hoofd heeft, zoo als het volk vertelt.