Zoek op de website

Lettelbert

Gemeente de Leek

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Lettelbert.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een gehucht of buurtschap, de Enumatil genoemd, een half uur noordwaarts de kerk gelegen. Wat de naamsoorsprong van Lettelbert betreft, het werd voorheen Lutjebuurt genoemd, misschien bert of buurt, dat hoogte beteekent en Lutje, in onderscheiding van Oldebuurt en Nieuwe buurt, ¾ a 1½ van hier gelegen, om dat het de kleinste plaats is.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duifsteen vindt men hier niet aan de kerk. Op onze torenklok is het volgende opschrift: Wilhelmus – Jakobus – De – Vry – Me – Fecit – Groningen A° 1651.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

1° Twee Matsloden, 2° Het oude diep, voorheen de Gaaf genoemd, de reden dezer benaming, zegt men, zou geweest zyn, omdat oudtyds de Monniken van het Aduarder Klooster om eene begane misdaad langs dezelve naar het huis ter Helle, dat in vroegere dagen aan de Nienoord behoorde, derwaarts als in ballingschap verzonden, en er door de gaven van dat Klooster onderhouden werden, zoo dat daarom het water derwaarts leidende, den naam van de Gaaf zou bekomen hebben; en 3° het Lettelberder diep, dat uit het Leekster, (of Zulter Meer) naar de Enúmatil loopt, en zich daar in het hoen of trekdiep ontlast.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Het Leekster of Zulter Meer, ten Zuiden Lettelbert gelegen.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Niets dan éénen polder dyk, welke landeryen werden droog gemalen; dezelve loopt door Lettelbert, bylangs het Lettelberder diep, tot Enúmatil, dan westwaarts den Ouwema weg, zoo vervolgens tot Midwolde, de hoogte daar van is plusminus één el.

7. Welke bosschen zijn daar?

In onze woonplaats bestaan de bosschen meestal in wallen (zoo als zy by ons genoemd worden) van hagedoorns en Elzen hout; zwaar hout wordt er niet gevonden, dan slechts een enkele eiken en esschen boom.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

1° Uit het Mineraal of Delfstoffelyk ryk, vlinten, zand, potklei, darg en bagger.
2° Uit het Plantenryk, rogge, boekweit, garst, haver, erwten en boonen; appels, peren, pruimen, kerssen, enz.
3° Uit het Dierenryk, paarden, koeÿen, schapen, verkens, bunsings, ratten, muizen, hoenders, eenden, byën enz.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Het Hoogeland bestaat uit eene zavrige zandgrond, het lage in eenen bruinen bovengrond, doch op eenige plaatsen vindt men het met rooddoorn vermengd. De ondergrond bestaat in zand, darg en klien, zoo dat op vele plaatsen kan gebaggerd worden, het gene by ons ook geschiedt.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Gene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Bakkeryen, Schoenmakeryen, Wolkammeryen, een Lederlojery, Smedery en Kuipery.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is by ons zoo ongezond niet, dan verder noordwaarts van ons, terwyl wy verder van de zee, en meer van die ongezonde zeedampen zyn bevryd.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Er is in ons kerspel ééne kerk en twee scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan by ons niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan van de inwoners van onze woonplaats, worden voornamelyk uit den Landbouw gevonden. – Ook zyn er nog kooplieden, kleermakers, schoenmakers, herbergiers en verscheidene daglooners, die allen uit handen arbeid hun bestaan vinden.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte Nederduitsche taal wordt by ons gesproken, zoo als uit de volgende woorden blykt, jim voor gy; bek voor mond, hait voor vader, mem voor moeder, mullen voor molen, koom voor kom (brykom) niks voor niet, enz.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Hunne karakters zyn verschillend, de eene zacht en zedig, de andere wrevelig, de derde meer van hoogeren inborst. Hunne gewoonten bestaan om des morgens van 4, 5 a 6 uur op te staan, en te ontbyten des morgens te 8, des middags te 12 en des avonds te 6 uren; van naar bed te gaan is by den boerenstand de algemeene regel, des avonds te 8 a 9 uren. Vermaken en ontspanningen zyn hier niet veel in gebruik, de jonge lieden vermaken zich nog wel eens op Zon- en feestdagen avonden. Slechts eens in het jaar heeft men op Enumatil eene harddravery. Wy bezoeken elkander meest by de winteravonden op een kopje chocolade, of een kopje koffy met een pyp tabak, des zomers heeft dit weinig plaats.
Wanneer het volk aan tafel komt eten, wordt er eerst in stilte gebeden, waarna dezelven beginnen te eten, gedaan zynde, wordt er wederom in stilte gedankt, dan begeeft een ieder zich weder aan zyn werk; Doch by de zomertyd houdt ieder schoft tot aan namiddags 2 uur.
De gewoonten by het trouwen zyn, wanneer iemand is genoodigd ter bruiloft en zich naar het huis der nieuw getrouwden begeeft, wordt hem een pyp gepresenteerd, er wordt dan ook braaf in het ronde gedronken, brandewyn met suiker en rozynen uit een kop; vervolgens wordt er gegeten en zoo er een Predikant by tegenwoordig is, wordt daar een gebed over tafel gedaan, toepasselyk op het nieuw getrouwde paar. Wanneer men nu wel gegeten en gedronken heeft en begint vrolyk te worden, dan gaat het op een zingen, danzen, springen; als ieder nu voldaan en de tyd verloopen is, om huiswaarts te keeren, dan worden de jong getrouwden naar bed gebragt, er wordt dan nog eens weder gedronken en zoo scheiden de bruilofts gasten, elk naar zyne woning.
Als er een lyk ter aarde wordt besteld, dan wordt de klok zoo lang geluid, het lyk wordt op een draagbaar rondom het kerkhof gedragen, en de naastbestaanden volgen hetzelve by paren, eerst de mannen, daarna de vrouwen met zwarte kleden om het aangezigt; het lyk begraven zynde, keert men naar het sterfhuis te rugge, daar wordt een glas genever of brandewyn gebruikt, een pyp met tabak gepresenteerd (dan rookt men een pypje, zoo lang de genoodigden aan tafel ter plaatse zyn; als alles nu gereed is wordt er met de vuist tegen de deur gedonst, omdat de Predikant dan moet beginnen te bidden, het gebed geeindigd zynde, begint ieder te eten en te drinken (de gewone maaltyd bestaat in ’t algemeen in wittebrood en kluinbier.) de maaltyd afgeloopen zynde, wordt er weer tegen de deur geslagen, doet de Predikant wederom een gebed of dankzegging, nu wordt er weer gerookt, en over het een en ander gesproken, meest onverschillige dingen; en dan keert ieder weder naar zyn huis.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Hier is voorheen een burgt geweest, Valkenburg genoemd, waar de oude Prefekt H.L. Wichers is geboren.
Terwyl my niet meer van de oudheden bekend zyn, dus kan ik er verder geene beschryving over doen.

(get) Y. Bousema.